Eurocommissaris

Europa is een bestuurlijk doolhof, de afstand tussen de Europese bur ger en de Europese politiek is onoverbrugbaar, het sociaal beleid is niet om over naar huis te schrij ven, de slagvaardigheid op het gebied van de buitenlandse politiek is ver te zoeken en het fameuze Verdrag van Maastricht ‘werd voorge kookt in onderonsjes, onder hoge druk klaargestoomd in de Maastrichtse keuken en opgediend toen de vliegtuigmotoren alweer ronkten’. Zo schreef Frits Bolkestein, Eurocommissaris in hope, ooit in de Internationale Spectator.

Hanja Maij-Weggen, althans haar dochter, is inmiddels druk bezig dit compromitterend proza in het Italiaans te vertalen opdat Eurovoorzit ter Romano Prodi bijtijds zal weten wat voor een vlees hij in de kuip heeft. De Euroscepticus Bolkestein als Eurocommissaris. Dat doet inder daad denken aan een slager die het vegetarisme preekt. Maar waarom zou ’s mans sceptische blik op Europa hem per definitie ongeschikt maken voor die func tie? Hoogstens het feit, zou men denken, dat Bolkestein bewijsbaar niet zo'n briljante bestuurder is. Maar dát argument hoor je niet van zijn opponenten. Die komen niet veel verder dan de gewraakte euroscepsis, die Bolkestein trou wens deelt met 69.01 procent van zijn landgenoten, benevens de constatering dat de Europese Commis sie beter gebaat is met een sociaal-democraat (zei Max van den Berg, PvdA) of een christen-democraat (zei Hanja Maij-Weggen, CDA). Paars II hield echter onwrikbaar stand. Een man met de statuur van Bolkestein valt moeilijk te negeren - en bovendien, zo zal menigeen in het geniep hebben gedacht, heeft hij straks, in zijn nieuwe functie, te veel dingen aan het hoofd om binnens lands erg lastig te worden. En wat de tegenstanders van zijn benoeming betreft: wat een kinder achtigheid en gebrek aan generositeit jegens een man die lang niet altijd de wijsheid in pacht heeft, maar op de onmiskenbare verdienste kan bogen de Nederlandse politiek uit haar halfslaap te hebben wakkergekust.