Exit het palestina komitee

Het gaat niet goed met het laatste bolwerk van activistisch Nederland. Tien jaar geleden haalde het Palistina Komitee regelmatig de media. Tegenwoordig is het rustig rond de pleitbezorgers van de PalestŸnse zaak aan de Lauriergracht.

EIND 1994 SCHRIJFT Soemoed, het tijdschrift van het Palestina Komitee, onder de kop ‘Een jaar na Gaza’: 'Vooral in deze tijd waarin de gedachte heerst dat er “vrede” is en dat “het Palestijns-Israelisch conflict is opgelost”, is het van groot belang dat het beleid en de aanpak van het Nederlands Palestina Komitee voor iedereen duidelijk is. We kunnen niet meer simpelweg verkondigen dat we “tegen” zijn. Daarmee jagen we mensen tegen ons in het harnas en stoten we sympathisanten al af.’
In Soemoed wordt stevige kritiek geuit op Arafat, die de Palestijnse revolutie heeft verkocht. De gelederen zijn verdeeld, de vredesonderhandelingen hebben het Komitee in een impasse gebracht.
Theoloog en islamoloog Kees Wagtendonk was een van de oprichters van het Palestina Komitee. Een sobere woning in Amstelveen. In het schuurtje achter zijn huis ligt een oplage onverkochte Nieuwsbrieven van het Komitee uit 1973, kort na de Oktoberoorlog gedrukt. Wagtendonk: 'Het was de enige keer dat we een tweede oplage maakten, ik durf ze nog steeds niet weg te gooien.’
Wagtendonk, een bedachtzame, integere man, reisde in 1958 op zijn motorfiets door het Midden-Oosten. Daar hoorde hij voor het eerst over het lot van de Palestijnen. Wagtendonk: 'Voor die reis had ik Lawrence of Arabia-achtige ideeën over het Midden-Oosten. Aan de theologische faculteit in Amsterdam hoorde je alleen maar prachtige verhalen over Israël. In Libanon kwam ik al die in 1948 verdreven Palestijnen tegen met hun hartverscheurende geschiedenissen. Mensen die alleen nog maar een sleutel van hun woning in Palestina hadden. In Nederland hoorde je daar nauwelijks iets over.
In het begin was het Komitee niet zo revolutionair, we gingen uit van de erkenning van de staat Israël. In 1973, tijdens de Oktoberoorlog, was er in de Koopmansbeurs een massale steunbetuiging aan Israël. Wij van het Komitee stonden met een paar man op de trappen pamfletten uit te delen. Wij stonden niet achter Israël. Iemand donderde mij van de trap en ik viel bijna met mijn hoofd op de tramrails, heel gevaarlijk. Ik ben toen door de politie in veiligheid gebracht en naar het bureau Warmoesstraat gebracht. Bertus Hendriks heeft mij toen nog opgezocht op het bureau.
In die tijd werden we erg tegengewerkt, we kregen geen toestemming om te collecteren omdat we een terreurorganisatie ondersteunden. We waren echter heel vredelievend, ook al stond er een tekening van een gewapende Palestijnse strijder op onze Nieuwsbrief. Ooit hebben we na een aanslag van de PLO in een persbericht verklaard dat wij niet stonden te juichen. Daar viel iedereen over.In die tijd werden we erg tegengewerkt, we kregen geen toestemming om te collecteren omdat we een terreurorganisatie ondersteunden. We waren echter heel vredelievend, ook al stond er een tekening van een gewapende Palestijnse strijder op onze Nieuwsbrief. Ooit hebben we na een aanslag van de PLO in een persbericht verklaard dat wij niet stonden te juichen. Daar viel iedereen over.
