Europese verkiezingen

Europese onderhandelingen gaan door de maag

In de aanloop naar de Europese verkiezingen op 22 mei beschrijft Betto van Waarden, voormalig stagiair en beleidsmedewerker bij Directoraat-Generaal Onderwijs en Cultuur van de Europese Commissie, de dagelijkse praktijk van de politieke besluitvorming in Brussel.

Tijdens een praatje voor Nederlandse trainees in Brussel geeft een diplomaat van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de EU toe dat Nederland niet het meest strategische land is als het op Europese onderhandelingen aankomt. Nederlandse attachés steken in vergaderingen van de Raad van de EU doorgaans snel hun ‘vlag’ (bordje met landennaam) omhoog om de beurt te krijgen. Zodra ze aan het woord mogen, geven ze dan netjes hun instructies uit Den Haag door aan de andere lidstaten – terwijl die nog sluw zitten te wachten om op het juiste moment de discussie in hun voordeel te ‘spinnen’.

Een Italiaanse diplomaat legt me bijvoorbeeld een keer de Italiaanse stijl uit: ‘Aan het begin van de vergadering gooi je met veel poespas iets in de groep wat je eigenlijk niks kan schelen, maar waar alle lidstaten vervolgens drie uur druk over gaan discussiëren. Tegen de tijd dat de noordelijke lidstaten echt naar de lunch beginnen te verlangen, zo rond 13.00-13.30, zeg je dan: “Anders laten we dat eerdere punt zitten, maar maken we wel nog de volgende kleine verandering in die en die paragraaf van de wetstekst…” Uit hongersnood geven Duitsland en Nederland dan ineens bijna kritiekloos toe aan wat eigenlijk al die tijd al Italië’s grootste wens was.’ Dat culturele verschillen (en eetgewoontes) een rol spelen bij vergaderingen van de Raad, waarin alle lidstaten samenkomen, is wellicht niet verbazend. Maar hoe zit dat met de onderlinge vergaderingen van de EU-instituties?

Zodra de lidstaten samen het Raadsstandpunt over een voorstel van de Europese Commissie hebben bepaald, moet het Voorzittersland namens de Raad gaan onderhandelingen met de Commissie en het Europees Parlement. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en het Comité van de Regio’s (CoR) geven ook hun mening over het voorstel, maar de drie hoofdinstituties lijken de EESC en CoR maar gezellige maandelijkse praatgroepjes te vinden. Wie geen echte macht heeft in Brussel wordt niet serieus genomen. Tijdens de eerste ‘trilogen’ – onderhandelingen tussen Commissie, Raad, en Parlement – worden meestal de ‘technische’ en niet-controversiële meningsverschillen opgelost. Alle partijen proberen zo lang mogelijk te wachten met toegeven op meer controversiële vlakken. Soms ontmoeten de Raad en het Parlement elkaar zelfs ‘in het geheim’ om bepaalde zaken onderling af te spreken en zo sterker te staan in de volgende onderhandeling met de Commissie erbij (tot woede van mijn Commissie-collega’s).

Na verloop van tijd neemt de druk om tot een overeenkomst over een beleidsvoorstel te komen toe. Zodoende lijkt 17 juni 2013 van tevoren een dag des oordeels te worden: twee (in principe laatste) trilogen staan op mijn agenda voor de nieuwe EU-programma’s Erasmus+ (onderwijs) en Horizon 2020 (onderzoek en innovatie). Mijn collega’s en ik verwachten weinig beweging in de Erasmus+-onderhandeling, maar hoewel de onenigheden over dit nieuwe programma van veertien miljard euro tussen de eurocommissaris voor Onderwijs en Cultuur en de voorzitster van de Onderwijscommissie in het Parlement ook wel de battle of the divas wordt genoemd door sommige Raadscollega’s blijkt tijdens de triloog dat de eurocommissaris en de voorzitster al van tevoren telefonisch een deal hebben gemaakt. Zodoende is de laatste onderhandeling een toneelstukje van 45 minuten, waarin alle partijen nog eens herhalen dat ze het oneens zijn alvorens de overeenkomst van de eurocommissaris en de voorzitster op tafel te leggen en elkaar te feliciteren met het behaalde resultaat. Naderhand wordt een protesterende Franse europarlementariër door een stralende Duitse europarlementariër nog even in een hoekje van de onderhandelingskamer afgewimpeld met ‘Je n’ai pas imposé, j’ai négocié’ (met andere woorden: ik heb mijn politieke standpunt niet doorgedrukt ten koste van andere meningen binnen het Parlement, maar gewoon gedaan wat ik moest tijdens het onderhandelen).

