Europa als alibi de dictatuur van de vrije markt (slot)

Het moet van Europa.' Ziedaar de ultieme bezegeling van het noodzakelijke privatiseren, bezuinigen, terugtreden. In de laatste aflevering over de dictatuur van de markt: het Europese rookgordijn.Europa? Het zijn de misisters en regeringsleiders die de beslissingen nemen.‘
OF HET NU GAAT OVER bezuinigingen op de collectieve sector, over de privatisering van spoor en telecommunicatie of over saneringen bij het bedrijfsleven, er valt niets tegenin te brengen - want het moet van Europa. Maar wie verwacht dat progressief Nederland een discussie over dat neoliberale Europa entameert, heeft het mis. In vrijwel alle Europese landen bestaat er naast een nationalistische ook een progressieve 'nee-beweging’. Zo niet in Nederland. Of het moesten een paar marginale actiegroepjes zijn die wanhopig proberen enige discussie over Europa op gang te brengen.

Wie wil weten hoe Europa iedere ruimte voor progressieve politiek om zeep helpt, kan te rade gaan bij Ad Geelhoed, topambtenaar bij Economische Zaken en een van die reactionaire coryfeeën die vooral lid van de PvdA blijven omdat hun mening daar meer opvalt dan bij pakweg de VVD. Uit zijn bijdrage aan het zestiende Jaarboek voor het Democratisch Socialisme, ‘Maastricht en de Nederlandse sociaal-democratie’ valt nauwelijks anders te concluderen dan dat de PvdA zichzelf eigenlijk wel kan opheffen. Europa is een neoliberaal project, waarin de vrije markt geen middel is maar het expliciete doel. Het staat glashard in diverse artikelen van het Verdrag van Maastricht: nationale staten mogen geen beleid voeren dat de vrije markt beperkt. Alle openbare nutsbedrijven die in handen zijn van de overheden, moeten worden geprivatiseerd en vervolgens gaan concurreren; beschermende regelgeving is taboe en de toegenomen eoncurrentie zal er 'vanzelf’ voor zorgen dat werknemers veel minder eisen kunnen stellen. En met de komst van de Europese Monetaire Unie wordt de beleidsruimte nog verder aan banden gelegd. Wie vanaf 1999 wil meedoen met de EMU, mag geen financieringstekort hebben van meer dan drie procent, en de staatsschuld mag niet meer bedragen dan zestig procent van het nationaal produkt.
Die criteria betekenen dat de meeste Europese overheden keihard zullen moeten bezuinigen om toe te treden, om vervolgens hun begrotingsbeleid in te handen geven van de Europese Centrale Bank. Extra geld uitgeven voor werk- gelegenheidsbeleid ten tijde van economische recessie is dan bijvoorbeeld onmogelijk. Geelhoed verbaast zich er in zijn stuk over dat er binnen de PvdA vrijwel geen discussie is over 'Europa’. Om vervolgens, en dat maakt het artikel curieus, te betogen dat het Europese beleid nu eenmaal onvermijdelijk en onomkeerbaar is - en dat dat maar goed is ook, want economisch is het gewoon het beste heleid.
HET IS HET BEKENDE liberale vertoog: het kan niet anders, en het is nog het beste ook. Maar moet het werkelijk van Europa, of dient de Europese eenwording vooral als alibi, opdat een werkelijke discussie niet meer nodig is?
En trouwens, wie zijn Europa? Zijn dat niet de regeringsleiders en ministers die in eigen land ter verantwoording kunnen worden geroepen voor hetgeen ze samen afspreken? 'Er moet helemaal niets van Europa’, zegt sociaal-demo- cratisch Europarlementariër Alman Metten. 'Er bestaat niet zoiets als een Europese anonieme macht die iets oplegt. Het zijn de ministers en regeringsleiders die de beslissingen nemen. Zij verschuilen zich achter Europa, erg laf. Ze zouden moeten durven zeggen: wij hebben dat besloten, want wij denken dat dat het beste is.’
Metten was betrokken bij de totstandkoming van het Verdrag van Maastricht en de bijbehorende 'EMU-normen’. Metten: 'De toen nog twaalf ministers van Financiën waren het verregaand met elkaar eens, van welke politieke kleur ze ook waren. Ook als het voor het betreffende land betekende dat er enorm bezuinigd moest worden.’
