Profiel: Guy Verhofstadt

Europees brokkenpiloot

Hij heeft het geprobeerd, maar de ambitieuze Europese missie van Guy Verhofstadt lijkt vooralsnog geen doorslaand succes. De Europese topontmoeting van twee weken geleden in Gent, de thuishaven van de Belgische premier, verliep allesbehalve vlekkeloos. Waar in het Zweedse Gotenburg de rellen buiten het conferentieoord plaatshadden, zorgden de Belgen ervoor dat er deze keer in de vergaderzaal een stevig robbertje werd gevochten.

Het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie heeft een zware deuk opgelopen door de «botsing van de grote ego’s», zoals het weekblad Knack de openbare twist tussen Europese Commissievoorzitter Romano Prodi en premier Verhofstadt afgelopen week noemde. Het Vlaamse satirische blad MAO Magazine oordeelde terecht dat de «politieke beurswaarde» van Guy Verhofstadt is gekelderd. «Gisteren mocht hij zich nog wentelen in het gelukzalige vooruitzicht van een bloeiende internationale carrière. Hij werd zelfs even getipt als een mogelijk toekomstig voorzitter van de Europese Commissie, zo indrukwekkend was de flair waarmee hij zich bij het begin van het Belgisch voorzitterschap over de catwalks van de internationale politiek bewoog. Vandaag is België gewoon weer het land waar de treinen niet rijden en de vliegtuigen niet vliegen.»

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Hoe is Guy Verhofstadt erin geslaagd de opgelegde kans op six months of glory om te buigen in een absolute nachtmerrie? Met de Belgische prioriteitenlijst was immers niets mis. Los van de tamelijk premature aankondiging van Verhofstadts wensen — namelijk nog tijdens het Zweedse voorzitterschap van de Unie — zag het er begin juli bij aanvang van het Belgisch voorzitterschap uitstekend uit.

Na de aanvallen op Amerika van 11 september ging het echter fout. Voor een dag later had Verhofstadt een «open brief aan de antiglobalisten» aangekondigd, maar door de gebeurtenissen in New York en Washington werd de brief uitgesteld en was Verhofstadt als EU-baas genoodzaakt over te gaan tot crisismanagement. Op zijn pad trof hij Romano Prodi met wie hij gezamenlijk een gesprek voerde met de Amerikaanse president George W. Bush. Naar verluidt ergerde Verhofstadt zich enorm aan de Italiaanse oud-premier die meende ook af en toe iets te moeten inbrengen. Mensen uit de omgeving van Verhofstadt wisten te melden dat de paar opmerkingen die Prodi tijdens het bezoek aan Bush maakte, alle gecorrigeerd dienden te worden. Tot ongenoegen van Prodi.

Ook op de persconferenties die volgden was het vooral Verhofstadt die de boventoon voerde. In het openbaar liet hij meermalen merken Romano Prodi geen groot licht te vinden. In een brief aan Verhofstadt liet de Italiaan weten de monologen beu te zijn en te hopen dat hij in Gent met iets meer respect behandeld zou worden. Het Gentse topoverleg, dat Verhofstadt bedoeld had om «met de benen op tafel» eens uitgebreid van gedachten te wisselen over de toekomst van de Europese Unie, was inmiddels tegen wil en dank omgevormd in een top waarop vrijwel alleen nog gesproken werd over het wereldwijde terrorisme en de Amerikaans-Britse reactie hierop. Wederom negeerde Verhofstadt commissievoorzitter Prodi, die op zijn beurt uit protest bij de afsluitende persconferentie verstek liet gaan.

Enkele dagen na het akkefietje deed Verhofstadt het in het Europees Parlement voorkomen alsof de ruzie was bijgelegd. Hij en Prodi, beiden fietsliefhebber, zouden voortaan «op een tandem naar persconferenties komen», aldus de flauwe verklaring van de Belgische premier. De parlementsleden geloofden er echter niets van. «Er mag geen Europa van de ijdelheid zijn, waarin we elkaar willen domineren», vond de Duitse christen-democraat Pottering.

Niet alleen Romano Prodi, ook een andere Italiaan dreef de Belgische diplomatie de voorbije weken tot wanhoop. Alle registers moesten open om ervoor te zorgen dat het Italië van premier Berlusconi niet uit woede de Gentse top zou laten mislukken of überhaupt niet zou komen opdagen. In een televisie-uitzending had de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, scherpe kritiek geleverd op uitlatingen van de Italiaanse premier inzake de superioriteit van de westerse beschaving. Berlusconi verdiende «rapportcijfer nul», vond Michel. Dergelijke opmerkingen van de EU-voorzitter schoten Berlusconi in het verkeerde keelgat. De Belgische ambassadeur in Rome werd op het matje geroepen en concludeerde in een vertrouwelijke telex dat «sinds de oorlog (…) de diplomatieke relaties tussen België en Italië nooit slechter» waren.