Mijn eerste reactie op Oslo was positief. Er is echter geen vrede gesloten, er is een beginselverklaring ondertekend. Ik heb gehoord dat mensen afhaken bij het Palestina Komitee omdat ze denken dat er vrede is. Het gebrek aan uitstraling bij Arafat doet de Palestijnse zaak in het Westen geen goed. Hij wordt als een autocraat gezien en als een uitvoerder van de Israëlische politiek. Toch heeft hij een voet tussen de deur gekregen niemand kan meer terug. De PLO zit nu midden tussen de Palestijnen en bovendien nemen veel mensen de Palestijnse zaak dank zij Arafats stap zeer serieus.’
WIETSKE MIEDEMA sloot zich in het begin van de jaren zeventig aan bij het Komitee. Daarvoor was ze voorzitster van de Algemene Studenten Vereniging Amsterdam (Asva). Ze bewoont een ruime bovenwoning achter het Concertgebouw in Amsterdam-Zuid. Op het toilet hangt een foto van Jamal Abdal Nasser, de vroegere Egyptische president en voorvechter van de Arabische zaak. Miedema: 'Mensen zeggen wel eens, waarom haal je hem niet weg na al die tijd, maar ik vind het gewoon een prachtige poster.’
'Ik was heel blij met het Oslo-akkoord’, vertelt Miedema. 'Tien jaar geleden durfden we niet te dromen dat het ooit zou gebeuren.
De eenzijdige berichtgeving in Nederland over de Palestijnen is doorbroken. Het zou heel door Ar mooi zijn als wij daar aan hebben bijgedragen. Met het Komitee heb ik al heel lang niets meer te maken. Ik ben gestopt toen mijn tweede kind werd geboren; bovendien had ik een vaste baan.
Het Komitee eiste een totale inzet. Je moest schrijven, vergaderen, stencilen en het land in. Ik ben wel eens met Ronnie Naftaniel naar Heerenveen geweest, fel debatteren en daarna gezellig samen in de auto weer terug naar Amsterdam.
Maar stel je voor, je bent veertig of vijftig en je zit nog steeds protestbrieven te schrijven aan Tweede-Kamerleden. Je hebt toch wel iets beters te doen op die leeftijd, zoals je kinderen helpen met wiskundeproefwerken. Welke jongere gaat er tegenwoordig nog in een comité zitten?
En bepaalt het Komitee tegenwoordig wie het Palestijnse volk vertegenwoordigt? Vertegenwoordigt de PLO het Palestijnse volk dan niet meer? Wij vonden dat de Palestijnse zaak voorop stond en dat het Palestijnse volk zelf moest bepalen wie zij als leider aanwees. Dat hebben we redelijk consequent volgehouden. We kwamen op voor een onderdrukt volk waar we het beste mee voor hadden. Dat bleven we maar uitleggen.’
Michael Nathan Bavli, ambassadeur van Israël in Nederland: 'Het Palestina Komitee is ingehaald door de gebeurtenissen. Toen Arafat besloot een nieuwe weg in te slaan met de Israeli’s, zijn ze anti-Arafat geworden. Als je Soemoed leest, zie je dat ze meer kritiek op Arafat hebben dan wie dan ook. Elk artikel in Soemoed verklaart waarom het vredesproces verkeerd is. Natuurlijk beschuldigen ze Israël van alle misdaden in de wereld. Ze impliceren dat een Arafat zijn eigen volk bedriegt. Het is onmiskenbaar dat er in de Nederlandse samenleving meer begrip is voor de Palestijnen dan tien of twintig jaar geleden. Tien jaar geleden beïnvloedde het Komitee meer dan wie ook de Nederlandse publieke opinie inzake de Palestijnse kwestie. Die groep had echte sympathisanten voor de Palestijnse zaak en ik respecteerde ze daarvoor. Maar die zijn er tegenwoordig niet meer. Die groep van nu is van weinig importantie en laat op erbarmelijke wijze van zich horen.
Toen had het Komitee nog goede contacten met de media. Nu Schreur niet meer. Het Komitee van nu is een overblijfsel van het verleden dat probeert te bewijzen dat iedereen idioot is geworden.’
