Exotische ring

De uitvoering van de complete ‘Ring’ is een ware uitputtingsslag. De interpretatie van dirigent Hartmut Haenchen is evenwel solide en subtiel. Moeiteloos zet hij een kleurrijke mythe neer.

Het valt niet mee om zonder kleerscheuren een complete Ring van Wagner op het podium te zetten. Op de eerste avond ontploft in de Amsterdamse Stopera, aan de voeten van dirigent Hartmut Haenchen, zo'n luidruchtig special effect dat het lijkt of er een aanslag op zijn leven is beraamd. Helemaal aan het slot van de Ring snijdt een speer door het zijdoek en schiet met kracht door richting hoofdrolspelers. Een presentatie van de vier kolossale opera’s achter elkaar is een uitputtingsslag voor alle betrokkenen, maar zonder meer een interessante ervaring. Het slotbeeld van Die Walküre is gewijzigd: nadat Wotan Brünnhilde in een vleugellamme slaap heeft gelegd, gaat hij naast haar liggen in een trieste omhelzing. Wanneer je de vier delen achter elkaar ziet, vallen andere aspecten op dan voorheen. In een enkel geval is er sprake van een stijlbreuk, zoals bij Fricka die in een dag zoveel verouderd is dat ze eerder de moeder dan de echtgenote van Wotan lijkt. Daarentegen lijkt de kracht van de decors alleen maar toe te nemen. In Das Rheingold steken de gigantische platen en vlakken als een gammel bouwwerk in elkaar. Op een prachtig symbolische manier kantelt de vloer omhoog en krijgen we zicht op het binnenste van de aarde. De grote houten ringen in Die Walküre benadrukken de massieve geschiedenis die met elke handeling weer een stap verder wordt gebracht. In Siegfried is de chaos compleet: reusachtige balken en brokstukken schieten doelloos alle kanten op. Zoals Wotan alle controle ziet wegglippen, is ook in de vormgeving de samenhang zoek. In Die Götterdämmerung zien we een kaal, onttakeld universum. Dit alles is opgeluisterd met talloze ontploffingen, uitslaande brandjes, steekvlammen, vuurpotten en waakvlammetjes - het nieuwtje is er snel af, hoewel de hitte die nu en dan de zaal in slaat angstaanjagend blijft. Erg mooi daarentegen is de eindeloze hoeveelheid rook die vanuit allerlei kieren en spleten het toneel opgeblazen wordt. Het geeft de Ring, bij uitstek een troebel en duister spektakel, de juiste broeierige sfeer. Doordat de regie geen grote verrassingen meer biedt, komt de nadruk meer dan ooit op de zang en de muziek te liggen. Soms valt dat niet mee. De al veel bekritiseerde Heinz Kruse (Siegfried) heeft nog altijd niet het niveau van een zingende krentenbol overstegen. Zingen doet hij lang niet slecht maar je hebt medelijden met Brünnhilde dat ze zich door zo'n onnozele hals moet laten wakker kussen. Precies het tegenovergestelde geldt voor Jeannine Altmeyer die oogt als een stoere, lenige Brünnhilde, terwijl haar vocale prestaties een aanslag op de trommelvliezen zijn. De grote talenten zitten in de bijrollen: Kurt Rydl in de dubbelrol Hunding/Hagen is een in alle opzichten huiveringwekkende bruut. Een onvervalste Jago. Ook Henk Smit als de geniepige Alberich speelt en zingt de sterren van de hemel. En ten slotte John Bröcheler als Wotan: hoewel hij wat houterig op het podium staat is hij op de belangrijke momenten uiterst indrukwekkend en ontroerend. Hartmut Haenchen, dirigent van vier alternerende orkesten, lijkt zich als een vis in het water te voelen. Zijn interpretatie is eerder solide en subtiel dan flamboyant te noemen, maar hij zet de orkestklank moeiteloos naar zijn hand. In dat opzicht sluit hij aan op het regieconcept van Pierre Audi, die zijn Ring niet als een dwingende vuistslag op tafel presenteert maar als een kleurrijke mythe. Een sprookjesachtige vertelling die bevolkt wordt door mysterieus gesluierde figuren en fantastische creaturen, overgoten met de prachtigste kleuren. De Ring als een exotisch labyrint van thema’s en ideeën.