Wat doet Bush met ons?

Europa-Amerika Hoe nu verder?

Voor de verkiezingen leek iedereen het erover eens: een overwinning van Bush zou de betrekkingen tussen Amerika en Europa niet ten goede komen. In de weken na Bush’ zege wordt in transatlantische organen dus voortdurend de vraag gesteld: hoe verder? Aantekeningen uit het denktankcircuit.

WASHINGTON – Met lichtjes in de ogen leest Radek Sikorski nog eens de tekst van het inmiddels beruchte omslag van de Engelse Daily Mirror voor. «Hoe konden 59.054.072 mensen zo DOM zijn? U.S.’ verkiezingsramp: pagina’s 2, 4, 6, 7 en 11». Het publiek lacht mee met de gisse Pool, die zich voor de gelegenheid in driedelig heeft gestoken. Twaalf jaar geleden was hij, 28 jaar, in Polen staatssecretaris van Defensie en later van Buitenlandse Zaken. Tegenwoordig is hij directeur van het Nieuwe Atlantische Initiatief van het American Enterprise Institute (AEI), een denktank in Washington die de afgelopen vier jaar veelvuldig het oor van de president wist te vinden. Ook Sikorski heeft toegang tot de macht: de ochtend na de verkiezingen interviewde hij staatssecretaris van Defensie Paul Wolfowitz, een roemruchte havik in de kelders van het Pentagon (zie pagina 14).

Op de bijeenkomst op het AEI, kort na de verkiezingen, kan Sikorski er geen genoeg van krijgen. Voor het zich verkneukelende publiek vertaalt hij een hele reeks citaten uit Europese kranten, waaronder een hoofdredactioneel commentaar uit Die Tageszeitung: «Deze verkiezing is een unilaterale actie. De hele wereld hoopte op een overwinning van John F. Kerry.» En zelfs: «Bush behoort voor een oorlogstribunaal, niet in het Witte Huis.» Er volgt verontwaardiging, maar met een vrolijke grondtoon.

«Wir wählen wen wir wollen»; het is de stemming die heerste na de Oostenrijkse verkiezingen van 1992, toen ex-nazi Kurt Waldheim tot president werd gekozen. Verkeerde vergelijking. In 2001 markeerde juist zo’n vergelijking het dieptepunt in de betrekkingen tussen Amerika en Europa. De Duitse minister van Justitie vergeleek de methoden van Bush met die van Hitler. Door de halfslachtige excuusbrief van Schröder zou het niet meer goed komen tussen de Amerikaanse president en de bondskanselier.

Over de relatie met Chirac maakt al helemaal niemand zich nog enige illusies, ook niet na de verkiezingen van 2 november. Bij de viering van de Entente Cordiale, drie weken geleden, verklaarde Chirac tegenover de BBC dat de wereld er sinds de oorlog in Irak niet veiliger op is geworden: «Er is zonder twijfel een toename van het terrorisme waarneembaar.»

Ook Bush lukt het nog niet, ondanks het charmeoffensief dat hij heeft aangekondigd, om over zijn antipathie jegens enkele Europese leiders heen te stappen. Vooral de Spaanse premier Jose Luis Zapatero vormt een probleem voor de schone lei waarover Bush vlak na zijn overwinning sprak. Zapatero heeft direct na zijn verkiezing de Spaanse troepen uit Irak teruggehaald en weigerde zelfs eens ostentatief om op te staan bij het hijsen van de Amerikaanse vlag. Begin november heeft hij tot maar liefst vier keer toe, zo verklapten Spaanse diplomaten, tevergeefs geprobeerd de Amerikaanse president telefonisch te feliciteren. Om het aangekondigde charmeoffensief niet al meteen vast te laten lopen, nodigde Bush vervolgens het Spaanse koninklijke echtpaar uit om het belangrijke Amerikaanse feest Thanksgiving te vieren op zijn ranch in Texas. Zelfs dat verliep niet zonder problemen. Terwijl Spaanse journalisten doorgaans de ongeschreven regel in acht nemen «koninklijke» gesprekken niet te openbaren, lekten de conversaties die de koning met Bush senior en junior voerde direct uit naar de Spaanse regeringsgezinde krant El País. Tot overmaat van ramp zit het lek waarschijnlijk in het kantoor van Zapatero zelf, aangezien Juan Carlos hem vanuit Amerika dagelijks op de hoogte hield.

