Excuses? toe nou!

Kan de televisie niet aanzetten of er vinden exercities plaats waarbij de jaren zestig en zeventig in het vuilnisvat van de geschiedenis worden gedumpt. Ieder die zich destijds niet tegen de tijdgeest keerde, was fout. Is fout, tenzij hij publiekelijk aan zelfbeschuldiging doet. Velen doen dat, van wie sommigen zo luid dat ik denk: ‘Je had toen een grote muil; je hebt hem nu weer. Kun je hem niet gewoon effe houwen?’ Einde millennium en we leggen verantwoording af. Over de Grote Oorlogen, over het koloniale verleden, over de welvaartsgekte van m'n jonge jaren.

Krijg muziek uit Rome rond 1650, gespeeld door Tragicomedia. Word te grazen genomen door een eenvoudige, steeds herhaalde melodie met terugkerend refrein. Fascinerend. Gezongen en gespeeld met dissonanten en met syncopen die swingen. Een dans, kan niet missen. Passacalli della vita blijkt de titel - in zover misleidend dat deze ‘passacaglia’s van het leven’ louter gaan over de dood: bisogna morire - je moet sterven. Lees ik dat de Contrareformatie de eenvoudigsten van geest trachtte te bereiken. Dat daarbij de sandwichformule werd ingezet: tophits kregen een stichtelijke tekst. Bedoeld voor analfabete boerenknechten heeft hun methode driehonderd jaar later succes bij een atheistische hoofdarbeider. Gegrepen door gitaar, viool en stemmen hoor ik: 'Je moet sterven’ en denk: 'Kan ik zonder schaamrood de rekening opmaken?’ En aarzel zeer.
Ook al omdat de criteria van 1650 zo anders waren. Toen waren plezier en genot gevaren die het eeuwig zieleheil bedreigden. Nu moeten we ons, de wrekende God voorbij, onder meer afvragen of we wel genoeg genoten hebben. En hebben laten genieten, natuurlijk. In mijn prive-rekening bent u niet geinteresseerd. Maar als tijdgenoten deelden we ervaringen en wellicht ooit idealen. Die laatste lijken nu verdacht. Nee, dan de periode waarin 'geluk nog gewoon was’. Dat het toen bar stonk, door ongewassen lijven en geesten, lijkt vergeten. En dat de liberaal- kapitalistische wind die tegenwoordig waait, guurder en guurder wordt, schijnt niet te mogen opgemerkt.
Een kerstverhaal dan maar. Voor wie Diogenes niet zag. Ze waren bij ex-Raf-leden. Een was op de dag van zijn vrijlating naar zee gereisd. Later naar een meer waarvan de oever zo langzaam afliep dat je er tachtig meter in kon lopen. Hij had nooit leren zwemmen. De lange gevangenisstraf was hij onder meer doorgekomen door te denken aan zwemmen. Na die tachtig meter was het zo ver. Hij zette af. En zwom. En was gelukkig. Dat zei hij, of dat leidde ik af uit zijn toon. Vliegen was misschien nog mooier geweest maar dan hadden we het niet geloofd. Geen sympathie voor Raf- methoden. Wel een ontroerend verhaal.
Ik laat m'n nieuwe cd horen aan m'n dierbaren. Een dansje over en met de dood. We genieten. Kunst maakt de gruwel mooi. Diogenes ook. Bisogna morire. Maar excuses voor de zuurstof die '60 en '70 brachten? Alsof dat louter gekte was? Toe nou. Dan ook excuses voor Renaissance en Verlichting.