Buitenland

Europa moet denken

Het is winter in Aleppo. Dat is al lang zo. Toch is het nu anders.

Want de winter van dit jaar weerspiegelt de internationale consequenties van de verkiezingsuitslag in de Verenigde Staten. De nieuwe Amerikaanse president is weliswaar nog niet in functie, maar zijn invloed was al voelbaar tussen de puinhopen, en zichtbaar in de hemel boven de stad. Het leger van Poetin voerde de regie, macaber en sinister. De gelegenheid maakt de tsaar.

In Aleppo mag dan gebleken zijn wat de consequenties zijn van de Amerikaanse verkiezingsuitslag, in Oekraïne zal duidelijk worden wat de consequenties worden als de nieuwe president echt in functie is. Na komend weekend zal die plot zich ontvouwen, langzaam of snel.

Trumps liaison dangereuse met Poetin was al bloedspannend voor Europa. Intussen gaat de realiteit ervan het voorstellingsvermogen te boven. Surrealisme is het nieuwe normaal. Het vanuit Rusland aangestuurde hacken van de Amerikaanse politiek, de juichend binnengehaalde Navo-troepen in Polen, de verhalen over een anti-Brexit-samenzwering achter de jongste suggesties over Trumps perversiteiten op Russische bodem.

Het zijn ook de ingrediënten voor een gevaarlijk spel. Met een nieuwe Koude Oorlog heeft dit niets te maken. De Koude Oorlog was decennialang zo dominant, juist omdat het bipolaire ordeningsconcept vrijwel geen ruimte bood voor dubbelzinnigheid, en opwinding kanaliseerde in speltheorie en het voorkomen van al te veel actie. De wereld kon hyperrationeel uitgelegd worden. Leek zelfs voorspelbaar. Keuzes waren eendimensionaal: wij-zij, goed-kwaad. Een muur ordende het denken.

Het was een uitzonderlijke episode in de geschiedenis; en met consequenties. De Koude Oorlog heeft het Europese denken lui gemaakt. Moraal en ethiek werden een simpele vertaling van de bipolaire realiteit in de normatieve sfeer. Zo werd bipolariteit een substituut voor denken, een dwaallicht.

‘Als olifanten de liefde bedrijven, vertrappen ze het gras’

Maar wat was het gemakkelijk. Het maakte internationale politiek eenvoudig en wekte de illusie van controle. Het werkte verslavend. Zo verslavend dat het hoogtepunt van het bipolaire denken in het Westen bereikt werd in een periode waarin de Berlijnse Muur al lang gesloopt was. ‘Het einde van de geschiedenis’ werd onbekommerd gevierd. En wat voelde dat fijn in Europa; zo geordend, zo helder en westers, zo on-Europees.

We kunnen er maar geen afscheid van nemen. Zelfs nu nog niet. Dat is problematisch, want in de wereld van vandaag zetten dubbelzinnigheid en intrige de toon. Ironisch genoeg zijn het Trump en Poetin die de internationale politiek weer Europeser, ja ouderwetser, maken. Na de Koude Oorlog is nu ook de Atlantic Century ten einde. Hoe snel de instituties van die wereld kunnen verwezen, blijkt in Davos. Daar claimt het Chinees leiderschap nu het hoofdpodium. Een treffender illustratie is nauwelijks denkbaar. Of het moet een door de nieuwe Amerikaanse president georkestreerde golden shower zijn over het matras van de laatste Amerikaanse Nobelprijswinnaar van de vrede.

De nieuwe relatie Amerika-Rusland zal bepalend zijn voor de toekomst van Europa. Wat dat betreft is er weinig veranderd. Wat ook duidelijk is: die relatie wordt een wilde affaire, vol emotie, aantrekken en afstoten, uitdagen, verleiden en straffen. De prominente Duitse analist van de internationale politiek Josef Joffe omschreef het als volgt: ‘Als olifanten de liefde bedrijven, vertrappen ze het gras.’ In Europa ligt het grootste grasveld.

Er is weinig houvast. Want het is lang geleden dat de Europese staten onafhankelijk nadachten over hun positie in de wereld. Laat staan dat zij ernaar handelden. De Europese staten – de West-Europese voorop – zullen deze achterstand in denken snel moeten inlopen, willen zij hoop koesteren op enige invloed op de eigen toekomst. Ook hier geldt: ideeën zijn macht.

Dit is het onderbenutte Europese potentieel: alternatief denken dat aansluit bij de nieuwe realiteit. Te beginnen met verbeelding voorbij de West-Europese luxe van tijdens de Koude Oorlog. Dat denken moet gaan over de Europese integratie: haar waarde, haar grenzen, en haar vuile handen, nu en in de toekomst. Maar bovenal zal het moeten gaan over verandering en de kunst van het mogelijke.

De uitdaging is gigantisch: het logenstraffen van Hegels regel dat de filosofie altijd te laat komt om de wereld te veranderen. Ons Europa heeft lang de indruk gewekt dat zij dit wél kan. Nu komt het erop aan.