Later die dag begint de Horizon 2020-triloog, waarin Commissie, Raad en Parlement elkaar verzekeren dat ze vandaag tot het bittere eind zullen gaan om een overeenkomst te bereiken, omdat er zoveel druk is vanuit de media en universiteiten om eindelijk helderheid te krijgen over het EU-onderzoeksbudget (uiteindelijk zeventig miljard) voor de volgende zeven jaar. Tijdens de onderhandeling komt het verschil tussen de instituties goed naar voren: de technocraten van de Commissie die hun eigen voorstel het best kennen en sowieso de meeste inhoudelijke kennis over het onderwerp hebben en de anderen daarmee proberen af te troeven; de ervaren beroepsdiplomaten van Raadsvoorzitterland Ierland die nooit hun geduld verliezen (ondanks meerdere opeenvolgende nachtelijke onderhandelingen in de laatste weken van hun voorzitterschap) en altijd beleefd maar strategisch blijven handelen; en de raspolitici van het Parlement die als geen ander weten hoe ze zaken moeten spinnen en hoe politieke spelletjes gespeeld worden. De voedseltactieken van de Italiaan lijken vooralsnog niet van toepassing, gezien de triloog om 16.00 begon en een aantal assistenten van de aanwezige europarlementariërs tussentijds tassen met sandwiches, koekjes en chips halen, die vrolijk worden gedeeld rond de onderhandelingstafel. Vanwege mijn glutenallergie kan ik het meeste dat me wordt aangeboden niet eten, maar ik heb zelf nog een banaan en energiereep waarmee ik voorlopig vooruit kan. Rond 23.00 zitten mijn drie collega’s van DG Onderwijs en Cultuur en ik echter nog steeds zonder vertaling van wat er wordt gezegd te wachten op de vensterbank van het vergaderkamertje. Onze Commissie-collega’s van DG Onderzoek en Innovatie nemen het eerste deel van de agenda voor hun rekening en zodoende zijn er niet genoeg zitplaatsen en vertaalheadsets aanwezig. Ik begin intussen toch flinke honger te krijgen. Om middernacht besluit ik om een yoghurtcontainer met overgebleven rijst die ik toevallig ook bij me heb toch maar in deze formele vergadering te gaan eten, totdat ik me realiseer dat ik geen lepel heb. Ik besluit om naar het toilet te gaan om daar snel mijn rijst met mijn handen te eten, maar op weg naar het toilet kom ik een gebruikt koffiesetje buiten een tolkenkantoortje tegen. Ik was het lepeltje en eet uiteindelijk maar mijn grote bak rijst in de onderhandeling met het kleine koffielepeltje. Intussen is een Belgische europarlementariër gaan schreeuwen en boos weggelopen, beschuldigt een Duitse europarlementariër de Commissie van liegen, en schommelt de sfeer tussen jovialiteit en vijandigheid.

Uiteindelijk mag mijn voedselstrategie niet baten, want om 3.00 ’s nachts wordt toch besloten om de onderhandeling te staken vanwege blijvende onenigheden – elf uur lang gewacht op de vensterbank en onze onderwijspunten zijn nog niet eens aan bod gekomen.