>Interview Bronislaw Geremek

«Europa heeft twee longen nodig»

Bronislaw Geremek was een der architecten van de afbraak van het communisme in Polen en de toetreding van dat land tot Navo en Europese Unie. Bij de Europarlementsverkiezingen komende week staat hij kandidaat voor de Unia Wolnisci (Vrijheidsunie) die zich wil aansluiten bij de liberaal-democratische fractie, waartoe ook VVD en D66 behoren.

WARSCHAU — «Een historicus van de Middeleeuwen is natuurlijkerwijs een slaaf van zijn eigen keus», dat weet hij al lang. De mediëvist Bronislaw Geremek (1932) heeft deze slavernij niettemin omgezet in een grote betrokkenheid bij de publieke zaak hier en nu. Professor Geremek is zelfs een van dé persoonlijkheden uit het Poolse openbare leven in de twintigste eeuw. Dit politieke leven kreeg kleur toen hij in 1968, uit protest tegen de inval van het Warschaupact in Tsjecho-Slowakije, voor zijn lidmaatschap van de Poolse communistische partij bedankte. In augustus 1980 werd hij adviseur van Lech Walesa, leider van de vrije vakbond Solidarnosc, en auteur van het uit 1981 daterende politieke programma van Solidarnosc. In april 1989 leidde hij namens de oppositie de politieke kant van de onderhandelingen (Ronde Tafelconferentie) met de toenmalige regering. Dankzij zijn compromissen kwam in Polen de weg vrij voor een vreedzame overgang naar democratische verhoudingen. Nadat in juni 1989 deels vrije verkiezingen werden gehouden, was hij jarenlang lid van het parlement. Maar zijn grootste triomf beleefde Geremek tussen 1997 en 2000 als minister van Buitenlandse Zaken: in maart 1999 trad Polen toe tot de Navo.

Na zijn afscheid als minister is Geremek internationaal actief gebleven. Hij werkte mee aan de Laeken Declaratie van 2001, op grond waarvan de Europese Conventie in het leven werd geroepen. En hij is lid van twee adviesgroepen van voorzitter Prodi van de Europese Commissie. Bovendien bekleedt hij aan het College of Europe in Warschau de leerstoel Geschiedenis van de Europese Beschaving. Bij de verkiezingen voor het Europarlement in juni staat hij kandidaat voor zijn politieke partij De Vrijheidsunie. Als hij wordt gekozen, is een cirkel rond. In Straatsburg zal Geremek zich dan een weg moeten banen door vlaggenmasten die zijn geproduceerd op de befaamde scheepswerf van Gdansk, de bakermat van Solidarnosc.

De Poolse dichter en Nobelprijswinnaar Czeslaw Milosz zei: «In moeilijke tijden moet je de ambassadeur van de dromen zijn.» Is met de toetreding van Polen een droom verwezenlijkt?

Bronislaw Geremek: «Als historicus ben ik gewend om veeleer in termen van eeuwen dan van decennia te denken. In geschiedenis maken we zelden versnellingsmomenten mee. Ik was er heilig van overtuigd dat aan het communistische tijdperk ooit een einde zou komen, maar niet dat het nog tijdens mijn eigen leven zou gebeuren. Op 1 mei 2004 is niettemin een einde gekomen aan de opdeling van het continent in twee vijandige politieke blokken. De Europese hereniging is niet alleen een grote kans voor de tien nieuwe lidstaten, ze versterkt ook de positie van de Europese Unie in de wereld en brengt de volgende uitbreidingsrondes dichterbij.»

Voor veel Europeanen was de val van de Berlijnse Muur in november 1989 het begin van het einde van het communistische tijdperk. Is dit beeld juist?

