Europa omarmt de nieuwe Libische regering

Libië ligt pal tegenover Italië aan de Middellandse Zee en is sinds de moord op dictator Kadhafi in 2011 de trechter van Afrika richting Europa. Italië kreeg de afgelopen tien jaar meer dan welk ander Europees land ook te maken met bootvluchtelingen uit Afrika, de piekjaren waren 2014-2017, waarin er rond de 650.000 overstaken. De aantallen zijn inmiddels aanzienlijk gedaald, maar de situatie in het verscheurde Libië is voor Italië nog altijd van direct belang. Niet alleen vanwege de bootvluchtelingen, maar die worden gebruikt als vijgenblad voor de andere, commerciële, belangen.

Afgelopen week reisde de nieuwe Italiaanse premier Mario Draghi naar Libië. Hij was niet de enige. Naast Draghi hadden ook zijn collega’s van Malta en Griekenland ineens grote haast om hun steun aan Libië te komen betuigen, terwijl Frankrijk spoorslags zijn ambassade in Tripoli heropende. De reden: sinds kort heeft Libië een door de Verenigde Naties aangestelde overgangsregering die het land naar de ‘vrije verkiezingen’ van eind dit jaar moet leiden. En daar wil je wel bij zijn als mediterraan land, want Turkije en Rusland hebben de belangen in Libië al bijna helemaal verdeeld. Olie en gas natuurlijk, plus nog het hele netwerk van infrastructuren, vlieghavens, water, elektriciteit, internet – allemaal lucratieve contracten die Europa aan zijn neus voorbij heeft laten gaan.

Maar omdat het niet netjes is om dit zo te zeggen, verstopte Draghi zich tijdens de persconferentie in Tripoli van 6 april met zijn Libische collega Abdul Hamid Dbeibeh (een zakenman die aan het tijdperk van Kadhafi miljarden heeft overgehouden) achter de vluchtelingen en de gemeenschappelijke zorg van Italië en Libië om de mensensmokkel tegen te gaan. Dit leidde tot bijzondere uitspraken van Draghi. Zoals: ‘Op het gebied van de immigratie drukken wij onze voldoening uit over de reddingen op zee van de Libische kustbrigade.’ Zoals bekend zijn de reddingen op zee van de Libische kustbrigade een eufemisme voor het terugslepen van de gillende vluchtelingen richting de Libische concentratiekampen, waar wordt gemarteld, verkracht, vermoord en uitgehongerd. Een praktijk waar Italië veel geld voor over heeft: 785 miljoen euro sinds 2017. Sindsdien zijn 55.000 vluchtelingen teruggesleept naar Libië, en 6700 vluchtelingen verdronken op de Middellandse Zee, op een totaal van 190.000 mensen die de oversteek haalden. Niet alleen Italië, maar heel Europa weet ervan.

Het aantal in 2021 getelde doden en vermisten op de Middellandse Zee volgens het Missing Migrants Project (IOM): 392