MUZIEK

Extra wanhopig

Gonjasufi

De loopbaan van Sumach Ecks lijkt zich net zo onvoorspelbaar te ontwikkelen als zijn debuutplaat A Sufi and a Killer van alter ego Gonjasufi klinkt. De in San Diego geboren Ecks richt zich in de jaren negentig vooral op rap als lid van het plaatselijke gezelschap Masters of the Universe. In 2006 besluit hij yogales te gaan geven in Las Vegas. Hij ontmoet vervolgens de draaitafelartiesten Gaslamp Killer en Flying Lotus uit Los Angeles. Via de eerste belanden twee jaar later cd-roms van Ecks solo-opnamen bij het progressieve label Warp en ineens heeft de dj'ende yogaleraar een platencontract. Van de weeromstuit lukt het hem bijna een jaar niet om nieuw werk op te nemen. Daarna gaat het maken erg snel, maar neemt het mixen en afwerken maar liefst acht maanden in beslag.
Het alle kanten op schietende A Sufi and a Killer is dan ook een echte producersplaat. Een geheel dat zich kenmerkt door de hoorbare hand achter de maker(s). De manier van opnemen en mixen is hierbij bepalend voor de sfeer en het karakter, ongeacht alle mogelijke verschillen in stijl, geluid en lengte tussen de liedjes. Klassiek voorbeeld is Let it Be van de Beatles, waar Phil Spector een gevarieerd stel nummers van de zo goed als uit elkaar gevallen band tot een coherent album smeedde. Dj Shadows debuut Endtroducing uit 1996 is met louter het gebruik van samples een innovatief hoogtepunt in het ‘genre’. Ook David Holmes weet met zijn mixalbum Come Get It… I Got It (2002) zowel oud als nieuw te klinken. Dat doet hij door fragmenten en nummers van (obscure) oude platen te combineren met live-muziek die werkt als bindmiddel en de 'vintage’ sfeer versterkt.
Net als die plaat put A Sufi and a Killer inspiratie uit de rock, soul en funk van de jaren zestig. Beats en samples zijn door Ecks thuis lo-fi opgenomen op een viersporenrecorder. De productie met veel psychedelische effecten werkt als een bindmiddel. Daarnaast is het de stem van Ecks die de plaat zo eigenzinnig maakt. Hij kraakt, schuurt en maakt vaak vreemde klanken of buigingen. Dat effect heeft hij bereikt door voor de opnamen drie yogasessies achter elkaar te geven zonder microfoon. Met die zwaar belaste stem vanuit de onderbuik zong hij daarna de teksten in. Het werkt en het versterkt zowel het gevoel van ongemak als fascinatie. Zo geeft de gruizige zang op She Gone de zanger een extra wanhopige indruk. Een instrumentaal en wat meer afgestoft zomerfunk-liedje als Candylane klinkt juist weer een stuk toegankelijker. De punk van SuzieQ maakt de boel nog wat rafeliger en met Sheep is er zelfs ruimte voor een zweverige ballad. Al die vervreemdende en verbindende elementen bij elkaar maken A Sufi and a Killer even boeiend als ongrijpbaar.

Gonjasufi, A Sufi and a Killer (label Warp/V2)