Walid Taqatqa is geboren op de westelijke Jordaanoever, groeide op in Jordanie en woont sinds zes jaar in Rotterdam. Hij is streetcorner-worker, heeft drukke tijden na de ontruiming van Perron Nul. Daarnaast is hij actief in het Rotterdamse Palestina Komitee. Een kale woning in de wijk Charlois, aan de muur een landkaart van Palestina, een foto van een betraand Palestijns kind. Boven de televisie hangt een reliëfkaart van de Gouden Koepel van de Rots in Jeruzalem. Taqatqa: 'Laatst hadden wij binnen het Komitee Rotterdam een discussie of we de PLO nog moesten ondersteunen. De PLO in de huidige vorm is totaal anders dan die van twintig jaar geleden. De PLO in Tunesië was democratisch, het hele Palestijnse volk was er in vertegenwoordigd. Door het Oslo-akkoord is de PLO een bestuurlijk orgaan geworden. Dat is heel iets anders dan een bevrijdingsorganisatie. We hebben toen besloten onderscheid te maken tussen de historische PLO en het huidige bestuurlijke orgaan.
Arafat zegt nooit wat het gewone volk wil, dat heeft ons altijd al dwars gezeten. Waarom zeg je verdomme niet wat je wilt hebben. Als de PLO zich agressiever had opgesteld in de onderhandelingen met Israël, hadden ze meer bereikt.
Sommige mensen van het Palestina Komitee zijn tegen alles. Ze zoeken gewoon een kwestie, voor hen maakt het niet uit of ze bij de homobeweging of bij het Zuid-Afrika-Comité zitten, als ze maar kunnen protesteren. Sommigen accepteren het bestaan van Israël niet eens. Dat schrikt af bij het grote publiek, daarmee werf je geen nieuwe leden. Je moet realistisch zijn. Het Palestina Komitee Rotterdam voert een eigen beleid, wij zijn erg actief. Wij hebben een bijenproject in Gaza, we verzamelen geld om bomen te planten in de bezette gebieden, Gaza en Jericho. We boycotten reisbureaus omdat ze verkeerde informatie verstrekken aan hun klanten over Israël. We hebben picket-lines gehad bij Albert Heijn omdat die Israëlische wijn verkoopt. Het is kleinschalig maar het trekt de aandacht.’
Roemer van Oordt is eindredacteur van Soemoed, het orgaan van het Palestina Komitee: 'Wij zien dit als een onderhandelingsproces. Volgens ons kan dit nooit naar een rechtvaardige vrede leiden. De voorwaarden zijn per definitie in het nadeel van de Palestijnen. Het hele akkoord is pro-Israelisch. Dit akkoord zal nooit kunnen leiden tot een twee-statenoplossing, hetgeen de PLO wilde. Het Palestina Komitee heeft tot de ondertekening van het Oslo-akkoord altijd gezegd dat de PLO de enige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk is. Daarna hebben wij dat bewust uit onze doelstelling geschrapt. In onze ogen is het de PLO niet meer. Het is een kliekje rondom Arafat, die alles bepaalt. Alle belangrijke principes die in de PLO altijd golden, zijn overboord gegooid.’
Het is druk op het kantoor van het Komitee Amsterdam. Een aantal activisten komt terug van een informatiedag in de Meervaart voor docenten maatschappijleer. De activisten hebben informatiepakketten over de Palestijnse kwestie uitgedeeld. Voor de komende tijd heeft het Komitee het nederzettingenbeleid en de kwestie-Jeruzalem als speerpunt voor haar acties gekozen.
Van Oordt: 'Er wordt ons wel verweten dat we altijd zo negatief zijn. Waarom zouden we optimistisch zijn? Het akkoord biedt geen duidelijkheid over een aantal fundamentele rechten van Palestijnen, zoals het recht op terugkeer, het hele nederzettingenbeleid en het recht op zelfbeschikking. Pas na vijf jaar zal er over deze punten gepraat gaan worden. En ondertussen gaat Israël gewoon door met een voldongen-feitenpolitiek. De bouw van nederzettingen gaat gewoon door, zeker als we het hebben over groter Jeruzalem.
