Even geduld AUB

De Nederlandse Moslim Omroep zit tussen vele vuren. De directeur zou autoritair leiding geven, maar is wél een verlichte moslim. Orthodoxe gelovigen rammelen aan de poort. Wie spreekt namens wie?

Directeur Frank William van de Nederlandse Moslim Omroep (NMO) is een impulsieve man. Als werknemers van zijn omroep in hun vrije tijd geen zin hebben te komen verhuizen, krijgen ze per e-mail bittere verwijten. «Beste werknemers», schreef hij op vrijdag 25 juni 2004. «Een grote smoel, kritiek op de NMO, goed betaald willen worden, de omroep naar buiten toe negatief neerzetten, de directeur uitmaken voor rotte vis. (…) Vandaag is de verhuizing. Wie is er om een beetje betrokkenheid te tonen? Nobody. Iedereen is al begonnen aan het weekendfeest. Wel straks een grote bek dat het niet goed is geregeld. Ik ben de huichelachtige houding echt zat.»

Dat is wederzijds. Werknemers van de omroep zijn de grillen van William ook beu. In december 2003 kwam het tot een confrontatie. Omroepmedewerkers waren het niet eens met Williams beslissing om in zendtijd van de NMO te reageren op een kritisch artikel in NRC Handelsblad over de omroep. In het artikel werd de representativiteit van de islamitische zend gemachtigde in twijfel getrokken. Die zend gemachtigde is de Nederlandse Moslim Raad (NMR), die in 1997 de vergunning kreeg om via de NMO uit te zenden. Maar wie, vroeg NRC Handelsblad zich af, zitten er achter die NMR? Het zou gaan om eenmansstichtingen en vage organisaties.

William voelde de bui hangen. Hij wilde graag opnieuw de zendmachtiging krijgen voor de periode 2005-2007. Vragen naar de omvang van zijn achterban kwamen bepaald ongelegen. Daarom wilde hij in zijn eigen zendtijd een tegenoffensief beginnen. De journalistiek ervaren medewerkers van de NMO waren mordicus tegen. Zij vonden het ethisch onverantwoord het eigen straatje schoon te vegen en lieten dat per mail aan William weten. William bleek onvermurwbaar: het item moest er komen. Wie tegen was, kon vertrekken. Frank William: «Je kan toch ook niet bij Mercedes werken, of bij Coca-Cola, en vervolgens roepen: ik sta niet achter het product. Het is hier precies hetzelfde als in elk ander bedrijf. Er zijn regels en daar heb je je aan te houden.»

Niet veel later stonden drie redacteuren op straat. Absurd, meent Daniela Tasca, een van de ontslagen medewerkers en initiatiefnemer van het protestmailtje. Daniela Tasca: «Wij voerden een doodnormale redactionele discussie, zoals zo vaak gebeurde in de twee jaar dat ik er werkte. We kregen niet eens de kans om een weerwoord te geven. Misschien is hij bang geworden.»

Williams opvatting over de journalistieke onafhankelijkheid hield geen stand bij de rechter. Begin januari stelde die de drie ex-werknemers in het gelijk.

Tasca werkt inmiddels elders. Terugkijkend op haar periode bij de NMO zegt ze verbaasd te zijn over de werkwijze van William. Aanvankelijk was ze door de directeur gecharmeerd: «Goeie man, goeie ideeën. Ik heb met veel plezier bij hem gewerkt.» Maar later ontdekte ze zijn andere kant: «Er waren te veel dingen waarvoor je moest opletten.» Voorafgaand aan de rechtszaak zou William zijn medewerkers hebben gevraagd wie «voor» hem wilde getuigen. Tasca: «Hoe kun je mensen zo onder druk zetten? Het zal wel op een joviale toon gegaan zijn, maar het is vreselijk intimiderend, zeker voor zo’n bange redactie. Ik heb ook niks tegen de NMO, mijn affiniteit met de islam is groot. Maar William is paranoïde, hij denkt dat iedereen tegen hem is.»