De anonimiteit van de besluitvorming binnen de Raad van Ministers (stemmen zijn geheim, evenals de notulen) zorgt er blijkbaar voor dat de ministers, zodra zij in Europees verband bij elkaar zijn, afspraken kunnen maken die ze er op nationaal niveau nooit door zouden krijgen. 'En dat heeft natuurlijk ook te maken met de laksheid van de nationale parlementen’, zegt socialistisch Europarlementariër Wim van Velzen. 'Daarom proberen we nu als Europarlementariërs steeds zo goed mogelijk de Haagse fractie in te lichten over wat er tussen de Europese ministers besloten gaat worden, zodat zij de betreffende minister aan z'n jasje kunnen trekken voordat hij of zij naar Brussel afreist.’
Want bij gebrek aan Europese democratie moet het landelijke parlement de Europese besluitvorming controleren. De regeringen, ook de Nederlandse, interpreteren de EMU-normen veel te star, meent Metten. 'Het gaat om streefgetallen, je moet in de buurt zitten, een tijdelijke overschrijding mag best. Maar dat zeggen de regeringen er natuurlijk niet bij, want ze willen de vakbonden onder druk houden. Die mythe van de strakke EMU-normen moet snel uit de wereld.’
Bovendien betekenen de EMU-normen helemaal niet automatisch dat er bezuinigd moet worden, al willen veel politici graag die indruk wekken. Metten: 'Je kunt de staatsschuld en het financieringstekort ook heel goed omlaag brengen door de belastingen te verhogen. Frankrijk doet dat ook.’
CRITICI VAN HET neoliberale beleid zouden zich niet zo snel in de luren moeten laten leggen als er geschermd wordt met 'Europa’, vindt Metten. Zoek eerst maar eens uit of het werkelijk moet van Europa. Neem de privatisering van nutsbedrijven zoals spoorwegen, telecommunicatie en energievoorziening. 'Dat is in Europees verband nog helemaal niet uitgekristalliseerd, maar ondertussen privatiseert Nederland er op los. Dat heeft niets met Europa te maken maar met een ideologische trend.’ En met eigenbelang, voegt Mettens collega Frits Castricum daar aan toe. 'Als klein land heeft Nederland belang bij het openstellen van de Europese markt. De post, de spoorwegen, het wegvervoer krijgen een enorme markt tot hun beschikking. Het kan het bedrijfsleven en de regering niet snel genoeg gaan.’
Tegelijkertijd voeren zij Europa op als boeman. Zo krijgen degenen die niet profiteren van die fantastische grote exportmarkt, het idee dat er nu eenmaal niets te kiezen valt, dat het ’t lot is. Voor zover Europa slechts als alibi dient, is het de vraag waarom het de tegenstanders van vergaande libera- lisering zo slecht lukt dat alibi door te prikken. En waar Europa inderdaad tot een neoliberaal beleid dwingt, is het de vraag waarom links het project Europa niet ter discussie stelt.
Het heeft allemaal te maken met gebrek aan zelfvertrouwen. Allereerst is men als de dood om geassocieerd te worden met de rechtse, nationalistische kritiek op Europa. Maar bovendien, o paradox, is 'Europa’ voor links ook een laatste reddingsboei. Want door de vrije Europese binnenmarkt, die er in een onbewaakt ogenblik is gekomen, is het steeds moeilijker om op nationaal niveau politiek te maken. Wie de vrije markt nog enigszins in milieuvriendelijke en sociale zin wil bijsturen, zal het van gezamenlijke Europese afspraken moeten hebben, zo redeneren zowel GroenLinks als de PvdA.
Europarlementariër Wim van Velzen: 'In de jaren die cruciaal waren voor de aard van de Europese eenwording, verkeerde links in totale verwarring door het zogenaamde gelijk van rechts. Daardoor kon Europa kritiekloos het Europa van de grote ondernemers worden. Je probeert dus in feite iets te repareren dat in opzet al fout is.’
Thijs Wöltgens, ex-fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer en nu bezig met het schrijven van de nieuwe uitgangspunten voor de PvdA, heeft een droom. ,Europa is een prachtige, en in feite ook de enige kans om de verzorgingsstaten overeind te houden. Europa is immers als handelsblok zo groot dat ze de terms of trade kan bepalen. Europa kan zeggen: wij houden rekening met het milieu, met arbeidsomstandigheden, wij houden een behoorlijke verzorgingsstaat in stand. En produkten die in landen gemaakt zijn waar ze dat allemaal niet doen, komen er bij ons niet in. Nederland is daarvoor te kIein, maar als Europa kun je dat doen.’
