Even geduld

Zat ik klaar voor Charley Toorop, de wil is alles, documentaire van Kiki Amsberg en Paul van den Wildenberg, verschijnt een tekst in beeld die ooit dagelijkse kost was maar inmiddels uitgestorven leek: ‘Even geduld’.

Nu is het gevraagde, evenals bloemkool, een schone zaak, maar ik dacht aan de makers en dat die daar verdomd weinig vermaak aan zouden ontlenen. Leert niet het ABC van de moderne televisie dat zo een storing je prompt 100.000 wegzappende kijkers kost? Of zou dat bij een omroep als de VPRO en bij een programma over een schilderes minder direct werken? Ik althans wachtte braaf en werd beloond.
Gedegen als overzicht, de vage noties van de kunstleek contouren verlenend, fragmentjes kennis in een breder verhaal over een oeuvre, een leven, een subcultuur, een tijdperk plaatsend. Vol fraaie getuigenissen bovendien. Beginnend met de hoogbejaarde oud-museumdirecteur Hammacher, kenner van het werk en persoonlijk vriend. Breekbaar kwam hij de zaal met Toorops in, zoekend naar adem en woorden, om in de loop van zijn optreden, door het hele programma gemonteerd, helderder en trefzekerder te worden.
Nog net op tijd gefilmd, dacht ik en ik stelde me voor hoe een enorm archief tot stand zou worden gebracht waarin oude mensen hun leven en dat van hun sociale omgeving vertellen - zoals dat op de radio in Een leven lang gebeurt, maar dan uitgebreider en breder geschakeerd naar beroep en sociale laag. Zoiets als wat Spielberg onderneemt over de holocaust, maar dan ‘over alles’. Dat zou dan heel goed gearchiveerd moeten worden op aangesneden thema’s zodat latere documentairemakers goudmijnen aan beelden en informatie tot hun beschikking zouden hebben. Natuurlijk, hun benadering en invalshoek blijft die van de zelfstandige vakman annex kunstenaar - alleen hun werk kan beter worden doordat ze niet alleen levende maar ook dode getuigen aan het woord laten.
Zo een getuige kwam in Toorop trouwens voor: de schrijfster Jo Boer bleek door een amateur gefilmd terwijl ze voorlas uit haar herinneringen, in dit geval die aan Charley. Het ging over de tijd waarin die Arthur Lehning leerde kennen, blijkens foto’s een prachtige man en in Boers woorden niet alleen goed voor 'het beddenwerk’ maar ook als intellectuele en politieke partner. De documentairemaker die zoiets vindt, moet toch in vreugde een extra fles ontkurken, lijkt mij als leek. Om in een bacchanaal te verzeilen wanneer er uitgerekend van Charley en Arthur amateurfilmfragmentjes blijken te zijn waarin gedold en geflirt wordt. Charley maakt een dansbeweging en tuit haar lippen - onmisbare aanvulling op al die zo strenge zelfportretten. Toen vroeg ik me af waarom een programma over een schilderes van socialistische levensvisie, wier geportretteerden onder meer uit boerinnen, vissers, arbeiders en thuislozen bestaan, niet was gemaakt in de jaren zeventig maar in een tijd waarin het woord 'links’ even besmet en vergeten lijkt als 'Even geduld’. Om me te realiseren dat een tegengeluid juist verfrissend is; en dat zo een programma er bovendien 25 jaar geleden heel wat dogmatischer uit zou hebben gezien.
Ten slotte: hoe groot moet de spanning tussen kunstenaar- en moederschap zijn geweest. En hoezeer moet haar een keuze kwalijk genomen zijn die mannelijke kunstenaars nooit wordt verweten.