Bij de achterblijvers overheerst angst, zeggen verschillende betrokkenen die niet genoemd willen worden. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) maakt zich zorgen over de arbeidsomstandigheden bij de NMO. De omroep heeft geen fatsoenlijk redactiestatuut. Negentig procent van de programmamakers werkt op een tijdelijk contract. «Als bijna iedereen op losse contracten werkt, verstomt elke vorm van kritiek die niet in het straatje van directeur en bestuur past», aldus Thomas Bruning van de NVJ. Maar de bond staat machteloos. «Mensen zeggen: als ik hier op scherp ga zitten, is mijn contract straks ook afgelopen.»

William haalt zijn schouders op: «Allemaal gelul. Die Bruning is er alleen maar op uit om de NMO kapot te maken. Iedereen kan met kritiek bij mij komen. Als ze dat niet doen, zijn het schijterds.»

Frank William mag dan slecht liggen bij ex-werknemers, oud-bestuursleden en anderen die vinden dat hij te veel subsidiegeld aan advocaten spendeert, bij politici en beleidsmakers kan hij een potje breken. Reden: William is een liberale moslim. Hij baarde opzien in het programma van Andries Knevel door openlijk te verklaren dit jaar na twee dagen te zijn gestopt met vasten tijdens de ramadan. Hij kreeg honger, werd chagrijnig, en vond de onwelriekende lucht die uit zijn mond kwam onverdraaglijk. Hij wilde niet langer huichelachtig zijn, zegt hij achteraf. Hiermee doorbrak William een groot taboe. De telefoon bij de moslimomroep stond na afloop roodgloeiend. Ook de moskee ziet hij nauwelijks van binnen. En de koran? Die is volgens hem niet door Allah geschreven, zoals veel moslims geloven, maar door gewone mensen. Vasthouden aan de letterlijke tekst noemt hij onzinnig. Als de profeet weer eens als kinderverkrachter wordt afgeschilderd door iemand als Ayaan Hirsi Ali, slaapt William er geen minuut minder om. Frank William: «Ik ben neergezet om mijn God te dienen, niet om hem te verdedigen. Hij is almachtig, eeuwigdurend, barmhartig, hij overleeft alles en iedereen. Wat moet ik hem verdedigen? Die man is 1500 jaar geleden overleden. Dat heeft toch totaal geen zin?» Een islam-basher als Theo van Gogh was meer dan welkom in de programma’s van de NMO. William: «Theo was mijn vriend.» Zelfs zou William met Van Gogh over toekomstige samenwerking hebben gesproken.

De uitzendingen van de NMO wekken door Williams vrije interpretatie van het geloof een hoop ergernis in moskeeën van Groningen tot Maastricht. Op 25 november, na een hoog opgelopen woordenwisseling met een Tilburgse imam, deed William aangifte bij de politie. De radicale imam, mullah Oemar, lid van de van oorsprong Pakistaanse World Islamic Mission, had hem met de dood bedreigd. William kreeg bewaking. Om aandacht op de zaak te vestigen de omroep een persbericht. Prompt belden de Nederlandse omroepvoorzitters hem op om steun te betuigen: «Frank, pas goed op jezelf en je familie.» Ook het openbaar ministerie nam de zaak serieus en besloot onlangs de imam te vervolgen. Maar in de eigen achterban bleef het ijzig stil. Geen enkele moslimorganisatie nam het publiekelijk voor William op. Het tekent de sfeer van onderlinge strijd in de moslimwereld.

Wie is mullah Oemar eigenlijk? Hij heeft een lange baard en draagt een jurk, vertelt de imam desgevraagd aan de telefoon. «Dan ben ik dus radicaal. Het was ook niet de eerste keer dat ik belde met kritiek op het beleid van de NMO. William kent mij, we hebben elkaar wel eens ontmoet. Op een gegeven moment zegt hij mij: jíj hebt niks te vertellen, jij bent helemaal niks, níemand! Dat mag hij blijkbaar tegen mij zeggen! Toen werd ik boos en heb dingen gezegd die ik niet meende. Maar als ik hem echt dood wilde, zou ik hem toch niet van mijn eigen huisnummer bellen? Het gíng daar helemaal niet om.»

