China verhandelt organen van geëxecuteerde gevangenen

Executieverkoop

Beeldend kunstenaar Jannie Regnerus verbleef twee jaar in Mongolië, dat met één been in de nomaden traditie staat en met het andere in de moderne wereld. De technologie heeft er ook een duistere kant: handel in organen van in China geëxecu teer de gevangenen.

ULAANBAATAR – De twintigjarige Mongoliër Goobaatar werkt als automonteur in een garage maar kan sinds lange tijd niet meer op zijn benen staan. Zijn huid en oogwit worden almaar geler, zijn nieren werken niet goed. In Ulaanbaatar hebben de artsen alles voor hem gedaan wat in hun vermogen lag. Zij vrezen dat Goobaatar de sneeuw dit jaar niet meer zal zien. Zijn laatste strohalm is een niertransplantatie, maar aan zulke complexe operaties is de Mongoolse gezondheidszorg nog niet toe. Zijn familie, met name zijn oudere broer Gerelee, spant zich tot het uiterste in om geld te verzamelen om Goobaatar naar een militair hospitaal in Peking over te kunnen brengen.

In China worden de organen van geëxecuteerde gevangenen verhandeld. Corruptie tiert welig, ziekenhuisdirecties geven geld aan rechters die een bruikbare donor ter dood hebben veroordeeld. Volgens Amnesty International en Human Rights Watch worden in China jaarlijks meer mensen geëxecuteerd dan in de rest van de wereld bij elkaar. De geëxecuteerde of dood gemartelde gevangenen worden heimelijk van hun organen beroofd.

In 1979 kwam het Chinese ministerie van Volksgezondheid met een wet die experimenteel onderzoek op de lichamen van geëxecuteerde gevangenen toestond. Toen in 1984 cyclosporine op de markt werd gebracht, een middel dat de kans op afstoting van lichaamsvreemde organen vermindert, ontstond een ware revolutie in orgaanhandel. De Chinese regering voegde een paar voetnoten aan de wet toe en langzaam maar zeker kon het begrip experimenteel onderzoek naar believen worden ingevuld. Familiare bemoeienis, het opeisen van een lichaam, wordt ontmoedigd door de nabestaanden een rekening te presenteren waarin zelfs de executiekogel in rekening is gebracht. Familieleden die desondanks hun geëxecuteerde of doodgemartelde familielid de laatste eer willen bewijzen, treffen verminkte, soms zelfs onherkenbare lichamen aan. Bij nader onderzoek blijken de lichamen vrijwel geheel leeg geroofd te zijn. Wereldwijd berichten kranten over The Butchers of Beijing en The New Cannibalism.

Op 27 juni 2001, tijdens een hoorzitting voor het Subcommittee of International Relations and Human Rights van het Amerikaanse Congres, vertelt de uit China gevluchte chirurg dr. Wang Guogi dat hij minstens honderd gevangenen van huid en organen heeft bestolen. Op dezelfde hoorzitting verklaart dr. Thomas Diflo, een Amerikaanse arts, dat zes Chinese patiënten na een overzeese vakantie met een nieuw orgaan naar de VS terugkeerden en zijn nazorg behoefden. Ook Harry Wu getuigt, een Chinese mensenrechtenactivist die zelf jaren in een Chinese gevangenis doorbracht. Wu is de oprichter van de Laogai Research Foundation in Washington. Deze stichting onderzoekt de schending van mensenrechten in China.

Wang Guogi was geruime tijd werkzaam bij de chirurgieschool van het Volksleger in Pe king. Daar kwam hij voor het eerst in aanraking met de illegale transplantatiepraktijken. Dankzij een fooi aan de gevangenisdirectie belandden net geëxecuteerde gevangenen op de studietafels, waar studenten leerden huid te verwijderen en te transplanteren. Het experimentele onderzoek kreeg echter steeds meer een commercieel karakter. Zo verkocht men de huid voor veertig euro per vierkante centimeter aan brandwondenpatiënten. Al gauw werden ook organen als nieren, alvleesklier en lever uit de lichamen geroofd.

