21 april 1912 - 4 januari 2012

Eve Arnold

Voor Eve Arnold was er weinig verschil tussen het fotograferen van Hollywoodsterren en gewone stervelingen. Ze liet de naakte werkelijkheid zien, maar was nooit wreed.

ZE ZAG MARILYN Monroe haar schaamhaar kammen. Ze zag hoe Malcolm X op campagne handenvol dollars kreeg aangereikt. Ze zag Russische politieke gevangenen die een ‘speciale kuur’ kregen in een psychiatrische inrichting. Zag hoe Arabische vrouwen in een harem leefden. Zag Andy Warhol klungelen met een camera toen hij zijn eerste film in The Factory maakte en zag een dronken Joan Crawford voor haar uit de kleren gaan. Ze reisde door China, de Sahara en Rusland, bezocht sloppenwijken in Zuid-Afrika en paardenmenners in Mongolië. Amerikaanse presidentskandidaten, Britse premiers, Hollywoodsterren - ze maakte ze allemaal mee, camera in de hand. Eve Arnold zag veel in haar leven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat haar naam vrijwel altijd vergezeld ging van het adjectief 'legendarisch’. De legendarische Eve Arnold vond een nieuwe manier om de grote sterren van het witte doek in een natuurlijke pose vast te leggen. Ze was als vrouwelijke fotograaf een pionier, de eerste van haar sekse die gevraagd werd zich aan te sluiten bij het fameuze fotoagentschap Magnum. Ze was een legendarische witte vrouw die zich in het zwarte Harlem waagde, de burgerrechtenbeweging volgde en onder de huid kroop van Malcolm X. China kwam ze binnen toen het nog voor westerlingen was gesloten; tot Rusland kreeg ze toegang toen de Koude Oorlog op zijn koudst was.
Ze portretteerde niet alleen de rich and famous, evengoed legde ze the poor, the old and the underdog vast. Zoals Robert Capa, de oorlogsfotograaf en medeoprichter van Magnum zei: 'Het werk van Arnold valt metaforisch tussen de benen van Marlene Dietrich en de bittere levens van migranten die aardappels rooien.’
Toch was het betrekkelijk toevallig dat ze fotografe werd. Eve Arnold werd in 1912 geboren in Philadelphia, als middelste van de negen kinderen van William Cohen (geboren als Velvel Sklarski), een rabbi die uit de Oekraïne was gevlucht, en zijn vrouw Bessie (Bosya Laschiner). Ze studeerde medicijnen toen ze in 1946 van haar vriendje een fototoestel kreeg en begon te fotograferen. Haar moeder had twijfels bij die nieuwe loopbaan. 'Ik herinner me’, zou Arnold later vertellen, 'hoe zij haar hele leven ploeterde om al die kinderen op te voeden en hoe haar Engels bleef rammelen. Uiteindelijk accepteerde ze wat ik deed, maar mopperend. Toen ik voor Life magazine een verhaal maakte over de eerste vijf minuten van het leven van een baby, zei ze: “Wat is er om trots op te zijn?”’
Arnold, die vorige week op 99-jarige leeftijd overleed, was een autodidact. In 1948 kreeg ze even les op de New School van de legendarische art director van Harper’s Bazaar, Alexey Brodovitch. Ze maakte meteen indruk toen ze voor een opdracht een modeshow te fotograferen koos voor een show in een kerk in Harlem, toen nog een angstaanjagend getto. Ze bleef anderhalf jaar in Harlem werken, stuitte op Malcolm X en de Black Power-beweging. Omdat Amerikaanse bladen geen foto’s van zwarten afdrukten, stuurde haar man, Arnold Arnold, ze naar de Picture Post in Londen. Dat blad publiceerde ze en gaf daarmee een slinger aan haar carrière. Ze werd een veelgevraagd fotografe in de hoogtijdagen van de fotojournalistiek, die bloeide in bladen als Life, Look, Esquire, Paris Match en de kleurenbijlage van The Sunday Times.
Voor Eve Arnold was er niet zo'n groot verschil tussen het fotograferen van sterren en gewone stervelingen. Het ging haar om een nieuwe manier van kijken: ze probeerde de losse stijl van het snapshot te combineren met het zelfbewustzijn van het formele portret. Daarbij liet ze het toeval een grote rol spelen - ze maakte altijd gebruik van natuurlicht en liet de mensen die ze fotografeerde nooit poseren. 'There was nothing they had to do except be themselves’, verklaarde ze ooit. Daartoe bouwde ze met grote hoffelijkheid een vertrouwensband op en bracht ze weken, soms zelfs maanden door in het gezelschap van haar onderwerp. 'I just wanted to let things happen and sometimes it didn’t happen.’
Haar aanpak paste naadloos in de tijd: het studioportret van de Hollywoodsterren verloor in de jaren vijftig zijn aantrekkingskracht, tijdschriften begonnen meer ongedwongen foto-essays te publiceren, waarin de celebrities zich van hun 'gewone’, dagelijkse kant toonden. De eerste die Arnold zo portretteerde was Marlene Dietrich, tijdens nachtelijke opnamen voor een nieuwe plaat. Arnold portretteerde de uitgeputte Dietrich zonder make-up, kwetsbaar en ontspannen, schoenen aan, schoenen uit. 'My white-haired girl’, zoals Dietrich de vroeg grijs geworden Arnold liefkozend noemde, zou haar favoriete fotografe worden.
In 1952 ontmoette Arnold Marilyn Monroe. Het leidde tot een werkrelatie en een vriendschap van tien jaar en tot tientallen beroemde foto’s. 'She made me feel as if I were briljant and I suppose I made her feel she were briljant’, zei Arnold daar later over. 'Actually we were two young women starting out in this quite male world.’ Eve Arnold legde het ontstaan van de mythe van Marilyn Monroe vast - en droeg er met haar beelden aan bij. Ze fotografeerde Monroe op de wc van een vliegveld, haar rok omhoog; lezend in Ulysses in een park op Long Island; zittend op de motor, met verwarde haren.
Gevoeligheid, dat is het sleutelwoord. Arnold liet de naakte werkelijkheid zien, maar was nooit wreed. Ze wist heel goed dat fotografen de privacy met voeten traden, maar hoe zeer ze ook die ene onthullende foto wilde maken, ze wilde tegelijk de mensen die ze fotografeerde beschermen. Zo werd ze ooit ontvangen door een dronken Joan Crawford, die wanhopig naar aandacht zocht en erop stond dat Arnold haar bloot vastlegde. Dat deed ze, maar ze drukte de naaktfoto’s niet af en gaf Crawford de negatieven. 'Love and eternal trust always’, was de reactie van Crawford. Die zich later op een andere manier niets onthullend door haar liet fotograferen.