Euroleed ‘soms moet het parlement eerst bij unanimiteit besluiten of er bij unanimiteit besloten moet worden’

Er gebeurt een boel in Brussel en Straatsburg, maar geen krant die erover bericht. En dus werd er een cursusje Europa-voor-journalisten georganiseerd. Vreemd alleen dat de peptalk er onderging in geweeklaag.
‘ZO GEMEEN is het, journalisten praten nooit met ons. In al die tijd dat ik hier in Brussel zit ben ik twee minuten op de Nederlandse televisie geweest. Terwijl je als Tweede-Kamerlid maar een scheet hoeft te laten of er komen acht camera’s op je af.’

Ze huilt nog net niet, Europarlementariër Jessica Larive van de VVD. Ze geeft Eurovoorlichting aan een bus liberale landgenoten van middelbare leeftijd die een dagje ‘Europa’ doen. In een andere hoek van de immense parlementszaal flakkert het rode jasje van CDA-Europarlementariër Ria Oomen. Zij doet een bus met christen-democraten. Zo heeft deze zaal toch nog haar nut, want met haar vijfhonderd stoelen was ze, nog voor de bouw gereed was, te klein voor het Europees parlement. De 626 parlementsleden reizen daarom maandelijks naar de grotere zaal in Straatsburg.
In een ander gebouw is ondertussen de dagelijkse persconferentie van de Europese Commissie aan de gang. Zo'n tweehonderd journalisten luisteren naar het in acht talen simultaan vertaalde, onbegrijpelijke gemurmel over de privatisering van de Franse telecommunicatie. Hoe graag mevrouw Larive het ook anders zou willen, in Brussel speelt zich niet het meest interessante deel van 'Europa’ af.
'Europa’ gebeurt op de Top van regeringsleiders. De meeste 'Europese’ besluitvorming is intergouvernementeel: de regeringsleiders van de vijftien lidstaten beslissen, en niet de Europese Commissie of het Europees parlement. Volgende week vindt er zo'n Top in Dublin plaats, en in juni volgend jaar in Amsterdam. De Nederlandse regering hoopt vurig dat in Amsterdam de Intergouvernementele Conferentie (IGC) over de toekomst van Europa wordt beklonken met een mooi verdrag. Een verdrag over de uitbreiding met nieuwe landen - er hebben zich reeds vijftien kandidaten gemeld (heel Oost-Europa inclusief vier ex-Joegoslavische staten, de Baltische staten, Turkije en Cyprus). Een verdrag ook over de organisatorische toekomst van Europa en dus over de macht van de verschillende landen. En over de mogelijke intensivering van de samenwerking, ergo over de overdracht van nationale soevereiniteit. Niet niks. Al sinds maart zijn de ambtenaren en ministers van de lidstaten over dit alles in onderhandeling.
Jammer alleen dat dit nauwelijks doordringt tot het Nederlandse publiek. Daarom mochten vijftien journalisten op kosten van het ministerie van Onderwijs een spoedcursus Europa volgen. We werden er niet vrolijker van.
'HET IS waarschijnlijk de verdienste van de Europese samenwerking dat we de afgelopen vijftig jaar geen oorlogen meer hebben gehad, maar dat is meteen het enige positieve, verder is het een zooitje.’ Gerrit Jan van Oven is toch al niet de blijgeestigheid zelve, maar als hij het over Europa heeft, is zijn gezicht een en al smart.
Van Oven houdt zich als Tweede-Kamerlid voor de PvdA bezig met Europese zaken, een thema dat in de pikorde van de Kamer niet erg hoog scoort. Hij verhaalt over wat in Europees jargon de derde pijler heet, het 'binnenlandse en justitieel beleid’, oftewel drugs, asielzoekers, internationale misdaad, Europol. Eigenlijk kan hij er kort over zijn. Er is eenvoudig geen gemeenschappelijk asielbeleid, de Europese inlichtingendienst Europol is aan het werk zonder enige democratische of juridische controle. En de nationale parlementen hebben al niets meer te zeggen, terwijl daar geen rol van het Europees parlement tegenover staat. Officieel mogen de Europese regeringsleiders geen bindende besluiten nemen zonder dat deze zijn goedgekeurd in het nationale parlement, maar in de praktijk komt daar niets van terecht. Van Oven: 'Veel wordt geregeld op informele ministersconferenties, en bovendien past de brekersrol niet bij Nederland.’
