Europese subsidie voor ­Bulgaarse wegwerppop

Sofia – Bulgaren zijn trots op hun cultuur, maar over één ding zwijgen ze liever: chalga, de muziek waarop een groot deel van de bevolking elk weekend danst. Chalga ontstond in de jaren negentig, toen door de oorlogen in voormalig Joegoslavië Servische popmuzikanten niet meer naar Bulgarije konden om daar hun populaire turbo-folk ten gehore te brengen. Bulgaarse muzikanten kwamen daarop met een eigen variant op de muziek.

Chalga is losjes op volksmuziek geïnspireerde, opzwepende dansmuziek die zich het best laat vertolken door uiterst schaars geklede en plastisch gecorrigeerde zangeressen, en die zich vooral leent voor een hitsige paringsdans. Lieten eerdere generaties popmuzikanten hun teksten door dichters schrijven, de chalga-­componisten beperken zich tot het rijmwoordenboek en thema’s als seks, drugs en geld.

Groot was daarom de verontwaardiging onder Bulgaarse theatermakers, schrijvers en kunstenaars dat juist dit deel van de Bulgaarse cultuur in aanmerking komt voor Europese subsidies. Payner Media, een dochteronderneming van een van de grootste chalga-producenten, krijgt bijna een miljoen euro uit een Europees steunprogramma voor economische ontwikkeling. Met dit geld wil het bedrijf zijn markt­positie versterken, zijn studio’s uitbreiden, nieuwe producten ontwikkelen en banen creëren.

Het zijn doelstellingen die uitstekend passen bij de vereisten van het steunprogramma, dat uiteraard geen richtlijnen bevat voor goede smaak. Soortgelijke projecten van andere film- en televisieproducenten krijgen eveneens geld. Maar Payner Media maakt chalga; een cultuuruiting die openlijk alleen wordt gewaardeerd door gangsters en klootjesvolk. Als dat niet stinkt!

Vanuit het door God en de regering ver­geten provinciestadje Dimitrovgrad reageerde de directeur van Payner Media laconiek op de kritiek van de elite, van wie het voornaamste argument was dat er voor hoge cultuur nauwelijks geld zou zijn. ‘Je moet je tijd niet verdoen met zeuren. Je moet gewoon zelf met een goed project komen.’

Ondertussen waren de boze geluiden via de internationale media al doorgedrongen in Europa. In Brussel vroeg de Europese Commissie opheldering aan het Bulgaarse ministerie van Economische Zaken. In Straatsburg spuwden Bulgaarse europarlementariërs hun gal en waarschuwden dat de volgende stap subsidies voor porno zouden zijn. Terug in Sofia legde een vijandige meute journalisten minister van Cultuur Vezhdi Rashidov het vuur na aan de schenen. Rashidov is van huis uit beeldhouwer en koketteert graag met zijn verantwoorde smaak. Desondanks gaf hij niet thuis. ‘Als minister balen is één ding, niet van chalga houden is iets anders.’