Hoe nu verder? Giuliano da Empoli

‘Europese leiders hebben meer geld dan ideeën’

Europese regeringsleiders sloten vorige week een akkoord om de economie te redden. Maar volgens schrijver Giuliano da Empoli lijdt Europa nog altijd aan een emotionele en symbolische leegte. ‘Zonder gedeelde cultuur overleven we de crisis niet.’

Giuliano da Empoli – ‘Toen ik in Amerika woonde was het niet Italië of Frankrijk dat ik miste, maar eerder de Europese manier van leven’

Tijdens de crisis van de jaren dertig stuurden de Amerikaanse president Franklin Roosevelt en zijn assistent Harry Hopkins meer dan tienduizend journalisten, theaterschrijvers en bibliothecarissen door de Verenigde Staten. Hun enige opdracht was om het grote land door te reizen, te bekijken en te beschrijven. Het Federal Writers’ Project, zoals het plan werd genoemd, maakte deel uit van de New Deal en voorzag verarmde schrijvers van een loon in moeilijke tijden. Maar het project diende ook expliciet om Amerika te onderzoeken, voorbij statistieken en nationale gemiddelden. Het Witte Huis wilde greep houden op de ziel van de natie en het leven van gewone Amerikanen. ‘Ze schreven al geschiedenis terwijl alles nog gebeurde en het historische moment nog zo vers was als een pas gebakken brood’, schreef Geert Mak over de auteurs. Velen van hen, zoals John Steinbeck, Martha Gellhorn en Richard Wright, groeiden later uit tot stemmen van hun generatie.

‘Hoog tijd dat we in Europa ook zoiets doen’, zegt Giuliano da Empoli. Het is een hete middag in Parijs als we hem spreken, midden juni. De Italiaanse essayist, voormalige ideoloog van oud-premier Matteo Renzi en oud-bestuurslid van de Biënnale in Venetië, heeft ons uitgenodigd op het terras van het Théatre de L’Odéon, dicht bij zijn huis. Onder het genot van slechte Franse koffie vertelt hij over zijn ideeën voor de opbouw van een Europese identiteit. Da Empoli hoopt dat er na de coronacrisis behalve een economisch steunpakket – dat vorige week werd goedgekeurd door de Europese Raad – ook een cultureel reddingsplan komt. ‘De enigen die vandaag met passie over Europa praten zijn zijn vijanden.’

De Italiaan schreef daarom een pamflet met zeven concrete voorstellen voor een culturele renaissance van Europa. Het verscheen deze maand. Vrolijk somt hij op: ‘Stel je voor dat we net als Roosevelt een groot Europees zelfportret maken met tienduizend verhalenvertellers. Of dat we de enorme databank van het Europees Parlement aanwenden om razendsnelle vertaalsoftware te ontwikkelen. En waarom werven we geen slimme humoristen aan, zoals in Taiwan, om Europees beleid op het internet viral te laten gaan?’ Hij begint nog maar net te praten of een oud vrouwtje dat passeert vraagt waarom we Engels praten. Ze heeft de taal al een tijdje niet meer gehoord, Frankrijk opende de dag daarvoor pas zijn grenzen. ‘Maar natuurlijk spreken we Engels, madame. Dat moet zo nu en dan. We zijn allemaal Europeanen!’

Waren we dat de voorbije maanden echt, ‘allemaal Europeanen’?

‘Naarmate ik ouder word, is Europa de enige ideologie die ik overhoud, maar de gedeelde ervaring was door corona plots helemaal verdwenen. Tijdens de quarantaine dacht ik vaak aan Blink, het boek van Malcolm Gladwell over de kracht van eerste indrukken die blijvende effecten teweegbrengen. De eerste indruk was dat er geen Europese cultuur bestaat. De instinctieve reflex was om ons terug te trekken in de nationale dimensie. Zelfs Emmanuel Macron repte in zijn eerste grote speech over de lockdown met geen woord over Europa. En twee dagen later vergat ook Angela Merkel de EU te vermelden in haar historische speech. We zullen zien wat het blijvende effect daarvan wordt, maar het gaf het onmiskenbare gevoel dat Europa in crisistijden terugvalt op een “ieder voor zich”-verhaal. In Italië daalde de steun voor de EU in de eerste weken met twintig procent. Pas daarna kwam de ratio terug met een gemeenschappelijk antwoord op de crisis.’

Macron en Merkel kwamen met een groot solidariteitsfonds van vijfhonderd miljard euro, dat later werd aangevuld door de Commissie. Heeft dat de schade hersteld?