Dat het wel kàn, bewijzen de Denen - die behandelen alles wat er in Brussel gebeurt in hun eigen parlement. Wat Van Oven betreft wordt het justitiële beleid werkelijk Europees, dus een zaak van de Europese Commissie en het Europarlement. Maar zolang dat niet het geval is? Hij zegt het wat besmuikt: 'Eigenlijk ben ik het met de Engelsen eens: de nationale parlementen moeten veel meer greep krijgen op hetgeen de Europese leiders bekokstoven.’ De PvdA, om maar bij zijn eigen partij te blijven, zou daartoe veel meer moeten optrekken met de sociaal-democraten in andere Europese landen, vindt hij.
DE IGC GAAT voor een groot deel om de strijd tussen de kleine en de grote landen in Europa draaien, voorspelt C. Bansema, ambtenaar op het ministerie van Buitenlandse Zaken. De kleine landen hebben nu naar verhouding zeer veel macht, zowel in Europarlement en Europese Commissie (de kleinen hebben ieder een commissaris, de groten ieder twee) als bij de weging van de stemmen in de Europese ministerraad. De grote landen grijpen de IGC aan om daar verandering in te brengen. Dat is ook wel zo democratisch. Met de huidige stemverdeling hebben de grote landen met zeventig procent van de bevolking slechts dertig procent van de stemmen. Alleen al om praktische redenen moet dat veranderen, want met twintig Eurocommissarissen en ruim zeshonderd Europarlementariërs valt al nauwelijks beleid te maken, laat staan als er straks pakweg acht landen bij komen. Maar welke landen zijn bereid hun commissaris in te leveren? En wat kan Luxemburg nog in het Europarlement beginnen als het op grond van zijn inwonertal nog maar één parlementariër mag hebben? (Nederland zou in dat geval van 31 naar 21 parlementsleden teruggaan.)
Nog een probleem: het halfjaarlijks wisselende voorzitterschap van de EU gebeurt op alfabet, waarbij de voorzitter in een trojka opereert met de vorige en de volgende voorzitter. Bansema: 'Straks wordt Europa bestierd door Letland, Litouwen en Luxemburg, en dat zien de grote landen niet zo zitten.’ Nederland zegt als klein land wel invloed te willen inleveren, maar dan moet Europa eerst democratischer en transparanter worden.
De strijd tussen groot en klein speelt overigens alleen nu de Europese spelregels aan de orde zijn, want in de dagelijkse Europese praktijk is er sprake van heel andere - en sterk wisselende - blokvorming, waarbij de grootte van het land geen enkele rol speelt. Er is een blok pro en een blok contra vrijhandel, er is blokvorming tussen ontvangers enerzijds en betalers anderzijds, er is een blok pro en een blok contra meer milieumaatregelen, er is een olijfolieblok, et cetera.
'DE IGC WORDT hèt non-event van de jaren negentig’, voorspelt onderzoeker J. Rood van Clingendael. De regeringsleiders zullen er eenvoudigweg niet uitkomen. En anders dan vaak wordt gesuggereerd, heeft dat slechts in zeer geringe mate met het anti-Europese Engeland te maken, weet Rood. De machtsstrijd tussen klein en groot is doorslaggevend. De nieuwe structuur zal dus nog even op zich laten wachten, maar de uitbreiding met nieuwe landen kan niet uitgesteld, want er ontstaan in Oost-Europa steeds meer anti-Europa-partijen. Het is dus nu of nooit. Rood verwacht daarom dat er eerst wordt uitgebreid, en dat er pas na 2000 verder gepraat zal worden over de institutionele veranderingen. Rood: 'De logische consequentie is dat er een “flexibel” Europa komt, een Europa waarin sommige landen meer samenwerken dan anderen. Al was het maar omdat Duitsland en Frankrijk al aangekondigd hebben dat ze full speed vooruitgaan.’
Om te voorkomen dat Europa daarmee een soort ruif wordt waaruit calculerende lidstaten slechts pikken wat in hun kraam te pas komt, moet je het eerst eens worden over het gezamenlijke doel. 'Multispeed with a common core’, zogezegd. Het bepalen van die gezamenlijke kern zal nog verschrikkelijk moeilijk worden, voorspelt Rood. 'Tot nu toe was Europa heerlijk vaag. Zodra je echt over een gemeenschappelijk doel gaat praten, is de kans groot dat het zaakje klapt.’