Tot zo ver de droom. Wöltgens: 'Maar de praktijk is dat Europa het neoliberalisme heeft verinnerlijkt. Dat Europa niet gebruikt wordt om samen mooie doelen te verwezenlijken, maar dat de Europese landen juist tegen elkaar op concurreren, dat er een race is om de belastingen en de collectieve uitgaven te verIagen, een race die juist ten koste gaat van de verzor- gingsstaat, de werkgelegenheid en het milieu. Als je geen onderlinge afspraken maakt, betekent een interne markt alleen maar hardere concurrentie. Ik geef toe dat de huidige ontwikkelingen weinig aanleiding geven tot optimisme.’
Er is immers geen enkele reden om aan te nemen dat het machtsevenwicht dat op nationaal niveau een sociale en milieuvriendelijke politiek onmogelijk maakt, op Europees niveau opeens anders zou liggen. Het doel van de Europese interne markt was ooit om beter te kunnen concurreren tegen Japan en de Verenigde Staten. Maar de grap is dat de leden van Europese Unie vooral handel drijven met elkaar. Slechts twintig procent van de export vindt plaats naar landen buiten de Europese Unie. Het is daarom eigelijk niet meer dan logisch dat de leden vooral elkaar beconcurreren, in plaats van met een prachtig sociaal- en milieubeleid de boze buitenwereld te lijf te gaan.
Wöltgens: 'Ik hoop nog steeds op de geschiedenis als pendelbeweging. Misschien dat Onze Lieve Heer ingrijpt, of opa Marx, of dat er in de hoofden van mensen iets verandert…’
Eenzelfde ambivalentie speelt bij de vakbeweging. De sociale uitdaging voor Europa heet de FNV-brochure die een paar maanden geleden verscheen. Iedere alinea ademt de klem waarin de vakbeweging zich bevindt: we mogen niet nega- tief zijn over Europa, want het is onze enige hoop en het project is al zo wankel, maar tegelijkertijd is Europa zoals dat nu vorm krijgt, een en al ellende. Om even later weer te verhalen hoe fantastisch het is dat er tegen- woordig Europese ondernemingsraden mogelijk zijn, en dat grensarbeiders meer rechten hebben dank zij Europa. 'Daar is veel inzet voor nodig, overtuigings- kracht, belangenbehartiging, machtsuitoefening, strijd. ’ FNVvoorzitter Stekelenburg: 'Europa heeft wat werkgelegenheid betreft nog niets opgeleverd en legt een grote druk op het sociale beleid, maar we moeten erg voorzichtig zijn met kritiek. Onze achterban is toch al uitermate sceptisch over Europa, en voor je het weet slaat de stemming om en is ieder draagvlak voor Europa weg.’
Een paar jaar geleden heette het nog dat Europa dank zij de interne markt dusdanig aan concurrentiekracht zou winnen dat dit miljoenen banen zou opleveren. Maar de werkIoosheid nam juist toe, tot bijna twintig miljoen mensen. Maar de FNV houdt hoop. Vijftien miljoen nieuwe banen voor het jaar 2000 moet mogelijk zijn, stelt genoemde brochure. In Nederland komen er jaarlijks honderdduizend banen bij , op een bevolking van zestien miljoen inwoners. Europa heeft als totaal 320 miljoen inwoners, dus twintig keer zoveel. Extrapoleer de Nederlandse resultaten naar Europa en er komen jaarlijks twee miljoen banen bij, dat is in ieder geval acht miljoen voor het jaar 2000. Zou Europa alles op alles zetten, dan is het dubbele misschien best te halen.
