Even geen strijd

Inlichtingen: Dansend Hart, 030-2328385
De ene danseres zou door een balletlerares misschien iets te zwaar worden bevonden. Maar ze beweegt als een veertje over het speelvlak. In het begin dirigeert ze haar lichaam met een stokje: ze tikt een plekje aan, de spieren in de buurt van dat plekje beginnen prompt te functioneren. Kort daarop spreekt ze een korte tekst, maar door de heftige muziek is ze bijna onverstaanbaar. We horen flarden: over elegantie in bewegen, over de middelen die je daarvoor als danser inzet.

De tweede danseres heeft de situatie vanaf een bankje bekeken. Ze is slank en oogt een stuk harder, zowel in haar blik als in haar bewegen. Ze gaat achter de elegante danseres staan en probeert haar te manipuleren, bijna als een poppenspeelster. Het lijkt of ze iets van haar hardheid in de esthetiek van de ballerina naar binnen probeert te masseren. Wat niet lukt. Middenin de voorstelling trekt de slanke, harde danseres soldatenkistjes aan, van die onvermurwbare schoenen. Ze wil misschien elegant zijn, maar haar bewegingen houden iets marcheerderigs. In de manier waarop ze haar handen voor haar gezicht houdt, zit ook al zo'n kramp. De twee vrouwen dansen op muziek van Sjostakovitsj, een Russisch componist die erg veel onder het communisme geleden heeft.
‘Theater is misschien voor alles synoniem met het daadwerkelijk nemen van de tijd die nodig is om lichamen tot beelden te laten stollen. Men ziet er sterfelijke mensen in een onherhaalbare, unieke voorstelling op een alles bij elkaar genomen erg kwetsbare manier een ander worden.’ Twee avonden achter elkaar geniet ik van dezelfde{ (dans)voorstelling: Weeshuis/Largo, op muziek van Sjostakovitsj, gemaakt voor de groep Dansend Hart, een choreografie van Wies Merkx. Tussen de twee avonden door lees ik in De Gids (januari 1996) een artikel van de Vlaamse cultuurfilosoof Rudi Laermans: 'Onzichtbare werkelijkheden, onzichtbare lichamen, onzichtbare beelden - De noodzaak van theater vandaag’. Waaruit dat citaat van net. En ook deze: 'Men kan plots beseffen dat dit vluchtige, snel afgebroken gezelschap, tijdens hetwelk men de acteur enkel als een vreemde, niet als een individu heeft leren kennen, tot de kostbaarste levenservaringen behoort.’
Elegantie en hardheid, verpersoonlijkt door de twee danseressen, komen in het midden van de voorstelling even bij elkaar. Er is een omarming, een zacht bewegen, geen strijd meer. Daarna: opnieuw het gevecht om de ruimte. Het slotbeeld: een gezamenlijke spagaat. Twee danserslijven in dialoog met de imperfectie van hun lichaam. Opstandige geest in een volgroeid lichaam.
Weeshuis/Largo is gemaakt voor een publiek van twaalf jaar en ouder. De zojuist beschreven scenes komen uit Weeshuis, gedanst op de eerste delen uit Sjostakovitsj’ Achtste Symfonie. Largo is door Wies Merkx (en danser/choreograaf Charles Corneille) gemaakt op de delen drie en vier uit dezelfde symfonie - een stuk voor vijf dansers, een hortend en stotend 'ademende’ choreografie, een afdruk van geweld in afgedwongen collectiviteit, commentaar ook op eenvormigheid.
Noch in Weeshuis, noch in Largo worden 'verhaaltjes’ gedanst. Beide stukken zijn tamelijk abstract, het is de verbeelding die wordt aangesproken. Daar schijnen ze in de danswereld die voor jongeren werkt, niet zo van te houden. Dus toonde Dansend Hart na afloop in de Utrechtse Blauwe Zaal bijna provocerend een korte video met reacties van de beoogde publieksgroep: de jongeren. En ze hebben het allemaal gezien: de vluchtige aanrakingen, het asynchrone in de bewegingen, het abrupte einde. Ze vertellen vrijuit over de betekenis die deze choreografie voor hen heeft, over wat ze precies (of ongeveer) hebben beleefd, meegemaakt.
Programmeurs, inkopers! Steek uw nek uit: zie de kracht van deze abstracte dans voor jongeren. Aan Wies Merkx zal het niet liggen: ook het slotdeel van Sjostakovitsj’ symfonie zal, als het aan haar ligt, voor jongeren worden gedanst. Tot slot opnieuw Rudi Laermans: 'In onze verhouding met de mensen die de fictionele ruimte van het podium bevolken, valt misschien een waarheid te onderkennen betreffende alle sociale verhoudingen die ook onze persoonlijke relaties in alle betekenissen van het woord op het spel zet.’