Toch probeert de tweede regering-Bush een andere koers te varen. De verdeel-en-heers politiek, in de afgelopen regeerperiode vooral gevolgd door Donald Rumsfeld, moet plaats maken voor openlijke steun aan de Europese eenwording. Want juist een sterk Europa kan, tenminste in potentie, helpen in oorlogen als die tegen het terrorisme. Zelfs bij het AEI wordt voor een «hernieuwde dialoog» gepleit. Sikorski: «Ik vind dat we de angst van Europeanen dat de VS de integratie van Europa actief zullen ondermijnen, moeten tegengaan. Er zou een topconferentie moeten komen met 32 landen. Eigenlijk zou er eens een transatlantisch verdrag moeten worden opgesteld tussen de nieuwe EU en de VS.»

Natuurlijk willen ook diplomaten «de kanalen open houden». Dat is hun werk, zowel op openbare als op besloten bijeenkomsten in de hoofdstad van de westerse wereld. Daar wordt veel gladgestreken. Maar de noodzaak wordt ook in toenemende mate gevoeld elkaar de waarheid te vertellen. De rad pratende buitenlandbeleidexpert Hulsman van de conservatieve Heritage Foundation: «Er wordt momenteel op cocktailparty’s veel te veel gejokt, waardoor er in beleidskringen een al te rooskleurig beeld bestaat over de transatlantische relatie. Vrienden dienen elkaar de waarheid te zeggen.»

Een jonge Europese topdiplomaat vertelt dat het op besloten bijeenkomsten niet anders gaat: «Europeanen hier maken het zichzelf te gemakkelijk. Als een minister of premier op bezoek komt, worden er etentjes georganiseerd met meestal bevriende, op Europa gerichte Amerikanen, vaak dus Democraten. Er wordt dan voor de balans ook wel een hardcore Republikein uitgenodigd, maar wanneer die eenmaal begrijpt dat hij helemaal alleen staat, vraagt hij misschien alleen nog voorzichtig naar de Leonardo-tentoonstelling in de National Gallery. Daar heb je verder niets aan, terwijl zo iemand wel de enige is met werkelijke invloed.» Republikeinse Amerikanen hebben het gevoel dat ze het toch niet goed kunnen doen. In hun ogen heeft de regering-Bush de politieke onderhandelingen aan de VN overgedragen omdat Europa dat wilde, is de soevereiniteit al vroeg aan Irak overgedragen omdat Europa dat wilde, worden er snel verkiezingen georganiseerd en is Bush naar de VN gegaan om een nieuwe resolutie op te stellen over de naoorlogse situatie, alleen omdat Europa dat wilde. «Het is met de transatlantische relatie volgens mij helemaal niet zo slecht gesteld als de hoofdcommentaren van Le Monde doen geloven», zegt de topdiplomaat, «maar het is wel erger dan hardnekkige transatlantici als jullie De Hoop Scheffer denken.»

Jaap de Hoop Scheffer mag zich de eerste buitenlandse gast in het Witte Huis noemen na de verkiezingen. In New York verklaart hij dat er sprake is van een «perception gap». Om die belevingskloof te overbruggen dienen Europeanen zich beter bewust te zijn, aldus De Hoop Scheffer, van de dreiging van het mondiale terrorisme. De Amerikanen hoeven van hem niets te doen. De oorlog in Irak is een uitgelezen mogelijkheid voor Europeanen om te tonen dat ze de perception gap willen opheffen. In Washington, enkele dagen later, zegt Carl Bildt, de voormalige premier van Zweden en VN’s speciale afgezant voor de Balkan, dat hij ook een kloof waarneemt, maar niet alleen in de beleving van veiligheid: «Deze verkiezingsuitslag is niet gunstig, maar ook zonder een tweede termijn-Bush is het oude transatlantische verbond uit het tijdperk 1948-’89 verdwenen. En het zal niet weerkeren. De echte vader ervan was Stalin, niet de gemeenschappelijke waarden waar iedereen het over heeft. Het is in Europa al niet politiek handig meer om je te vereenzelvigen met de Amerikaanse president. Chirac en Schröder hadden dat op tijd door. Zelfs Berlusconi zal dat nog eens hardhandig ondervinden. Gesimplificeerd: Europa ziet zichzelf als een continent in vrede, terwijl Amerika meent dat het in oorlog is. In Europa gaat het sinds de val van de Muur om het bouwen van vrede door het delen van soevereiniteit met de naburige regio. Dat is fundamenteel anders dan in Amerika waar de 2001-agenda wordt gevolgd, zeker nog tot 2008: oorlogen proberen te winnen door het uitoefenen van wat Amerika beschouwt als zijn soevereine rechten op een mondiale schaal. Europeanen willen daar niet aan, ook niet in de komende jaren. Wij ontberen daarvoor – gelukkig maar – die merkwaardige mix van angst en zelfverzekerdheid die dit land domineert.»

