Groot lijken tegenover de VS

Europa heeft «elefantiasis»

In heel Europa wordt aanhoudend gescholden op de Verenigde Staten. Wat zou er mooier zijn voor Europa dan eindelijk bevrijd te zijn van de dwang van het imperialistische Amerika? In hun politieke kleinheid hebben Europeanen zo hun eigen methodes ontwikkeld om groot te lijken.

Steeds weer horen we dezelfde riedel over Amerika. Dat het imperialistisch is, gevaarlijk en overmoedig, dat de VS geen democratie meer zijn, en dat Washington de wereldorde heeft verbrijzeld. Welke wereld orde trouwens? Toch niet die van de VN, die zelfs volgens secretaris-generaal Kofi Annan onmachtig is?

Luid schelden op Washington: Europa schijnt er niet genoeg van te kunnen krijgen. Talloze grammofoonnaalden van de Europese media zijn erdoor in een groef terechtgekomen waar ze zonder geweld niet meer uit komen. Want dit schelden en stoom afblazen voorziet in een breed scala van behoeften. Eigen frustraties op tal van gebieden kunnen comfortabel worden afgewenteld op de misdadige Bush-clan. Sommige politici hebben hun hele bestaan zelfs aan de Irak-oorlog te danken. Gerhard Schröder zou al lang weer sales manager van Volkswagen zijn als zijn ferme «nee» tegen Washington — en de overstroming van de Elbe — hem in 2002 niet het politieke leven had gered. En in Frankrijk, waar de regering zelfs een wat warme zomer al niet aankan, gaat president Jacques Chirac in ieder geval nog in eigen land door voor een internationaal staatsman in zijn confrontatie met Washington. Hij zou echter nooit zo ver zijn gegaan als hij door de Duitse steun niet verder was voortgestuwd dan hij meestal gaat in zijn betrekkingen met de VS.

Ook in Nederland is hetzelfde afleidingsmechanisme volop aan het werk. Ons land mag dan niet vol zijn, we hebben wel een overdaad aan columnisten. Voor hen is Bush een godsend, een reddende engel, naast Mabel Wisse Smit, wier vermogen om de publieke aandacht van hoofdzaken af te leiden evenmin onderschat mag worden.

Eindelijk bevrijd te zijn van de dwang van het imperialistische of ten minste hegemoniale Amerika: wat zou er mooier kunnen zijn voor een Europa dat daarvoor nog even gauw een paar kleinigheden, zoals de eigen veiligheid, moet organiseren? In Nederland mag die Amerikaanse tirannie nog wat zwak worden bespeurd, in Duitsland krijg je met de leus «Niet langer een Amerikaanse vazallenstaat!» tienduizenden mensen de straat op. In ons land pleit nog slechts een enkele verwarde columnist voor een nadere aansluiting van Nederland bij Frankrijk. Zelfs onze «nationaal publicist», Paul Scheffer, is daarmee inmiddels opgehouden, nadat hij ons dat jaren met klem had aanbevolen.

Kanselier Schröder zelf heeft in de korte tussentijd ervaren dat het politieke bestaan in de binnenzak van een Franse president ook geen lolle tje is, al was het maar omdat je dan alle tournures van draaierig Parijs wel erg direct aan den lijve ondervindt. De Frans-Duitse vriendschap, wil die in stand blijven, vereist nu eenmaal afstand tussen de partners, alleen al vanwege de grote verschillen in belangen.

Dat Fransen op basis van het cartesianisme meesters zijn in politieke wendingen is in het verleden maar al te vaak gebleken. Het logge Duitsland is per definitie niet zo wendbaar op het gladde ijs van de internationale politiek. Bovendien kan een EU zich maar één Frankrijk permitteren. Wat president Mitterrand begin jaren negentig in de oorlog in Bosnië presteerde, kan geen enkele andere West-Europese politicus hem nadoen. Eerst riep Mitterrand luid dat het pacificerende karwei in Bosnië een zaak van de EU was en dat Washington zich er buiten moest houden. Niet lang daarna, toen ook de Franse soldaten al aan de Bosnische lantaarnpalen waren vastgebonden, knipte hij met zijn daarin geoefende vingers en riep op hoge toon naar Washing ton dat het nu moest komen helpen. President Clinton deed het nog ook, niet om Bosnië, maar ter wille van het voortbestaan van de Navo, die op springen stond.

Kort na deze Amerikaanse redding konden Europeanen weer hun kritische hart ophalen aan het zogeheten ondeugdelijke akkoord van Dayton, dat inmiddels wel een eind had gemaakt aan het bloedvergieten. Aan gotspe heeft het Europa nooit ontbroken. In hun politieke kleinheid hebben Europeanen zo hun eigen methodes ontwikkeld om groot te lijken.

Een treffend voorbeeld van deze «elefan tiasis» is te vinden in België, dat tot voor kort de wereldrechtbank inzake schending van mensenrechten waar ook ter wereld wilde spelen. Een land dat nogal wat problemen heeft met een fatsoenlijke rechtspraak in eigen land kan altijd uitwijken naar de wereld om de eigen reputatie op te vijzelen, zonder dat het de binnenlandse toestanden hoeft te verbeteren. De Belgische regering is er pas mee opgehouden toen dit wat erg veel schadeposten met zich mee bleek te brengen inzake de relaties met bevriende mogendheden.

