Europa leert branden blussen

Eurocrisis 3.0

Stap voor stap versterkt Europa de fundamenten van de monetaire unie. Het gaat moeizaam, want tegenstellingen tussen landen zijn niet verdwenen. De toestand van de eurozone is te vergelijken met die van een zwembad dat op een wip-wap staat.

Zo, die prijs is tenminste binnen. De eurozone mag onder vuur liggen, met de Nobelprijs voor de vrede kan de Europese Unie op het wereld­toneel goede sier maken. De lof van het Nobelcomité voor de positieve rol die de EU speelt – en de afgelopen zestig jaar gespeeld heeft – bij de bevordering van democratie, rechtsstaat, open economie, behoorlijk bestuur en naleving van mensenrechten is absoluut verdiend. Over het leiderschap van de EU bij de oplossing van de eurocrisis laat het Nobelcomité zich wel heel vriendelijk uit. Dit zal de kritiek op de wijze waarop de kerngroep van eurolanden de crisis tot nu toe heeft aangepakt niet doen ­verstommen.

De komende tijd moet blijken of de leiders van de eurolanden elkaar kunnen vinden op oplossingen of elkaar liever de tent van de monetaire unie uit vechten. Want in het casino van de eurocrisis hebben de hoofdrolspelers ingezet voor de volgende ronde aan de pokertafel.

Op de urgentielijst staat Griekenland met stip op één: voldoet het gemangelde land aan de eisen van de kredietverstrekkers om in aanmerking te komen voor de 31,5 miljard euro die het drie maanden geleden al had moeten ontvangen maar toen niet kreeg? Opnieuw verdaging van het Europese noodverband betekent dat Griekenland over enkele weken geen euro’s meer heeft. In de politieke chaos die dan ontstaat zal premier Samaras, de laatste Griekse politicus die vertrouwen geniet in Berlijn, sneuvelen. Zo ver zal men het dus niet laten komen. Ondertussen kondigen de Griekse vakbonden de zoveelste algemene staking af waardoor wéér een productiedag verloren gaat, en hebben twee hooggeplaatste personen die op de onverklaarbaar verdwenen lijst van grootste Griekse belastingontduikers staan zelfmoord gepleegd.

Cyprus wordt meegezogen in het bankroet van de Griekse overheid en banken. Het eiland is een paradijs voor Russisch vluchtkapitaal, maar nu Rusland het niet voor een tweede keer van een noodkrediet wil voorzien, heeft de regering van president Christofias voor elf miljard steun bij de EU aangeklopt.

De Spaanse regering staat voor het blok om noodhulp van het Europese Stabiliteitsmechanisme (esm) aan te vragen. Dan kan de Europese Centrale Bank Spaanse staatsschuld opkopen en daarmee de rentelasten voor Spanje verlichten. Maar de Spaanse premier Rajoy heeft een probleem dat hem zo weigerachtig maakt als een trekpaard voor een hindernis. De implosie van de Spaanse vastgoedbubbel heeft niet alleen de huizenmarkt en de banken getroffen, ook de regionale overheden. Steeds meer regio’s kunnen hun schulden niet meer op de kapitaalmarkt financieren. Catalonië, de sterkste economische regio, heeft om vijf miljard steun van de centrale overheid gevraagd. In reactie hierop zijn in Barcelona massale demonstraties gehouden voor onafhankelijkheid van de Generalitat. Het vooruitzicht van opsplitsing van Spanje vergroot de politieke patstelling in het land.

Ook Frankrijk maakt zich zorgen over de macht van de financiële markten. Daarom heeft de socialistische regering miljarden aan bezuinigingen aangekondigd en een politieke belofte weggepoetst. François Hollande zou de strenge ‘begrotingsunie’, die zijn voorganger Sarkozy met Angela Merkel had bedisseld, omvormen tot een sociaal ‘groeipact’. Hij kreeg geen enkele ruimte van Duitsland en vorige week is het Franse parlement geruisloos akkoord gegaan met het oorspronkelijke begrotingspact.

Een links geluid komt uit onverwachte hoek: van het Internationaal Monetair Fonds. Als landen allemaal tegelijk rigoureuze bezuinigingen doorvoeren, leidt de vraaguitval tot een grotere krimp van de economie dan de rekenmodellen voorspelden. In de programma’s voor ontwikkelingslanden is het imf vaak een uitvoerend instrument van het Amerikaanse ministerie van Financiën genoemd, maar het lijkt in de eurocrisis een vooruitgeschoven post van Parijs. Directeur Christine Lagarde (evenals haar voorganger Strauss Kahn) en hoofdeconoom Olivier Blanchard zijn afkomstig uit Frankrijk.