Augustus 2005 verloopt de zendmachtiging van de vrijzinnige NMR. Op 1 februari beslist het Commissariaat voor de Media welke moslimorganisatie van 2005 tot 2007 de 65 uur zendtijd mag gaan vullen. De nu buitengesloten moslimvoormannen beraadden zich de afgelopen jaren op een manier om William van de troon te stoten. Het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) is de belangrijkste opponent. Deze organisatie vertegenwoordigt naar eigen zeggen negentig procent van de moslims in Nederland, vooral Turken en Marokkanen, maar ook de World Islamic Mission mocht bij hen aanschuiven. Oud-minister Roger van Boxtel nam het initiatief tot de oprichting van dit overlegplatform, teneinde één aanspreekpunt te hebben voor alle moslims in Nederland. De NMR zou aanvankelijk plaatsnemen in het orgaan, maar trok zich vorig jaar vlak voor de oprichting terug. Waarom? Volgens NMR-voorzitter Derwisj Maddoe werden de minderheidsgroeperingen van de ahmaddiya’s en de alevieten uitgesloten van de nieuwe organisatie. Onzin, zegt CMO-voorzitter Tonca: «De NMR moest een lijst met deelnemende organisaties aanleveren en dat hebben ze nooit gedaan.»

Dat de NMR geen lijst heeft aangeleverd is niet zo vreemd. Op papier ziet het er allemaal prachtig uit. De Nederlandse Moslim Raad bestaat uit zeventien organisaties, maar wie in de registers van de Kamer van Koophandel duikt, merkt al snel dat achter die namen niet veel schuil gaat. Organisaties met welluidende namen als de Internationale Moslim Organisatie, de Stichting Culturele Raad Somaliërs of de Eritrees Islamitische Stichting zijn bij de Kamer van Koophandel onbekend.

Bij organisaties die wél bekend zijn, is sprake van verstrengeling van vrienden en familiebanden. Zo wordt de Stichting voor Halal Voeding en Voedsel geleid door een familielid van Maddoe: Abdul Qayyoem Boedhoe. Voorzitter Ahmidou Oulad van de stichting Macar (Vereniging Marokkaanse Associatie van Culturele Actie) werkte lange tijd bij de NMO als producer. De vereniging Marokkaans Islamitische gemeenschap De Bilt wordt bestierd door Rachmad Nurmohamed, een neef van William. En een kennis van de directeur, Naushad Boedhoe, schreef op verzoek van het toenmalige bestuur voor zo’n anderhalve ton een reorganisatieplan voor de NMO, waaraan hij twee jaar werkte. Het plan wordt nu uitgevoerd door zijn broer Robby Asrafali, intussen voorzitter geworden van de NMO. Naushad Boedhoe werkt wegens de functie van zijn broer niet meer voor de NMO. Maar zijn vrouw en vennoot Alma Mahawat-Khan is de zus van bestuurs secretaris Mohamed Mahawat-Khan. Diens broer Hikwat Mahawat-Khan is voorman van de ahmaddya’s bij de juist opgerichte Contactgroep Islam (CGI), die de NMR-aanvraag voor de zendmachtiging steunt. Schoonzus Varsia Ilahibaks zit in de Programma-Adviesraad van de NMO.

Er zijn nog meer familiebanden. Voorzitter Derwisj Maddoe van de NMR is getrouwd met een achternicht van William. Ze groeiden op in dezelfde wijk in Paramaribo, hoewel William zegt dat ze elkaar niet kenden vóórdat hij bij de omroep kwam werken. Maddoe, in het dagelijkse leven welzijnswerker, werd eerder door de rechter berispt wegens financieel wanbeheer van de Nouroel Islam Moskee in Den Haag, dezelfde moskee waar William naar eigen zeggen afgerost werd omdat hij er de liberale islam verkondigde. Dat William een klap kreeg is zeker. Maar niet omdat hij liberale praatjes had gehouden. Getuigen melden dat hij met Maddoe meegekomen was om hem te steunen bij zijn verweer tegen de beschuldigingen. Na afloop van de verhitte discussie ging men naar boven om te bidden. William zou de gelovigen, vonden enkele aanwezigen, hebben uitgemaakt voor hypocrieten die na een ruzie hun kont in de lucht steken om te gaan bidden. Op een vrome bodybuilder binnen gehoorafstand had hij niet gerekend. Die diende hem van fysiek repliek.