Ook Irak is voor de geestelijke volks gezondheid in Europa geen gezonde zaak. Het tast het gezichts- en oordeelvermogen aan, vooral het besef van afhankelijkheidsverhoudingen. Maar wanneer je ziet dat zelfs de enige supermacht na een half jaar nog niet eens een democratie in een land als Irak heeft weten te vestigen, dan heb je als Europeaan toch ook minder last van je gevoelens van onmacht? In Europa denk je dan al gauw dat je niet alleen wijzer bent dan die domme Amerikanen, maar ook nog dat je sterker bent dan in werkelijkheid blijkt. Want hoe snel in de toekomst zal de EU nog eens met de vingers proberen te knippen om de aandacht van Washington te trekken, wanneer er weer een ramp in de wereld is uitgebroken waar Europa betrekkelijk machteloos tegenover staat? En dan maar hopen dat Washington ons nog hoort.

Weinigen in Europa realiseren zich dat het, na deze door hen vermaledijde periode van Amerikaans unilateralisme, niet echt voor de hand ligt dat er een periode van multilateralisme zal volgen maar eerder een van relatief isolationisme van het type waarvoor Bush al koos bij zijn aantreden in 2001. Pas na «9/11» heeft hij zijn afkeer van Clintons interventionisme opgegeven. Het is een illusie te denken dat we, wanneer Bush c.s. weggestemd zouden zijn, terug kunnen gaan naar het oude bondgenootschap. Er is nooit een weg terug en nu, na alle conflicten over en weer, zeker niet. Als de Navo deze crisis mede door een Nederlandse stuurman al overleeft, dan zal het toch een geheel ander soort alliantie zijn.

Hoe om te gaan met deze meer of minder hegemoniale supermogendheid? Dat blijft dan nog steeds een open vraag voor Europa. Waar blijft de altijd zo creatieve Duitse minister Joschka Fischer van Buitenlandse Zaken? In de afgelopen maanden hoorden we geen woord uit zijn mond over dit juist voor Duitsland zo belangrijke vraagstuk. Ook premier Blair heeft daarop geen antwoord kunnen geven.

Karel van Wolferen suggereert in zijn boek De ondergang van een wereldorde (zie ook De Groene Amsterdammer van 20 september) een nieuw bondgenootschap van de EU met China, India en Brazilië als tegenwicht tegen de VS in een multipolaire wereld. Dat is een gedachte waarin tijd en eeuwigheid niet uit elkaar worden gehouden. Een multipolaire wereld met een mooi evenwicht: hoe mooi mag zoiets schijnen? Maar terug naar de werkelijkheid: waar zijn de andere polen en waar zou het evenwicht op kunnen berusten?

Een groot kenner van de internationale politiek als de Fransman François Heisbourg schreef hierover in The Financial Times van 4 juni: «Multipolariteit is niet alleen een reactief en defensief maar ook een onrealistisch concept, aangezien er geen zicht is op een stabiele opkomende pool tussen China, Rusland, India en Frankrijk. Voor elk van deze landen zijn de betrekkingen met de VS belangrijker dan wat ook. En nog serieuzer, het concept van multipolariteit verdeelt de EU en verwoest elk perspectief van het beminde doel in Parijs een Europese grootmacht te worden.»

Toch zal Europa binnenkort de draai moeten maken van een negatieve relatie met de VS (met schelden, zichzelf veel wijzer en superieur achten, struisvogelpolitiek en wat niet meer) naar een vorm van positieve samenwerking die natuurlijk niet mag lijken op een vazallenverhouding, maar ook niet mag laboreren aan de Franse ziekte die de naam draagt van De Gaulle.

Een wereld zonder de imperialistische VS schijnt niettemin voor velen aantrekkelijker te zijn. Maar wie moet dan in een noodsituatie zijn gewicht in de schaal leggen wanneer er weer massaal gemoord wordt? Meer massa slachtingen als die in Rwanda in 1994, toen de Clinton-regering uit het raam keek en er de voorkeur aan gaf niet in te grijpen? Madeleine Albright heeft er nog nachtmerries van. The Financial Times schreef onlangs: «De enige dreiging die van Amerika uitgaat, is niet over-exertion van zijn invloed over de hele wereld maar under-exertion. Europeanen zouden die uitkomst wel eens minder gunstig kunnen vinden dan de huidige situatie.» De Franse expert Dominique Moïsi had hetzelfde al eerder gezegd met andere woorden: «Zonder de militaire superioriteit van de VS zou de wereld een veel gevaarlijker plek zijn.» Wie nog meer in West-Europa zou zo’n regel neerschrijven zonder maren en mitsen? Of, om nog verder te gaan: wie realiseert zich dit basisgegeven van de wereldpolitieke verhoudingen, nu we — voorlopig? — op een totaal andere toer zijn gegaan?

Opmerkelijk ook voor Nederland dat zo verslaafd lijkt te zijn aan de eindeloze herhalingen van de Bush-stukjes met zelfs bijna dezelfde zinnen. NRC Handelsblad schijnt er een sport van te maken om twee redacteuren op één pagina ongeveer hetzelfde te laten schrijven. Het kan schijnbaar nooit te veel zijn. De glijbaan in de Nederlandse meningsvorming staat heel democratisch voor iedereen klaar: je kunt zonder enige weerstand steeds maar weer van boven naar beneden roetsjen. Wie roept er deze dagen: «Dat heb ik toch al eens gehoord of gelezen?»

De tegenstemmen zijn uiterst schaars of afwezig. Aan de mogelijkheden tot zelfbevrediging lijkt geen eind te komen. En niemand lijkt op de vraag te komen: wordt het niet eens tijd dat we zelf met ideeën komen over de situatie in het voor ons zo nabije Midden-Oosten waar die domme, arrogante Amerikanen zo in vastgelopen zijn? De EU heeft haar nauwe relaties met de «democraat» Arafat recent nog eens herbevestigd. Daar kan het toch niet bij blijven?