Ach Europa (1)

Europa’s ontvoering

Of ik nog tien ergernissen wist over de Europese Unie. Dat vroeg een vriendelijke dame van de NCRV die een tv-programma hierover voorbereidde, door de telefoon aan mij. Het programma wordt een paar dagen voor de verkiezingen van 4 juni voor het Europees Parlement uitgezonden. Lekker schoppen tegen dat waar je zelf geen controle over hebt, maar het meest opmerkelijke is de vraagstelling zelf. De EU is blijkbaar een nationale ergernis.
Dat moet een dreun in het gezicht zijn van de voorvaders van de EU die droomden van solidariteit en voorspoed over nationale grenzen. Hoe anders heeft het uitgepakt. De EU is vandaag de dag voor velen synoniem met bureaucratie, regeldruk, democratisch tekort, Polen die onze banen inpikken, een bedreiging van de nationale identiteit en wat al niet meer. Ergernissen te over. Liefdesverklaringen aan de EU als instituut zijn er maar weinig. Over Europa als continent en gemeenschap echter des te meer. De mooiste liefdesverklaring aan Europa omvat maar twee woorden: ‘Ach, Europa.’ Deze woorden drukken uit wat liefde zijn kan: een blind verlangen, dan weer nostalgie om de verloren prilheid en af en toe een ergernis uit liefde geboren. De prachtige ambivalente liefdesuiting ‘Ach, Europa’ komt van schrijver/filosoof Hans Magnus Enzensberger. Hij maakte eind jaren tachtig na een paar jaar reizen door Europa de balans op, wat leidde tot een boek vol kostelijke verstrooiing, ironische zigzagroutes, en vooral die beroemde titel. Kern van zijn verhaal was dat hij de schoonheid en rijkdom van Europa wilde behoeden voor vervlakking en kleurloze samensmelting. Want homogenisering, blokvorming, zo meende hij, is een hersenschim.
Hij is vrees ik niet in zijn missie geslaagd. Want het continent Europa is opgegaan in de EU. De gemeenschap van landen in Europa die juist was opgericht om ongewenst nationalisme te voorkomen en solidariteit over grenzen heen te bewerkstelligen dreigt nu zelf een staat te worden. Ze heeft al een eigen vlag, een volkslied, eigen munt, eigen bestuur en parlement, en een krachtige communicatie- en marketingafdeling om het nieuwe land te promoten. Het nieuwe Verdrag van Lissabon, de opvolger van de weggestemde Grondwet, spreekt veelzeggend van de Europese Unie en haar burgers. Europa dreigt een eenwordingsmal te worden in handen van een Eurocratie die leeft en werkt in de biotoop van Brussel. Vandaar wellicht ook die ergernissen.
Illustratief is hoe de EU zelfs ook de geschiedenis voor haar eigen karretje spant. De meest bekende invented tradition van de EU is het gebruik van de oude Griekse mythe over oppergod Zeus die, vermomd als stier, de godin Europa ontvoerde en daarmee het continent stichtte. Deze mythe hanteert de EU nu als haar eigen trademark. Het beeld komt terug in tal van EU-folders en afbeeldingen voor gebouwen. Het is niets minder dan de creatie van een fabelland. Want Europa heeft nooit gefixeerde grenzen gekend en er is geen volk dat Europa heet. De EU koloniseert de vrije interpretatie van wat Europa was en is, door een eenzijdig lineair verhaal te vertellen van noodzakelijke en conditionele eenwording. De vanzelfsprekend geachte inwisselbaarheid van de termen ‘Europese Unie’ en ‘Europa’ wordt in toenemende mate problematisch. Europa wordt opnieuw ontvoerd, nu door de EU. Je hoort Enzensberger zuchten.
Ook Nederland zit met de staat van Europa in zijn maag. Zoals in veel andere Europese landen domineert ook hier het nationale denken. De liefde voor Europa is verworden tot een zakelijke ‘Realpolitik’. Het is alsof uitgerekend wordt hoeveel EU we nodig hebben en hoeveel EU Nederland kan verdragen. Want bovenal wil men de kiezers niet kwijtraken aan politici die nationaal-populistische gevoelens aanspreken. En dan is het lastig kiezen tussen verheffing of zelfopheffing. Daarbovenop komt nog de economische crisis, die het nationaal-populisme verder aanwakkert. Wie heeft het nog over de toekomst van Europa in deze tijden van nationale economische crisis? Het is eigen banken eerst, eigen arbeiders eerst, lekker weg in eigen land, het Wakkere Nederland, waar we Trots op zouden moeten zijn. Zoiets.
De pas gekozen lijsttrekkers voor het Europees Parlement zie je intussen worstelen om aandacht te krijgen voor hun Europese zaak. De opkomst voor de parlementsverkiezingen zou wel eens historisch laag kunnen worden. Maar zoals de eenwordingsmal van de EU onverdraaglijk is, is ook een naar binnen gekeerd electoraal nationalisme het najagen van een hersenschim. Wat zou het daarom geweldig zijn als recht tegen de stroom van de ontvoering in dit verkiezingsjaar 2009 de Europese vervoering wordt. Want ergeren alleen is zo gemakzuchtig. Wie van de politici durft het aan om ongegeneerd en onverveerd de liefde te bezingen van Europa? Wat een heerlijke nieuwe lente in Europa zou dat zijn.

Henk van Houtum is politiek geograaf en hoofd van het Centre for Border Research, Radboud Universiteit Nijmegen

Dit is deel 1 in een serie over Europa in aanloop naar de Europese verkiezingen van 4 juni