VOOR EUROPA is het jammer dat Jeltsin en niet Zjoeganov de Russische verkiezingen gewonnen heeft, stelt P. van den Bossche, hoogleraar Europees recht aan de universiteit van Maastricht, cynisch. Want met een collectieve vijand zou de samenwerking een stuk beter verlopen. In wezen weten de lidstaten helemaal niet wat ze met Europa willen, en wordt ondertussen de bevolking tevreden gehouden met tamelijk doorzichtige pr-trucs als het 'Europa van de burger’ of een 'pact tegen de werkloosheid’. Van den Bossche: 'Terwijl het nog altijd zeer de vraag is wat Europa aan banen of welvaart heeft opgeleverd.’
Tijdens de IGC gaat het helemaal niet over de Europese Monetaire Unie. Onterecht, vindt Clemens Kool, hoogleraar aan de economische faculteit in Maastricht. 'Want juist omdat de Europese samenwerking zo moeizaam verloopt, moet je de EMU uitstellen.’ Zonder een vergaande politieke samenwerking zal de EMU leiden tot vreselijke sociale spanningen. Want terwijl de landen waar het economisch wat minder ging tot nu toe hun eigen munt konden devalueren om zo hun produkten aantrekkelijker te maken voor het buitenland, is er straks onder een gezamenlijke Europese munt nog maar één optie: je laat de lonen fors dalen. Of de werkloosheid loopt op. Kool: 'Dus komen er gigantische sociale spanningen. De enige manier om daar wat aan te doen, is een veel verdergaande politieke samenwerking. Waardoor het er op termijn, net zoals tussen de Nederlandse provincies, niet meer toe doet in welke regio wat verdiend wordt.’ Kool gelooft niet in de redenering van de vroegere commissie-voorzitter Delors dat als de EMU er maar eenmaal is, de politieke integratie vanzelf komt: 'De EMU kan net zo goed leiden tot een totaal uit elkaar spatten van Europa.’
DAN VERSCHIJNT meneer Marotta, Italiaan van geboorte en nu lid van het managementteam van Europol, ten tonele. Met een mengeling van afgrijzen en fascinatie schetst hij de drugsstromen over de wereldbol. Ze monden allemaal, hoe kan dat ook anders, in Europa uit. Van de opsporingsactiviteiten van Europol heeft 78 procent te maken met drugscriminaliteit, de overige 22 procent met het witwassen van gelden, gestolen auto’s en illegale migratie. Nee, het herstellen van de grenzen zou niet helpen, want de douane werd toch gewoon omgekocht. Het enige wat helpt is een veel sterker Europol. Alle lidstaten moeten dus snel het Europol-verdrag goedkeuren. Hij weet dat Europol geen Europese FBI mag worden, maar in de loop van de tijd gebeurt dat misschien wel 'want ons werk is onze beste promotie’. En ja, Europol doet ook aan gecontroleerde doorvoer en aflevering. Nee, over het Nederlandse drugsbeleid wil hij niets zegen, al is hij blij dat Nederland het beleid aan het 'reviseren’ is. 'Wij als Europol maken geen onderscheid tussen soft- en harddrugs, want softdrugs zijn immers net zo goed verboden.’
IETWAT WEEMOEDIG denkt Hanja Maij-Weggen terug aan de jaren vijftig. Toen betekende Europa zoveel als nooit meer oorlog. Tegenwoordig is er in Nederland op z'n best sprake van een 'welwillende onverschilligheid’. De vroegere minister van Verkeer en Waterstaat, nu aanvoerster van de CDA'ers in het Europarlement, heeft haar hoop gevestigd op de nieuwe Europese slagzin 'het Europa van de burger’. Maij: 'We moeten duidelijk maken wat Europa aan de burger te bieden heeft.’ En dat is een heleboel: dank zij de EU mag je in alle landen van de EU wonen (mits je eigen inkomsten hebt), in alle landen onderwijs volgen en in alle landen werken. En de Nederlandse vrouwen hebben het mooi aan Europa te danken dat ze tegenwoordig ook recht hebben op pensioen.
Ook Maij kan het niet laten: 'Weten jullie wel dat een derde van alle wetgeving uit Brussel komt? Maar er zijn tweehonderd parlementaire journalisten in Den Haag, en maar twintig Nederlandse journalisten in Brussel. En die moeten ook nog eens de Navo en België doen.’
