Dringend geboden: een nieuw ‘idee Europa’

‘Europa kan nog steeds een voorbeeldrol spelen’

Oud-premiers en andere leiders troffen elkaar deze week in Parijs op een conferentie over Europa. Volgens Reinhard Bütikofer is de eenwording in gevaar door een falend economisch beleid. En dat terwijl Europa nog steeds zoveel aan de wereld heeft te bieden.

‘De nieuwe Zieke Man van Europa: de Europese Unie’, kopte het gerenommeerde onderzoeksinstituut Pew onlangs zijn jaarlijkse verslag van de staat van de Unie. Niet eerder nam het vertrouwen van de burgers in het Europese project zo steil af als in het afgelopen jaar, vooral in Frankrijk en de zuidelijke lidstaten. De ‘idee Europa’ lijkt gewoon niet meer te werken. Op de bevolking van Duitsland na, hoewel de steun voor de EU ook daar afkalft, keert de meerderheid van de burgers in de onderzochte landen zich nu tegen verdergaande eenwording. ‘Het streven naar een verenigd Europa is het voornaamste slachtoffer van de eurocrisis’, concludeert Pew, een Amerikaans instituut, uit zijn periodieke enquête in acht EU-landen.

De Duitse politicus Reinhard Hans ­Bütikofer, een veteraan in De Groenen, legt de uitkomst van het onderzoek uit als een teken van de weerzin van Europeanen tegen het economische beleid. ‘Dit is het politieke gevolg van het falen van het dogma van het neoliberalisme in Europa’, zegt hij. Jaar in, jaar uit krijgen de Europeanen van hun leiders te horen dat het spoedig beter zal gaan, hoewel in werkelijkheid de economie bijna overal krimpt en de werkloosheid stijgt. Onder de jeugd in de zuidelijke lidstaten dreigt werkloosheid eerder regel dan uitzondering te worden. In een gezamenlijk opiniestuk in de International Herald Tribune schreven de sociaal-democratische politici Jacques Delors en Gerhard Schröder dat daarmee een sociale tijdbom onder de samenleving is gelegd. De Fransman Delors, oud-voorzitter van de Europese Commissie, en de Duitser Schröder, voormalig premier, herhaalden die waarschuwing deze week in Parijs op een conferentie van het Berggruen Instituut over de toekomst van Europa.

Een project dat onderweg de steun van de burgers verliest komt onherroepelijk in de gevarenzone, zegt Bütikofer over de impact die het falende beleid op de Europese Unie kan hebben. Bütikofer, oud-voorzitter van De Groenen in Duitsland, is een oudgediende in de Europese groene beweging. Hij is nu delegatieleider van de Duitse Groenen en voorzitter van de Europese Groene Partij, het samenwerkingsverband van de groene partijen in de EU. Hij begon zijn politieke loopbaan in 1988, als gemeenteraadslid van Heidelberg.

Bütikofer is zijn geloof in ‘de idee Europa’ allesbehalve verloren. Integendeel, het historische succes in de bestendiging van de vrede in Europa en de bevordering van de welvaart is ongeëvenaard, zegt hij. ‘Vergelijk het Europa van veertig jaar geleden met dat van nu. Zuchtten Spanje, Portugal, Griekenland en het Oostblok begin jaren zeventig onder een dictatuur, nu is de democratie gemeengoed in heel Europa. Je zag in Joegoslavië begin jaren negentig wat er kan gebeuren als we die les van de geschiedenis vergeten.’

