Hoe voltooid is een voltooid leven?

Extra bingo is geen oplossing

Sommige oude mensen die nog relatief gezond zijn beschouwen hun leven desalniettemin als ‘voltooid’. Maar een commissie van wijzen vindt verruiming van de euthanasiewet onnodig.

Medium voltooid 20leven 2020 2c5x17 2c5 20harriet 20van 20reek

5-9-2012:

‘Ik vind het leven wel genoeg.’ Haar kwiekheid en het regelmatig naar buiten gaan geven een andere indruk.

19-9-2012:

Over drie maanden wordt een tweeling geboren, achterkleinkinderen van Mw. Het wachten hierop vindt Mw. erg lang, maar zij ziet er wel naar uit en het houdt haar op de been.

3-10-2012:

Mw. valt met de deur in huis: ‘Het leven is nu wel genoeg. Wat heb ik nog?’

Vrijwilliger Wilma van der Waart, die deze logboekteksten schreef, kent de ingrediënten van een voltooid leven goed: aftakeling, eenzaamheid, verlies. Al drie jaar gaat Van der Waart – een energieke zeventiger in losse fleecetrui – regelmatig op huisbezoek bij mevrouw Schut, inmiddels 95 jaar oud. Mevrouw zag het leven niet meer zitten, kreeg Van der Waart drie jaar geleden te horen. Typisch iets voor Ouderen en Levensvragen Cuijk (olc), het zingevingsproject waar ze vrijwilliger is en dat als doel heeft eenzaamheid en isolement van ouderen tegen te gaan. Als je niet wilt leven, dan moet je daar als oudere over kunnen praten, vinden ze bij olc. Daarna kun je altijd nog euthanasie aanvragen.

Nederland vergrijst, dat is bekend. Nu al is één op de vijf Nederlanders boven de 65, het cbs verwacht dat dat in 2040 één op de vier zal zijn, waarvan 1,6 miljoen mensen van tachtig jaar of ouder. Met de groei van het aantal ouderen groeit ook de groep die niet meer wil leven. Volgens onderzoek van het vumc uit 2011 hebben honderdduizend ouderen in Nederland een doodswens of verminderde wens om voort te leven. Het aantal euthanasiegevallen stijgt ieder jaar: in 2015 kregen meer dan 5500 mensen euthanasie, een ruime verdubbeling ten opzichte van tien jaar daarvoor. Dit zijn mensen die ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’ omdat ze een ernstige lichamelijke of geestelijke aandoening hebben.

Maar wat te doen met mensen die nog relatief gezond zijn, maar die toch hun leven als ‘voltooid’ beschouwen? Ze voelen zich eenzaam omdat bijvoorbeeld al hun vrienden al dood zijn, zien geen zin meer in hun leven en willen anderen niet tot last zijn, maar komen niet in aanmerking voor euthanasie.

Over die groep ging het langverwachte rapport van de door d66-senator Paul Schnabel geleide commissie van wijzen, Voltooid leven: Over hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooid achten, dat in februari gepresenteerd werd. De conclusie: de huidige wetgeving voldoet, verruiming is onnodig én onwenselijk. De groep die het leven voltooid acht is waarschijnlijk klein, en de mogelijke maatschappelijke gevaren van wetsverruiming wegen zwaarder dan de zelfbeschikking van ouderen.

De voorstanders van wetsverruiming reageerden ontstemd: de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (nvve), de vvd en d66 lieten weten teleurgesteld te zijn. Er was ook strijdbaarheid. GroenLinks-Kamerlid Linda Voortman zei in een reactie: ‘Wat mij betreft gaan we snel kijken naar een manier om dit mogelijk te maken.’ d66 voegde twee weken geleden de daad bij het woord. Tweede-Kamerlid Pia Dijkstra kondigde in Nieuwsuur een wetsvoorstel aan. Ook zei ze een proef met een laatstewilpil, zoals lobbyverenigingen nvve en de Coöperatie Laatste Wil (clw) graag zouden zien, te verwelkomen.

nvve-voorzitter Robert Schurink reageerde verheugd. ‘Na 25 jaar discussie over de “Pil van Drion” is het tijd om aan te tonen dat dit middel legaal en verantwoord kan worden ingevoerd’, schreef hij op zijn blog. In de proef van de nvve kunnen mensen vanaf 75 jaar van wie een euthanasieverzoek is geweigerd, na controle door een arts, een dodelijk middel krijgen. In het wetsvoorstel van Dijkstra is de grens tachtig jaar. Het Kamerlid weet nog niet of daar ook een arts bij betrokken moet zijn.

