Hoofdcommentaar: VS en Europa

Europa versus Amerika

Afgelopen vrijdag, nadat George W. Bush richting Japan was vertrokken, verklaarde vice-president Dick Cheney dat de VS vasthouden aan de «as van het kwaad», bestaande uit Iran, Irak en Noord-Korea, en dat de bondgenoten de VS zullen ondersteunen in een strijd tegen Irak «als agressieve actie nodig is».

Zouden de bondgenoten agressieve actie ondersteunen?

Een paar uitspraken:

EU-commissaris Buitenlandse Zaken Chris Patten vindt het as-van-het-kwaad-idee «ondoordacht», «absolutistisch en simplistisch».

Joschka Fischer, minister van Buitenlandse Zaken in Duitsland: «De bondgenoten zijn geen satellieten.»

Hubert Védrine, minister van Buitenlandse Zaken in Frankrijk, is kritisch op de eenzelvige en «simplistische» houding van de VS, die «alle problemen van de wereld reduceren tot de strijd tegen het terrorisme».

Harde woorden. Dus de VS waren aan zet.

In een vraaggesprek met de Financial Times stelde Colin Powell dat Védrine last had van stoere opvliegers. Zijn ministerie ontbood de Franse ambassadeur voor een onderhoud. En Patten, vond Powell, had zich wat te veel opgewonden.

Dat zegt dus niemand tegen een Franse minister van Buitenlandse Zaken. En ook een Engelsman houdt er niet van om uit de hoogte te worden toegesproken door een Amerikaan.

De toon moest omlaag en het zag er niet naar uit dat Europa ging inbinden.

Maandag, in Japan, kwamen de VS over de brug. Bush refereerde aan de woorden van Powell en zei: «Mensen zeggen dingen. Maar de leiders waarmee ik heb gesproken begrijpen precies wat er moet gebeuren.» En Powell wrong zich in bochten om te zeggen dat hij het zo niet had bedoeld.

Conclusie: de VS en Europa begrijpen niets meer van elkaar en zijn in een wij-zij-situatie beland.

In Europa denkt men dat wie gelooft dat het internationaal terrorisme de genadeslag toegebracht kan worden door drie achtergebleven derdewereldlanden op te rollen, niet goed bij zijn hoofd is.

Naïef standpunt, denkt de Amerikaan die zelf aangevallen is en heeft geconcludeerd dat je vrede helaas alleen met harde hand kunt afdwingen. Thomas Friedman scheef in de New York Times: «11 september gebeurde omdat Amerika zijn afschrikwekkend vermogen had verloren.» Het benoemen van een as van het kwaad moet als effect op de vijand hebben: «Meet Don Rumsfeld — he’s even crazier than you are.»

Alsof je als cowboy het terrorisme kunt oplossen, denkt de Europeaan, die vindt dat juist de Amerikaan naïef is.

Het Europese onbegrip, menen de Amerikanen, komt misschien voort uit het feit dat Europeanen al door Eta, Ira, RAF, Algerijnse fundamentalisten en Rode Brigades murw zijn gebeukt. De Amerikanen zien niet hoe kwetsbaar de Europeanen zich zelf voelen vanwege hun eigen groeiende moslimpopulaties, schrijft David Ignatius van de Washington Post: «De grootste onbediscussieerde kwestie in Europa vormen de miljoenen moslims die in Frankrijk, Duitsland, Engeland en andere landen leven. Zij vormen een broeiende, dreigende aanwezigheid voor veel Europeanen.»

Het zijn maar weinigen die pogen zich in het Europese standpunt te verplaatsen. Omgekeerd zijn er ook steeds minder pogingen zich in het Amerikaanse standpunt te verplaatsen en vullen de Europese kranten zich met anti-Amerikaanse kritiek. Om die kritiek te pareren, publiceerde de Washington Post in briefvorm een onderbouwing van de War on Terrorism, ondertekend door zestig vooraanstaande intellectuelen, onder wie Francis Fukuyama en Samuel Huntington. De patriottische brief is gericht aan het buitenland en heeft als titel: What we’re Fighting For: A Letter from America. Het zijn, zo wordt betoogd, de Amerikanen die het belang van een aantal waarden claimen te begrijpen, kunnen naleven en zullen verspreiden. In Nederland werd de brief in twee kranten genoemd, maar bleef verder onbesproken en onbediscussieerd.

Er wordt over de oorlog tegen het terrorisme geen groot Amerikaans-Europees debat gevoerd.

Zijn het nu de Europeanen die niet meer zomaar de VS willen bijstaan of zijn het de VS die hun isolationisme verder doorvoeren — en slechts richting Europa bellen als ze legitimiteit nodig hebben? Op militair gebied zijn de afzonderlijke Europese landen al bij lange geen gelijkwaardige partner van de VS meer. Lord Robertson, secretaris-generaal van de Navo, waarschuwde onlangs dat Europa op het punt staat een «militaire pigmee» te worden.

Maar al vóór de aanslagen op het WTC was er sprake van verwijdering. Het niet ondertekenen van het Kioto-akkoord, de Amerikaanse aarzelingen bij het Internationaal Strafhof. De verschillende houdingen tegenover Israël — de EU geeft geld aan de Palestijnse Autoriteit, dezelfde Palestijnse Autoriteit die door de VS wordt veroordeeld.

Het ziet er niet naar uit dat de kloof weer kleiner gaat worden. De kans dat de VS Europa inschakelen bij gewelddadige acties tegen Irak is zelfs aanmerkelijk geslonken. Dit jaar zijn er verkiezingen in Duitsland en Frankrijk. Hoe wilden de Duitse Groenen hun kiezers vasthouden als Fischer voor acties tegen Irak kiest? En zullen Védrine en Jospin dat risico wél nemen?

Irak vormt een pijnpunt, en er is er nog een: Patten waarschuwde eerder dat een slechte behandeling van de al-Qaeda-gevangenen in het Guantanamo-kamp «een manier zou zijn om internationale steun en morele waardigheid te verliezen».

Wat zal de Europese houding zijn als straks die gevangenen massaal de doodstraf krijgen?