Dat maakt het perspectief van een mislukking van de eenwording des te dreigender, zegt Bütikofer, en een alternatief beleid des te meer noodzakelijk. ‘In de tijd dat het IJzeren Gordijn er hing, fungeerde de Europese droom nog als een gids voor de politiek van eenwording. We wisten precies wat het alternatief was, daar in het Oostblok, met die dictatoriale regimes. De geschiedenis heeft ons nu bevoorrecht met het grote geluk van dat ene Europa, vrij, vredig en democratisch. De droom is dus werkelijkheid geworden en daarmee is hij tegelijkertijd een deel van zijn verleidelijkheid kwijt. Voor mijn kinderen, tussen twintig en 25 jaar oud, is dat ene Europa business as usual. Dat is geen zwakheid, integendeel, het is het bewijs van het succes van het Europese project. Er is iets gebeurd wat altijd gebeurt als een droom uitkomt en de werkelijkheid niet zo mooi blijkt als het ideaal. Dan word je de nasty details gewaar, zoals wanneer jouw grote geliefde eindelijk het bed met je deelt en ’s nachts blijkt te snurken. Is dit nu het einde van de Europese geschiedenis? Is dit nu alles wat er is? Zo is Europa ook zijn heldere idee van wat er nog komen moet kwijtgeraakt.’

Zo verklaart u de verminderde aantrekkingskracht van de Europese idee?

‘Dit is niet de enige verklaring. Ook de veranderde relatie met de rest van de wereld is van belang. Europa dacht eeuwenlang de navel van de wereld te zijn. Het vocht zijn oorlogen niet alleen op het continent maar in vele regio’s van de wereld. Het gedroeg zich alsof het ’t van God gegeven lot was de meester van de wereld te zijn, of op z’n minst dat lot met de Amerikanen te delen. Dat is snel aan het veranderen, in zijn nadeel. Europa heeft nog geen realistisch antwoord op de verschuivende krachtsverhoudingen in de wereld. Ik denk dat dit onvermogen er nog zwaarder inhakt als het om de verzwakking van de idee Europa gaat. Toen wij ons met de pro-Europeanen in De Groenen, onder wie Jürgen Trittin en Daniël Cohn Bendit, vóór de euro uitspraken, verwachtten we dat een gezamenlijke munt Europa zou helpen om de markt te reguleren en tot een eerlijk spel te dwingen. De ervaring van veel mensen is evenwel dat die ene Europese markt hen juist allesbehalve beschermt tegen de krachten van de globalisering en hen er eerder aan overlevert. Het wordt dus met de dag urgenter om te bezien hoe het Europese ideaal met al zijn verworvenheden stand kan houden in de nieuwe internationale verhoudingen.’

Elk politiek systeem zal in een crisis komen als de kloof tussen de behoeften van de burgers en de mogelijkheden deze te vervullen steeds groter wordt. Dat is nu wat je in Europa ziet gebeuren.

‘Laten we ook onze zegeningen tellen. Ergens in An Inconvenient Truth spreekt Al Gore de sleutelzin “All it needs to change policies is political will and fortunately will is a renewable resource.” Dat politieke wil veranderlijk is zie je ook in de taboes die ten langen leste in de EU sneuvelen. Lange tijd was een belasting op financiële transacties, al in 1987 door de Duitse Groenen voorgesteld als de Tobintaks, onbespreekbaar. Zo’n belasting was luchtfietsen, dagdromen. Nu is het de overheersende overtuiging in de politiek dat er zo’n belasting moet komen. Lange tijd was het ook onmogelijk kapitaalhandel transparant te maken. Het bankgeheim was heilig. Nu zijn Oostenrijk, Luxemburg, Zwitserland opeens wél bereid mee te werken en ontstaat er Europese druk op belastingparadijzen, waaronder Nederland.

Een strengere controle van de banken door een Europese bankunie is evenmin een nieuw idee. Dat circuleerde al veel langer, bij mensen die toen al doorgrondden dat de financiële deregulering monopolisten van de banken maakte die hun wensen konden dicteren aan de regeringen en de reële economie. Nog jaren na het uitbreken van de crisis hielden sommige regeringen, waaronder de mijne, vast aan het oude dogma van non-interventie en staken ze miljarden euro’s in de redding van de banken, zonder adequate controle in ruil te verlangen. Dat is nu ook aan het veranderen. De politieke wil om nieuwe politiek te voeren groeit dus.’

