Het Groot Winterboek

Extra deprimerend!

Het Groot Winterboek

De Revisor, nummer 6, 2005

«Extra deprimerend!» staat er op de cover van Het Groot Winterboek van literair tijdschrift De Revisor. «Gruwelijke, onthutsende, hartverwarmend sombere vertellingen», zegt het voorwoord van de redactie voldaan. Het is een belofte die De Revisor niet waarmaakt; niks geen extra deprimerende verhalen. Het zijn juist mooie, humoristische verhalen die het Winterboek vullen.

Het Winterboek is geheel gewijd aan het korte verhaal, een genre dat in Nederland niet heel populair lijkt: «We zappen erop los, maar vinden het vervelend om ons (…) na vijftien bladzijden opnieuw, in weer andere personages in te moeten leven», betoogt Vonne van der Meer in een essay. Dat neemt niet weg dat De Revisor een aardige melange van gevestigde schrijvers bij elkaar heeft gesprokkeld – Manon Uphoff, Joost Zwagerman, Kristien Hemmerechts, Ilja Leonard Pfeijffer, Atte Jongstra – maar het zijn vooral de minder bekende goden die met originele verhalen pronken. Menno Lievers’ Een cadeau voor mijn vader is gevoelig zonder sentimenteel te worden en Wanda Reisels Apenverdriet is een klein juweeltje; op slechts twee pagina’s zet Reisel heel knap een buitenechtelijke vrijpartij uiteen.

Een ander verhaal dat er uitspringt is De heilzame vrucht der opvoeding van Thomas Blondeau (1978). Het is een voorpublicatie uit zijn nog te verschijnen eerste ro man, eX, maar het voldoet aan een van de belangrijkste eisen van een kort verhaal: het is autonoom – niets is vervelender dan het gevoel slechts een hoofdstuk te lezen uit een groter verhaal. Op droogkomische toon verhaalt Blondeau speels over de tiener David, die tegen wil en dank moet opgroeien tussen óf de zelfhulpboeken van zijn moeder thuis óf in het troosteloze café van zijn vader. Het is bijna een volledige Bildungsroman op zes pagina’s.

Het is interessant om de aanstaande debutant Blondeau met de gevestigde romancier Joost Zwagerman te vergelijken. Beiden proberen op een totaal andere manier de lezer te bereiken. Zwagermans Showing, Not Telling is een foutloos verhaal dat drijft op de interessante plot: schrijver (Otto Vallei, protagonist uit Zwagermans Chaos en rumoer) geeft een workshop als zijn lievelingsleerlinge literaire karaktermoord op hem pleegt. Een korte tijd geleden presenteerde Zwagerman de bloemlezing De Nederlandse en Vlaamse literatuur in 250 verhalen. In zijn inleiding geeft hij een definitie van de roman: «De roman; een kort verhaal met heel veel opvulsel.» In Showing, Not Telling voldoet hij aan zijn eigen definitie. Alle onnodige opvulsels heeft Zwagerman weggelaten en gedoceerd ontvouwt hij de plot, in elke alinea werkt hij naar de clou toe, zozeer dat als die clou er eenmaal is, hij je nog nauwelijks weet te verrassen.

Blondeau’s Heilzame vrucht doet dat anders. Het verhaal heeft zijn mankementen. Het is wat chaotisch en heeft geen clou – er is eigenlijk niet eens een echte verhaallijn, het verhaal bestaat uit zes korte schetsen. Maar door het verhaal vol te stoppen met vreemde gedachtekronkels en interessante observaties weet Blondeau de lezer meer te raken dan Zwagermans perfect geconstrueerde miniroman.

Ook een aanrader: Atte Jongstra’s Over de grillen van het lot. Een opgewekte en komische (autobiografische?) geschiedenis van de besognes van een broodschrijver. En de kruiswoordpuzzel, die is ook de moeite waard.