Op de top zelf, waar de Italianen na een persoonlijke brief van Guy Verhofstadt aan Berlusconi toch kwamen opdagen, zorgden Engeland, Frankrijk en Duitsland ervoor dat de sfeer tot beneden het vriespunt zou dalen. De grote drie belegden in de marge van de top ook nog hun eigen politiek-militaire miniconferentie. De Franse president Chirac zou zijn buik vol hebben van de bemoeienissen van Verhofstadt. Met name zijn weinig flexibele opstelling tijdens de top in Nice, in december vorig jaar, had Chirac nog vers in het geheugen. Mede door de Gentse schaduwtop verklaarden de kritische Belgische kranten de Europese missie van premier Verhofstadt voor een groot deel mislukt. Het politieke zondagskind dat België de laatste jaren had leren kennen was volgens de commentaren getransformeerd in een blunderende brokkenpiloot. De extreme betweter die Verhofstadt vroeger was, meldde een ochtendblad, kwam toch weer bovendrijven.

De betweter die Verhofstadt kennelijk was, heeft echter behoorlijk wat klaargespeeld. Zijn curriculum vitae, zoals te lezen op de website van de Belgische federale overheid, liegt er niet om. Direct na zijn rechtenstudie maakte Guy Verhofstadt (1953) razendsnel carrière in de Vlaamse liberale partij, de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV). Hij werd voorzitter van de jongerenclub, en snel daarna op 29-jarige leeftijd voorzitter van de reguliere PVV. In 1985 werd hij vice-premier in het zesde kabinet-Martens. Tijdens een hierop volgende periode in de oppositie profileerde Verhofstadt zich als denker, als kenner van het liberalisme, in het bijzonder het neoliberalisme. Hij uitte zijn onvrede met het Belgische politieke klimaat in een aantal zogenoemde burgermanifesten, waarvan de eerste in 1989 verscheen. Met name zijn kritiek op de christen-democratische CVP was zonneklaar. «Geen enkele politieke partij vertoont zoveel minachting voor de medemens en er is geen enkele zo diep gecorrumpeerd door de macht als de CVP, met haar vele zielen in één borst. Woordbreuk, leugens en soms niet een subtiele afdreiging zijn er schering en inslag», schreef Verhofstadt onomwonden. Dat zijn verkiezingsoverwinning in 1999 vooral een overwinning op de christen-democraten was, moge duidelijk zijn. Voor het eerst in 41 jaar werd de partij die Verhofstadts voorganger Dehaene leverde, door de wording van een paars-groen kabinet in de oppositie gedrongen. En zoals in Nederland het CDA de crisis nog altijd niet te boven is, weten de Belgische christen-democraten zich vooralsnog ook geen raad met hun nieuwe positie. Tot genoegen van Verhofstadts liberalen rolden afgelopen week de christen-democratische kopstukken weer over straat in de strijd om de Nieuwe Christen Democraten, de meest recente afsplitsing van de oppositiepartij.

De drie burgermanifesten van Verhofstadt bestonden niet alleen uit sneren richting de zittende politiek. De liberale voorman schetste in zijn epistels ook een soort blauwdruk voor politieke vernieuwing, met thema’s als ledendemocratie en referendumwetgeving sterk leunend op het Nederlandse D66. In economisch opzicht waren zijn manifesten sterk geïnspireerd op neoliberale goeroes als Friedrich von Hayek, Milton Friedman, James Buchanan en Henri Lepage: weinig bemoeienis van de overheid met het individu en privatisering van staatsbedrijven als De Post, NMBS en Sabena. Met dit gedachtegoed wilde Verhofstadt zijn antieke, verstofte PVV vernieuwen. In 1992 doopte hij de naam van de partij om in VLD, Vlaamse Liberalen en Democraten - Partij van de Burger.

In zijn boek Vreemde buren: Over politiek in Nederland en België tracht België-kenner Derk Jan Eppink, heden ten dage politiek medewerker van Eurocommissaris Bolkestein, de VLD te typeren. «De VLD staat economisch rechts van de VVD, en ten aanzien van burgerdemocratie links van D66», stelde Eppink in zijn in 1998 verschenen studie. Daarmee hinkte de partij op twee benen, wat spanningen opleverde. Het is «een partij met meer vleugels dan middenrif», schreef Eppink een jaar voor het grote verkiezingssucces. Alles beter echter dan de oude PVV. Die was «ouderwets liberaal; de partij van oude heren in de rooksalons, de natte ruggen van de middenstand en de rijke dames in bontmantels», aldus Eppink. Dat de Vlaamse liberalen met hun vernieuwingsdrang de Nederlandse VVD de afgelopen jaren ver voorbij streefden, bleek tijdens de vlammende toespraak van Guy Verhofstadt op het jongste partijcongres van de Nederlandse zusterpartij. De in Noordwijkerhout verzamelde vvd’ers klapperden met de oren toen de denkende Belg ze visiteerde op een enerverende exegese uit de liberale (en neoliberale) handboeken.