Veel Europeanen zien de euro zelf als de grootste bedreiging van welvaart en vrede, door het economisch beleid dat de gezamenlijke munt noodzakelijk maakt. Hoe maken we van de euro weer een belofte in plaats van een bedreiging?

‘Niet door de idee van een gezamenlijke munt zelf los te laten, wel door een andere politiek te voeren. Waren de protagonisten van het neoliberalisme bij het uitbreken van de crisis even aan de verliezende hand, nu hebben ze zich gehergroepeerd rond de nieuwe slogan van austerity, met een understatement ook wel budgettaire of fiscale discipline genoemd. In de praktijk is dat bezuinigingsbeleid een beleid van economische krimp gebleken. Austerity über Alles, dat werkt niet. Dat wordt inmiddels wereldwijd door ongeveer iedere econoom en politicus erkend, met uitzondering van enkele Europese leiders. Nederland, Finland, Oostenrijk, Duitsland zijn de voornaamste boosdoeners.

De ironie is dat de Duitse regering het eigen recente verleden verdonkeremaant door de rest van Europa die compromisloze bezuinigingspolitiek op te dringen. Toen de coalitie van de spd en De Groenen onder Gerhard Schröder tien jaar geleden de arbeidsmarkt flexibiliseerde, was ze niet zo stom om tegelijkertijd een extreme bezuinigingspolitiek te voeren. Integendeel, ze pleitte voor minder strenge Europese ­begrotingseisen. Dat was wijze politiek. Anders had Duitsland het geld niet om zonder al te grote sociale gevolgen die noodzakelijke hervormingen van de arbeidsmarkt door te voeren.’

En nu verlangt het van de rest van Europa, Griekenland, Italië, Spanje en Frankrijk voorop, dat het zwaar bezuinigt en ook nog eens de arbeidsmarkt hervormt, de verzorgingsstaat decimeert en de pensioenen verlaagt.

‘Duitsland paste daar zelf voor toen het soortgelijke hervormingen op stapel zette, anders zouden die ongetwijfeld zijn gestrand. Sterker nog, toen mijn land na het Lehman-debacle de crisis het hoofd moest bieden, financierde het de steun aan de automobielindustrie met schuld en maakte het tijdelijke arbeidstijdverkorting mogelijk met schuld. Bedrijven konden hun mensen op de loonlijst houden zonder dat er werk voor hen was, opdat ze bij het aantrekken van de economie direct over goedgetraind personeel konden beschikken. Ook die maatregel is gefinancierd met schuld. Dat alles heeft het land geen windeieren gelegd. En nu? Nu beveelt de Duitse regering de rest van Europa te doen wat zij toen bewust naliet. Dat is onacceptabel.’

Met hun bezuinigingspolitiek zijn de Europese overheden leidend in het creëren van werkloosheid en economische krimp.

‘Sommige politiek is zó slecht dat zelfs het tegendeel niet juist is. Het is misleidend om te zeggen dat het alternatief simpelweg een beleid van rücksichtslos uitgeven, uitgeven, uitgeven is. Dat recept is evenmin de oplossing. In het verleden neigden regeringen wel tot overbesteding om het zichzelf gemakkelijk te maken. De lasten waren van later zorg. Domweg schuld op schuld stapelen is géén sociale politiek.

Ik sta een andere groeipolitiek voor, naar het voorbeeld van de stimulering van het gebruik van duurzame energie en grondstoffen in Duitsland. Dat is echt een succesnummer. Die enorme vooruitgang in de afgelopen tien jaar is niet gefinancierd met overheidsgeld, niet met geld van grote bedrijven, maar met geld van consumenten. Specifieke financieringssystemen stellen gemiddelde burgers in staat hun eigen ondernemer in duurzame energie te worden. Private spaargelden worden omgezet in functioneel kapitaal en zo is een nieuwe groeidynamiek aangejaagd. Europa kan vergelijkbare processen in gang zetten door bijvoorbeeld met een heffing het juiste, dus hogere prijskaartje aan kooldioxide te hangen. Dat zou een flinke bonus opleveren voor iedere ondernemer, klein of groot, die investeert in energiebesparing.’

