Eurotop

Ik ben flauwgevallen. Ongeveer een uur geleden. Nu ik weer springlevend ben en mijn vingers als vanouds op het toetsenbord kletteren, weet ik zeker dat ik een bijna-doodervaring heb gehad. Ik heb weliswaar niet mijn hele leven in een flits voorbij zien gaan, inclusief die middag in april 1994, de dag waarop ik mijn hond een rottrap gaf, wat de wettige echtgenoot van mijn maîtresse terecht deed concluderen dat ik niet te vertrouwen was.

Ook zag ik geen tunnel en geen licht, rook geen parfums en hoorde geen zwoele stemmen die me verwelkomden, maar ik heb wel een zere schouder en een bult op mijn hoofd. Want je kunt per definitie niet flauwvallen zonder daadwerkelijk te vallen. U zult mij waarschijnlijk een aansteller vinden en opmerken dat flauwvallen nog geen bijna-doodervaring hoeft te zijn. Maar bijna doodgaan is ook niet echt sterven en tegenwoordig is flauwvallen, zoals bekend, bijna doodgewoon.
Toegegeven: ik ben inderdaad een aansteller. Van het genre dat ‘au! au!’ zegt bij het zien van een stethoscoop in de kamer van de huisarts. Maar desalniettemin ben ik geenszins van plan de enige semi-comateuze belevenis die mijn bescheiden bestaan sinds een uur rijker is, te verkwanselen door haar door ijskonijnen te laten banaliseren.
Iets meer dan een uur geleden zat ik nog aan tafel een Normandisch vispannetje van Iglo te eten. Tegenover mij had mijn dochter plaatsgenomen achter een met Chinese groenten gevuld bord, eveneens van Iglo, en ook wat voorgekookte minikrielaardappeltjes van het merk Cé La Vità die ik voor haar, zoals op het pakje aangegeven, in een koekenpan met anti-aanbaklaag had gebakken. Ik kan me nog goed herinneren dat ons gesprek geanimeerd was maar zonder de intensiteit van een controverse te bereiken. De radio was op France Inter afgestemd en de televisie op Twee vandaag. Het fatale moment, achteraf bezien, geschiedde toen ik mijn glas greep met de ferme intentie een slok Spa Marie-Henriette tot mij te nemen. Tot mijn verbazing bleef de licht sprankelende vloeistof halverwege mijn slokdarm knellen. Ik voelde de pijn in mijn borst in volume toenemen, terwijl op de radio de nieuwe Franse minister van Financiën Strauss-Kahn bezig was uit te leggen waarom hij, vlak voor de Eurotop van Amsterdam, het zogeheten stabiliteitspact om zeep wou brengen. Ik was verbaasd omdat ik, juist vanwege zijn licht sprankelende compo sitie, de onlangs op de markt gebrachte Spa Marie-Henriette (blauw-groen) boven de gewone Spa rood bij de supermarkt had geprefereerd. En het was uitgerekend een soort mineraalwater met piepkleine belletjes dat me bijna deed stikken!
Ik trok mijn benen vanonder mijn stoel, boog houterig voorover, en half staande spuugde ik een restje mineraalwater in mijn glas terug, terwijl op France Inter de linkse Strauss-Kahn door zijn rechtse voorganger Arthuis werd bekritiseerd. Ik keek recht in de verbaasde ogen van mijn dochter, maar de nu ondraaglijk geworden pijn belette me haar te vertellen wat ik werkelijk van Spa Marie-Henriette dacht. Daarna weet ik niets meer. Alsof ik van een reuze ecstasy-pannekoek een dreun op mijn serotonine-reservoir had gekregen of een kan van geconcentreerde psylocybine in één klap had leeggedronken. De tijd bestond niet meer, evenmin als minister Strauss-Kahn en de Amsterdamse Europtop.
Opeens werd ik door elkaar geschud. Ik zag het gezicht van mijn dochter en hoorde haar zeggen: 'Papa, aansteller, doe niet zo lullig.’ Ik wou haar aan onze afspraak herinneren dat wij voortaan aan tafel uitsluitend Frans zouden spreken. Maar ik zat niet meer aan tafel. Ik lag naast mijn omgevallen stoel op de grond en had een bult op mijn hoofd alsmede een zere schouder. Een bijna-doodervaring. Ik miste alleen nog de tunnel. Op de radio zei iemand iets over de Eurotop. Het had weinig gescheeld of ik was in een slok Marie-Henriette verdronken. Door acuut zuurstofgebrek was ik kortstondig hersendood geweest!