‘Het is een illusie dat geld alle problemen zal oplossen. Macron en Merkel hebben de handen geschud en de Europese leiders vinden vast wel een compromis over het uiteindelijke bedrag. Dat is een stap vooruit, maar de diepe kloof tussen de emotionele realiteit en de rationele Europese constructie is de voorbije maanden alleen maar groter geworden.’

Wat ontbreekt er dan?

‘Europa is een kille en zakelijke constructie. Zelfs ons gezamenlijke geld heeft geen smoel, de gebouwen op onze bankbiljetten bestaan niet echt, ze zijn verzonnen zodat geen enkel land zich benadeeld zou voelen. En niet alleen de euro is symbolisch voor de leegte. We hebben een volkslied zonder tekst en met Brussel kozen we voor een hoofdstad zonder monumenten. De economische ravage van de pandemie kunnen we natuurlijk niet alleen met symbolen oplossen, we hebben een groot en solidair pakket aan economische investeringen en maatregelen nodig. Maar zonder een emotionele en symbolische dimensie zal het project de crisis ook niet overleven. De nationale populisten staan klaar om het te kapen.’

De oproep van Da Empoli is een echo van het debat dat hier honderd jaar geleden ook werd gevoerd. In de periode van de New Deal in Amerika was ook Europa in een diepe economische crisis verzonken. Gewone burgers waren boos, verwaarloosd en verhongerd. Het fascisme verleidde miljoenen kiezers. Tijdens een conferentie over ‘de toekomst van de Europese geest’, georganiseerd door de Franse dichter Paul Valéry in 1933, gaf Stefan Zweig een alarmerende speech. Hij zei dat hij vreesde dat zijn collega-intellectuelen hun pan-Europese identiteit niet aan de burgers verkocht kregen. De Oostenrijkse schrijver riep op om in Europa iets soortgelijks als het Writers’ Project te realiseren. ‘We moeten alle middelen van hedendaagse propaganda gebruiken om onze ideeën spectaculair te maken voor de massa’s.’

Maar wat in Amerika was gelukt, vatte hier nooit wortel. Tien jaar na zijn speech bij Valéry was Zweig dood. Als vooraanstaande joodse intellectueel was hij gevlucht voor de nazi’s, naar Brazilië, waar hij uiteindelijk zelfmoord pleegde met een overdosis slaappillen. Zijn geliefde Europa was opgeslokt door racistisch geweld en werd platgebombardeerd. En ook na de oorlog, toen het continent werd heropgebouwd, schuwde de democratische elite alle identiteitsdebatten en de emoties van de gewone man. Die hadden volgens hen juist tot de oorlog en de haat geleid. De Europese Unie werd gesticht als een top-down technisch vredesproject, economieën raakten vervlochten en de grenzen gingen open. ‘Maar tot een grootschalig zelfportret kwam het nooit.’

Elke discussie over gedeelde symbolen is toch gedoemd om in ruzie te eindigen?

‘De enigen die vandaag met passie over Europa praten zijn zijn vijanden’

‘Daar moeten we niet meer bang voor zijn, een symboolstrijd is goed voor Europa. Laat ons maar bekvechten. Er zullen mensen zijn die vragen: waarom staat onze held niet op de bankbiljetten? Anderen zullen zich verzetten tegen het eren van beroemde mannen die vijfhonderd jaar geleden eigenlijk schurken waren. Juist die controverse hebben we nodig, zo krijgt een gedeelde identiteit vorm. Op dit moment hebben populisten een alleenheerschappij over culturele debatten. Als wij Europeanen daar niets groters tegenover stellen, zal de enige waardevolle symboliek nationaal blijven.

Laatst stapte ik voor mijn dochter van tien een kinderboekenwinkel binnen om een boek over Europa te kopen. En dit was de grootste winkel hier in Parijs, vol met kinderboeken variërend van waardeloos tot ongelooflijk goed. Maar er was geen enkel EU-boek. Hoe kan dat? In de jaren tachtig en negentig hadden we die, nu worden ze niet meer verkocht. Wat we nodig hebben zijn ambitieuze plannen die een geloof in de toekomst aanboren. Nu populisten een monopolie hebben vergaard op het narratief over Europa, zijn wij de nieuwe opstandelingen. We moeten die energie gebruiken om disruptief te zijn en te benadrukken wat ons verbindt.’

Wat hebben Bulgaren, Spanjaarden en Belgen met elkaar gemeen?