In Nederland voeren de sociaal-democraten samen met de VVD de neoliberale politiek van bezuinigen en terugdringen van de verzorgingsstaat uit.

‘Daar zie je de ideologische zwakte van traditioneel links. Tegenover sociaal-democraten die zich uitleveren aan liberalen staan in Frankrijk socialisten die verliefd zijn op de oud-keynesiaanse politiek van klakkeloos uitgeven. Ook zij bieden geen reëel alternatief. Links zit in de problemen. Het zal moeilijk zijn mensen te winnen voor een progressief beleid als dat overtuigende alternatief ontbreekt. Als links zich beperkt tot louter roepen om meer rechtvaardigheid, zonder te zeggen hoe het de boel weer aan gang denkt te kunnen brengen, zal het niet in staat zijn voldoende vertrouwen van de kiezers te winnen. Dat leert de ervaring. De kiezers zullen doorzien dat een restauratiepolitiek met een simpele terugkeer naar het sociale beleid van de jaren zeventig een stomme oplossing is.’

Wat is daar dom aan?

‘De wereld van toen is niet de wereld van nu. We waren gewend te spreken over de geïndustrialiseerde landen, waarmee we onszelf bedoelden, en de ontwikkelingslanden, waartoe Afrika en Azië behoorden. Dat is volledig veranderd. We noemen ze nu industrielanden in opkomst, maar ook dat doet ze geen recht. Zij zijn volwaardige, sterke concurrenten, waarop de industriepolitiek die hier wordt gevoerd niet altijd de juiste reactie geeft. Hier geldt dat de beste politiek de moeilijkste is en de slechtste de makkelijkste. Het beste antwoord op de nieuwe concurrentie is dat van duurzaamheid, innovatie, investeren in kennis en ontwikkeling. Dat vergt tijd, geduld en doorzettingsvermogen. De focus moet op de lange termijn zijn gericht. Die industrieën in Europa die deze moeilijke weg hebben gekozen doen het niettemin zo slecht nog niet.

Het gemakkelijke antwoord is een permanent beleid van loonmatiging, om de prijs van arbeid naar beneden te drukken. Dat kan geen ­succesvolle strategie zijn. Onherroepelijk komt dan de morele prijs van arbeid, zoals Marx het noemde, in het geding. In Europa willen mensen niet leven op het Chinese levenspeil, dus die concurrentie gaat Europa nooit winnen. De industrie hier die het moet hebben van prijsconcurrentie zal er helemaal worden uitgeconcurreerd.’

Wat dan te doen?

‘Ook hier geldt dat duurzaamheidspolitiek loont. In een doorsnee industrieel bedrijf van tegenwoordig overstijgen de kosten van ruwe grondstoffen de loonkosten. In sommige takken van industrie bedragen ze zelfs meer dan het dubbele van de kosten van arbeid. Dus hoe meer een bedrijf aan recycling doet en hoe efficiënter het zijn grondstoffen gebruikt, hoe groter het economische profijt. Dat zal al gauw meer opleveren dan een besparing op loonkosten. De politiek die De Groenen al langer voorstaan om wille van de bescherming van het klimaat en de leefomgeving blijkt nu dus ook om economische redenen verstandig. Een regering die kiest voor going green wendt zich dus niet af van de industrie, ze legt juist de basis voor een nieuwe industriële toekomst. Politici die gevangen zitten in dat concept van loonmatiging en afbraak van arbeidsbescherming hebben het fout. Ze richten zich op de verkeerde kosten.’

In het boek Austerity: The History of a Dangerous Idea waarschuwt de Amerikaanse hoogleraar politieke economie Mark Blyth voor het gevaar dat de democratie loopt door de sociale ontwrichting die het beleid van krimpen en bezuinigen teweegbrengt. De reactie wordt overal in Europa al manifest in de opkomst van extreem-rechts, met het Front National in Frankrijk, de UK Independence Party in Engeland, de Gouden Dageraad in Griekenland, de Ware Finnen, Jobbik in Hongarije, Wilders in Nederland. Kan de Europese democratie een langdurige economische crisis aan?