Nico Landman van de Universiteit van Utrecht deed voor het Commissariaat voor de Media onderzoek naar de representativiteit van de verschillende islamitische organisaties in Nederland. Nico Landman: «Bij de NMR zaten vroeger ook de grotere moskeeorganisaties, maar die zijn er in de loop van de tijd allemaal uitgestapt. Van de groepen die er nu op staan ken ik de helft niet. Overigens ben ik niet verbaasd dat er veel vrienden en familie te vinden zijn onder de genoemde stichtingen en verenigingen. Voor adhesiebetuigingen ga je als eerste bij hen langs.»

De commissie van islamologen bracht aan het Commissariaat een tweeledig advies uit: volgens haar zou het Commissariaat rekening moeten houden met de omvang van de achterban, maar ook diende de vergunning maar aan één organisatie te worden verstrekt. «Anders praat je over een uurtje hier en een uurtje daar», zegt Landman. Daarnaast hecht het Commissariaat veel waarde aan continuïteit van de huidige zendorganisatie. De kansen van de huidige licentiehouder NMR worden daarmee vergroot.

Pogingen van het Commissariaat voor de Media om NMR en CMO te laten samenwerken zijn op niets uitgelopen. De een misgunt de ander de macht over de piepkleine omroep en de vijf miljoen euro subsidie die ermee is gemoeid. William gooit het erop dat hij verlicht is, en zij onder invloed staan van «buitenlandse mogendheden».

Als het erop aan komt deinst William er zelfs niet voor terug een etnisch onderscheid te maken. William, zelf van Surinaamse afkomst, spreekt met enig dédain over zijn Turkse en Marokkaanse geloofsgenoten. De Turken zouden «alleen maar uit zijn op macht» en Marokkaanse importimams zouden «een referentiekader hebben van enkele vierkante kilometers». Frank William: «Mensen uit die Noord-Afrikaanse landen of Turkije proberen de islam van die landen hiernaartoe te brengen. Maar dat past helemaal niet in Nederland. Dat loopt vast. Ik denk dat Surinaamse moslims de trendsetters zouden moeten zijn.»

Het Commissariaat voor de Media heeft zichzelf voor 1 februari een duivels dilemma in de maag gesplitst. Geeft zij William en zijn organisatie opnieuw de zendmachtiging, dan is zeker dat maar een heel klein deel van de Nederlandse moslims is vertegenwoordigd. Dat kan toch nauwelijks de bedoeling zijn van een publieke omroep. Gunt zij de machtiging aan het CMO, dan is het nog maar afwachten of minderheidsgroeperingen gehoord zullen worden. En ondanks een clausule in de statuten van het CMO waarmee de invloed van buitenlandse mogendheden wordt geweerd lijkt het Commissariaat er toch niet echt gerust op. Een andere optie zou zijn om maar helemaal geen zendtijd toe te kennen. Vorige week liet het Commissariaat weten dat de kansen van alledrie de aanvragers nog even groot zijn. Van alledrie?

In het roerige moslimland is er één organisatie die het hoofd vrij koel houdt. Achter de derde aanvrager, de Samenwerkende Islamitische Koepel (SIK), gaat geen lijst maar een ingewikkeld netwerk schuil. Oprichtster Bea Lalmohamed zit als een spin in het web van bijna veertig verschillende organisaties waarin alle stromingen vertegenwoordigd zijn. Het verbaast haar dat het Commissariaat tot nu toe alleen soennitische organisaties met elkaar liet praten. Bij de pogingen om de strijdende partijen te laten samenwerken werd zij niet betrokken. Lalmohamed is in het dagelijks leven gedragwetenschapper en staat bekend om haar werk voor mishandelde islamitische vrouwen en kinderen. Zij kent de werkvloer van de NMO van binnenuit. Bea Lalmohamed: «Als wij de zendmachtiging zouden krijgen, zou de NMO gewoon blijven bestaan. Maar door dat voortdurende gedonder en die vriendjespolitiek raakt de liberale islam zélf nu ondergesneeuwd. Grote groepen moslims komen niet in beeld. De islam wordt vooral geassocieerd met kommer en kwel. Dat beeld klopt niet, en dat wil ik graag bewijzen.»