Europa Special

*Europa Special: Ja nee geen mening*

Hoe kan de politiek een simpel oordeel eisen over een tekst die zo gecompliceerd is? Daarom ook maar eens een eenvoudige vraag gesteld. Heeft u de grondwet gelezen en begrepen? Zo ja, doet het referendum recht aan de kern? Zo nee, welke vraag zou beter zijn?

Ik heb het zorgvuldig gelezen. Het zal leiden tot een Verenigde Staten van Europa, bestuurd door Europese bureaucraten. Daarom ben ik tegen. Ik vind het verdrag bovendien tekortschieten als constitutie op zich, vanwege de vaagheid en verwarring die je in vrijwel iedere paragraaf tegemoet komen.

LORD WILLIAM REES-MOGG

politiek commentator en ex-hoofdredacteur van The Times

De tekst is zo complex en veelomvattend dat het gevaar bestaat dat de uitslag van de stemming niet wordt bepaald door wat mensen vinden van de exacte inhoud, maar door factoren als de toelating van Turkije en de dienstenrichtlijn. Ik zal voor stemmen. Niet omdat ik de inhoud over de hele linie onderschrijf, wel omdat dit document een belangrijke en noodzakelijke stap is in een vredesproces dat welbeschouwd nog kersvers is. Vooral de formulering van een grondrechtencatalogus heeft historische betekenis, wanneer je beseft dat zo’n zeventig jaar terug die rechten voor miljoenen Europeanen met voeten werden getreden.

THEO DE ROOS

hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Tilburg

Ik weet dat, historisch gezien, vrede nooit opgelegd is door verdragen zelf, maar door de macht die daarachter staat. Geen enkel vel papier, hoe lang en waardevol ook, zal mensen tegenhouden om oorlog te voeren als dat is wat zij willen. En welvaart is nooit vergroot door regulering, het leidt altijd tot beknotting.

ADAM ZAMOYSKI

Amerikaans-Pools historicus. Recent verscheen in Nederland zijn laatste boek: 1812: Napoleons fatale veldtocht naar Moskou

Hoe langer het circus duurt, hoe onduidelijker waar dat referendum eigenlijk om gaat. In maart beloofden de voorstanders nog een stralende toekomst vol voorspoed en veiligheid. Meer vrije markt voor de liberalen, meer sociaal beleid voor links. Meer efficiency en slagvaardigheid, meer democratie en transparantie. Wie zou daar nee tegen zeggen?

Maar de blijde boodschap van de eurofielen werd de afgelopen weken verrassend soepel ingeruild voor een rampenscenario. Bij een «nee» gaat het licht uit in Nederland, dan komt er toch weer oorlog. Tegenstemmers worden uitgemaakt voor ongeïnformeerde sukkels zonder historisch besef, angsthazen met hun rug naar de toekomst.

Leden van het kabinet hebben 39 geplastificeerde kaartjes met knock down-argumenten op zak. Leuk. Maar waarom zouden de krachten die op nationaal niveau zorgen voor meer privatisering en concurrentie en minder milieu en sociale zekerheid in de Unie anders uitpakken? Waarom zou Europa, met zijn lange geschiedenis van antisemitisme en oorlogen, en dat momenteel een opleving van xenofobie meemaakt, zich in de 21ste eeuw ontwikkelen tot een hooggestemde waardengemeenschap?

Het kabinet laat weten dat wie tegen de grondwet stemt niet goed snik is. Werp een blik in de gortdroge grondwetsbrochure van de overheid en je ziet: het Verdrag zelf kan nooit de inzet van het referendum zijn. Toch zijn de gevolgen van de grondwet zo verstrekkend dat elke nationale kwestie erbij verbleekt. Dat bevestigt de indruk dat het referendum alleen belangrijk is als legitimatie achteraf van beslissingen die al genomen zijn en procedures die in ambtelijke kring al zijn ingezet.

Referenda zijn sowieso een slimme manier om fundamentele kwesties uit de weg te gaan en de kiezers met een kluitje in het riet te sturen. Het beste referendum is daarom: geen referendum. Maar een boycot heeft geen zin: een niet-uitgebrachte stem is «ja». Als het dan toch moet, ligt de echte vraag voor de hand: wilt u zich laten paaien door de loze beloftes, vage visioenen en hoogdravende idealen van het euro-establishment?

HELEEN POTT

filosoof en Socrates-hoogleraar aan de Erasmus Universiteit

De Europese grondwet is geen grondwet maar een verdrag tussen soevereine staten. De grondwet brengt eenheid in de verdragen die al bestaan en formuleert doelstellingen waaraan reeds gewerkt wordt. Het referendum betreft daarom niet een keuze voor of tegen Europese integratie: deze zet zich ook zonder de grondwet voort.

Een «nee» is een proteststem zonder alternatief. Als iets tot het Europese erfgoed behoort, dan zijn het de universele vrijheid en gelijkheid van de Franse Revolutie. Dit ideaal kan geen werkelijkheid worden zonder universele vrede, zoals Kant verwoordde.

Ook het argument dat Europa de nationale identiteit zou ondermijnen is niet houdbaar. Europa is niet de oorzaak van een afbrokkelende nationale identiteit, maar maakt veeleer zichtbaar in welke crisis de nationale identiteit zich bevindt. Juist dat biedt weer kansen: de nationale staten worden gedwongen hun eigen identiteit te hervinden binnen het kader van Europa.

Een stem voor de Europese grondwet lijkt overbodig wanneer deze slechts expliciet maakt wat sowieso al gebeurt. Toch is er meer aan de hand. Europa oogt soms slechts als een gemeenschappelijke markt en een gemeenschappelijke munt. Economische eenheid is echter afhankelijk van politieke wil. Die politieke wil wordt te weinig gedragen door de bevolking, met als gevolg dat de Europese instituties geplaagd worden door een tekort aan legitimiteit. Hier kan de grondwet van symbolische waarde zijn: een stap die de discussie over de Europese identiteit aanzwengelt en tegelijkertijd bijdraagt aan de verdere vorming ervan.

Dat is hard nodig. Zonder levende Europese identiteit is een Europese buitenlandse politiek tot mislukken gedoemd. Het belang daarvan is deels al gebleken (zoals in Oekraïne) en zal zich nog sterker doen voelen: al is het maar om de Amerikaanse hegemonie in de wereldpolitiek te relativeren.
PAUL COBBEN

hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Tilburg en lid Europees onderzoeksnetwerk Global Justice