‘In institutionele zin is de democratie er in heel Europa en zal zij ook blijven. Daar twijfel ik niet aan. Maar dat is niet genoeg. Het staketsel van de instituties kan recht overeind blijven staan terwijl de democratie in politieke zin steeds verder verpietert. Daarvan zien we in Europa sterke en verontrustende signalen. De democratie in politieke zin wordt zowel vanuit de populistische als uit de technocratische hoek ondermijnd. Het populisme bedreigt de democratie omdat het op expressieve wijze pretendeert de wil van het volk te vertolken. In hun beeld van de werkelijkheid staan degenen die het niet met ze eens zijn tegenover het volk. Dat kan agressieve krachten losmaken.

Aan de andere kant heb je de gevaarlijke tendens van de technocratie. Regeringen argumenteren dat er geen alternatief is. In die voorstelling van zaken is het bestuur van het land geen kwestie van keuzes maken, maar van het volgen van experts die weten wat goed voor ons is. Burgers krijgen zo de indruk dat hun stem er niet meer toe doet. Op wie ze ook stemmen, ze krijgen dezelfde kliek van technocraten die hun leven bepalen. Wat blijft er dan over van de democratie als middel voor mensen om over het lot van hun machthebbers te beschikken?’

Terwijl de populisten zeggen dat hun wil wet is, verklaren de technocraten politieke wil tot irrelevant.

‘Die twee bewegingen voeden elkaar. De democratie moet dus een tweefrontenoorlog voeren. Op zich ben ik niet pessimistisch over de kans dat zij die strijd wint. Mag ik opnieuw wijzen op de wijsheid van Al Gore dat je met goede argumenten de politieke wil in jouw richting kunt buigen? De positieve voorbeelden van geslaagd duurzaamheidsbeleid zullen hun effect niet missen. En als ik de minister van Buitenlandse Zaken van Luxemburg hoor zeggen “Wij hebben geen probleem meer met openheid over kapitaaltransacties” denk ik: wow! Victorie!’

Hoe zou u al met al een nieuwe ‘idee Europa’ formuleren?

‘Door in de eerste plaats het oude narratief over een democratisch, vrij en vredig Europa nieuw leven in te blazen. Dat kan bijvoorbeeld door historische gebeurtenissen uit het verleden die Europese landen tot nu toe nationaal vieren eindelijk eens in Europees perspectief te plaatsen. De Portugezen hebben net de verjaardag van hun Anjerrevolutie uit 1974 gevierd. Grândola, Vila Morena!: dat lied resoneert nog in mijn oren. Ik zing het nog zó mee, bijna veertig jaar later. Waarom vieren we zulke hoogtepunten van Europese vooruitgang niet samen?’

De Anjerrevolutie wordt nog te veel gezien als een Portugese gebeurtenis en niet als een Europese?

‘Ja, zonder een EU is het de vraag of, en zo ja wanneer de democratie in Portugal en Spanje de dictatuur zou hebben overwonnen. In de tweede plaats is het nodig dat Europa zijn verantwoordelijkheden voor de wereld herdefinieert. Ik denk dat Europa globaal nog steeds een voorbeeldrol kan spelen, bijvoorbeeld in de noodzakelijke transitie naar koolstofarme economieën. Geen continent is daarvoor beter voorbereid dan Europa. We hebben een sterke milieubeweging, veel kapitaal, veel technologie, veel gekwalificeerde mensen, sterke en betrouwbare instituties, allemaal gunstige voorwaarden voor het zoeken van oplossingen voor de dreigende milieucrisis. Europa heeft dus nog steeds wat aan de wereld bij te dragen. Europa is geen subcontinent dat geleidelijk afglijdt. Nee, alleen als het zijn ideeën vergeet kan dat gebeuren.’