Tijdens de jaarvergadering van het imf in Tokio pleitten Blanchard en Lagarde voor stimulering van de groei in Duitsland, matiging van de bezuinigingsdrift, gedeeltelijke schuldkwijtschelding en twee jaar extra tijd voor Griekenland om orde op zaken te stellen. Dit is slecht gevallen in Duitsland, en trouwens ook in Nederland. De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble reageerde venijnig dat Duitsland vasthoudt aan terugdringing van begrotingstekorten als de enige weg om de eurocrisis te beteugelen.

Volgens de Nederlandse minister van Financiën Jan Kees de Jager zijn bezuinigingen onmisbaar om het vertrouwen in het financiële beleid van de eurolanden te herstellen. Maar het omgekeerde geldt evenzeer: vertrouwen komt terug als zich economisch herstel aftekent. Nu is er sprake van een negatieve spiraal: bezuinigingen leiden tot grotere economische krimp dan verwacht waardoor het overheidstekort minder afneemt dan geraamd en er meer bezuinigingen nodig zijn die de krimp nog meer versterken.

Griekenland is een proeftuin van de samenhang tussen tekorten, bezuinigingen, krimp en gebrek aan vertrouwen. Toen bondskanselier Angela Merkel vorige week een bliksembezoek bracht aan Athene had ze ’s ochtends het verkeerde jasje uit haar kledingkast gepakt – hetzelfde groene jasje als bij de EK-voetbalwedstrijd waarbij Duitsland Griekenland versloeg. De kleren die enkele Griekse demonstranten uit de verkleedkist hadden gehaald voor het protest tegen Merkel waren aanstootgevender: nazi-pakken en uniformen van de Wehrmacht. Duitsland, beweerde een demonstrant, is bezig het ‘vierde rijk’ te vestigen in Europa. De eisen die Europa onder Duitse dwang oplegt aan Griekenland vormen het bewijs dat Duitsland op weg is om Europa te overheersen. Een dergelijke overtuiging zegt meer over de Griekse kijk op de geschiedenis dan over de Griekse toekomst. Het laatste wat Duitsland wil is een staatsgreep in Griekenland of een overwinning van de neo-fascistische partij Gouden Dageraad. De politieke boodschap van Merkels bezoek was dat Duitsland Griekenland in de eurozone wenst te houden. Merkel weet dat dit Duitsland – en Nederland – geld gaat kosten: de Griekse schulden zullen vroeg of laat worden afgeschreven.

De economische machtspositie van Duitsland in Europa is een voorbeeld van de wet van de onbedoelde gevolgen. Toen twintig jaar geleden het verdrag van Maastricht tot stand kwam was de onuitgesproken bedoeling om de economische en monetaire macht van Duitsland in te perken. De monetaire unie die Frankrijk wenste was een uitruil: de Duitse hereniging tegen de inlevering van de D-mark. Aanvankelijk ging Duitsland gebukt onder de kosten van de eenwording, maar nadat die last was verwerkt en er onder de sociaal-democratische bondskanselier Schröder hervormingen van de arbeidsmarkt waren doorgevoerd, ging het los. Dankzij het industriële vermogen en de formidabele exportkracht is Duitsland de succesvolste en meest concurrerende economie van Europa geworden.

Maar ook dankzij de euro. Ten eerste bleef de wisselkoers van de euro ten opzichte van de buitenwereld het afgelopen decennium achter bij wat die van de harde D-mark zou zijn geweest. Ten tweede bevrijdde de muntunie Duitsland van het gezeur dat andere Europese landen telkens een concurrentievoordeel pakten door hun munten te devalueren ten opzichte van de D-mark. En ten derde omdat de muntunie geen afspraken kent om toenemende verschillen in het economische concurrentievermogen van landen te overbruggen.

