Kijken

Explosieve spanning

Kounellis’ boeket is een intrigerende bundeling van ijzer in een bak van ijzer. De harde kracht van dit werk is zijn onverbiddelijke werkelijkheid.

Medium kounellis 1999.1.0094
Jannis Kounellis, Senza titolo, 1996. IJzer, meer dan manshoog © Hogers&Versluys / Stedelijk Museum Amsterdam

Voor het gemak heb ik dit werk altijd maar een boeket genoemd, van roestig ijzer. Het is natuurlijk groter en grover in vormgeving. De ijzeren bak waar de ijzeren stangen en staven in staan, komt bij mij tot ongeveer borsthoogte. Ik ben gemiddeld groot. Het ding staat nog op een vlonder die ongeveer zo hoog is als een stoeprand. De vlonder is aan alle kanten iets groter dan de eigenlijke bak. De zijkanten van de bak leunen wat naar binnen. Het ligt daarom niet voor de hand om van bovenaf binnen in de bak te kijken. Kounellis, mediterraan van gestalte, was kleiner dan ik. Hij zeker keek tegen de bak aan als tegen een muurtje. Het is opzet, overigens, dat ik in deze beschrijving geen maten in centimeters noem. In Kounellis’ gevoel voor maat is dat precieze opmeten te abstract. Tegen de man die de ijzeren bak moest bouwen, heeft hij waarschijnlijk gezegd: maak het ding ruwweg zo hoog als een muurtje en het voetstuk ongeveer als een stoeprand. Daarna heeft de constructeur voor zijn doeleinden die maten natuurlijk in centimeters opgemeten. Hij moest immers platen ijzer bestellen.

Maar Kounellis was het tegendeel van een abstracte kunstenaar. Zijn verhouding tot de dingen was concreet. Heel veel van zijn werken zijn gemaakt van ijzer. Hij hield van het solide gewicht daarvan. IJzer is echt. Bovendien was het het nobele materiaal van de industriële revolutie die het begin was van de moderne tijd. De ijzeren platen of smalle panelen die hij gebruikte waren ongeveer 200 x 90 centimeter. Dat is in onze wereld de lengte en breedte van een eenpersoonsbed. Zo noemde hij dat ook. De maat van een bed is gelijk aan de gemiddelde grootte van een mens – en daarom in de humanistische overtuiging van Kounellis het juiste uitgangspunt om er formaten van kunstwerken uit af te leiden.

Tegen het eind moesten stangen met geweld in de bak geforceerd worden

Voor een gemiddeld schilderij gebruikte hij meestal een dubbele breedte, twee panelen dus. Over die breedte van 180 werd, om op te schilderen, vaak linnen gespannen dat standaard 140 centimeter breed uit de weverij komt. Dat schilderij, zei hij, was due letti, twee bedden breed. Bredere schilderijen, tre of quattro letti, zijn er ook. Wat belangrijk was: de dingen moesten echt zijn. In het toneelbeeld voor Lohengrin in de Opera in Amsterdam in 2002 was over de volle breedte van het toneel en tot in de nok een ijzeren muur nodig. Een dergelijke montage van veel panelen (bedden dus) tegen elkaar was heel zwaar, natuurlijk. Of de zaak ook niet van plakhout gemaakt kon, werd geopperd, en dan met ijzerkleur beschilderd? In wat donker licht zou het verschil niet te zien zijn. Natuurlijk was dat onbespreekbaar voor Kounellis. Hij hield ook vol dat je het altijd kon zien als iets namaak was. Je moest het gewicht en de strengheid van het ijzer kunnen voelen. Zonder dat zou zijn toneelbeeld een gewoon decor worden en dus fictie.

Een roestige ijzeren bak die zo hoog is als een muurtje – dan heb je het over reële verhoudingen. In ieder geval in het zuidelijk deel van Europa (maar ook overal elders waar natuursteen voorkomt) zijn er van brokken steen muurtjes gestapeld die landerijen afbakenen. Hier geeft die maat de hoogte aan van een bak. In die bak zijn staven en stangen van ijzer, als takken in een vaas, naar binnen gestoken – verschillend in lengte en dikte, restmateriaal eigenlijk. Zo veel mogelijk zouden erin want de bundeling moest er massief uitzien. Tegen het eind moesten stangen met geweld in de bak geforceerd worden. De uitdrukking van dit werk is er daarom een van explosieve spanning. We zien een kracht die wordt geremd en tegengehouden – die zich ophoopt en daarom energie wordt.

De opening aan de bovenkant van de bak is nauwer dan de voet. Uit de bovenkant zien we naar alle kanten de kracht ontploffen die binnen lag opgeslagen. Dat is een denkbaar verhaal bij dit werk. Het is echter ook een intrigerende bundeling van ijzer in een bak van ijzer. Die kun je versluieren in verhalen over betekenis. De harde kracht echter die dit werk onvoorstelbaar maakt is zijn fysieke werkelijkheid die werkelijk onverbiddelijk is. De David van Michelangelo is een machtige held (tegenover Goliath) omdat het beeld groot is en overweldigend van zwaar marmer. Daar begint kunst uniek te worden. Het beeld is zichtbaar niet hol. Het liegt niet.