Eurodivisie

Voor het eerst in vijftig jaar behoort een euroleger tot de mogelijkheden. Deze week komt de EU met verregaande voorstellen op de Eurotop in Keulen. Maar een volledig zelfstandige Europese krijgsmacht, dat zien de Amerikanen niet zitten. En Europa durft niet.

‘IK WIL BEST praten met Europa, maar dan moeten ze me wel een telefoonnummer geven’, zei Henry Kissinger ooit. In zijn ogen was het Europese continent een stuurloos ratjetoe van nationale belangen, afgunst en politiek gekonkel. Wie Henry Kissinger twintig jaar geleden zou hebben gezegd dat een verenigd Europa ook een eigen defensie zou moeten ontwikkelen, zou hoongelach ten deel zijn gevallen. De wereld kon niet zonder de Verenigde Staten, en Europa al helemaal niet. Maar de tijden zijn veranderd. Europa staat weer op de kaart. De Koude Oorlog is voorbij en de Europese Unie raakt steeds steviger verankerd. Met name op handelsgebied moeten de Verenigde Staten steeds meer rekening houden met het toegenomen Europese zelfvertrouwen. De oorlogen in het voormalige Joegoslavië hebben de Europeanen echter met de neus op de feiten gedrukt. De welvarende Europese Unie is niet in staat op eigen houtje gewapend in te grijpen in haar achtertuin. Daarvoor is de Unie afhankelijk van de Navo, met als onbetwistbare leider de Verenigde Staten, die de zaken nét iets anders inschatten. Het duurde vier jaar voordat de VS besloten dat het tijd was militair op te treden in Bosnië. Ook de huidige luchtacties rond Kosovo vinden plaats onder Amerikaanse leiding. Al kwamen ze een stuk soepeler op gang dan de acties in Bosnië, Clinton moet zich uitputten in superlatieven om het thuisfront uit te leggen waarom Amerikaanse piloten 'hun leven wagen’ voor een minuscuul stukje Balkan. Het is maar de vraag of de VS hun neus nogmaals in een Europees wespennest zullen steken. De tijden lijken nabij dat ze het blussen van Europese brandhaarden aan de Europeanen zélf zullen overlaten. Tijdens de viering van de vijftigste verjaardag van de Navo in Washington, jongstleden april, ging de kogel door de kerk. Het bestaansrecht van een Europese defensie werd erkend. De Europese lidstaten krijgen de mogelijkheid om binnen de Navo zelfstandig vredesoperaties uit te voeren. Op de Eurotop die deze week (3 en 4 juni) onder Duits voorzitterschap in Keulen wordt gehouden, komt de EU met een voorstel tot de oprichting van een geïntegreerd Europees defensiesysteem. Maar daarover, en over wat een Europees veiligheidsbeleid precies moet inhouden, is het laatste woord nog lang niet gezegd. A. van Stade, directeur van het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael, slaat de ontwikkelingen met belangstelling gade. Van Stade: 'Er wordt al meer dan vijftig jaar zonder veel resultaat gesproken over een Europese de fensie. Dat het onderwerp nu weer hoog op de agenda staat heeft te maken met twee ontwikkelingen. In de eerste plaats de voortschrijdende Europese integratie. Europa is een belangrijke economische speler in de wereld. Met het ontstaan van een hechte politieke gemeenschap in Europa wordt steeds meer de vraag gesteld of we niet ook een eigen verantwoordelijkheid moeten hebben op veiligheids- en defensiegebied. Dat hoort bij een volwassen unie. Daarnaast dringen de VS erop aan dat Europa een eigen rol gaat spelen op veiligheidsgebied. Ze vinden het wel genoeg om vijftig jaar voor ons te hebben klaargestaan.’ HOE GRAAG DE Amerikanen er ook vanaf leken te willen, rond Bosnië bleek dat er zonder hun bemoeienis geen vrede mogelijk is in Europa. In 1994 zei de huidige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Albright, toen nog VN-ambassadeur: 'Het is erg gemakkelijk te zeggen dat de VS voor alles verantwoordelijkheid dragen. De VS zijn één land en de enige supermacht in de wereld, maar we proberen nu een nieuw systeem uit te werken waarin andere landen verantwoordelijkheid delen. (…) Europa moet nu handelen met een gevoel van verantwoordelijkheid. Europa is nu rijk.’ Een jaar later volgden luchtaanvallen op Bosnisch-Servische troepen en werden de strijdende partijen in Bosnië gedwongen met elkaar om de tafel te gaan zitten. Het gevolg was het vredesverdrag van Dayton. Zowel het gewapende ingrij0 pen als het vredesproces was geïnitieerd door de Amerikanen. Omtrent Kosovo speelde zich zo'n beetje hetzelfde tafereel af. Onder zware internationale druk begonnen de Serviërs in het Franse Rambouillet onderhandelingen met een delegatie van Kosovo-Albanezen. Gastheren van de conferentie waren de Franse en Britse ministers van Buitenlandse Zaken. De Amerikaanse speciale gezant Holbrooke was daarover zeer te spreken: 'Wij willen dat de Europeanen de leiding nemen’, zei hij. Maar opnieuw liep het mis. De onderhandelingen raakten spoedig in het slop en Albright moest op de proppen komen om ze eruit te trekken. Het lukte de Amerikanen om de Albanezen zo ver te krijgen het akkoord van Rambouillet te ondertekenen, maar de Serviërs weigerden. Wederom zorgde Amerikaanse druk ervoor dat er luchtacties kwamen, de Europese Navo-bondgenoten volgden. Niet al te enthousiast, met uitzondering van de Britten die nog steeds het braafste jongetje zijn in het Noord-Atlantische schietklasje. Van Stade: 'De Amerikanen zitten met een dilemma. Ze willen in Europa graag wat minder investeren op militair gebied, maar ze hebben er grote moeite mee om de politieke invloed en controle op te geven. Daar komt bij dat ze bevreesd zijn dat er een Europese Navo binnen de Navo ontstaat. Ze hebben een allergie opgevat tegen de European ganging up, zoals ze dat noemen. Die allergie is ontstaan door ervaringen in Gatt en de Wereldhandelsorganisatie. De Europese landen hebben enorm veel tijd nodig om een gemeenschappelijk standpunt te formuleren. Is dat er eenmaal, dan kan er niet meer aan getornd worden, want dan zou de pleuris weer uitbreken en moeten ze opnieuw op zoek naar een gemeenschappelijke visie. De Amerikanen zijn bang dat de Europese landen ook binnen de Navo gaan optreden als een blok met niet-onderhandelbare standpunten.’ Toch is die Amerikaanse angst volgens Van Stade voorlopig irreëel: 'Europa geeft tweederde aan defensie uit van wat de Amerikanen eraan spenderen, maar ze zijn niet in staat om een aandeel te leveren van meer dan twintig procent aan de acties rond Kosovo. Op papier ziet de Europese slagkracht er aardig uit, maar het ontbreekt de landen aan vitale middelen om snel en verantwoord op te treden. Er is een tekort aan transportcapaciteit, mobiele commandostructuren en verbindingssystemen. Bovendien hebben ze geen satellieten om aan informatie te komen. Om militaire operaties uit te voeren kunnen ze dus niet zonder de VS.’ MAAR DAT IS ook niet de bedoeling. Er is geen Navo-bondgenoot die serieus verder zou willen zonder een Amerikaanse aanwezigheid in Europa. Want Europa is bang voor zichzelf. Beide wereldoorlogen waren te wijten aan het ontsporen van Europese machtspolitiek. Slechts met Amerikaanse hulp konden die oorlogen tot een einde worden gebracht. En West-Europa was maar wat blij dat de Amerikanen na de Tweede Wereldoorlog pal stonden tegen de sovjetdreiging. In een artikel getiteld 'Why Western Europe needs the United States and Nato’, gepubliceerd in Political Science Quarterly, schreef de Amerikaanse politicoloog Robert J. Art dat het 'zowel verkeerd als gevaarlijk is te veronderstellen dat veiligheid en macht geen rol meer spelen in de relaties die West-Europese staten met elkaar onderhouden.’ Volgens Art zijn de Europese Navo-partners als de dood dat ze weer vervallen in het aloude, ingebakken nationalisme met wapenwedlopen en al. Hoewel de Britten, Duitsers en Fransen gedurende de vijftig jaar dat het eurodefensiedebat gaande is, niet tot overeenstemming zijn kunnen komen over de gewenste rol van de Amerikanen, ziet niemand de GI’s graag vertrekken. Net na de Tweede Wereldoorlog wilden de buren van Duitsland dat de Amerikanen bleven om de Midden-Europese reus in toom te houden. De Duitsers wilden een Amerikaanse aanwezigheid omdat ze zich ongerust maakten over de angstreactie van de buren als de Amerikanen zouden zijn verdwenen, en iedereen was bang voor de macht van de Sovjetunie. Na het uiteenvallen van de SU bleef de angst bestaan voor het oude sovjetrijk, nu omdat het was vervallen tot een hele reeks ongeleide projectielen. De Duitse eenwording werkte bovendien de vrees in de hand dat Duitsland opnieuw zijn macht zou ontplooien in Oost- en Midden-Europa. De aanwezigheid van Amerikaanse troepen hield de boel in balans. Maar in de Verenigde Staten gingen stemmen op om de militaire aanwezigheid in 2 Europa te