Commentaar: Den Haag

Exit Rob van Gijzel

Ogenschijnlijk lag de zaak eenvoudig: het PvdA-kamerlid heeft het juiste, kritische standpunt over een schandalige zaak, in dit geval de miljoenenfraude bij de aanleg van de Schipholtunnel, waarna hem door zijn fractievoorzitter het woordvoerderschap in deze zaak wordt ontnomen. Met als mogelijke consequentie dat de fractievoorzitter straks, om de coalitie te redden, zalvend de brokken lijmt, terwijl het onttroonde kamerlid zijn wonden likt.

Wij spreken over de botsing tussen het kamerlid Rob van Gijzel en zijn fractieleider Ad Melkert.

Is dit een voorbeeld van het zoveelste staaltje fractieterreur, zelfs in een zaak waarin bewijsbaar op grote schaal is gezwendeld?

Het lijkt erop, te meer omdat Van Gijzel wel vaker individueel pleegt te opereren. Hij is, ongetwijfeld onder druk van zijn fractievoorzitter, niet toevallig op plaats 43 van de kandidatenlijst gezet, een gebaar dat in de kadavergedisciplineerde PvdA niet als een bewijs van goed gedrag kan worden beschouwd. Nee, Van Gijzel placht zich niet altijd goed te gedragen. Hij probeerde, hoe groot de druk ook was, zich als een kamerlid zonder-vaste-last-of-ruggenspraak te gedragen, wat zelden de carrièrekansen ten goede komt. In de woorden van Van Gijzel: «Als je, zoals ik, zegt waar het op staat, maak je je niet populair. Outspoken is outcast.»

Maar Van Gijzel was, behalve een bekwaam en vasthoudend kamerlid, ook een man met een zekere neiging tot onbekooktheid. Geen mens in Nederland die nog gelooft in de complottheorieën rond de mannen-in-de-witte-pakken, die toentertijd vitale onderdelen van de neergestorte Bijlmer-Boeing zouden hebben verduisterd. Geen mens — behalve Rob van Gijzel.

Nu speelde hij een vitale rol in een écht, verifieerbaar schandaal, de bouwfraude waarin het Openbaar Ministerie zo’n bespottelijke schikking heeft getroffen dat de meerderheid van de Tweede Kamer van de liberale minister van Justitie heeft geëist dat hij bij het Gerechtshof in hoger beroep zal gaan. Tot ongenoegen van de VVD, die erin slaagde zelfs op dit punt een ondernemersvriendelijk standpunt in te nemen. Met een doorzichtig beroep op de gewenste scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, alsof de trias politica een vrijbrief zou zijn «om de belastingbetaler te tillen». De laatste term is trouwens van Ad Melkert, die in een eerder stadium heeft voorgesteld om een parlementair onderzoek naar de bouwfraudes in te stellen.

Als Melkert in het kamerdebat met de minister van Justitie blijft volharden in het standpunt «dat de onderste steen boven moet», heeft hij zich in deze, politiek en principieel hoogst belangrijke kwestie, terecht over het woordvoerderschap ontfermd. Gaat hij echter door de knieën om in Godsnaam de eenheid in de coalitie te bewaren, is Van Gijzel ten onrechte geschoffeerd, terecht afgetreden en is de burger grotelijks belazerd.