«De oprichting van de vrije vakbond Solidarnosc op de scheepswerf in Gdansk in augustus 1980 was de genesis van de Europese hereniging. Toen al vielen de eerste stenen uit de Berlijnse Muur. Toen generaal Jaruzelski in december 1981 de staat van beleg uitriep, sympathiseerde de westerse publieke opinie met ons. Ook Nederland, met de vele hulptransporten en de steun van de vakbonden onder leiding van de latere premier Wim Kok. Het jarenlange geweldloze verzet van de Polen leidde uiteindelijk tot het akkoord van april 1989 over een vreedzame overgang naar vrije markt en democratie. Reeds in september 1989 installeerde Tadeusz Mazowiecki, de eerste niet-communistische premier in Midden- en Oost-Europa na de Tweede Wereldoorlog, zijn regering. Met enige bitterheid en verbazing moet ik constateren dat deze ervaringen uit ons historisch bewustzijn aan het verdwijnen zijn. Dit zeg ik niet om zelf lof te oogsten, maar omdat we hier te maken hebben met een element van de Europese creativiteit: de strijd van burgers voor hun vrijheid!»

Als Polen geen lid van de Navo was geworden, dan had de EU nog lang gedelibereerd over wel of niet uitbreiden?

«Er bestaat een nauwe relatie tussen het lidmaatschap van de Navo en de EU. Na de omwenteling van 1989 bleken de westerse politieke elites geheel onvoorbereid op de nieuwe situatie. Hun houding vonden we teleurstellend. Het Navo-lidmaatschap in 1999 verschafte Polen pas het felbegeerde gevoel van veiligheid.»

Moskou dacht er anders over. «Rusland moet zich ermee verzoenen, maar dwing ons niet hiermee blij te zijn», aldus toenmalig premier Jevgeni Primakov.

«Sterker nog. Premier Primakov was faliekant tegen ons lidmaatschap. Gaandeweg veranderde hij echter van mening. Daarvoor heb ik waardering. Onze toetreding tot de Navo heeft de verhouding met Rusland positief beïnvloed.»

Het Westen schrijft Polen vaak russofobie toe. Is Rusland nog steeds een bedreiging?

Bronislaw Geremek: «De herwonnen onafhankelijkheid was voor Polen een uitdaging om zich met zijn traditionele vijanden — Duitsland en Rusland — te verzoenen. Met Duitsland is dit nu vergevorderd. De contacten tussen de Poolse en Duitse jeugd legden een fundament daarvoor. Ook de economische en politieke samenwerking heeft zijn uitwerking niet gemist. Het verzoeningsproces met Rusland is minder voortvarend verlopen. De oorzaak is allereerst een rekening uit het verleden. Rusland heeft lang zijn verantwoordelijkheid voor de Katyn-moorden (in 1940 werden, onder meer in de bossen van Katyn bij Smolensk, meer dan twintigduizend gevangengenomen officieren, politieambtenaren en intellectuelen door de geheime dienst NKVD geëxecuteerd — evdbm) ontkend. Pas toen in 1990 president Michail Gorbatsjov de Russische verantwoordelijkheid erkende en Boris Jeltsin in 1992 aan de Poolse president Lech Walesa de originele documenten overhandigde, zette geleidelijk een dooiperiode in.

Men dicht de Polen inderdaad wel eens russofobie toe. Niets is minder waar. Ierland of Griekenland is niet direct geïnteresseerd in Rusland. Polen is dat wel. Polen heeft een democratisch buurland nodig. Want de ervaring leert dat het gebrek aan democratie in Rusland een bedreiging is voor zowel het Russische volk zelf als voor andere naties. Simpele Realpolitik is kortzichtig. Met enige ongerustheid bespeur ik in de huidige Russische politiek imperiale elementen, en niet uitsluitend in het optreden van president Poetin maar ook onder politici die onder Jeltsin een rol speelden. In Rusland is sprake van een diepgewortelde antinomie tussen despotisme en vrijheid. Het despotisme manifesteert zich aan de kant van de staat, de vrijheid aan de kant van de cultuur en het geestelijk leven. Een ontmoeting tussen beide is nu meer dan gewenst opdat de politieke macht er het beste van de Europese en de Russische traditie kan overnemen.»

Rusland wil vooralsnog geen lid van de EU worden, Turkije wel. Gaat dat gebeuren?

