Economie

Europisme

De Europese leiders zijn in het geniep maar wat blij met Trump. Negen jaar crisis en flagrante incompetentie hebben het Europese project een flets, afgebladderd en uitgeblust aanzien gegeven. De steun ervoor onder de burgerij is inmiddels meer ingegeven door gewoonte en nostalgie dan door hartstocht en enthousiasme.

Hoe anders was het een kwart eeuw geleden. De val van de Muur leek een nieuwe wereldorde in te luiden waarin de ‘zachte hand’ van de Europese Unie de ‘harde vuist’ van de Verenigde Staten zou overtroeven. En de voorspoed die euro en interne markt zouden brengen zou Europa tot baken van hoop voor de rest van de wereld maken. ‘Alle Menschen werden Brüder’ tegen een achtergrond van wapperende Europese banieren en blije, scanderende D66-jongeren. Dat idee.

Inmiddels zijn al die dromen in hun tegendeel komen te verkeren. De euro heeft gezorgd voor oplopende verschillen tussen Noord en Zuid, heeft de onderlinge verhoudingen verzuurd en lidstaten een begrotingsbeleid opgedrongen dat de welvaart van burgers ernstig heeft geschaad en van nationale soevereiniteit een parodie heeft gemaakt. Terwijl de interne markt Brussel heeft veranderd in een grote politieke marktkraam waar het grootbedrijf zowel het eerste als het laatste woord en de burger het nakijken heeft.

Als dromen niet meer verleiden, rest politici nog slechts de angst van de nachtmerrie om teleurgestelde kiezers in het gareel te krijgen. En dat is precies wat we sinds het presidentschap van Trump zien gebeuren: als we niet verder integreren en het geloof in Europa nieuw leven inblazen, dreigt ook hier het ‘fascisme’ de kop op te steken dat zich in Rusland, Turkije en de Verenigde Staten van Trump manifesteert.

Als dromen niet meer verleiden, rest politici nog slechts de angst van de nachtmerrie

Neem de brief die de president van de Europese Raad, Donald Tusk, vorige week aan de regeringsleiders van de lidstaten van de Europese Unie heeft gestuurd. Het is een brief van het kaliber Paulus aan de gemeente van Laodicea. ‘Het derde gevaar dat de Europese Unie bedreigt’, aldus Tusk, ‘is de geestesgesteldheid van de pro-Europese elite. Afnemend geloof in verdere politieke integratie, groeiende gevoeligheid voor populistische sentimenten en toenemende twijfel over de fundamentele waarden van de liberale democratie zijn steeds vaker zichtbaar.’

Een alinea verder roept Tusk de regeringsleiders op om tijdens de viering van de zestigste verjaardag van het Verdrag van Rome op 25 maart aanstaande – en ik verzin het niet – hun ‘geloof in Europa’ opnieuw te bekrachtigen. Een soort trouw zweren aan de Europese vlag om zo nationale elites te binden aan het doel van verdere politieke integratie en hen te dwingen de voorkeuren van hun kiezers zo nodig aan hun laars te lappen.

Om de brief af te sluiten met de omineuze aankondiging dat ‘we’ ‘spectaculaire stappen’ moeten zetten om de ‘collectieve emoties’ over Europa radicaal te veranderen en de ‘aspiratie’ om de Europese integratie naar een hoger plan te brengen nieuw leven in te blazen. Als burger houd je je hart vast. ‘Spectaculaire stappen’? In vredesnaam, nee! En die ‘wij’, wie zouden dat zijn? Om maar te zwijgen van de afwezigheid van ook maar enige verwijzing naar kiezers als zelfstandig handelende burgers. Als ‘wij’, de leiders van Europa, maar hard genoeg ‘geloven’ in het europisme, volgen ‘zij’, onze onderdanen, ons vanzelf wel. Dat werk.

Het is wat mij betreft de meest expliciete demonstratie van het quasi-religieuze karakter dat Europese integratie voor de politieke elite heeft aangenomen. Euroscepsis niet bestrijden door de zorgen en problemen van de burgerij te adresseren maar door onderling een nieuwe belijdenis te doen aan het geloofsartikel van Europese integratie dat voor een groeiend deel van diezelfde burgerij meer en meer steen des aanstoots is geworden. Lijkt me een fantastische manier om de gapende kloof tussen kiezer en politiek te dichten, heren. En veel succes gewenst bij de komende verkiezingen met dit complot tegen de democratie!

Tot wat voor wanhopige agressie jegens eurosceptici dit leidt, was vorige week fraai te beluisteren tijdens het debat in de Tweede Kamer over de oproep van Thierry Baudet en de zijnen om een parlementaire enquête in te stellen om de verantwoordelijken voor de introductie van de euro onder ede te kunnen verhoren. D66-woordvoerder Wouter Koolmees bestond het om in zijn bijdrage burgers die zich afvragen hoe het zo dramatisch heeft kunnen misgaan met de euro op een hoop te gooien met aanhangers van dictators, potentaten en gekozen presidenten als Poetin, Erdogan en Trump. Het zijn argumentatietechnieken die zo uit de jaren dertig lijken te zijn weggelopen.