Terwijl Duitsland zijn concurrentievermogen opvoerde, bleven andere landen op de oude voet doorgaan. Ze beschouwden de muntunie als manna uit de hemel, omdat ze met de euro toegang kregen tot de lage Duitse rente en een onuitputtelijk reservoir van kapitaal aangezien de onzekerheid van devaluaties wegviel. Voor de zwakke landen had de eurozone monetaire rust moeten brengen. In werkelijkheid heeft ze een financiële zeepbel van ongekende proporties opgeleverd. Lage rente, overvloedige beschikbaarheid van kapitaal en de afwezigheid van externe beperkingen door het wegvallen van de wisselkoers vormen de bouwstenen voor een perfecte financiële storm. Deze barstte in Europa los in 2010, drie jaar nadat in de Verenigde Staten de financiële zeepbel van de Amerikaanse huizenmarkt was doorgeprikt.

De zeepbel van de euro is omvangrijker en complexer. In Europa halen banken en over­heden elkaar onderuit: zie de boom van het onroerend goed in Ierland en Spanje, de begrotingstekorten van de Griekse en Portugese overheden, de toedekking van de zwaktes van de Italiaanse en Franse economieën. Het kenmerk van een financiële luchtbel is dat te veel geld naar markten stroomt om daar vervolgens nog harder uit te stromen. Dit is een bekend verschijnsel van financiële crises in ontwikkelingslanden. Hetzelfde gebeurt in de eurozone: nadat in de aanvangsjaren massaal euro’s van banken en pensioenfondsen in de noordelijke overschotlanden naar de zuidelijke tekortlanden stroomden en daar leidden tot een bubbel, is sinds 2010 sprake van een massale uitstroom.

Wat deze kapitaalvlucht in Europa uniek maakt, is dat die niet plaatsvindt naar een andere munt (zoals bij ontwikkelingslanden waar de lokale munt omgewisseld wordt in dollars), maar binnen hetzelfde muntgebied. Spaanse en Griekse euro’s stromen uit de Spaanse en Griekse economie maar ze verdwijnen niet uit het eurogebied, want ze komen terecht in Duitsland en Nederland. Een Spaanse euro is immers een Duitse euro.

De toestand waarin de eurozone verkeert, is te vergelijken met die van een zwembad dat op een wip-wap staat. Aan de hoge kant bevindt zich een watertoren en staat de kraan wagenwijd open. Het water stroomt massaal naar de lage kant. Daar spettert iedereen dat het een lust is en heeft dolle pret. Totdat de beheerder van het bad genoeg heeft van het feest, de waterkraan dicht draait en de stand van de wip-wap omkeert. De lage kant is nu de hoge kant en plotseling stroomt het water terug. En omdat er aan de nieuwe hoge kant geen watertoren is, staat het bad aan die kant binnen de kortste keren droog. Dit is wat er met Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje en Italië is gebeurd. De euro’s stromen weg naar Nederland, Duitsland en Zwitserland (dat met de koppeling van de frank aan de euro een schaduw-euroland is geworden). De architecten van de monetaire unie hebben niet voorzien – of niet willen zien – dat in een monetaire unie een mechanisme, een pomp, moet bestaan om euro’s rond te pompen als de financiële markten die functie om welke reden dan ook niet meer vervullen. Dit is misschien wel de grootste constructiefout van het euro­project geweest.

De president van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, heeft in september aangekondigd dat de ecb onder voorwaarden bereid is om onbeperkte liquiditeitssteun te geven aan landen waar geld uit stroomt. Hiermee neemt de ecb de functie op zich van de circulatiepomp, tegen de letter van het verdrag van de monetaire unie. De ecb verruimt haar rol tot die welke centrale banken overal in de wereld hebben, namelijk die van de laatste geldpomp voor de woestijn van financiële drooglegging.

Stap voor stap is Europa bezig de fundamenten van de monetaire unie te versterken. Het gaat moeizaam, want tegenstellingen tussen landen zijn niet verdwenen. Probleemlanden blijven kwetsbaar voor speculatieve aanvallen van de financiële markten. Maar Europa beschikt nu met het noodfonds esm over een eigen brandweerbrigade. Met steun van Merkel en tegen de zin van de Duitse Bundesbank heeft de ecb de functie als lender of last resort op zich genomen. Er zijn strakkere begrotingsafspraken gemaakt en er wordt nagedacht over de benoeming van een Europese minister van Financiën.

Garanties bestaan niet, politiek extremisme kan zijn kop opsteken, de macht van de straat kan hervormingen blokkeren, regeringsleiders kunnen hun politieke mandaat verliezen. En ook al zal de euro de Nobelprijs voor economie niet winnen, de monetaire unie trekt verder.