Menno Hurenkamp

Europopulisme

Het meest opvallende aan de discussie over de Europese grondwet is dat de critici niet schromen om de mensen in het land een rad voor ogen te draaien – onder het motto dat de mensen in het land zich geen rad voor ogen moeten laten draaien. Er zijn allerlei serieuze redenen om tegen de Europese grondwet te zijn. Bijvoorbeeld wanneer men tégen de Europese Unie is. Of, wat een doordachter overweging zou zijn, omdat men denkt dat enige vertraging in de Europese integratie misschien wel goed is voor de groei van de Europese identiteit. Het idee is dan dat je de top uit de boom moet halen opdat hij in de breedte groeit: als de bestuurders nu langer moeten steggelen krijgen de burgers tussen Letland en Portugal meer kans om op hun eigen voorwaarden aan elkaar te wennen.

Maar tegen stemmen omdat het document een kwalijk ding zou zijn dat burgers van hun vrijheid berooft is flauwekul. Bioloog (en PvdA-man) Ronald Plasterk heeft als columnist veel podia tot zijn beschikking. Daarop suggereerde hij herhaaldelijk dat de voorliggende wetstekst meer macht aan Brussel geeft en dat de regering dit probeert te verzwijgen. Maar er is – en dat weet Plasterk best – sprake van codificatie van bestaande praktijken. De democratische onderdelen van de Europese Unie krijgen ondertussen wel meer invloed door de grondwet. Het gaat niet om veel meer zeggenschap, daar kun je boos over zijn. Maar het omgekeerde, namelijk dat «Brussel» nóg meer te zeggen krijgt, is een onwaarheid. Als je voor de regering al waakzaam moet zijn, dan toch zeker ook voor Plasterk.

Tegen stemmen omdat we in de Europese Unie tegen onze wil zijn uitgeleverd aan de vrije markt, zoals niet alleen de Socialistische Partij maar ook PvdA-denkers als de publicist Paul Bordewijk beweren, is ook eigenaardig. De privatisering van stroom en trein heeft inderdaad een aantal vervelende consequenties. Maar beide zijn ook in het anti-Europese Engeland gerea liseerd, en met nog meer frisse markt moed dan hier. Ook Noorwegen, dat niet eens lid is van de Europese Unie, verhandelt zijn stroom al jaren via de beurs. De drang om mooie dingen af te breken is groter dan Europa.

Het zal niet baten om de raddraaiers te corrigeren. In 2005 is de Europese grondwet wat de moslim was in 2002: een praktisch doelwit voor ontevreden burgers van uiteenlopend pluimage. Anti-euro, anti-markt en anti-Turk verenigen zich nu in het europopulisme. Dat kent meer boosheid dan eenheid en heeft als verenigende kracht een sterke afkeer van de Brusselse bureaucratie. Je ziet dat europopulisme het scherpst terug in het argument dat de Nederlander nu voor het eerst iets over Europa mag zeggen. Daaruit spreekt dezelfde ergernis die veel Fortuyn-stemmers in 2002 uitten: nóu, voor het éérst, zullen we de hoge heren zeggen wat gewone mensen denken. Het is niet per se fout om op deze manier een stok in het Europese wiel te steken. Maar dat er sinds 1978 Europese verkiezingen zijn of dat het altijd mogelijk was om op eurosceptische partijen als de CPN of later de VVD te stemmen telt blijkbaar niet als tegenargument. Niemand legt mij uit waarom. De kippendrift van de neezeggers is onwaardig jegens de resultaten die de Europese Unie wél geboekt heeft. Terwijl ik tegen ben, ga ik van de weeromstuit voor stemmen.