Kunst: Isaac Israels

Ezels

Toen Isaac ‘Ietje’ Israels (1865-1934) zes jaar oud was zag zijn vader, de beroemde Jozef Israels, al een schilder in hem, en wel een schilder van kleuren, iets wat Jozef zelf niet was.

Israels sr. was wereldberoemd door zijn gevoelige, rembrandtesk donkere scènes; zijn zoon zou zich inderdaad ontpoppen als een schilder van beweging, kleur en licht. Hij hoorde tot de eerste schilders die met hun ezel buiten op de brug gingen staan, midden in de stad, niet op de hei. De kennelijke tegenstellingen tussen de twee Israelsen, vader-zoon, donker-kleur, spiritueel-hedonist, ernst-vermaak enzovoort hebben de carrière van de jonge Israels altijd getekend, althans in de eenvoudige beoordeling ervan. Het lag allemaal subtieler. Israels sr. was bijvoorbeeld erg op het werk van zijn zoon gesteld en hij probeerde hem her en der vooruit te helpen.

Isaac Israels werd geboren in Amsterdam, groeide op in Den Haag en kreeg daar als dertienjarige zijn eerste kunstonderwijs, maar om zich aan die basis te ontworstelen schreef hij zich in 1886 in aan de Academie van Amsterdam. Daar viel hij met zijn neus in de boter: de Tachtigers en hun schilderende evenknieën maakten er furore. Hij zou er tot 1904 blijven. Daarna verhuisde hij naar Parijs, reisde de wereld rond, en belandde uiteindelijk in Den Haag.

Het Stadsarchief Amsterdam wijdt een tentoonstelling aan de Amsterdamse jaren, tegelijkertijd besteden vier Haagse musea en het Haags Gemeentearchief aandacht aan zijn Haagse productie. Hier is sprake van een zekere concurrentie. Veel Hagenaren zien Israels als de schilder van het Haagse stadsleven bij uitstek, betoverd door het Haagse uitgaansleven, de Scheveningse boulevard, de dames en kinderen en ezeltjes op het strand. Daarin ligt inderdaad Israels’ volgroeide kunstenaarschap, en ook wel de hoofdmoot van zijn reputatie. Maar in Amsterdam heeft Israels zichzelf gevormd, als jonge man, als schilder en als gretige, spitse geest. De Haagse schilderijen zijn briljant, zonnig, over-kleurrijk, de Amsterdamse avontuurlijker, grondiger, donkerder, strijdlustiger, geiler.

Het aardige van de Amsterdamse tentoonstelling is dat de samenstellers Israels’ stappen in de stad bijna compleet hebben kunnen documenteren. Ze hebben daarvoor de enorme hoeveelheid schetsboeken die Israels naliet doorgenomen, en bijna elke winkelpui en elke straathoek op elk schilderij en elke schets geïdentificeerd. Daaruit blijkt dat Israels een onvermoeibare wandelaar was, altijd op zoek naar iets bijzonders, en ook dat hij zijn werk deed midden in het stadsgewoel, op de brug, op het terras, op het plein. Wat zij ook hebben aangeboord is de correspondentie tussen Israels en Frans Erens. Die twee waren zeer verschillend van aard, maar innig bevriend, en Israels bleek in honderden brieven (in zeer puntig en geestig Frans) een scherp beeld van zijn eigen leven en zijn omgeving te hebben geschetst. Zó vlot was Israels’ pen dat het Erens verbaasde dat hij er niet meer mee deed.

Israels sr. kreeg gelijk: zijn zoon werd een fameus colorist, een beetje een boulevardier, een gelukkig mens. Het was een reputatie waar jr. mee kon leven en waar hij stevig aan verdiende. Toch zit er in de schetsen uit die Amsterdamse periode, van volksvrouwen, dansend in een tingeltangelkelder aan de Zeedijk, dienstmeiden op de gracht, een hoekige energie die zó direct is en zo vinnig dat je je afvraagt wat er zou zijn gebeurd als Isaac een tikje fanatieker, een beetje meer getormenteerd of ongelukkiger was geweest. Maar echte demonen, die had hij niet.


Isaac Israels in Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam, t/m 26-8. Isaac Israels in Den Haag, Haags Historisch Museum, MuZee Scheveningen, Couperus Museum, Panorama Mesdag, Haags Gemeentearchief, t/m 23-9