De conclusies van de commissie-Schnabel lijken dus weinig weerklank te vinden. Yvonne van Baarle, voorzitter van lobbygroep Uit Vrije Wil – die de aanleiding vormde voor het onderzoek naar voltooid leven – kwalificeerde het rapport in een opiniestuk als ‘meer een afstudeerscriptie’. In een gesprek met Schnabel in Nieuwsuur hield zij hem voor dat mensen met een voltooid leven ‘existentieel eenzaam’ zijn. ‘Deze mensen hebben een verouderingsproces, waardoor je diep van binnen eenzaam bent.’ En dan rest er dus nog maar één uitweg: de dood.

Maar klopt dat beeld wel? Kan een leven ‘voltooid’ zijn? Het woord draagt de suggestie van een eindstreep in zich, een weloverwogen conclusie, een point of no return. Hoe ouderen op dat punt komen, lijkt nauwelijks meer onderwerp van gesprek. Toch keek de commissie-Voltooid leven ook naar mogelijkheden om te voorkomen dat mensen hun leven voltooid achten. Op basis van literatuuronderzoek suggereerde ze dat als de maatschappij meer doet tegen eenzaamheid van ouderen, meer aandacht heeft voor hun maatschappelijke waarde, en ze helpt beter zin te geven aan het bestaan op hoge leeftijd, ouderen dan misschien nog wel zouden willen blijven leven. De vraag is dan ook: hoe definitief voltooid is het voltooide leven?

23-11-2012:

‘De term voltooid leven verdoezelt de existentiële worsteling die erachter schuilgaat’

De tweeling is geboren. Mw. is vol vreugde maar voor het eerst valt ook het woord euthanasie.

21-1-2013:

Mijn indruk blijft positief. Bij mijn opmerking ‘u wordt steeds jonger’ straalt mevrouw en zegt ‘nou ja 93 jaar’.

Mijn vraag: hoe zijn de avonden voor u? ‘Goed hoor, tot half twaalf tv als er wat goeds is.’

18-2-2013:

10e bezoek. Mw. is levendig en zwaait mij vanaf haar balkon uit. Mw. regelt nog veel zelf en met de inzet van thuiszorg, de trouwe hulp, haar twee dochters en bezoek van de ouderen-verpleegkundige redt mevrouw zich. Zij houdt de regie in eigen hand en dat wil ze ook. Natuurlijk blijven de moeilijke dingen zoals de dood van haar zoon, op 57-jarige leeftijd, meespelen.

‘Er was echt niemand die zei: ik wil dood en dus heb ik het gepland en dan doe ik het, klaar.’ Onderzoeker Els van Wijngaarden heeft ze echt gezocht, de mensen voor wie de zelfgekozen dood een volstrekt rationele conclusie is, maar ze heeft ze niet kunnen vinden. ‘Misschien zijn die mensen er wel, voor wie het een sec rationeel, weloverwogen besluit is, maar wij zijn ze niet tegengekomen.’

Van Wijngaarden – naast onderzoeker ook docent ethiek – sprak voor haar promotieonderzoek aan de Universiteit voor Humanistiek langdurig met 25 ouderen die hun leven als voltooid ervaren, een groep waarover wetenschappelijk nog nauwelijks iets bekend is. ‘Wat ik heb gedaan is kijken naar wat ouderen zelf bedoelen als ze zeggen: mijn leven is voltooid.’

Het leven is volgens veel van deze ouderen een treurige boel geworden. Ze zijn moe, voelen zich eenzaam, worden gepijnigd door het idee dat ze er niet meer toe doen, kunnen met niemand over die gevoelens spreken en hebben een enorme afkeer van afhankelijkheid. Dan is de dood een einde van het (verwachte) lijden. Acht geïnterviewden hebben inmiddels een einde aan hun leven gemaakt. ‘Voor de meeste mensen is de dood een vlucht vooruit’, zegt Van Wijngaarden.

