Europees populisme

De Grieken die afgelopen zondag op de Nieuwe Democratie hebben gestemd, hebben daarmee de euro gered. Deze gematigd conservatieve partij kreeg ongeveer twee procent meer dan de linkse tegenstander Syriza. En dus gaat Griekenland niet terug naar de drachme. Wat een geweldige opluchting voor de wereldeconomie! Maar is dit de werkelijkheid? Natuurlijk niet.

Dit is alleen een kleine samenvatting van de mondiale hype die aan deze verkiezingen vooraf is gegaan. Nu moet in Athene een regering worden gevormd en die zal dan in dit altijd naar het anarchisme zwemende land de orde in de economische chaos moeten herstellen. Dat kan wel een paar jaar in beslag nemen, als het lukt.

Intussen is de aandacht van de wereldmedia verschoven naar Spanje, waar opnieuw een naderende economische catastrofe wordt ontdekt. En ook in Italië blijft de toestand zorgwekkend. Volgende week vergaderen de Europese leiders in Brussel, waar ze weer een poging gaan doen om de euro te redden. Alle respect voor deze politici en hun deskundigen, maar als ze hun licht laten schijnen over economische vraagstukken zijn ze het nooit eens. Dat neem ik de dames en heren ook niet kwalijk. Het aantal onweegbare factoren is in zulke gevallen te groot om je aan meer dan een vrijblijvende prognose te wagen. Maar alle voorspellingen hebben één eigenschap gemeen: ze zijn pessimistisch en daarmee bevestigen ze de nieuwe praktijk van het dagelijks leven in Europa. Op de voorpagina van de International Herald Tribune wordt professor Harald Benink van de Universiteit van Tilburg geciteerd. ‘We zijn nog steeds in een vertrouwenscrisis. Een groot aantal fundamentele problemen is niet opgelost.’

Dit is de politieke boodschap die de crisis permanent begeleidt en die een steeds dringender ondertoon krijgt terwijl de consequenties van de sukkelende economie door een groeiend aantal Europeanen dagelijks wordt ervaren. Er ontstaat voor het eerst sinds de Koude Oorlog weer een Europese publieke opinie. Met toenemend wantrouwen kijken de Europeanen naar hun voortdurend vruchteloos vergaderende politieke klasse. En zo wordt misschien de grondslag gelegd voor een nieuwe wending. Neemt de werkloosheid verder toe, blijft de levensstandaard dalen, dan zal zich van de Europese massa’s een gevoel van uitzichtloosheid meester maken. Misschien is het langzamerhand tijd geworden om ons eens af te vragen welke politieke vorm deze toestand zou kunnen krijgen.

In Griekenland hebben de neonazi’s en de communisten omstreeks zes procent van de stemmen gekregen. Moeten we ons daar ongerust over maken? Ik denk het niet. Iedere democratie heeft een lunatic fringe, een clubje van wereldvreemde bezetenen. Voor deze erfgenamen van Hitler en Stalin hoeven we niet bang te zijn. Het democratische systeem van deze tijd heeft andere risico’s.

Het eerste ligt besloten in de werking van de massamedia. Wie iets aan het volk wil verkopen, probeert een hype te creëren, de superieure versie van wat vroeger een rage werd genoemd. Een hype is een vorm van dwang. Je moet er in ieder geval van gehoord hebben, of beter, erover kunnen mee­praten, en nog beter, eraan meedoen. De hype is volmaakt als daarmee de toon wordt gezet.

Het tweede risico is dat van het populisme. Een populist is een begaafd spreker, iemand die de massa met zijn woorden kan betoveren, en tegelijkertijd is hij vaak een opruier. In vroeger tijden konden populisten daar uren de tijd voor nemen, maar dat is geschiedenis. De populist van nu heeft een röntgenblik voor de wensen van zijn aanhang en de zwakke punten van zijn vijanden. Hij drukt zich uit in vlijmscherpe wisecracks, hij twittert, met zijn oneliners maakt hij zich op zijn manier onsterfelijk, zo lang het duurt. Maar op deze manier verwerft hij in elk geval een landelijke of zelfs internationale reputatie.

We hebben op het ogenblik wel populistische politici die zich ver­zetten tegen de macht van Brussel, terug willen naar de drachme of de gulden, speculeren op het heimwee naar de betere tijden, de eenvoud van vroeger, maar daarmee slagen ze er niet in een hype op te wekken waarin de hele Europese Unie zal worden betrokken. Misschien ontbreekt het deze dames en heren aan talent, misschien moet de crisis de Europese samenleving nog dieper raken. Maar hoe dan ook, door de voortgaande econo­mische Verelendung en de manifeste radeloosheid van de politieke klasse hebben de populisten de wind mee.

De tijd wordt rijp om ons eens een voorstelling te maken van een situa­tie waaruit een Europees populisme zou kunnen groeien. Het zou beginnen met een dramatisch incident waarvan de media zich meester zouden maken. Een paddestoelwolk van hype zou boven het continent opstijgen en daar kwamen dan onherroepelijk de Europese populisten, het eigentijdse echelon van de veelbelovers. Is dat een al te pessimistisch scenario? Heeft iemand een jaar of vijf geleden de crisis van 2012 voorzien?