Stekelenburg: 'Maar de brochure werd natuurlijk wel geschreven voor de recessie in Duitsland en de algehele teruggang van de economische groei. Inmiddels loopt overal de werkloosheid juist weer op.’ Terwijl vakbondsleden de bezuinigingen voor de kiezen krijgen die nodig zijn vanwege de EMU-normen, maakt Johan Stekelenburg deel uit van de promotieclub van de Euro, de nieuwe Europese munt die over een jaar of zes z'n intrede doet. Wie dat wil begrijpen, moet niet bang zijn voor wat monetaire theorie. Jarenlang heeft de vakbeweging ingestemd met loonmatiging, om daarmee de concurrentiepositie van Nederland op peil te houden. Maar wat deden landen als Italië, Griekenland en Spanje? Zij devalueerden gewoon hun munt, waardoor hun produkten voor het buitenland aantrekkelijker werden. Weg voordeel voor het Nederlandse bedrijfsleven en de Nederlandse werkgelegenheid. De vakbeweging ziet de EMU daarom vooral als de kans om dergelijke devaluaties onmogelijk te maken. Bovendien is de vakbeweging het er eigenlijk wel mee eens dat de staatsschuld en het financieringstekort omlaag moeten. Het is immers de werknemer die via de belastingen de rente moet opbrengen voor dat tekort, dus heeft de werknemer belang bij het omlaag brengen ervan, aldus de brochure. Steke- lenburg: 'Die EMU-normen geven een enorme druk op de kwaliteit van voorzieningen, maar in de kern zijn we het wel eens met het beleid.’
UITERMATE KORTZICHTIG, vindt de econoom Robert Went de opstelling van de vakbeweging. 'Ten eerste zijn die devaluaties van marginaal belang voor de Nederlandse economie, omdat we veel meer handel drijven met landen als Duitsland dan met Portugal of Griekenland. En waarom staart de vakbeweging zich in vredesnaam zo blind op de concurrentiepositie van Nederland in het buitenland? Voor de werkgelegenheid is de binnenlandse vraag en dus de koopkracht veel belangrijker. Want de werkgelegenheid zit bij het midden- en kleinbedrijf, niet bij de exportgeoriënteerde industrie. En om die koopkracht op peil te houden moet je dus niet bezuinigen.’
Ook in dit opzicht is enig egocentrisme de vakbeweging trouwens niet vreemd. In Nederland zal de pijn immers meevallen, aangezien Nederland niet ver afzit van de EMU-normen. Maar zou het niet van internationale solidariteit getuigen om vanwege de ellende die de EMU met zich mee zal brengen in Frankrijk, in Spanje, België, Italië, toch als Nederlandse vakbeweging tegen te zijn? Stekelenburg: 'Er heeft ons nooit een dergelijk verzoek van de collega’s in andere landen bereikt.’
De Amsterdamse econoom Michael Krätke verbaast zich over de eensgezindheid over de EMU-normen. 'Natuurlijk is de economie gediend bij gezonde overheidsfinanciën en voor landen die nu nog potverteren, zijn die normen misschien nuttig. Maar een economie als de Nederlandse, waar de overheidsfinanciën keurig op orde zijn, is helemaal niet gediend bij het nog verder terugdringen van de overheidsuitgaven. Voor de Nederlandse economie is het nu juist belangrijk dat er meer geïnvesteerd wordt.’
Dat past precies in de redenering van Wöltgens, zoals hij die neerlegt in zijn laatste boek, De Neezeggers. Toch is Wöltgens voor de EMU. 'Niet om economische redenen, maar zo'n gezamenlijke munt lijkt me een erg goed middel tegen herlevend nationalisme. Dat in de aanloop daarnaartoe alle landen verschrikkelijk moeten bezuinigen, neem ik dan maar op de koop toe.’
Maar die EMU-normen gelden toch niet alleen de komende jaren - ook als de Monetaire Unie eenmaal een feit is, kunnen landen boetes krijgen of er zelfs uitgegooid worden als ze de normen overschrijden? Wöltgens: ’ Ik hoop dat als de EMU er eenmaal is, het gezonde verstand zal zegevieren en dat de landen dan gezamenlijk besluiten dat het bestrijden van de werkloosheid belangrijker is dan het doen dalen van het financieringstekort. Je moet altijd blijven hopen, nietwaar?’.
OOK GROENLINKS is niet tegen de EMU, noch tegen de criteria waaraan de landen moeten voldoen om toe te kunnen treden, noch tegen de liberalisering van de Europese markt. In een nota pleiten het Tweede-Kamerlid Sipkes en Europarlementariër Nel van Dijk slechts voor het vertragen van de inwerkingtreding van de EMU, om zo de lidstaten meer tijd te geven aan de normen te voldoen. GroenLinks wil nu eenmaal een realistische partij zijn. Sipkes: 'We hadden ook een hele nota kunnen schrijven over de gevaren van Europa en wat er allemaal mis is, maar dat leek ons niet vruchtbaar.’ Met als gevolg dat het Bolkestein is die de discussie over Europa aanvoert en dat die discussie daardoor opnieuw in reactionair vaarwater terecht komt. Of dat niet zuur is? Sipkes: 'Wij willen ook de discussie aanzwengelen, alleen wel genuanceerd.’ Dus pleit GroenLinks voor een anti-discriminatiebeginsel in de Europese grondwet en meer macht voor het Europees parlement.