Het positieve beeld dat vaak geschetst wordt van een voltooid leven, met een door familie en vrienden omringd sterfbed, als het slotstuk van een prachtig leven, wil de onderzoekster graag nuanceren. ‘De term voltooid leven verdoezelt de existentiële worsteling die erachter schuilgaat. Mensen zeiden: het is niet dat ik dood wil, het is dat het leven onleefbaar is.’

63 jaar was Johanna Huisman (88) getrouwd met haar man Dirk. Samen voeren ze in de jaren vijftig in hun rijnaak over de Europese rivieren en kanalen. Ze droegen hun steentje bij aan de wederopbouw, na alle crisis- en oorlogsjaren. Ze waren jong, en tevreden. Later verhuisden ze naar de wal, uiteindelijk terug naar Rotterdam, waar Johanna (‘Jo, maar de meesten zeggen mevrouw Huisman’) op 13 maart 1928 ter wereld was gekomen. Ze wilden dichter bij een ziekenhuis wonen; Dirk had al jaren last van zijn hart. Elf keer werd hij met een ambulance weggevoerd, diverse keren moest hij onder het mes. In mei 2013 werd de zoveelste hartaanval hem fataal, 88 is hij geworden, dat had geen dokter verwacht. Ze hadden het goed samen, zegt mevrouw Huisman, maar er was altijd een druk. Die viel weg. ‘Je hoeft niet meer ’s nachts te kijken: ademt hij nog? Hij is er niet meer.’

Medium voltooid 20leven 2013 2c5x12 20harriet 20van 20reek

Haar leven was ‘om’, zegt mevrouw Huisman. Met haar korte grijze haar, bril en gehoorapparaat, steunkousen en kleurige jurk is ze een archetypische verzorgde oude dame, goed op haar plek in haar aanleunwoning van Humanitas in de Rotterdamse wijk Bevervaard. Voortaan stond ze alleen op, ging ze alleen naar bed, en stond er geen kopje thee meer klaar als ze wakker werd. ‘Ik heb alleen nog mijn eigen leven. En dat is moeilijk, dikwijls heel moeilijk.’

Ze gleed in een depressie, had nergens zin meer in, was zichzelf niet meer. Al haar hobby’s – duidelijk aanwezig in de kamer in de vorm van borduurwerkjes aan de muur, door haar man gebouwde en door haar ingerichte poppenhuizen op het dressoir en zelfgemaakte dieren en poppen op de stoelen – verwaarloosde ze. Als ze toen een laatstewilpil had gehad? ‘Dan had ik hem misschien genomen. Ik dacht: wat doe ik hier nog?’

Maar toen was er Philie. Vrijwilliger Philie Haarbosch (70), een struise Brabantse onderwijzeres met een Rotterdamse ‘r’, nog maar een paar jaar geleden gepensioneerd, werd door Motto, het Centrum voor Levensvragen Rotterdam, aan mevrouw Huisman gekoppeld. Mevrouw had ze zelf gebeld, op aanraden van de geriater die op zijn beurt door de huisarts gestuurd was. Of er niet iemand was waarmee ze kon praten? Die was er, want al sinds 2005 biedt Motto Rotterdammers een luisterend oor in de vorm van individuele gesprekken met vrijwilligers.

Ouderen die zeggen dat het leven voltooid is zijn vooral bang om zich aan vreemde handen te moeten uitleveren

Tussen vrijwilliger Philie en mevrouw Huisman klikte het, ze hebben veel raakvlakken. Hun gesprekken zijn zeker geen eenrichtingsverkeer. ‘Maar het gaat om haar’, benadrukt Philie. ‘Om háár gemoedsrust, om háár zich fijn voelen. Zodat zij zin heeft om, nog even of nog langer, door te gaan.’ Philie komt drie keer per maand, de andere week is voor haar ‘andere mevrouw’. Meestal blijft ze een dikke twee uur. Mevrouw heeft er baat bij: ‘Ik kan mijn leed een beetje kwijt.’