Maar dan is de Euro-peptalk voorbij, en komt ook Maij met een litanie aan klachten. Het is natuurlijk 'absoluut van de gekke’ dat de grootste politieke gevechten in het Europarlement over de bocht in de bananen of het percentage cacao in chocola gaan. De lobbyisten in Brussel krijgen het steeds voor elkaar om juist die 'flauwekul’ op de agenda te zetten. En zelfs sommige Europarlementariërs raken de weg kwijt in de 22 verschillende besluitvormingsprocedures die er in Brussel zijn. Je weet eigenlijk nooit of een discussie van belang is voor het uiteindelijke besluit. Maij: 'Waarbij soms bij unanimiteit besloten moet worden of er bij unanimiteit besloten moet worden - je houdt het niet voor mogelijk.’
Met haar verhaal geeft Maij ongewild een treffend voorbeeld van wat misschien wel de belangrijkste oorzaak is van de desinteresse van de bevolking: het lijkt in het Europees parlement nooit te gaan over politiek-inhoudelijke verschillen. Waarom vertelt Maij niet hoe de christen-democraten bijvoorbeeld denken iets aan de asielzoekersproblematiek te doen? En waarin dat verschilt van de socialisten (samen maken zij de dienst uit in het Europarlement)?
De strijd binnen 'Europa’ gaat vooral over Europese instituties en wie het voor het zeggen moet hebben. En de scheidslijn loopt niet tussen partijen, maar tussen landen. En tussen het Europarlement en de Commissie enerzijds (meer macht voor Europa) en de Europese ministerraad anderzijds (soevereiniteit voor de lidstaten). Zoals alle Europarlementariërs is ook Maij vooral vol van dat laatste.
Nico Wegter, woordvoerder van Eurocommissaris Van den Broek, vindt het 'erg goed’ dat ook in Nederland de kritiek op Europa toeneemt. 'Want tot nu toe werden we genegeerd, dat is veel erger.’ Hij is een vrolijk man, al is daar weinig reden toe. 'Maakt u zich geen zorgen, ik zou de hele morgen kunnen vertellen over wat hier allemaal mis is.’ En: 'In het Verdrag van Maastricht is afgesproken dat we proberen een Europese identiteit te ontwikkelen, naast de nationale. Helaas moet je vaststellen dat er geen enkele politieke bereidheid is om het Verdrag uit te voeren.’
Eindeloos zijn de voorbeelden van hoe er door privé-belangen van een van de landen geen gemeenschappelijk buitenlands beleid van de grond kwam. Of het nou in Irak was of Joegoslavië, in Israel of Ruanda. Hij maakt zich weinig illusies. 'Zelfs als er een gemeenschappelijk buitenlands beleid komt, weten we dat we complementair zijn aan wat de regeringen op eigen houtje doen.’ En Nederland is daarin echt niet anders dan de rest. 'Want laten we eerlijk zijn, als het om drugsbeleid gaat, wil Nederland toch ook gewoon z'n eigen gang gaan? Daar accepteren we toch ook niet dat anderen ons hun wil opleggen? Nou dan. Europa is een Interessengemeinschaft, meer niet.’
Eurotaal
'Verbreding versus verdieping’: Verbreding staat voor uitbreiding van de Europese Unie met meer landen, verdieping staat voor zowel institutionele aanpassing (hoeveel commissarissen en leden van het Europees Parlement zijn er straks en hoe worden die over de landen verdeeld) als voor een inhoudelijke verdieping, in de zin van meer gemeenschappelijk beleid en meer macht voor de Europese Commissie (en het Europees parlement) ten koste van de nationale ministers.
Pijler: Er zijn binnen de Europese Unie drie 'pijlers’, drie beleidsgebieden, en bij iedere 'pijler’ hoort een eigen manier van besluitvorming. In de eerste pijler zit alles wat met de interne markt te maken heeft. Daarover wordt grotendeels bij meerderheid besloten. Het is communautair beleid. De tweede pijler bestaat uit het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB). De derde pijler bestaat uit gemeenschappelijk justitieel en binnenlands beleid. Over deze laatste twee pijlers hebben de Europese Commissie en het Europarlement niets te zeggen; het is intergouvernementeel beleid, de regeringsleiders en ministers maken de dienst uit.
Federaal: Ook wel communautair of supranationaal genoemd: besluitvorming die werkelijk wordt overgedragen aan de Europese Commissie en het Europees parlement, waarbij de nationale parlementen en de nationale ministers weinig tot niets te zeggen hebben.
Intergouvernementeel: Het tegenovergestelde van federaal. Landen behouden hun soevereiniteit en bekijken of ze op Europees niveau tot overeenstemming kunnen komen. Bij deze intergouvernementele besluitvorming wordt gewerkt met unanimiteit.