«De EU heeft het besluit over het Turkse lidmaatschap nog vóór onze toetreding genomen. Het is belangrijk de gedane belofte gestand te doen. Als de toelatingscriteria van Kopenhagen voor de nieuwe lidstaten gelden, dan voldoet Turkije, ondanks de geboekte vooruitgang, nog niet volledig aan de eisen over de democratische principes en mensenrechten. De definitieve beslissing zal eind dit jaar vallen. Als dit besluit positief uitvalt, zal dat een geweldige impact hebben op de onderlinge relaties tussen het Westen en de Arabische landen. Het zal de situatie in de hele wereld positief beïnvloeden. Mocht het besluit echter negatief uitvallen, dan zal het effect even sterk zijn maar dan in negatieve zin. Het is een riskante beslissing. Maar als je de geschiedenis van het Europese integratieproces in ogenschouw neemt, dan merk je dat een houding aangeduid als ‹het risico van vertrouwen› altijd goed heeft gefunctioneerd. Zie bijvoorbeeld het risico dat Robert Schuman nam met de relaties tussen Frankrijk en Duitsland. Hetzelfde geldt voor de huidige uitbreiding: het tegenover de nieuwe lidstaten gevoerde beleid van ‹het risico van vertrouwen› loont.»

«We hebben één Europa, nu de Europeanen nog», zei u ooit in een parafrase op een Italiaanse vrijheidsstrijder uit de negentiende eeuw. Maar hoe krijgen we die Europese identiteit?

Bronislaw Geremek: «Europeanen moeten antwoorden op vragen die Paul Gauguin als titel aan één van zijn schilderijen gaf: ‹Waar komen we vandaan? Wie zijn we? Waar gaan we heen?› De weg naar de Europese gemeenschap is mede gevormd door christelijke tradities. Voltaire, niet bepaald een liefhebber van God, benadrukte de rol van het christelijke erfgoed voor de Europese cultuur. Tijdens zijn bezoek aan Polen in 1979 heeft paus Johannes Paulus II een profetische uitspraak gedaan. Om te kunnen ademhalen heeft Europa twee longen nodig: die van het Westen en die van het Oosten. Europa kenmerkt zich door religieus en cultureel pluralisme. Maar binnen deze diversiteit kan wel degelijk een bindende factor worden gevonden: een diepgeworteld gevoel van menselijke waardigheid, waar zowel christendom als humanisme van doordrongen is. Op dit fundament kan Europa een stelsel van gemeenschappelijke waarden definiëren dat nooit zal mogen resulteren in een beleid van uitsluiting.»

Joseph Conrad schreef in zijn politieke essay ‹Autocracy and War› in 1905: «De problemen van de beschaafde wereld worden veroorzaakt door het gebrek aan een gemeenschappelijk overlevingsprincipe, dat abstract genoeg is om als prikkel te kunnen fungeren en dat praktisch genoeg is om internationale activiteiten te kunnen ontplooien ter indamming van particuliere ambities. Als het niet bestaat dan zou het door iemand moeten worden bedacht.»

«Conrad, deze Poolse romanticus die een voortreffelijke Engelse schrijver werd, beschreef een diepe waarheid. Europa functioneert niet alleen op economische basis. Halverwege de negentiende eeuw droomde Victor Hugo al van de oprichting van de Verenigde Staten van Europa. Hij wilde het Amerikaanse model niet na-apen maar vond dat Europa haar eigen identiteit moest ontwikkelen. Volgens de grote Franse historicus Braudel zijn de volgende waarden kenmerkend voor Europa: grote gehechtheid aan politieke vrijheden, ‹enige mate› van broederschap en respect voor menselijke waardigheid. Een radicale openheid naar anderen zal voor Europa wellicht het beste overlevingsprincipe blijken te zijn.»

De Poolse dichter Zbigniew Herbert, die in de jaren tachtig enorme invloed had op het verzet tegen de communisten, vroeg zich indertijd af «of de van haar geschiedenis bevrijde mensheid niet gelukkiger zou zijn». Kan Europa, wil het overleven, om zijn historisch bewustzijn heen?