beëindigen. De Koude Oorlog was immers voorbij. In 1990 staken François Mitterand en Margaret Thatcher de koppen bij elkaar om te overleggen wat te doen nu de Duitse eenwording niet meer tegen te houden was. Voorkomen moest worden dat het aloude gevaarlijke systeem van checks and balances door middel van bondgenootschappen en excessieve bewapening weer in werking zou treden. Ze eisten harde veiligheidsgaranties van Kohl en eisten dat het verenigde Duitsland, net als eerder West-Duitsland, zowel in de EU als in de Navo werd opgenomen. Aldus geschiedde. De Fransen besloten vervolgens het roer om te gooien en hun gaullistische gehamer op de onafhankelijkheid van hun krijgsmacht op te geven. Mitterand meende dat Duitsland nu niet alleen economisch, maar ook militair volledig in Europa geïntegreerd diende te worden. Er werd een 'eurocorps’ opgericht, een Frans-Duits korps, later aangevuld met eenheden uit Spanje, België en Luxemburg. Het zou de kern moeten vormen van een geïntegreerde Europese krijgsmacht. Een historisch moment: in 1994 marcheerden tijdens een defilé weer Duitse soldaten over de Champs Elysées. Deze keer op uitnodiging van de president van Frankrijk. Het Frans-Duitse initiatief maakte de weg vrij voor het samenvoegen in 1995 van de schamele resten van de Nederlandse landmacht met Duitse eenheden tot een Nederlands-Duits legerkorps. Een Brits-Nederlands amfibisch korps, waaronder de Nederlandse mariniers vallen, bestond al. Toen eenmaal duidelijk werd dat de wereld er met het verdampen van de Koude Oorlog een stuk instabieler op was geworden, was geen sprake meer van een Amerikaanse terugtocht uit Europa, tot grote opluchting van menig staatshoofd. Maar de Britten schurkten nog meer dan voorheen tegen de Amerikanen aan. Daaraan kwam pas een einde toen Labour aan de macht kwam. Onder leiding van Tony Blair gaven de Britten hun belangrijkste verzet tegen een uitbouw van de Europese instituties op. Op 23 oktober vorig jaar zorgde Blair voor een ware ommezwaai door te verkondigen dat de Britten wilden meewerken aan het opbouwen van een Europese defensie-identiteit, zolang die maar gelieerd zou zijn aan de Navo. De Fransen zagen een Europese krijgsmacht liever los van de Navo opereren, maar een compromis was snel gevonden. De ingedutte West-Europese Unie zou als basis gaan dienen voor een 'geloofwaardige’ Europese legermacht, deels geïntegreerd in de EU, deels gebruikmakend van Navo-materieel en -commandostructuren. Dat is het plan dat op de Eurotop in Keulen en later, in Navo-verband, verder wordt uitgewerkt. VAN STADE VINDT het allemaal mooi klinken, maar hij moet nog maar zien wat ervan komt. 'Het grote probleem is dat de Fransen nog eerder bereid zijn om onder de Amerikanen te vechten dan de leiding te moeten delen met de Britten en de Duitsers’, verzucht hij. 'Gevoelens van nationale trots en aspiraties tot leiderschap spelen nog steeds een belangrijke rol, ben ik bang. De Fransen hebben nog altijd veel invloed in Afrika, de Britten weten nog goed hoe ze in hun eentje de Argentijnen op de knieën kregen in de Falklandoorlog. Dat helpt niet mee bij het loslaten van de nationale soevereiniteit op veiligheidsgebied. We zijn er nog lang niet.’ Of er na de top in Keulen werkelijk een begin gemaakt kan worden met de opbouw van een euroleger hangt volgens Van Stade in belangrijke mate af van de afloop van de Kosovo-crisis. Van Stade: 'De Navo loopt grote risico’s. Je moet er rekening mee houden dat de luchtcampagne niet de gewenste resultaten zal hebben. Dat kan ertoe leiden dat het aanzien van de Navo zwaar wordt geschaad. Dat slaat vooral terug op de Amerikanen. Een mislukking zou een verhoging van de Europese inspanningen op veiligheids- en defensiegebied tot gevolg kunnen hebben. Lukt de luchtcampagne wel, dan loopt het heel anders. Dan hebben de Amerikanen succes en laten ze minder snel meer Europese invloed toe.’ De Kosovo-crisis heeft een ding in elk geval duidelijk gemaakt. Van Stade: 'Met een gevoel van teleurstelling moeten we weer eens concluderen dat Europa een verdeeld huis is. De Italianen, Nederlanders en Duitsers zitten op de lijn van een pauze in de bombardementen. De Engelsen en Fransen niet. Ik vraag me af hoe Europa een conflict als dat rond Kosovo zonder de Amerikanen tot een goed einde zou brengen.’