De ‘stille reserve’

Ex-onderwijzers vinden aandacht voor leerling belangrijker dan goed salaris

Leerkrachten die het basisonderwijs hebben verruild voor een andere baan, deden dat vooral omdat ze te weinig aandacht konden besteden aan de leerlingen. Verlaging van de werkdruk is voor hen belangrijker dan het salaris, blijkt uit onderzoek van Investico.

Medium large commentaar 25 2017 leerkracht

Leerkrachten die de afgelopen jaren het basisonderwijs hebben verruild voor een andere baan, deden dat vooral omdat ze te weinig aandacht konden besteden aan de leerlingen. De hoge werkdruk die deze aandacht in de weg staat, was voor hen een belangrijkere overweging dan het te lage salaris. Dat blijkt uit een onderzoek onder de ‘stille reserve’ van bevoegde onderwijzers dat is uitgevoerd door platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor Trouw, het Onderwijsblad en De Groene Amsterdammer.

Medium doorslaggevende voorwaarden large

Ruim 31 duizend bevoegde onderwijzers staan momenteel niet voor de klas; deels omdat ze geen werk kunnen vinden, maar vooral omdat ze het basisonderwijs bewust hebben verlaten. Hun hart ligt daar niettemin nog steeds, blijkt uit de enquête van Investico. Bijna twee derde van de ondervraagde stille reserve in de enquête is bereid voor de klas te gaan staan. 19 procent zegt dit ‘zeker wel’ te willen en 45 procent ‘misschien’. Jongere mensen en vrouwen zijn hier vaker toe bereid dan ouderen en mannen.

Het onderzoek betreft zowel ex-basisschoolleraren als Pabo-afgestudeerden die buiten stages nooit voor de klas hebben gestaan. Zij vormen samen die ‘stille reserve’ die in theorie vrijwel direct zou kunnen inspringen bij een lerarentekort. Met het oog op het groeiende tekort in het basisonderwijs wordt de stille reserve door het ministerie van OCW expliciet genoemd als een van de mogelijke oplossingen.

Een aanzienlijk deel van de ondervraagde Pabo-afgestudeerden geeft aan nog geen vast contract te hebben kunnen krijgen. Dit is te verklaren uit het feit dat het lerarenoverschot nog maar recentelijk is omgeslagen in een tekort. Pabo-afgestudeerden die niet in de grote steden wonen, waar de tekorten nu al voelbaar zijn, werken vaak op invalbasis. Maar liefst 83% van degenen die nog geen vaste baan konden vinden, zegt bereid te zijn om zeker of misschien voor de klas te gaan staan.

Aan het ‘misschien’ van de stille reserve, zowel degenen die wel als die niet eerder voor de klas hebben gestaan, hangen wel duidelijke voorwaarden. De allerbelangrijkste is dat men genoeg tijd kan besteden aan de leerlingen. Voor 43 procent heeft dit de hoogste prioriteit. Tijd voor leerlingen komt nu in het gedrang door onder meer administratieve lasten. De tweede en derde voorwaarde voor terugkeer zijn een salaris dat minstens even hoog is als het huidige (28 procent) en ondersteuning voor leerlingen met gedragsproblemen (27 procent). Afspraken over de werkbelasting (27 procent) en een vast contract (24 procent) volgen daarna.

Ergernis over buitensporige administratie is, na te hoge werkdruk in het algemeen, ook de belangrijkste reden waarom basisschoolleraren zeggen te zijn vertrokken, op de voet gevolgd door een te laag salaris. De sectoren waar de stille reserve nu het vaakst werkzaam is, zijn andere vormen van onderwijs (bijvoorbeeld vmbo) en de zorg. De werkdruk in de zorg, zeggen de geënquêteerde ex-leraren, is een stuk lichter dan in het onderwijs.

De analyse is gebaseerd op de antwoorden van 561 respondenten. De steekproef is gewogen voor sekse, leeftijd en woonplaats (provincie), zodat deze overeenkomt met de populatie zoals dit jaar in beeld gebracht door CentERdata en OCW.


In De Groene Amsterdammer van volgende week gaat Investico dieper in op het lerarentekort en de stille reserve.