De personele en ideologische vernieuwingen van Verhofstadt legden zijn partij in eigen land geen windeieren. Ook de diverse Belgische schandalen en affaires, waar christen-democraten én socialisten in de jaren tachtig en negentig politieke verantwoordelijkheid voor droegen, waren belangrijke factoren in het succes van de partij van Verhofstadt. Bij de verkiezingen in 1995 lukte het echter nog net niet; Verhofstadt won weliswaar veel extra stemmen, maar het rooms-rode blok bleek vooralsnog ondoordringbaar. Teleurgesteld trok de partijvoorzitter zich terug en verbleef hij enige tijd in Toscane om «te lezen, zich te bezinnen, na te denken». Met een scherpe analyse over «de Belgische ziekte» was hij een jaar later alweer terug en denderde hij richting de klinkende verkiezingsoverwinning van 13 juni 1999. Als premier van een kabinet met groenen en socialisten verklaarde Verhofstadt België te willen «ombouwen tot een modelstaat», vooral wat betreft economie en arbeidsmarkt. Hij zei in zijn regeringsverklaring bovendien te streven naar «herstel van het imago van België in de wereld».

Een modelstaat is België nog niet, gaf Verhofstadt jongstleden augustus in een interview met Knack ruiterlijk toe. «Maar wat zou je nu willen, na twee jaren?» was zijn verweer. Herstel van het beroerde Belgische imago is voor een groot deel geslaagd. Mede dankzij de door «11 september» ingegeven wapenstilstand van de antiglobalisten zijn rellen als in Genua tijdens de Europese top in Gent bijvoorbeeld uitgebleven. Om ook op de belangrijke topontmoeting te Laken — in december aanstaande — de rust te behouden, verdiepte Verhofstadt zich in de opinies van de antiglobaliseringsbeweging. In zijn vakantiehuis in Toscane las de Belgische premier deze zomer de boeken van ideologen als Naomi Klein en Noreena Hertz en in een «open brief», die in elf talen werd gepubliceerd, diende hij de actievoerders van repliek.

In zijn brief maakt Verhofstadt enerzijds een karikatuur van de beweging door het begrip globalisering letterlijk te nemen en de «antiglobalisten» te wijzen op «tegenspraak» in hun denken. «Wie ontkent nog de klimaatwijzigingen en de opwarming van de aarde? Maar kunnen wij dit niet enkel aanpakken via globale afspraken op wereldvlak? Wie ziet niet het nut in van vrije wereldhandel voor de armste landen? Maar vereist dat geen globale sociale en ecologische standaarden?» schreef Verhofstadt. Aan de andere kant pleit de Belgische premier voor een «ethisch globalisme», een hervorming van de G8, iets waar iemand als Noreena Hertz in zekere zin ook voor heeft gepleit.

Patrick Janssens, voorzitter van de Vlaamse socialistische partij, noemde de brief van Verhofstadt «even simplistisch als de analyse die hij op nationaal vlak maakte in de burgermanifesten». Anderen wezen erop dat het antiglobalisme niet alleen bij actiegroepen te vinden is, wat Verhofstadt denkt, maar dat dit speelt in de hele samenleving, bijvoorbeeld ook bij werknemersorganisaties die zo belangrijk zijn in het sociaal overleg. Bovendien werd getwijfeld aan de motieven van de Belgische premier, die met pressiegroepen en actievoerders geheel conform de liberale traditie nooit al te innige relaties heeft aangeknoopt. Zou hij door mensen als Naomi Klein uit te nodigen sympathie willen kweken en de beweging langzaam willen inkapselen?

Afgelopen dinsdag belegde hij al met al een conferentie om met de mensen die hij beschouwt als kopstukken van de antiglobaliseringsbeweging van gedachten te wisselen over de open brief. «Jullie stellen vaak de juiste vragen. Maar reiken jullie ook de juiste antwoorden aan?» is de slogan waarmee Verhofstadt de actievoerders tegemoet treedt. Als het de Belgische premier lukt een zinvolle dialoog aan te gaan, kan hij wellicht het EU-voorzitterschap weer in rustiger vaarwater brengen. Rellen op de top van Laken, ook buiten de vergaderzaal, kan Verhofstadt in ieder geval niet gebruiken.