‘Heel veel. Je voelt het als je Europa voor lange tijd verlaat. Toen ik in Amerika woonde was het niet Italië of Frankrijk dat ik miste, maar eerder de Europese manier van leven die je in andere EU-lidstaten ook vindt. In onze cultuur komt “het goede leven” op de eerste plek: een zekere mate van plezier, vrije tijd en bescherming die elders minder vanzelfsprekend is. Als Europeanen ergens goed in zijn, is het individuele vrijheid beschermen. Daarom hadden ze de Commissaris voor de “bescherming van onze European Way of Life” beter bevoegd voor de digitale bescherming, in plaats van voor migratie en inburgering. Ons leven speelt zich steeds meer af op het internet. Techbedrijven proberen ons te overtuigen om daar concessies te doen op onze vrijheden.’

Da Empoli’s zeven voorstellen in zijn Cultural New Deal zijn bondig opgeschreven, op een tiental pagina’s. ‘Kort genoeg zodat politici ze allemaal gelezen krijgen’, grapt hij. ‘Wie leest al die lange essays?’ Zijn plannen variëren van het schrijven van een gezamenlijke canon en het oprichten van Odysseus (een Erasmus-programma voor vrijwilligerswerk, waar ook niet-studenten van kunnen genieten) tot het opzetten en overeind houden van koffiezaakjes in kleine dorpen met Europees geld, zodat ook op het platteland het gesprek op gang blijft en de periferie zich niet vergeten voelt. ‘Europa is geboren op het platteland. In de benedictijnse kloosters werd de kennis bewaard en kwam er een circulatie van ideeën en intellectueel leven op gang. Dat is erg symbolisch, maar juist daarom zo belangrijk.’

Het modernste idee dat Da Empoli uitwerkte leende hij van een Franse copyright-deskundige die opmerkte dat het Europees Parlement een van de meest fascinerende linguïstische plekken op aarde is. Er wordt daar voortdurend vergaderd in 23 talen tegelijkertijd. ‘Waarom worden wij niet het continent dat zegt: in vijf jaar tijd hebben wij automatische vertaling, waarbij gesproken tekst meteen wordt omgezet in vertaald geluid en je met iedere andere Europeaan live kunt praten in zijn eigen taal?’

Dat gebeurt toch al door de markt?

‘Natuurlijk gebeurt dat nu al, Amerikaanse technologiebedrijven ontwikkelen dit nu ook al op basis van data die ze oogsten in Brussel, dat is de enige plaats waar zoveel mondelinge gesprekken worden omgezet in data. Waarom nemen we dat als Europa niet zelf in handen? In onze veeltaligheid schuilt zowel de schoonheid als de gekte van dit continent. Zou het niet mooi zijn als we hier een pionier konden worden?

Als we vijf, zes of zeven van dit soort originele projecten lanceren, zal een aantal misschien onzinnig blijken, maar dan is een volwassen en visionaire aanpak wel in gang gezet. Mijn indruk is dat de Europese Commissie en de mensen die werkelijk aan de macht zijn in Europese hoofdsteden – zij die dit continent vormgeven – soms meer geld hebben dan ideeën. Waarom niet eens deze Cultural New Deal proberen?’

Vijf jaar geleden had Da Empoli nog een andere strategie. Als huisideoloog van de toenmalige Italiaanse premier Matteo Renzi geloofde hij dat je kon meesurfen op populistische golven door volkse retoriek te combineren met een overtuigd Europees en progressief verhaal. Da Empoli dacht een succesformule te pakken te hebben en betoogde in panels en essays dat centrumpolitici populisten kunnen verslaan, als ze maar geloofwaardig aan de onderbuik appelleren. Aan zijn vrienden in Parijs vertelde hij dat hij een boek wilde schrijven over het ‘Renzi-model’. Maar de populistische golven haalden Renzi in en verzwolgen hem. In 2016 trad hij af, na een verloren referendum. Kort daarna kwamen de extreemrechtse Matteo Salvini en de nihilistisch-populistische Vijfsterrenbeweging samen aan de macht, die beide de aanval inzetten op de Europese Unie.

Dus schreef Da Empoli een ander boek. In Ingenieurs van de chaos, dat vorig jaar verscheen in het Italiaans en het Frans, duikt Da Empoli in het spelboek van uiterst rechtse populisten. Om van hen te winnen – op een duurzamere manier dan Renzi deze keer. Centrumpartijen moeten de technieken en wapens van de populisten overnemen, verfijnen en zich eigen maken.

‘Waarom is er geen kantoor in Brussel dat voor propaganda verantwoordelijk is?’

Waarom is het Renzi-model mislukt?

‘Hij had een oprechte volkse stijl en kon zich – net als Macron – positioneren als buitenstaander. Hij probeerde die energie te gebruiken om verloren kiezers terug te halen naar de constructieve politiek. Maar het was vanaf het begin een moeilijke oefening, er zat altijd een element van bedrog in. Hoe blijf je surfen op een golf van populisme als je zelf niet fundamenteel populistisch bent? Trump en Salvini zijn bereid all the way te gaan. Ze hebben weinig respect voor de waarheid en nemen nergens verantwoordelijkheid voor. Renzi nam wel altijd de verantwoordelijkheid voor het beleid – een beetje te veel vond ik – net zolang tot hij zelf werd geassocieerd met het establishment.’