Ze praten heus niet alleen over ellende, ook over boeken en muziek, maar Philie is altijd alert. Mevrouw omschreef haar leven met haar zieke man eens met de woorden: ‘Ik heb 27 jaar op een vulkaan geleefd.’ Voor Philie een signaal om op door te vragen. ‘Mevrouw is geen zeurpiet, maar ook zij heeft het nodig om gewoon eens met iemand te delen.’ Dat is heus geen wondermiddel. Stellen dat levensvragenprojecten als Motto ouderen weer zin in het leven laten krijgen, vindt Philie te kort door de bocht, maar het helpt wel. ‘Dat zij zich lekker voelt, daar draait het om.’

3-3-2013:

Mw. maakt het goed. Op de vraag: ‘Welk cijfer zou u het leven geven?’ kwam mevrouw los. Een goede jeugd. Een goede man. Een gevarieerd leven. Mw. heeft weer voor mij gezongen. Zij kent nog alle woorden en heeft een mooie stem. Opnieuw ‘welk cijfer zou u geven?’ Een 7 vond mw. te hoog.

Mw. gaf nu zelf aan dat ze de artsen wel om euthanasie had gevraagd, maar dat deze vraag niet meer speelt. Vooral de tweeling heeft haar over een dood punt gehaald.

10-7-2013:

15e keer. Mw. gaat lichamelijk achteruit. Dit vindt zij erg. Zij suggereert weer het levenseinde. Mijn suggestie – van uw geest is nog helder, u geniet van de tweeling – wuift zij weg. (De opmerking van 03-03 is zij vergeten.)

Er niet serieus op ingaan ervaart zij als niet serieus genomen worden. ‘Ik vraag het al zo lang.’

5-8-2013:

Mw. ziet er slecht uit en praat opnieuw over euthanasie. De artsen gaan nog niet op deze vraag in en geven nu een pilletje meer. Mw. berust hier nu maar in.

Ouderen die zeggen dat het leven voltooid is, zijn vooral bang, weet Els van Wijngaarden. Bang om niet goed verzorgd te worden, om zich aan vreemde handen te moeten uitleveren. ‘Een steeds grotere groep zegt: als ik dat niet kan voorkomen, stap ik eruit.’ Dat wantrouwen grijpt de onderzoekster aan. ‘Ze zijn zo bang dat iemand hen in hun eigen poep zal laten zitten dat ze liever doodgaan dan zich aan de zorg van anderen toe te vertrouwen. Dat is een signaal dat we serieus moeten nemen.’

Dat ouderen met een stervenswens, zoals Van Wijngaarden ze heeft gesproken, alleen nog maar dood zouden willen, is een beeld dat nuancering behoeft. Eigenlijk willen ze nog best andere dingen. Zoals de mevrouw die taalles wilde geven aan Poolse arbeiders. De organisatie vond haar te oud. Of de techneut die zijn technische kennis graag voor een museum wilde inzetten. Ze zaten niet op hem te wachten. Zelf moest Van Wijngaarden ook een aantal respondenten afwijzen die haar wilden helpen met het uittypen van haar interviews. ‘Dat paste niet in mijn onderzoeksopzet. Maar je merkt dat mensen nog graag willen. En tegelijkertijd denken ze: ze moeten me toch niet.’

Zelfs de mensen die al stappen hadden ondernomen om hun leven te beëindigen – de middelen in huis, een draaiboek gemaakt voor hun begrafenis – hadden vaak dubbele gevoelens. Want hoe graag ze ook consistent en weloverwogen wilden besluiten: de praktijk bleek grillig en dubbelzinnig. Dood willen, maar toch elke dag fitnessen. Of dood willen, maar nog wel genieten van lekker eten. Van Wijngaarden: ‘Mensen willen dood, maar ook weer niet, of niet nu, of niet op deze manier. Die ambivalentie kwam in veel opzichten terug.’

