Economie

Eurocommissaris

Het kabinet houdt ervan te gokken. Zijn er dan lezers die denken aan staatssecretaris Teeven en zijn voornemen om het monopolie van Holland Casino te doorbreken? Ik denk aan premier Rutte en minister De Jager en hun riskante ideeën over de grote economische problemen van dit moment. Ze lijken beter te luisteren naar de sentimenten onder kiezers dan naar signalen van financiële markten. Dat kan ons nog duur komen te staan.

Rutte en De Jager hebben in de Financial Times gepleit voor een eurocommissaris die de overheidsbegrotingen van lidstaten in de gaten houdt en zo nodig corrigeert. Een lidstaat die zich niet laat corrigeren, kan boetes verwachten of zelfs uit de euro gezet worden. Dat is een prima oplossing. Maar voor welk probleem? Portugal en Ierland hebben zich aan de budgettaire regels gehouden. Voor het uitbreken van de kredietcrisis was in die landen het tekort minder dan drie procent en de schuld minder dan zestig procent van het nationaal inkomen. De begrotingscommissaris zou tegen hen niet hebben hoeven op te treden. Toch hebben deze lidstaten moeten aankloppen bij het Europese noodfonds, Ierland door de last van failliete banken en Portugal door de last van een inflexibel gebleken economie.
De begrotingscommissaris is zeker geen oplossing voor de problemen waarmee de eurozone nu te kampen heeft. Op de financiële markten is het Griekse schuldpapier weinig waard; daar heerst het idee dat op de Griekse schuld zal worden afgeschreven. Op diezelfde markten is twijfel over de waarde van het Italiaanse schuldpapier. Het wordt het voordeel van de twijfel gegeven doordat de Europese Centrale Bank het opkoopt. Maar over die problemen - Griekse schuld wel of niet afschrijven en Italiaanse schuld wel of niet opkopen - hoor je de premier en de minister van Financiën niet. Ze schrikken ervoor terug om de kiezer een onaangename waarheid te vertellen, bijvoorbeeld dat de Nederlandse belastingbetaler een deel van de Griekse leningen níet zal terugzien. Ze gokken erop dat een oplossing uit te stellen is. Dat is riskant want de financiële markten verlenen geen uitstel als de kudde eenmaal op hol geslagen is.
Rutte en consorten willen bovenal laten weten aan de kiezers dat ze voor de harde hand zijn, of dat nou in Griekenland of in Nederland is. Zo wil Rutte niet uitsluiten dat Nederland meer moet bezuinigingen als de groei tegenvalt: hij wil ‘het monster van de staatsschuld’ doden. Tenzij Rutte hierbij het koekiemonster in gedachten heeft gehad, raakt deze vergelijking kant noch wal. De schaatsschuld van Nederland is beduidend lager dan die van Griekenland en Italië en is ver verwijderd van een kritiek niveau. Bovendien is de rente op staatsschuld op dit moment nog lager dan de inflatie. Het schuldpapier van landen als Duitsland en Nederland is zeer gewild omdat de financiële markten kiezen voor veiligheid. 'Geld lenen kost geld’, maar die waarschuwing geldt even niet voor de Duitse en Nederlandse overheid.
De lage rente voor veilige landen is een signaal dat deze landen minder moeten sparen en meer besteden. Omgekeerd, voor de niet zo veilige landen is er meer dan één signaal dat zij juist meer moeten sparen en minder besteden. Als overheden en bedrijven in landen als Griekenland of Spanje hun schulden willen aflossen, dan kan het niet anders dan dat Duitsland en Nederland minder vermogen kunnen opbouwen. Wordt er niet naar het signaal van de rente geluisterd, dan dreigt de 'paradox of thrift’: alle pogingen om te sparen leiden juist tot minder besparingen. Want minder bestedingen betekent minder vraag en minder groei zodat aflossen van (nominale) schulden alleen maar moeilijker wordt. In de huidige situatie van wegzakkende groei in de Europese Unie en de Verenigde Staten is die paradox verre van denkbeeldig.
Meer bezuinigen als de groei tegenvalt en het tekort minder dan verwacht daalt, is dan ook riskant. Het wordt nog riskanter naarmate meer landen die gok nemen. Dan dreigt in de eurozone een neerwaartse spiraal van meer bezuinigingen, minder groei, meer werkloosheid, et cetera. Nodeloos zullen economieën schade ondervinden van politici die graag laten zien met harde hand te regeren, maar daardoor per saldo onrust zaaien. Alleen de opmerking over extra bezuinigingen bij een tegenvallende groei is al riskant. Het gevaar is dat verontruste burgers en bedrijven meer willen sparen en minder besteden. Dan zal de groei verder wegzakken.
Het kabinet gokt erop dat het mooi weer kan spelen. Dat kan het volhouden, tot de pleuris op de financiële markten uitbreekt of tot de 'double dip’ in de reële economie zich aandient. Voor die mogelijkheden sluit het kabinet de ogen. Het doet niets om deze te voorkomen. Sterker nog, het lijkt eerder de onrust aan te wakkeren. In elk geval bij mij.