TELEVISIE Tegenlicht-trilogie

Excelleren op school

Als Keristiena Shenouda, van Egyptische afkomst, naar de Amsterdamse Oscar Carréschool was gegaan, zou ze dan ook op de Middelburgse Roosevelt Academy voor excellente studenten zijn beland? Die vraag drong zich op na het zien van twee delen van een Tegenlicht-trilogie over ‘excellence’ in onderwijs: Groep acht en Oxford in Zeeland. In de eerste observeert Bregtje van der Haak kinderen op een openbare basisschool in de Pijp. Ze zitten in een klas van 27 met elf nationaliteiten die alleen al door die diversiteit voorbereid worden op ‘een toekomst als wereldburger’. Huiswerk wordt niet gemaakt want centraal staat de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Kunst en cultuur zijn daarbij instrumenten waarmee het een Kunstmagneetschool is (waarom dat gruweljargon?). Juf Lieke houdt van de kinderen – basisvoorwaarde voor ieder die onderwijs geeft – en van diversiteit, die, lijkt me, niet bemind hoeft als ze maar als vanzelfsprekend wordt gezien, net als het weer. Over het onderwijs zelf komen we weinig te weten en dat dan meestal indirect. Over de kinderen, hun onderlinge omgang, hun zelfbeeld des te meer. Daar zit iets vreemds in gezien de noemer ‘excellence’. Of de regisseur moet, net als de school zelf, die diversiteit en de aanwezigheid van kunst en cultuur in het curriculum, als een uitzonderlijke kwaliteit zien. Daar valt veel voor te zeggen, gezien de heilloze tweedeling tussen witte en zwarte scholen (Oscar Carré ligt daar tussenin, wat een prestatie van alle betrokkenen, ouders voorop, is). En gezien de kleine ruimte voor musische vakken op de meeste scholen.
Toch voel ik onbehagen als tijdens het rekenen een meisje dat dat zegt te haten, zoals ze alle vakken haat behalve tekenen, aan het kennelijk ‘knappere’ meisje naast haar vraagt hoeveel 91 gedeeld door 13 is. De bevraagde schrikt zich een hoedje, komt er niet uit, zo min als haar vriendinnetje. Waarop ze toch met de juiste oplossing komt – dankzij de rekenmachine. Ja, waarom zouden ze moeten hoofdrekenen als een apparaat ter beschikking staat? Maar de gedachte achter vernieuwd rekenonderwijs lijkt me toch ook dat je een denkstrategie ontwikkelt? Die leek volledig te ontbreken. Behalve dan ‘pak de calculator’, gedachte waarop de kleine haatster kennelijk zelf niet was gekomen. Groep acht!
Uiteraard is één zo een scène vertekenend. Maar er lijkt wel erg veel tijd voor ‘met elkaar omgaan’ en het uitpraten van conflicten: tot uitputtens toe in het geval van twee zondaars wier schuldbesef over een plagerijtje kleiner blijkt dan ergernis over de aanstellerij van hun slachtoffer. Al doen ze als aankomende brave sociaal-agogen in de geest van hun school uiteindelijk hun plicht. Genoemde Keristiena studeert in Middelburg politicologie en geschiedenis en stelt vast dat ze het zo ver schopte doordat haar moeder haar naar een ‘witte’ school stuurde. Zelf kon ik geschiedenis studeren omdat mijn ouders me in onze arbeiderswijk naar de enige openbare school stuurden die systematisch voorbereidde op het toelatingsexamen lyceum. Daardoor belandde ik op een school met kinderen van de Apollolaan en omgeving: sociale diversiteit.
Hoe sympathiek ‘Oscar Carré’ ook is, de vraag is of die voor leerlingen van wie de ouders geen bergen extra kennis- en cultuurbagage in huis hebben de ideale voorbereiding is op hoger vervolgonderwijs. De film gaat daar helemaal niet over. Wel vraag ik me af of de regisseur mijn zorg deelt: haar zoontje zit op die school.
Ten slotte: zo mager bedeeld als kunst en cultuur in het basisonderwijs zijn, zo mager is hun aandeel op de televisie. Vandaar mijn hier ongebruikelijke advies om snel lid te worden van Omroep C. Op 1 april zijn vijftigduizend leden nodig. Gewoon doen naast uw andere lidmaatschap.

Tegenlicht: Groep acht. Bregtje van der Haak, via uitzendinggemist.
Eugene Paashuis, Oxford in Zeeland. Maandag 16 maart, Nederland 2. 20.55 uur.
Experts over onderwijs en excelleren. Maandag 23 maart, Nederland 2 20.55 uur.
Omroep C: www.omroepc.nl/wordlid