Tegenwoordig hebben we nauwelijks nog contact met de PLO-vertegenwoordiging in Den Haag. Er is amper nog sprake van een vertegenwoordiging. Ze zijn ook heel moeilijk te bereiken. Youssef Habbab schijnt nu de officiële vertegenwoordiger van de PLO in Nederland te zijn, maar volgens mij was hij altijd de chauffeur van het kantoor.’
Walid Taqatqa van het Palestina Komitee Rotterdam: 'Sinds Leila Shahid weg is bij het kantoor in Den Haag, is alles veranderd. Zij was erg actief. De status van het PLO-kantoor in Nederland is nu erg onduidelijk. Nu is er een Nederlands-Palestijnse Kamer van Koophandel. Youssef Habab en Jaffar zeggen dat zij de PLO vertegenwoordigen, maar het zijn gewoon zakenmensen. Niemand weet nog wat de PLO in Nederland aan het doen is, ik vind dat schandalig.’
JOHN NAWAS, NEDERLANDS historicus/filosoof van Palestijnse oorsprong: 'Het Palestina-Komitee laat zich meeslepen in de discussie over wie de vertegenwoordiger van het Palestijnse
volk is. Dat is een zinloze discussie. Laat dat maar aan de Palestijnen over. Het is de taak van het Komitee ervoor te zorgen dat er zo veel mogelijk informatie komt over het conflict. Het moet meer lobbyen in de Tweede Kamer, meer stukken in de krant schrijven. Met het blaadje Soemoed wordt
de massa niet bereikt, hoogstens een paar honderd diehards. Daar bereik je niets mee. De PLO was eerst een revolutionaire beweging en is nu aan het vastroesten, het wordt een bureaucratisch apparaat. De gelederen van de PLO zijn gesloten. Er is geen kans op vernieuwing binnen de organisatie omdat die mensen zijn blijven zitten. De kans op vernieuwing was al lang heel klein, al lang voor Oslo. Vroeger had je “de Revolutie”, maar de revolutie is een staat geworden.
De Palestijnen willen een onafhankelijke staat. Nu hebben ze het gevoel dat de organisatie een verlengstuk is geworden van de Israëlische bezetter. Daarom gaan ze zoeken naar nieuwe circuits. De fundamentalisten maken gebruik van de frustratie van de man op de straat. Die is gefrustreerd omdat de PLO geen resultaten boekt.’
MUKHEIMER AYYOUB kwam in 1963 naar Nederland, samen met een groep arbeiders van de westelijke Jordaanoever. Nu is hij woordvoerder van de Palestijnse Arbeidersvereniging en de Palestijnse gemeenschap. Hij ontvangt ons in het onderkomen van de Palestijnse Vereniging in Vlaardingen. Een groot uitgevallen lokaal in een voormalige school. Een voetbalkast, tafeltennis, tijdschriften en bulletins op de leestafel. Posters aan de muur: Arafat met de paus, een foto van een kind met de tekst: 'Een pionier van Fatah zal de Palestijnse vlag hijsen boven Jeruzalem.’ Ayoub: 'Nee, nee, Arafat heeft ons niet bezocht toen hij in Nederland was. We hebben zelfs nooit een officieel verhuisbericht ontvangen toen de PLO van Tunis naar Gaza ging. We hebben vrijwel geen contact met de PLO, de gebeurtenissen lees ik in de krant. De PLO is niet democratisch meer. Het hoofd van de Palestijnse vakbond in Gaza is benoemd door Arafat, niet eens gekozen. Dat is toch onvoorstelbaar. De PLO heeft geprobeerd mij te vervangen. Wij hebben verkiezingen, wij benoemen niemand. Ik doe wat de gemeenschap hier wil, niet wat ze in Gaza willen.