De ter dood veroordeelden ondergaan medische tests, waarna wordt vastgesteld voor welke ontvanger hun organen geschikt zijn. Als de ontvangende partij haast heeft en over voldoende geld beschikt, kan het vonnis zelfs versneld worden uitgevoerd. Om de huid en organen zo optimaal mogelijk te oogsten, werd de roofoperatie in een ambulance naast het executieterrein uitgevoerd. «We moesten stil te werk gaan, tien tot twintig minuten waren doorgaans genoeg om het hele lijk van huid en organen te ontdoen. Wat er van het lichaam overbleef werd in plastic zakken aan de crematoriummedewerkers overhandigd», aldus Wang Guogi. Vervolgens wordt de buit met spoed naar een ziekenhuis in de buurt gereden, waar de ontvanger ligt te wachten. De betrokken medici moeten zich aan strikte regels houden. De ziekenauto’s waarin de chirurgen hun werk verrichten, staan verdekt opgesteld, de nummerplaten van het ziekenhuis moeten door anonieme nummerplaten worden vervangen. Ook mogen de chirurgen op het executieterrein geen ziekenhuisuniformen dragen. Dit alles om geen argwaan bij de ter dood veroordeelden te wekken en de executies zo kalm mogelijk te laten verlopen. Enkele uren voor de executie krijgt de ter dood veroordeelde een injectie toegediend om bloedklontering te voorkomen. De gevangene leeft in de veronderstelling dat hem of haar een kalmerend middel wordt gegeven.

Als op een dag een half dode man de ambulance in wordt gesleurd, is voor Wang Guogi de maat vol. De beul, wiens kogel zijn fatale uitwerking heeft gemist, stelt voor de gevangene een extra schot te geven «om het werk af te maken». Een collega-chirurg antwoordt: «Spaar je kogel, zonder nieren is hij zo dood.» Als Wang Guogi’s superieuren zijn verzoek tot overplaatsing weigeren, ziet hij geen andere mogelijkheid dan China in het voorjaar van 2000 te ontvluchten.

Het lik-op-stukbeleid dat al geruime tijd door de Chinese overheid wordt gevoerd, is sinds april 2001 geïntensiveerd. Dit heeft ertoe geleid dat er momenteel 73 delicten zijn waarvoor men de doodstraf kan krijgen. Vijf jaar geleden lag dat aantal nog op twintig. De met de dood strafbare delicten kunnen variëren van het niet op tijd betalen van belastinggelden tot het stelen van een varken. Het vonnis verschilt per provincie; wat in Yunnan met de dood bestraft kan worden, kan in Sichuan beperkt blijven tot een fikse boete. Bij aanklachten als «ondermijning van de staat» of «het verstrekken van staatsgeheimen aan buitenlandse entiteiten» vindt het proces meestal achter gesloten deuren plaats. Je mag één keer tegen een uitspraak in beroep gaan, maar slechts twintig procent van de gevangenen kan zich juridische steun permitteren.

In haar officiële rapporten maakt de Chinese overheid melding van 726 executies in 2003. Organisaties als Amnesty International, Human Rights Watch en de Laogai Research Foundation rapporteren dat het minstens om tienduizend executies per jaar gaat.

Sinds maart 2003 rijden in de provincie Yunnan zelfs execution vans rond, aldus Amnesty International. De kleine transportbusjes zijn uitgerust met een geblindeerde executie kamer, waarin de veroordeelde een dodelijke injectie krijgt toegediend. Onder druk van de internationale gemeenschap heeft de gebruikelijke kogel door het hoofd langzaam maar zeker plaatsgemaakt voor de humanere injectie. Het dodelijke gif schijnt de vitale organen niet te beschadigen.

