Eurowerklozen er waart een spook door europa

Ooit beloofde premier Lubbers dat hij zou aftreden als de werkloosheid in ons land tot boven een miljoen personen zou stijgen. Die toezegging heeft hij geen gestand hoeven doen, want het officiële werkloosheidscijfer werd zo vaak bijgesteld dat die magische grens nooit is overschreden.

Helaas verbond bondskanselier Kohl zijn politieke lot nooit direct aan de vorig jaar gedane belofte dat het aantal Duitse werklozen in het jaar 2000 gehalveerd zou zijn, want die toezegging is zelfs met de meest creatieve manipulaties van de statistieken niet meer waar te maken. In het zicht van de komende parlementsverkiezingen heeft Kohl zijn gelofte daarom ook maar weer officieel ingetrokken.
In januari is de werkloosheid in Duitsland met 301.600 personen toegenomen tot 4,82 miljoen, het hoogste aantal ooit in de geschiedenis van de Bondsrepubliek. In heel Duitsland zit nu 12,6 procent van de mensen werkloos thuis; 21,1 procent in het oosten en 10,5 procent in het westen. Binnenkort zal het aantal van vijf miljoen werklozen worden overschreden en de officiële onderzoeksinstituten gaan er inmiddels van uit dat de werkloosheid niet voor het jaar 2000 zal gaan dalen.
De druiven zijn vooral zuur voor de met mooie beloften binnengehaalde Oost-Duitsers. In het district Sangerhausen is de werkloosheid met 28,1 procent het hoogst, terwijl de teller in Dresden, het gebied met de minste werklozen, op 17,1 procent staat. Maar ook in het westen is de werkloosheid gedurende de bijna zestienjarige regering-Kohl bijna verdubbeld, van 1,8 tot 3,2 miljoen, uiteenlopend van 6,2 procent in Freising tot 18,8 procent in Wilhelmshaven.
Tijdens het vijfde parlementaire spoeddebat in zes maanden over nieuwe alarmerende werkloosheidscijfers presenteerde het Duitse kabinet haar armetierige plan om gemeenten op te roepen honderdduizend langdurig werklozen aan de slag te helpen als ‘het grootste banenplan’ sinds de voorgenomen verlaging van de belastingen. Beter kan de reddeloosheid van het huidige beleid niet worden geïllustreerd. Nieuwe banen mogen per definitie niets kosten, want het kabinet heeft zichzelf in een keurslijf gesnoerd om aan de criteria voor deelname aan de euro te kunnen voldoen. Aangezien de nieuwe stijging van de werkloosheid tot gevolg heeft dat belastinginkomsten dalen en uitgaven voor uitkeringen stijgen, zullen voor de euro bovendien juist extra bezuinigingen nodig zijn. Voorstellen van de oppositie om een deel van de miljardenwinst van de Duitse centrale bank te bestemmen voor het scheppen van banen in de publieke sector werden om diezelfde reden van tafel geveegd: de winst van de Bundesbank is onontbeerlijk om het financieringstekort in de buurt te houden van de voor deelname aan de euro toegestane drie procent.
Volgens het IMF, de Oeso en de belangrijkste economische experts in Duitsland zelf is de hoge Duitse werkloosheid te wijten aan te hoge lonen en sociale lasten, starre CAO’s, buitensporige minimumlonen en uitkeringen en rigiditeiten op de arbeidsmarkt. Loonmatiging, verdergaande flexibilisering en kortingen op de uitkeringsduur en -hoogte worden daarom, met een knipoog naar het Nederlandse poldermodel, aanbevolen als remedie. Die recepten slaan de plank echter volledig mis, want in Duitsland neemt, zoals het Britse weekblad The Economist onlangs monter opmerkte, niet alleen de werkloosheid maand op maand toe, maar stijgen ook de winsten, de beursindex en het handelsoverschot gestaag. Het nog meer matigen van de directe en indirecte loonkosten is in deze situatie uiteraard goed voor de winsten en aandelenkoersen, maar behalve op de beursvloer levert dat geen nieuwe banen op. Ondernemers investeren alleen wanneer ze voldoende afzetmogelijkheden zien en precies die verminderen wanneer de binnenlandse koopkracht door loonmatiging en bezuinigingen op de sociale zekerheid wordt geremd. Aangezien Duitsland veel meer exporteert dan importeert is het probleem bovendien ook al niet dat de op uitvoer gerichte sectoren door te dure werknemers niet concurrerend zouden zijn.
Daarom slaan SPD-voorzitter Lafontaine, de Groenen en de PDS de spijker op zijn kop wanneer zij pleiten voor koopkrachtverhoging om de binnenlandse vraag te stimuleren. Daar is gezien de stijging van de winsten en beurskoersen meer dan voldoende ruimte voor.
Honderdvijftig jaar na het verschijnen van het Communistisch Manifest is het nog altijd niet best gesteld met de internationale samenwerking van de verworpenen der aarde, maar sinds vorig jaar is wel degelijk sprake van een trend tot het europeaniseren van sociale acties. De sluiting van Renault-Vilvoorde in België leidde tot een unieke gezamenlijke demonstratie van vakbondsleden uit verschillende Europese landen. Tijdens de Eurotop in juni j.l. marcheerden vijftigduizend Europeanen door Amsterdam om te protesteren tegen werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting. Tijdens de speciale werkgelegenheidstop in november lieten twintigduizend vakbondsleden en uitkeringsgerechtigden in Luxemburg opnieuw van zich horen. En vakbonden en uitkeringsgerechtigden in Duitsland laten zich nu inspireren door de acties die Franse werklozen sinds december voeren voor werk en hogere uitkeringen. Op 5 februari gingen ruim vijftigduizend werklozen in tweehonderd steden voor het eerst samen de straat op tegen de werkloosheid, met 'Kohlsoep’ en 'Glühwein’ tegen de sociale kou. In verschillende kranten is die opkomst teleurstellend genoemd, maar een massabeweging ontstaat zelden volledig spontaan. Ook de recente acties in Frankrijk zijn het resultaat van sinds 1994 ontwikkelde, nieuwe coalities en initiatieven. In Duitsland is de beweging nog minder ver, maar dat kan snel veranderen nu tot de verkiezingen in september maandelijks nieuwe actiedagen zijn gepland.
Het debacle van het Duitse werkgelegenheidsbeleid betekent tevens het failliet van het op loonmatiging, flexibilisering, privatisering en bezuinigingen gefixeerde model voor Europa. Ideeën voor een andere sociale en economische agenda voor Europa zijn er genoeg. Maar een Europees alternatief rondom arbeidstijdverkorting met behoud van loon (zoals in Frankrijk), uitbreiding van sociale en collectieve voorzieningen en koopkrachtverbetering voor de lage inkomens en uitkeringsgerechtigden vereist gewijzigde krachtsverhoudingen en dus meer bewegingen en campagnes. De meest hoopgevende bijdrage aan de strijd tegen de Duitse werkloosheid kwam daarom vorige week niet uit de Bondsdag, maar van de straat.