De Palestijnse kwestie leeft niet echt meer in Nederland. Van het PLO-kantoor hoor je nauwelijks nog wat. Leila Shahid, de vorige vertegenwoordiger van de PLO in Nederland, was benoemd voor die taak en deed het goed. De mensen die nu actief zijn op het PLO-kantoor zijn niet bevoogd, doen hoogstens wat administratief werk. Youssef Habab zit er nu, maar hij is geen politiek gestudeerd iemand. Zijn niveau is niet zo hoog. Habab legt contacten tussen Nederlandse en Palestijnse bedrijven, daar vangt hij commissie over. Het is een handelskantoor geworden. Vaak sturen ze mensen voor allerlei kwesties naar mij door.
Het is voor mij te laat om terug te keren naar Palestina. Mijn kinderen zijn hier opgegroeid, noemen zichzelf Palestijnen maar spreken geen Arabisch. Als ze me een baan zouden aanbieden in Gaza of Jericho, zou ik die weigeren. Ik ben tevreden met wat ik heb, tevreden in Vlaardingen.’
RONNIE NAFTANIEL van het Centrum et Informatie en Documentatie Israël (Cidi): tij 'Soms denk ik dat wij van het Cidi dichter bij de PLO staan dan het Palestina Komitee Nederland. Als ik word uitgenodigd voor een publieke discussie met iemand van de PLO, kunnen we het vaak redelijk met elkaar vinden. Het publiek vindt dat wel eens jammer, dat ziet liever kemphanen, net als vroeger.
Kort voor de ondertekening van het akkoord door Rabin en Arafat in Washington heb ik Youssef Habab van de Nederlandse vertegenwoordiging van de PLO bezocht en hem de hand geschud. Ik hoor niets meer van het Palestina Komitee. Ik zat laatst voor de Vara-radio in gesprek met ene Jolanda van Dijk van het Palestina Komitee. Ik wist niet wat ik hoorde, de taal die zij uitsloeg.
Ik vrees dat het Komitee steeds meer een radicale splinterbeweging wordt. Terwijl Israël zich inzet om de economie van Gaza te stimuleren, probeert het Palestina Komitee Nederland door middel van picket-lines bij - Albert Heijn Israëlische produkten te boycotten. Ze hebben een keuze moeten maken, - er is een scheiding der geesten geweest: nee tegen Israël of ja tegen het Palestijnse volk. - Ik denk vooral dat ze tegen Israël zijn, tegen iedere vorm van vrede.’
Wietske Miedema: 'In 1971 ontmoette ik Arafat in Damascus. Met een introductiebrief van het Komitee ging ik naar het PLOkantoor. Het was net na Zwarte September, toen er bijna twintigduizend Palestijnen over de kling waren gejaagd door koning Hoessein van Jordanie. De verhalen van Palestijnen daar waren doordrenkt van die bloedige gebeurtenissen. Ik sprak Arafat toen in een klein hokje aan een ijzeren tafel met een formicablad. Ik was behoorlijk onder de indruk. Hij gaf mij een heel optimistisch beeld van het bloedbad in Jordanie. Ik werd ontzettend door hem uitgekafferd, ik zag het helemaal verkeerd, zo'n ramp was het niet geweest, de beweging was heel goed in staat de ingeslagen weg verder te gaan. Hij was helemaal niet bereid eerlijk te praten, stak een pr-verhaal af. We hebben gewoon ruzie gehad. Arafat interesseerde zich helemaal niet voor onze activiteiten in Nederland, vond ons Komitee niet zo belangrijk.
Wij hebben onze eigen rol ontzettend overschat. In het vluchtelingenkamp Chatila bezocht ik eens een man van de Palestijnse vakbond. Hij zat op zijn praatstoel en kwam met een schoenendoos vol foto’s aanzetten. Er zat een heel klein kiekje bij. Ik zei: wat komt dat gezicht mij bekend voor. Nee, nee, zei de man, die foto mag je niet zien. Bleek het Arafat zonder hoofddoek te zijn, hij was toen al helemaal kaal. Dat was heiligschennis, zo'n foto.’