Evenwichtswerk op de nul-lijn beeldende kunst

  1. Het begrip ‘nul’ werd vermoedelijk voor het eerst geformuleerd in India, in de derde eeuw na Christus. De eerste tekst waarin nul voorkomt is echter pas gedateerd in 738. Het moet een wetenschappelijke en filosofische bom van jewelste zijn geweest waarop de kunst, het lichtbegaafde kind van de exacte wetenschap en de filosofie, pas zo'n 1650 jaar later reageerde.
  1. Op pagina achttien van de catalogus staat een foto die samensteller Gerald van der Kaap maakte van mede-samensteller Jan Hendrikse. 35(jaar na nul, staat er boven. Hendrikse, nonchalant dikbuikig, bruinverbrand in witte sportbroek op een Curaçao’s strand, kijkt nukkig in de camera. De korte haren nog nat van een duik in het niets.
  2. Hendrikse was in 1958, samen met Henk Peters, Jan Schoonhoven, Armando en Kees van Bohemen medeoprichter van de Groep Nul, verwant aan de duitse Zero Gruppe en nog een handvol andere kunstenaarsgroepen die zich begin jaren zestig manifesteerden in een stroming die later door de kunstgeschiedenis de Nouvelle Tendance werd genoemd.
  3. De Nouvelle Tendance was een reactie op de expressieve kunst, zoals bijvoorbeeld voorgestaan door Cobra, die in de jaren vijftig triomfen vierde in Europa en Amerika. Nul of Zero betekende de ‘dematerialisatie van het kunstwerk’ - lichtsculpturen, monochromen of vuurfonteinen (Yves Klein) - maar het betekende ook de dematerialisatie van de kunstenaar en zijn diepste, meest persoonlijke gevoelens. Het dient evenwel gezegd te worden dat de Groep Nul zich van haar buitenlandse geestverwanten onderscheidde door een wat nuchterder en relativerender houding. Zero was via een minimalistische omweg nog steeds op zoek naar een nieuwe spiritualiteit. De Groep Nul leek het, in puur Hollandse traditie, meer te doen om zakelijkheid en de economie van het beeld. Een avantgardistische variatie op het thema doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.
  4. De eerste overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum (1962), onder auspiciën van de Godfather van de individuele expressie - museumdirecteur Sandberg - werd een grote rel. Publiek en pers vonden elkaar in afkeer en verontwaardiging. Maar twee jaar later was het pleit beslecht, stroomde het publiek toe en stak de pers de loftrompet. Niet lang daarna valt de groep uit elkaar.
  5. Armando maakt de volgende tweeëneenhalf jaar geen werk meer. Hendrikse vlucht naar New York en richt zich op film, fotografie en nietsdoen. Peters besluit op te houden met kunst maken, en verbreekt die belofte pas weer in 1990. Nul blijkt toch te weinig. 'Ik vond het niet meer spannend. Dat had mede als oorzaak dat ik nog maar zo weinig persoonlijke inbreng had. Ik kon de werken bij wijze van spreken laten maken’, verzucht Armando in retrospectief terwijl Hendrikse bekent zich nooit aan het pure en het zuivere van Nul te hebben overgegeven: 'Joh, bij mij is de nul-tijd natuurlijk helemaal een afgesloten periode.’ Van de oorspronkelijke groep werkt alleen Schoonhoven rustig door.
  6. Reeds vanaf het eerste begin leek de Groep Nul klaar voor de kunstgeschiedenis, als een wat verlate, door WO(II geremde, absolute conclusie van het vroeg twintigste-eeuwse avantgardisme: hierna geen vervolg meer, maar een nieuw begin.
  7. De nieuwe generatie nul-kunstenaars die op de tentoonstelling wordt gepresenteerd is niet gegroepeerd rondom een ideologie zoals hun voorvaderen, maar wordt juist bijeengehouden door het ontbreken ervan. Ze balanceren op de rand van de ideologische krater die het postmodernisme heeft geslagen en de barokke beeldcultuur en de persoonlijkheidscultus rondom de kunstenaar die daaruit is voortgekomen.
  8. De nieuwe generatie heeft zich nooit verzameld onder een manifest en kan dus ook niet als groep gezien worden. Het is het oudere, vaak gereconstrueerde werk dat de tentoonstelling bij elkaar houdt en haar een aangename rust en diepte geeft.
  9. Los van jong en oud valt de tentoonstelling in twee groepen uit elkaar. Werken met en zonder humor. Humor die essentieel lijkt voor het echte nul-gevoel. Alleen Schoonhoven lukt het om zonder humor overeind te blijven. De formele constructies van Sabine Braun en Margarete Rebmann gaan pijnlijk ten onder in hun eigen serieusheid. Niet de kunstenaar is hier 'gedematerialiseerd’ maar de ziel is uit het werk gehaald. Balanceren op de nullijn blijkt evenwichtskunst.
  10. Het kunstwerk is een virus of een robot geworden. Daarmee lijkt de droom van de nul-opa’s werkelijkheid geworden. Re: ZERO=0 is een goed getimede, mooi samengestelde tentoonstelling die na het beeldenoffensief van de jaren negentig overtuigend pleit voor het minimale. Consuminderen. De overvloed der schaarste proevend. Paradoxaal genoeg smaakt dat mindere naar meer.