Italië wordt soms een proeftuin genoemd, een laboratorium waar politieke experimenten van morgen al zichtbaar worden. Moeten we ons zorgen maken?

‘Italië is niet echt een laboratorium meer. Althans, dat mag ik hopen. Drie van de vier grootste politieke partijen slaan nergens op. Je hebt Salvini met Lega, met zijn uiterst rechtse programma een partij die nadenkt over een Italexit. Dan is er Giorgia Meloni van Broeders van Italië, een partij gegroeid uit het fascisme van Mussolini. Ten slotte zijn er de postideologische populisten van de Vijfsterrenbeweging. Samen halen de drie een ruime meerderheid. Het is een politiek speelveld dat een compleet andere richting dreigt op te gaan dan de rest van het Westen. Van Libanon zeg je ook niet dat het een “politiek laboratorium” is, er gebeurt veel, maar het land geeft niet de richting aan. Ik ben vooral bang dat Italië in sociaal-politieke termen te ver van de rest van het continent afdrijft. We hebben dat gezien bij de laatste Europese verkiezingen, de opkomst was vrijwel overal gestegen, behalve in Italië. En terwijl nationale populistische bewegingen overal steun aan het verliezen waren, kregen ze in Italië een enorme boost. Maar wie weet ben ik wel te pessimistisch, Italianen zijn altijd negatief over hun eigen land.’

Wat thuis niet lukte, kan misschien Europees. Al weet Da Empoli zelf ook dat zijn plannen utopisch zijn en tegen de dominante stroom ingaan. ‘We hadden veel eerder moeten beginnen.’ Dat zijn ambitieuze beleidsnotitie wellicht ongelezen in bureaulades verdwijnt, weet hij ook. Maar nu, te midden van een crisis, dient zich wel weer een kans aan. ‘Alles is in beweging en zelfs zeer machtige krachten veranderen hun positie. Daar moeten we gebruik van maken. Ik ga ze niet dwingen dit te lezen, maar ik heb mijn kanalen in Europa.’

Is zo’n Europese identiteit niet ontzettend elitair?

‘Dit is geschreven voor machthebbers en beleidsmakers. En vergis je niet, beleid en wetten geven ook vorm aan identiteit. Een ambitie als de Green Deal heeft een grote kans onderdeel te worden van de Europese identiteit, op eenzelfde manier als het Britse zorgsysteem, de nhs, deel is geworden van de Britse manier van leven. De nhs werd zelfs zo’n sterk nationaal symbool dat je het kon gebruiken voor een politieke beweging om de EU te verlaten.

Waarom is er geen kantoor in Brussel dat voor propaganda verantwoordelijk is? Je moet het natuurlijk nooit zo noemen, maar je zult ergens een gedeelde cultuur en gedeelde ambities moeten communiceren. Kijk naar een plaats als Taiwan, waar ze zulke interessante dingen doen. Ze hebben gewone burgers onderdeel gemaakt van elk ministerie en nemen humoristen, meme-makers en satirici aan. Zij vertalen saai en bureaucratisch beleid naar grappen, slogans en een taal die iedereen begrijpt. De wetten gaan er viral.’

Zou dat werken in Europa?

‘Je moet nooit helemaal vervallen in de manipulatieve technieken van de nationaal-populisten, maar je zult als Europa wel rechtstreeks moeten communiceren met burgers op het internet, want dat speelveld wordt nu gevuld door rechts-populisten en Russische internettrollen.

Het zijn niet de zilveren kogels die alles oplossen. Onze culturele identiteit is slechts een van de vele dingen die we hebben verwaarloosd. Maar als we niets gewaagds proberen, hebben we het eigenlijk al opgegeven.’


Dit verhaal maakt deel uit van een internationaal journalistiek project over Europa in de zomer van 2020. Het project werd ondersteund door het journalistieke fonds Stars4Media

Hoe nu verder?

Diagnoses zijn er volop van de crises waar de wereld mee worstelt. Van de klimaatcrisis tot de crisis in de westerse democratie, van de technologische ontheemding tot het doorgeschoten kapitalisme met zijn groeiende kloof tussen superrijk en kansloos arm – er zijn inmiddels stapels boeken en rapporten over verschenen. Langzaam gaan we nu van diagnose naar voorstellen voor verandering. In deze interviewserie laten we prominente denkers aan het woord over de oplossingen voor de grote problemen van deze tijd.