Europarlementariër Van Velzen heeft zijn hoop gevestigd op het nieuwe Europe- se verdrag, dat ergens volgend jaar z'n beslag moet krijgen. Er wordt tenslotte voor het eerste serieus gepraat over een Europees werkgelegenheidsbeleid. Van Velzen: 'Niet eens omdat men dat werkelijk belangrijk vindt, maar omdat de burgers zich van Europa dreigen af te wenden. En die burgers heb je, zeker in landen waar de Europese verdragen onderwerp zijn van referenda, hard nodig.’
Paul Kalma, directeur van het wetenschappelijk bureau van de PvdA: 'Links heeft het idee: “De EMU moet, Europa moet, maar er moet een sociale dimensie bij.” Terwijl de discussie zou moeten gaan over de vraag of de EMU de ruimte voor sociale politiek niet op voorhand blokkeert, of de EMU niet per defi- nitie de weg vrijmaakt voor een sterk marktgeoriënteerde politiek.’
HET ONTBREEKT aan een internationalistisch georinteerde kritiek op Europa. Dat zie je ook in Duitsland, waar de SPD onder aanvoering van Lafontaine een discussie over Europa op gang bracht, maar wederom met nogal chauvinistische argumenten, zoals verlies van de eigen munt. Een van de concrete gevolgen van de ene Europese markt is dat het goederenvervoer verdubbelt, met alle gevolgen voor het milieu van dien. Het doel van de vrije Europese markt is immers dat goederen daar gemaakt worden waar dat het goedkoopste kan, om ze vervolgens overal in Europa naar potentiële klanten te vervoeren. Ter stimulering van dat vervoer hebben de Europese verkeersministers het grootste investeringsplan uit de geschiedenis opgesteld: als het aan de regeringen ligt, wordt de komende jaren 800 miljard gulden besteed aan extra wegen en hogesnelheidslijnen.
Hoewel het officieel gaat om een gezamenlijk plan, is het in feite een optelsom van nationale plannen, waarmee de landen hun concurrentiepositie ten opzichte van de andere lidstaten proberen te verbeteren. Nederland is niet het enige land dat met Betuwespoorlijn, uitbreiding van Schiphol en Rotterdamse Haven die race probeert te winnen. En juist de vakbeweging en de sociaal-democraten in het Europarlement zijn groot voorstander van deze transeuropean networks. Jawel, er moeten naar verhouding wat minder wegen komen en wat meer spoorlijnen, maar het investeringsplan als zodanig vindt men fantastisch. Maar gelukkig voor het milieu en voor natuurgebieden als de Alpen en de Pyreneeën, is die 800 miljard er eenvoudig niet.
Olivier Hoedeman van de Europese milieuorganisatie Aseed: 'Sociaal-democraten zijn verblind door de werkgelegenheid die investeringen in infrastructur tijdelijk opleveren. Publieke werken, dat is keynesiaans, dus goed.’ Verschillende Europarlementariërs noemen de transeuropean networks als typisch voorbeeld van hoe 'Europa’ best samen kan gaan met progressieve politiek. Hoedeman: 'Alsof overheidsinvesteringen automatisch links zijn! Overheidsinvesteringen die rechtstreeks ten goede komen aan het bedrijfsleven passen natuurlijk perfect in het neoliberale stramien.’
Het standpunt van de milieubeweging over het extra transport dat Europa genereert, is duidelijk, maar als het gaat over de Europese eenwording als geheel staat de milieubeweging voor dezelfde dilemma’s als de vakbeweging. Want die ene Europese markt is er nu eenmaal, en vrijwel elk landelijk milieubeleid strandt sindsdien op het argument 'slecht voor de concurren- tiepositie’. Hoedeman: 'Dus is de verleiding groot om dan maar te pleiten voor meer macht voor een Europese overheid, om de negatieve gevolgen van die vrije markt nog enigzins in toom te houden.’ Aseed is een van de organisaties die het initiatief hebben genomen voor een 'tegentop’ tijdens de Eurotop in 1997 in Amsterdam. In de hoop dat er dan eindelijk een fundamentele discussie in Nederland op gang komt over Europa.