Philip H. Gordon, Washingtons belangrijkste Europa-watcher en auteur van het onlangs verschenen Allies at War, is somber: «De schade aan het meest succesvolle verbond uit de geschiedenis zou wel eens permanent kunnen zijn. Er zou best eens een nieuwe wereldorde kunnen komen waarin het concept ‹Westen› niet langer bestaat.»

Karen Donfried, een Republikeinse werkzaam op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, ziet het niet zo donker. Ze zegt tijdens een van de vele bijeenkomsten: «We steggelen over de middelen, maar de zorgen zijn opvallend overeenkomstig: massa vernietigingswapens, failed states, terrorisme. En laten we het niet overdrijven: toen Ronald Reagan president was, woonde ik in Duitsland. Het is vaker gebeurd dat een Amerikaanse president werd gehaat in Europa. Daarmee is nog niet alles over onze relatie gezegd. We delen nog altijd de belangrijkste waarden.»

«Onzin», repliceert de gezaghebbende correspondent van Le Monde Patrick Jarreau. Hij twijfelt aan het bestaan van die gemeenschappelijke waarden waarmee politici zo vaak hun transatlantische verhaal beginnen. «Kijk eens naar de verschillende manieren van aids bestrijding. Of neem de gays, guns and God die de verkiezingen hebben beslist. Kom daar niet om in Europa. Amerika lijkt in een eigen wereld te leven, met zijn eigen waarden. En realiseer je wel: volgens veel Europeanen vormt Amerika een groter gevaar voor de wereldvrede dan Osama bin Laden.»

Ook aanwezig is Steve Biegun, die tot vorig jaar een belangrijke post bezette in de Veiligheidsraad. Hij is de hele tijd stil, maar nu gaat het hem te ver: «Ik vind het nogal meevallen met die verschillen in waarden. Neem de doodstraf. De meerderheid van Europa is daar voor, maar ja, helaas wordt Europa nog altijd geregeerd door weinig democratische elites. Gek genoeg spelen die elites wel in op onderbuikgevoelens als het om Amerika gaat. Om aan de macht te blijven zeggen ze de meest vreselijke dingen over Bush. Andersom gebeurt dat niet.» Biegun is de Amerikaanse evenknie van De Hoop Scheffer: Europa is aan zet, niet Amerika.

Ook buitenlandspecialist Walter Russel Mead, in de Nederlandse dagbladen uitgebreid aan het woord gekomen om zijn laatste boek te promoten, herhaalde direct na de verkiezingen zijn aanbevelingen voor Europa: het continent moet radicale economische hervormingen ondergaan, het defensiebudget fors verhogen, Turkije erbij halen, serieus werk maken van de integratie van immigranten en gewoon meer kinderen maken. «Europa moet echt naar zichzelf kijken», aldus Mead, «want als er vandaag wereldwijd een onomstreden trend is waar te nemen, dan is het wel de gestage ondergang van Europa’s invloed in de wereld. Zolang de vijf punten die ik noem niet serieus worden genomen, zullen Amerikanen in de eenwording van Europa niet de opkomst van een nieuwe supermacht zien, maar de angstige pogingen van passagiers op de Titanic, die dichter tegen elkaar aan kruipen terwijl het schip zinkt.»

Radek Sikorski kan het evenmin laten Europa van advies te voorzien: «Na deze verkiezingsuitslag moet Europa echt ophouden met zeuren over Irak. Get over it! Buig je eens serieus over problemen in de eigen achtertuin, waar duidelijke Europese verantwoordelijkheden liggen: Oekraïne, de Balkan, de Europese grondwet.»

Is er dan niets wat Amerika moet doen om de relatie te herstellen? Sikorski blijkt ambivalent: «Ik zei al: openlijker de eenwording van Europa toejuichen. Maar tegelijk moeten de VS heldere veiligheidsrelaties aangaan met bondgenoten die bewezen hebben vrienden in nood te zijn. Dat is kosteneffectief, want die landen kunnen voor troepen in Irak zorgen. Tegelijk is dat strategische verzekeringspolitiek, voor het geval anti-Amerikanisme toch de motor wordt van verdere eenwording. Als Chirac zijn zin krijgt.»De Duitse diplomaat Rolf Nikel weet wel wat Amerika moet doen. Hij verwoordt een veel gehoorde mening onder Europeanen: «Amerika moet ons vaker te hulp roepen als het om overleg en diplomatie als instrumenten van conflictbeslechting gaat. Daar zijn wij immers veel beter in.»