«Herbert schaart zich aan de kant van de Franse dichter Paul Valéry, die beweerde dat geschiedenis soms het denken over de toekomst kan vergiftigen. Maar dit vergif beschermt ons wel tegen andere ziektes en heeft een positieve invloed op ons afweersysteem. De grootste uitdaging is de Europese gemeenschapszin te stoelen op een gemeenschappelijk historisch bewustzijn. Dat is onontbeerlijk voor de verdere ontwikkeling van Europa. Om dit te bereiken, moet de Europese educatie van jonge generaties de allerhoogste prioriteit krijgen. Maar niet alleen de universitaire opleidingen vereisen onze aandacht. De huidige kennis van Europa onder de brede lagen van de bevolking laat nog veel te wensen over.»

In het jaar 1000 werd de Romeinse keizer Otto III door de Poolse vorst voor de Synode in Gniezno uitgenodigd. Wat heeft Polen anno 2004 Europa nog te bieden?

Bronislaw Geremek: «Polen heeft belangrijke historische ervaringen. Zoals vierhonderd jaar samenwerking binnen de Pools-Litouwse Unie (van de veertiende tot de achttiende eeuw — evdbm). De Eerste Republiek Polen stond bekend om haar multi-etnische karakter en godsdienstvrijheid. Polen brengt een sterk Europees gevoel met zich mee. Het belang ervan wordt door de EU zelden gewaardeerd. Men denkt dat Amerika een belangrijkere partner of mecenas van Polen is dan Europa. Wij waarderen de Atlantische samenwerking en we zouden wensen dat de herformulering ervan de alliantie tussen Amerika en Europa zou versterken in plaats van verzwakken. In de twintigste eeuw hadden we Amerika nodig, in de 21ste eeuw geldt hetzelfde. Maar het zou goed zijn als ook de Verenigde Staten zich zouden realiseren dat zij Europa nodig hebben. Verschillen zijn een natuurlijk verschijnsel. Maar de eenheid van het Westen, als gemeenschap van waarden en belangen, zou moeten worden hersteld.

Polen is bovendien geïnteresseerd in de naaste oosterburen van de EU. Het is in het Poolse belang dat de relaties tussen de EU en Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland zo sterk mogelijk zijn. Dit betekent overigens niet dat deze landen het EU-lidmaatschap in het vooruitzicht moet worden gesteld. Rusland wil voorlopig geen lid van de EU worden. Op vragen die niemand stelt, moet je geen antwoord geven. Oekraïne heeft wel die aspiratie. De reactie hierop zou niet negatief moeten zijn, dat zou immers de hoop van het Oekraïense volk vernietigen.»

Er is meer dan de EU. Joseph Conrad schreef in 1905: «Laten we hopen dat een werkelijk vreedzame wereld op minder broze fundamenten dan economische belangen zal worden gebouwd. We moeten echter toegeven dat het stedenbouwkundige ontwerp van deze wereldstad onze verbeelding nog steeds te boven gaat en dat de op het bouwterrein aanwezige jungle nog niet verwijderd is.» Is de bouwput van de VN bijvoorbeeld nog schoon te vegen?

«Het VN-systeem functioneert niet goed. Maar momenteel beschikken we niet over een ander systeem waarbinnen een gezamenlijk vredesbeleid ontwikkeld zou kunnen worden. Een hervorming, ook van de Veiligheidsraad, is onontbeerlijk. Volgens mij moet deze zich niet alleen concentreren rond de uitbreiding en de samenstelling van de Veiligheidsraad. Het gaat hier om een fundamentele kwestie: het aanwijzen van mensenrechten als referentiekader, dat het nu nog geldende oorspronkelijke kader, de soevereiniteit van staten en naties, zou moeten vervangen. Het feit dat een land waar mensenrechten worden geschonden de voorzitter van de Commissie van de Mensenrechten levert, bewijst dat het systeem niet deugt. We hebben een ethische index nodig, hetzij door een aanvulling op het Handvest, hetzij door het aannemen van nieuwe documenten. Het is niet voldoende te constateren dat de VN een organisatie van alle landen is. Het moet de VN ergens om te doen zijn!»