H.J.A. Hofland

EUROPA TEGEN WASHINGTONS WILLEKEUR

Nu begint het ook in Europa officieel te dagen: de Amerikaanse regering «zoekt de grenzen van de internationale rechtsorde op», zoals minis ter Bot van Buitenlandse Zaken het uitdrukte. Dat in het gevangenkamp Guantánamo Bay met de Conventie van Genève grof de hand wordt gelicht, is al een paar jaar een publiek wereldgeheim. Maar het duurt nu eenmaal een zekere tijd voor zo’n waarheid op het hoogste niveau erkend wordt. Sinds een jaar gaan er hardnekkige geruchten dat Amerika in sommige Oost-Europese en Arabische landen geheime gevangenkampen heeft. «De grenzen opzoeken» is zeer diplomatiek uitgedrukt. In werkelijkheid is deze Amerikaanse regering er overheen. Haar enige zorg is dat het allemaal geheim blijft. Maar lekt er iets uit, dan maakt dat geen verschil. Het wordt ontkend en het gaat gewoon verder.

Vorige week verschenen in de Nederlandse media berichten over vliegtuigen van de CIA die ook via Schiphol geheime transporten van gevangenen naar de geheime gevangenissen zou arrangeren. Het registratieteken van zo’n toestel is bekend: NS0SLL. Let goed op als u naar de wintersport vertrekt. Eurocommissaris Franco Frattini wil lidstaten het stemrecht ontnemen als ze gevangenkampen op hun grondgebied toelaten. Nederland overweegt zijn steun aan de operatie Enduring Freedom in Afghanistan te staken en geen troepen te sturen naar de Afghaanse provincie Urugzan waar onder Amerikaans auspiciën de democratie verder moet worden verbreid. De kans is niet denkbeeldig dat, als onze jongens daar gevangenen maken, die dan aan de Amerikanen worden overgedragen en naar Guantánamo of een geheim Eurokamp verhuizen.

In een interview met Associated Press heeft Lawrence Wilkerson, de vroegere stafchef van ex-minister Colin Powell, een onthulling gedaan. Vice-president Dick Cheney en minister Donald Rumsfeld van Defensie, zei hij, geven hun president de verzekering dat die zich niets van de Conventie van Genève hoeft aan te trekken. Als opperbevelhebber «kan hij alles doen wat hij verdomme maar wil». Al eerder was het geweten van Powell gaan spreken. Hij verklaarde spijt te hebben van zijn lezing bij de Verenigde Naties, geïllustreerd met beelden, waarin hij «bewees» dat Saddam Hoessein massavernietigingswapens had.

En terugkijkend vroeg minister Bot zich anderhalve maand geleden af of het verstandig was geweest de oorlog te beginnen. «Misschien had met andere middelen, diplomatieke middelen meer bereikt kunnen worden. Misschien was het beter geweest nog eens een verder onderzoek in te stellen.» Nu, in een commentaar op de mogelijke martelingen en geheime kampen, zei de VVD-afgevaardigde Van Baalen: «Als het zo doorgaat, wordt de strijd tegen het internationaal terrorisme in de publieke opinie verloren.»

Het zijn stuk voor stuk bewijzen van een groeiend inzicht in de nieuwe, moeilijk te vatten werkelijkheid. Het Amerika van president Bush en zijn club is niet meer het Amerika van Bill Clinton, of van Ronald Reagan of zelfs Richard Nixon. Het land is niet meer de aanvoerder van het vrije Westen die, met alle tekortkomingen, in de Koude Oorlog het bondgenootschap naar de overwinning heeft geleid. Na tien jaar van historische luxe, tussen 1991 en 2001, heeft de natie, uitgedaagd door de aanval van 9/11 onder leiding van Bush, zich eindelijk gemanifesteerd als de hypermacht van de planeet. Dat had op allerlei manieren gekund: de diplomatieke, opnieuw de bondgenootschappelijke. Daartoe waren alle mogelijkheden beschikbaar. Maar dit gezelschap in Washington heeft de volstrekt eenzijdige weg gekozen, volgens de vijf jaar geleden door de president uitgesproken formule: wie niet voor ons is, is tegen ons. Die formule is nog altijd van kracht. En Amerika zelf is er niet onbeïnvloed door gebleven.

In zijn boek The New American Militarism: How Americans are Seduced by War beschrijft Andrew J. Bacevich de veranderingen, waarvoor volgens hem de kiem al in de Vietnamese oorlog is gelegd. Bacevich, van oorsprong militair, conservatief katholiek, doceert nu internationale betrekkingen aan de Universiteit van Boston. Amerika, is zijn conclusie, wordt hoe langer hoe meer een militaire staat, een militaire maatschappij zelfs, waar het niveau van de bewapening de maatstaf is voor nationale grootheid, terwijl oorlogsvoorbereidingen en oorlog de enige werkelijk nationale projecten zijn. Hij verklaart deze toestand uit geopolitieke overwegingen waarbij het Midden-Oosten en Centraal-Azië door de olie de belangrijkste rol spelen.

Die argumentatie is bekend. Hij verbindt er een verder strekkende conclusie aan. In een maatschappij die zich zo laat militariseren, ook sluipenderwijs, veranderen de verhoudingen. De president als opperbevelhebber krijgt het meer voor het zeggen, patriottisme wordt in overmatige dosis tot de hoogste deugd en kritiek wordt met insubordinatie gelijk gesteld. Je moet langzamerhand wel blind zijn om niet te zien dat het in het openbare Amerikaanse leven hard die kant op gaat. En dat het bewind van George W. Bush probeert naar dit model een nieuwe wereldorde op te zetten.

Deze mondiale onderneming is nu bezig te mislukken. De eerste oorzaak daarvan is het vastlopen van de onderneming in Irak. De Democratische oppositie, aanvankelijk door de zondvloed van patriottisme overweldigd, heeft er geen zin meer in en laat dat duidelijk weten. Dat volgens alle opiniepeilingen een meerderheid van mening is dat de president het volk iets op de mouw probeert te spelden, laat zien dat de steun voor dit militaire avontuur is uitgeput.

Nu komt er ook verzet van de bondgenoten die niet medeplichtig willen zijn aan de willekeur van de hypermacht. Het is een kwestie van doorzetten. Brussel moet niet rusten voor het alles van de geheime kampen weet, minister Bot moet blijven zeggen wat hij denkt en de heer Van Baalen idem. Het gaat er nu om, in Amerika en hier, grenzen te stellen. Er is genoeg chaos aangericht.