Het doosje is al dicht als we binnenkomen. Marie-Jantien Kreeft, geestelijk verzorger en projectleider van Ouderen en Levensvragen Cuijk (olc), had het al gezegd: we zijn welkom bij de gespreksgroep, maar pas nádat het doosje dicht is gegaan. Wat er daarvoor is besproken, blijft binnen de groep. Mensen zijn bang voor roddelverhalen. Het ritueel met het doosje geeft de groepsleden – in leeftijd variërend van 65 tot boven de tachtig – een veilig gevoel. Gespreksleidster Wilma van der Waart geeft een voorbeeld van wat er zoal besproken wordt: een vrouw verloor op haar dertigste een kindje. Nooit had ze er een mens over verteld. Hier, binnen de geborgenheid van de groep, doorbrak ze na dertig jaar haar zwijgen. ‘Ze wist nog exact na te vertellen hoe het kindje blauw werd.’

Op tafel liggen kaartjes met citaten van Charlie Chaplin. Zoals dit: ‘Toen ik mezelf begon lief te hebben, kon ik zien dat emotionele pijn en lijden alleen waarschuwingen zijn, dat ik niet mijn eigen waarheid leef. Nu weet ik: dat is AUTHENTICITEIT.’ Gespreksopeners zijn het, iemand leest er een voor, de groep reageert. Ze passen bij een thema, vandaag: ‘Heb je naaste lief zoals jezelf’. Groepslid Leo Wagemans (80) kan er maar moeilijk mee uit de voeten: ‘Ik vind dat een beetje egoïstisch.’ Gelukkig is afwijken toegestaan, ze hebben het die ochtend ook al over IS gehad, vertelt hij monter.

‘De dood daar wil je niet over praten. Maar we denken er wel aan’

Wagemans, een bonkige Brabander met een onderzoekende blik, is de meest uitgesprokene van het stel. Over de dood is hij stellig: ‘De dood daar wil je niet over praten. Maar we denken er wel aan.’ Sinds hij in 1999 longkanker kreeg, kijkt Wagemans hoogstens vijf jaar vooruit. Eerst wilde hij de zeventig halen, nu houdt hij het op 85. ‘Als ik dat haal, dat zou iets zijn. En als we dan nog zo met elkaar kunnen opschieten.’

De groepsleden verstaan onder een voltooid leven: een leven waarin je tot rust gekomen bent. Dat is juist wat ze hier proberen te doen, ervaringen verwerken om tot een voltooid leven te komen. Gespreksleidster Van der Waart: ‘Een probleem mag er zijn, en mensen mogen erop terugkomen.’ Waar de verslaggever het over heeft, is iets anders, zegt Wagemans: ‘Dat is geen voltooid leven, maar een afgebroken leven.’

Joop Wennekes (76) krijgt de lachers op zijn hand als hij zegt dat hij meer luistert dan praat. De geboren Achterhoeker heeft dan ook net uitvoerig zijn levensverhaal uit de doeken gedaan. Maar ja, hier wordt hem ook iets gevraagd. Thuis ziet hij soms een week geen mens. ‘Dan praat je tegen de kat of zet je de tv aan. Anders komen de muren op je af.’ Als hij dement wordt, dan wil hij wel euthanasie, zegt Wennekes. ‘Ik wil een ander niet tot last zijn.’

De groep is belangrijk voor deze ouderen, ze proberen geen bijeenkomst te missen. De oorlog, de ouderdom, het geloof, hier kunnen ze het allemaal samen bespreken. En hun eigen leven natuurlijk. Het leven van Mieke Wagemans (81), de schoonzus van Leo Wagemans, is volgens gespreksleidster Wilma best ‘heel zwaar’. Maar, zegt ze zelf, door de gespreksgroep houdt ze moed. ‘Ik voel me weer een mens, in plaats van dat niemand naar me omkijkt.’