De Amerikaan Michael O’Honlon, van het voorname Brookings Instituut, gelooft er niet in: «De verdeling die nu aan het ontstaan is tussen de twee enige globale partners van belang, Europa en Amerika, vind ik niet gezond. Je kunt niet zeggen: Amerika wint de oorlogen waarna Europa de vrede zal bewaren. Alsof dat een reële arbeidsverdeling is. Bovendien is dat zogenaamde vrede handhaven natuurlijk een illusie. Het doet het goed op grote vergaderingen van bureaucraten, maar daar is alles mee gezegd. Neem Congo. Daar zitten tienduizend blauwhelmen. Binnenkort komen er vijfduizend bij. Dat is een lachertje. Heb je dat land wel eens op de kaart bekeken? Louter symboolpolitiek. Ook in Afghanistan gaat het ronduit slecht. Daar maken we er allebei een potje van. En daar geldt geen excuus, want die oorlog wilden jullie ook. Europa moet dus niet zo’n grote mond hebben over Irak. Dit is niet de tijd om te steggelen over de gemeenschappelijkheid van waarden; laten we onze gemeenschappelijke belangen helder voor ogen houden, die betreffen een paar werkelijk cruciale kwesties. Neem kernmacht Pakistan. Dat land mag koste wat kost niet in elkaar klappen. Als we dat toestaan, kunnen we net zo goed zeggen dat Hitler alsnog Europa mag hebben. Echt, dat is geen overdreven vergelijking.»

Het Israëlisch-Palestijnse conflict, zo blijkt tijdens alle gesprekken, is voor de Europeanen de lakmoesproef voor een beter Amerikaans buitenlandbeleid. Voor Amerikanen zijn dat de Europese onderhandelingen met boevenstaat Iran, over de ontwikkeling van kernwapens.

Carl Bildt over het Israëlisch-Palestijnse conflict: «Blair heeft deze week genoegen genomen met een te slappe toezegging van Bush. Irak kan niet zonder Israël. Er worden hier voortdurend vergelijkingen gemaakt met Duitsland tussen 1945 en ’50. Maar er is een fundamenteel verschil. De West-Duitsers waren destijds natuurlijk, net als de Irakezen, niet blij met de bezetting, maar de Duitsers zagen de Amerikaanse bezetter toch als een beschermende buffer tegen aartsvijand Sovjet-Unie. In Irak is het tegenovergestelde aan de gang: daar zien de Iraakse burgers hun bezetter als handlanger van hun aartsvijand Israël. Dus zolang Bush Israël niet nadrukkelijk en openlijk veroordeelt, of onder druk zet, al is het symbolisch, is er geen enkele reden tot optimisme over de oorlog in Irak.»

De Amerikaan Hulsman verdedigt Blair: «Dat poedelgedoe slaat nergens op. Veel Europeanen realiseren zich niet dat hij, en hij alleen, erin is geslaagd Bush na de val van Bagdad alsnog naar de VN te laten gaan. Maar hij kan dat natuurlijk niet roepen omdat hij dan bij Bush aan invloed inboet.»

Als het over Iran gaat, valt de Duitse diplomaat Rolf Nikel uit zijn rol van professionele gladstrijker: «Als Amerika op dit moment met Iran rond de tafel zou zitten, waren alle landen gemobiliseerd om voortdurend hun steun uit te spreken. Nu wij daar zitten, heerst er onder Amerikanen louter scepsis. Laten we eerlijk zijn: wat had Amerika beter gedaan dan wij in die onderhandelingen? Vertel me dat eens!»

Hulsman: «Prima. Europa mag ons best harder aanspreken op ons belachelijke beleid in zake Iran. Wij zeggen: die lui zijn evil, dus praten we niet met ze. Als je zo redeneert, praten we in de toekomst alleen nog maar met Canada. Jullie moeten ophouden bondgenoten van stompzinnigheid te beschuldigen. Als een Amerikaan het met iemand oneens is, noemt hij hem evil. Als een Europeaan het met je on eens is, noemt hij je stom. Daar moeten we vanaf, net als van dat idiote idealisme dat er de af gelopen jaren bij de Amerikaanse regering in is geslopen, en waar Europa al veel langer last van heeft. Inmiddels weten we allemaal dat ‹Do something!› de gevaarlijkste woordcombinatie is in de buitenlandse politiek. En ja, Iran is belangrijk, natuurlijk, net als het Pa lestijnse vraagstuk. Maar even belangrijk is momenteel dat we een fatsoenlijke regeling treffen voor de vrijhandel. De wereld kan zich geen tweede Doha permitteren. De hypocrisie van Amerika en Europa ten opzichte van de rest van de wereld wordt dan zo groot dat al-Qaeda een punt heeft. Dat kan niemand zich veroorloven. Ik vraag me wel eens af of dit werkelijk tot onze beide continenten is doorgedrongen.»