Examen doen bij delpeut

Misschien is Delpeut als filmmaker gewoon te slim voor het vak. In ieder geval roept zijn film reacties op die afwijken van de gebruikelijke. Het lijkt wel of sommige critici het gevoel hebben dat ze bij Delpeut examen moeten afleggen in plaats van andersom, zoals gewoonlijk is. Een opmerkelijke en instructieve omkering die het ook al weer waard is om enkele kanttekeningen bij te plaatsen.

Overigens gingen lang niet alle critici op voor het examen. In opvallend veel kranten en tijdschriften volstond men met een interview met de maker of zijn geroemde hoofdrolspeler Johan Leysen (die hele lappen Japans spreekt die hij zelf niet kan verstaan). Keurig werd steeds uit de mond van de maker opgetekend dat het verhaal een omkering van het Madame-Butterflymotief bevatte en dat zijn beeld van Japan niet was gebaseerd op de realiteit maar op de negentiende-eeuwse verbeelding. Zijn film is met andere woorden geen namaak-Japanse film, maar een japonaiserie. Een bewuste vervalsing die zich nooit als echt zou willen voordoen. Je kunt het vergelijken met de schilderijen die Vincent van Gogh maakte naar Japanse prenten; hij volgde tamelijk nauwkeurig de originele composities, maar het kwam geen moment in hem op om een facsimile van de prent te maken. Hij maakte een schilderij. Zo ook Delpeut. Hoe zorgvuldig hij ook naar oude foto’s en films keek, het ging hem uiteindelijk niet om de nabootsing; het resultaat is dan ook niet een fotoalbum of een compilatiedocumentaire, maar een speelfilm. En een speelfilm zou je op zijn merites moeten beoordelen.
Het meest expliciet in het benaderen van Felice… Felice… als een erudiet essay en niet als speelfilm is de NRC-criticus Hans Beerekamp. Hij omschrijft de film als een academisch kunststukje en als een bewijsvoering van een specifieke esthetische opvatting. Hij ziet de film niet als een drama maar als een intellectuele operatie, die hem overigens vervult met bewondering. Vervolgens schaart hij zichzelf in de rijen van de cinefiele elite die het veelvuldig citeren uit de grootse filmhistorie van Japan als een aangenaam hersenprikkelend gezelschapspel kan waarderen. Hij zag Naruse, Mizoguchi, Kurosawa en Ozu, maar hij zag weinig Delpeut.
Beerekamp is met een mooi cijfer geslaagd voor het examen, maar toch ergens ook gezakt. Delpeut wilde namelijk geen verhandeling op academisch niveau afsteken, maar een gevoelig melodrama maken. Een verhaal over een grote onmogelijke liefde. Eén van de twee: óf de filmmaker óf de criticus heeft hier gefaald.
Ook de zeer theoretisch onderlegde Belgische criticus Dirk Lauwaert benadert de film in een artikel in Skrien als een studie en een onderzoek. Hij ziet de film weliswaar minder als een cinefiel hoogstandje, maar toch ook niet in de eerste plaats als een liefdesverhaal. Zijn betoog benadrukt de bespiegelingen op het gebied van fotografie en waarneming en betrekt de film daarmee in een theoretisch esthetisch debat. De film fungeert hierbij niet als aanleiding, maar als partner. De film zou zelf een essay over foto-esthetische opvattingen zijn. Lauwaert ziet dit overigens niet als een zuiver cerebrale positie; voor hem is het foto- en filmarchiefonderzoek een bezigheid vol passie. Daarom kan hij Delpeut zien als een perverse archivaris wiens blik nooit kil is. Maar warm kun je het stuk van Lauwaert niet noemen. Wel behendig. Hij neemt zijn beeld van de film op in een verhandeling die hij toch al wilde houden.
Philip Mechanicus deed vorige week in De Groene iets dergelijks. Zijn verhaal is nog minder aan de film opgehangen, nog impressionistischer, en ondanks de smaakvolle virtuositeit uiteindelijk nietszeggend over de film.
Na al die meer en minder knappe verhandelingen die Felice… Felice… ge- en misbruiken, zou ik slechts dit willen zeggen. Als je van mij wilt aannemen dat de film een mooi en gevoelig melodramatisch verhaal vertelt en je besluit om de film toch te gaan zien, beloof ik bij deze dat je daar geen spijt van zult hebben.

  • Laat je door het mediageweld rond Titanic niet weerhouden om de film te gaan zien. James Cameron is een hoogst begaafde en ambitieuze filmmaker. Hij is de Michelangelo van het huidige Hollywood en zijn ultieme scheepsramp is zijn Laatste Oordeel. Het is er door omstandigheden nog niet van gekomen, maar ik brand van nieuwsgierigheid om de grootse ondergang mee te maken.
  • Blade Runner, de duistere en spannende sciencefiction-thriller van Ridley Scott uit 1982 met Harrison Ford (en Rutger Hauer) geldt als een mijlpaal in de ontwikkeling van de sciencefiction-film, die sindsdien vooral duister moest zijn. Mensen die het weten kunnen zeggen dat de net uitgekomen game van Blade Runner eveneens een mijlpaal is. Niet alleen vanwege de hoge resolutie en de voortdurend bewegende grafics, maar ook omdat de speler zowel de jager als de opgejaagde is. Westwood Studio’s/ Virgin Interactive, Ÿ 109,95.
  • Mijn goede Belgische vriend Edwin Carels maakte voor zijn land- en mijn studiegenoot Chris Dercon een leuke tentoonstelling over film, gezichtsbedrog en surrealisme in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Laat je niet afschrikken door de kryptische titel Loplop/re/presents: the im/pulse to see. Het visuele essay bevat geestige kijkkasten en ander kermisvermaak. Nog t/m 22 februari.