‘Existentiële eenzaamheid voorkom je niet met een middagje bingo extra’, stelde Yvonne van Baarle in Nieuwsuur. En de nvve schreef op haar website: ‘Existentieel lijden is niet op te lossen met een bingomiddag.’ Het is een sterk beeld, de bingomiddag, wie het woord leest ziet de ballenmolen voor zich en hoort de potloden zacht krassen op het bingoformulier. Alleen: echte aandacht voor ouderen ziet er heel anders uit. Els van Wijngaarden is de eerste om het toe te geven: bingo helpt niet, eenmalige uitjes versterken alleen maar de afhankelijkheid. Sommige ouderen worden er zelfs kwaad van. ‘Die zeiden: ik voel me totaal niet serieus genomen als ik alleen mijn hand op mag houden.’

Wat wel kan helpen, is echt naar de pijn van deze ouderen luisteren, stelt Van Wijngaarden. Zodat ze er in ieder geval niet, zoals nu in heel veel gevallen, helemaal alleen voor staan. Ouderen – ook degenen voor wie praten over de zelfgekozen dood geen taboe is – kunnen vaak heel moeilijk met familie en vrienden praten over hun gevoelens. En van de huisarts krijgen ze meteen antidepressiva voorgeschreven als ze over hun stervenswens beginnen, vertelden diverse ouderen haar.

Dat luisteren ís ook moeilijk, heeft Van Wijngaarden zelf meermaals ondervonden. ‘Dan zie je iemand van zeventig die er nog vrij vitaal uitziet, en moeder is en oma, waarbij de wandelschoenen nog onder de kapstok staan, en dan denk je: u niet!’ Maar op haar tong bijten en blijven luisteren bleek precies waar deze ouderen behoefte aan hadden. ‘Mensen zeiden: het is voor mij een feest dat ik dit zo mag vertellen. Het besef dat je het niet erger maakt door niet tegen te gaan hangen, dat zou beter aan de man gebracht moeten worden.’

07-07-2014

Naar aanleiding van het boek De Oversteek een boek over de brug over de Waal in Nijmegen opper ik: ‘U staat op de oversteek van dit leven naar het andere leven.’ Eerst zegt Mw. niets maar reageert dan wel: ‘…….Ja.’

08-09-2014

De lichamelijke achteruitgang blijft een probleem en Mw. wil nu wel dood. Maar Mw. blijft genieten van haar achterkleinkinderen, kleinkinderen, kinderen, van de trouwe hulp. Zij houdt de regie over leven in eigen hand.

18-01-2016

De vraag naar het levenseinde leeft nog wel maar de berusting en haar ‘netwerk’ van familie enz. steunen haar. Mijn taak blijft: de vinger aan de pols houden, luisteren en meeleven met wat op dit moment speelt en laten voelen dat de vraag er mag zijn. Bij haar kinderen wil ze niet haar verdriet neerleggen.

Commissievoorzitter Paul Schnabel noemde bij de presentatie van zijn rapport de laatstewilpil ‘een makkelijke oplossing voor een moeilijk probleem’. Hij benadrukte dat euthanasie een moeilijke beslissing moet blijven, omdat het onomkeerbaar is. In het euthanasiedebat bestaan geen makkelijke oplossingen. Ook aandacht voor ouderen is geen wondermiddel, waarschijnlijk zullen er altijd ouderen met een doodswens blijven. Maar er is een verschil tussen een maatschappij die ouderen een dodelijke pil aanreikt als ze het moeilijk hebben en een maatschappij die oprecht vraagt wat er dan zo moeilijk is aan dat leven. Eenzaamheid onder ouderen, of je die nu existentieel of sociaal noemt, is niet los te zien van een maatschappij waarin mensen een steeds langer niet-werkzaam leven hebben. Dat moeilijke probleem verdient aandacht, en niet alleen een ‘oplossing’. Hoe definitief het voltooide leven is, weten we pas als we ernaar durven kijken.

Mevrouw Huisman kijkt weer naar de toekomst. Ook al hangt ze naar eigen zeggen van pillen aan elkaar, ze voelt zich redelijk goed. Misschien wordt ze wel honderd, al hoeft dat niet van haar. Eerst binnenkort maar eens met Philie mee naar de film, als het weer wat beter is. Aan de dood denkt ze voorlopig niet, laat staan aan wat daarna komt. ‘Als er wat is, dan zie ik het wel en anders hoor ik toch nooit meer ergens wat van.’


De naam van mevrouw Schut is gefingeerd