Volgens de Laogai Research Foundation werden in 1999 minstens drieduizend organen verhandeld. Rond feestdagen en nieuwjaar worden hele groepen ter dood veroordeelden tegelijk geëxecuteerd, aldus dr. Wang Guogi. Nieren en levers gaan voor dertigduizend dollar per stuk over de toonbank. De cliëntèle bestaat voornamelijk uit hooggeplaatste partijleden, militairen en rijke overzeese Chinezen. Dat winst prioriteit heeft boven mens lievendheid blijkt uit het verhaal van een rijke overzeese Chinese. Direct na de transplantatie kwamen de artsen erachter dat haar geld op was. Hoewel de patiënte nog een paar dagen nazorg en medicijnen behoefde, werd de behandeling gestopt. De vrouw overleed een dag later.

Goobaatar en zijn familie hebben geen dertigduizend dollar. Maar wel goede contacten. Er zou in China een circuit bestaan waar een nier ineens nog maar achtduizend dollar kost. Nog altijd een immens bedrag voor de armlastige Mongoolse familie, die met veertig dollar per maand moet zien rond te komen. Om aan het geld te komen organiseert de familie een benefietconcert. Het concert zal plaatsvinden in het grote circus van Ulaanbaatar en live worden uitgezonden op de Mongoolse nationale tv. Goobaatars broer Gerelee en zijn vader zijn geziene dichters en tekstschrijvers. Ze hebben talloze hits geschreven. Daarom zeggen alle grote rockbands gratis medewerking toe. Ook bij de televisie heeft Goobaatars vader de juiste contacten. Zij zullen gratis zendtijd en camera’s ter beschikking stellen. Vader zal de acts aan elkaar praten en af en toe een gedicht van eigen hand voordragen.

Een financiële bijdrage vragen voor een particulier doel is in Mongolië op z’n zachtst gezegd raar. Betrokkenheid uit zich in het nomadische Mongolië meestal in de vorm van een geschonken schaap, een warm maal of een aangeboden bed. Bovendien zijn door de lange geschiedenis van ruilhandel de banksystemen en geldstromen in Mongolië nog van dien aard dat het openstellen van een gironummer de meeste inwoners abstract in de oren klinkt.

Het circus zit vol. De zaal zwijgt wanneer Goobaatars vader het verhaal over zijn zieke zoon vertelt. Hij rept met geen woord over de dubieuze herkomst van het benodigde orgaan.

De volgende ochtend staat een lange stoet gulle gevers voor de deur die hun bijdrage persoonlijk aan de ouders willen overhandigen. Tot ieders verbazing is er voldoende geld bijeengebracht om de zieke naar Peking te vliegen en een orgaan te kopen. Haast is geboden, Goobaatar is nu al bijna te zwak om de reis te kunnen maken. Zijn vader zal hem vergezellen en verzorgen.

In de weken daarna horen we van Gerelee dat het geld op gaat aan nierdialyses. Het militaire hospitaal zuigt de Mongoolse klant uit zonder de beloofde nier te leveren. De Chinese artsen drijven de familie verder tot wanhoop door de afgesproken prijs van het orgaan nog eens flink op te schroeven. Behalve de dialyses moeten ook peperdure medicijnen worden betaald, waaronder tal van injecties met cyclosporine. De familie overweegt de flat in Ulaanbaatar te verkopen en een appartement te huren. Gerelee speurt het grote plein af, op zoek naar toeristen die voor honderd dollar met hem naar het grote Hovskulmeer willen gaan. Goobaatars moeder laat iedere week een kilo gedroogd schapenvlees naar Peking overvliegen. De jongen heeft haar krachtvoer meer dan ooit nodig.

Op de ochtend dat ik via Peking naar Nederland vlieg, staat Gerelee met een zak schapenvlees voor de deur; of ik deze wil overhandigen aan de stewardess, zij weet er wel raad mee. Twee weken later hoor ik dat de operatie is geslaagd. De Chinese artsen hebben na lang onderhandelen alsnog een nieuwe nier getransplanteerd en Goobaatar maakt het naar omstandigheden goed. Zijn huid is weer roze en hij zal binnenkort naar Mongolië terugkeren.

Van Jannie Regnerus verscheen bij uitgeverij de Wereld bibliotheek De volle maan als beste vriend,160 blz., e 14,50