F 38,50 per uur

Hoeren zijn de enige vakmensen die er rond voor uitkomen dat ze voor het geld werken. Voor veel geld, denkt de goegemeente. Maar dat is dus niet waar. Uw loodgieter houdt meer over. En heeft niet zo'n eigenaardig stigma
HOERENGRAP VAN de stand-up comedian Margareth Smith uit Chicago. Een man en een vrouw zitten aan de bar. De man zegt: ‘He lekker ding, neem er een van mij.’ Zij antwoordt: ‘Nee dank je, kanjer. Geef me meteen die drie dollar maar.’

Wat deze grap zo brutaal en ijzersterk maakt, is dat Smith de verborgen spelregels blootlegt. Accepteert de vrouw het drankje uit beleefdheid, dan speelt ze de rol van nice girl, de potentiele echtgenote. Zegt ze dat de man moet opdonderen, dan is ze een pot. Maar omdat ze hem op de man af om geld vraagt, manipuleert ze hem en speelt ze de hoer.
In haar essay over de stigmatisering van hoeren uit 1985 beschrijft Gail Pheterson hoe een vrouw die om geld vraagt wanneer ze als snoepje wordt bejegend, de grens tussen net gedrag en voor vrouwen onwelvoeglijk optreden overschrijdt. Hebzucht, spilzucht en onmatigheid op elk gebied - te hard praten, te hard lachen, te uitdagend gedrag, te veel opsmuk - zijn belangrijke elementen in de negatieve beeldvorming over sekswerksters. Gail Pheterson reconstrueerde het stigma ‘hoer’ door er de woordenboeken op na te slaan, want die weerspiegelen het denken. Een hoer is ontuchtig, ordeloos, bandeloos en oneerbaar. De eer van de man ligt besloten in prestaties op het slagveld, in de politiek, het beroepsleven of de sport. De eer van de vrouw is haar kuisheid, te bewaren totdat zij haar wettige echtgenoot tegen het lijf loopt. Voor een vrouw is financiele afhankelijkheid van haar vaste man niet oneerbaar, maar een deugd. Oneerbaar is het als een vrouw seks met veel onbekende mannen heeft, vooral als zij daar geld voor terug vraagt. Dan is ze seksueel vrij en financieel autonoom en dus een hoer.
DIE COMBINATIE VAN seksuele en financiele onafhankelijkheid maakt hoeren een bedreiging voor de burgerlijke moraal, die drijft op het onderscheid tussen good girls en bad girls. Des te meer omdat hoeren tijdens hun werk de gezagvoerder zijn over de seks, en niet de klant. Historisch dient dit onderscheid, dat in alle patriarchale culturen voorkomt, als verdeel- en heersmechanisme om vrouwen onder controle te houden. Het werkt tot op de dag van vandaag perfect: op een enkele uitzondering na steunt geen man, ook niet als hij hoerenloper is, de dames-van-plezier. En verreweg de meeste vrouwen, ofschoon ze in groten getale schijnen te fantaseren dat ze een keer de hoer kunnen spelen, durven zich niet openlijk met hoeren te vereenzelvigen. Buurtbewoonsters die zich verzetten tegen de prostitutie, zeggen steevast dat ze hoeren niet willen veroordelen, maar ondertussen vinden ze het een diepe, onoverkomelijke krenking als ze zelf voor hoer zouden worden aangezien. Ondanks de seksuele revolutie zijn vrouwen nog steeds niet seksueel bevrijd.
Het meest liberale standpunt dat nette vrouwen kunnen innemen is nog: 'Van mij mag het, als ik maar niet hoef.’ Zo wordt lippendienst bewezen aan de acceptatie van de hoer, of van de slet die van promiscue, anonieme seks houdt, want ook zij is een bad girl. Het komt erop neer dat bijna iedereen het stigma hoer onderschrijft en opnieuw bevestigt door zich van hoeren te distantieren. De burgerij doet dat, zoals Dorien Pessers onlangs in haar Volkskrant-column instemmend uit de doeken deed, door de prostitutie apart te zetten in gereserveerde wijken, met een onzichtbare deugdzaamheidsgrens eromheen.
IN DE LOOP van de geschiedenis is alle wetgeving en beleid tegen de handel in seks gepaard gegaan met het niet tolereren van seksuele vrijheid in het algemeen en die van vrouwen in het bijzonder, schrijft de historica en voormalige stripteasedanseres Nickey Roberts. Wat nette vrouwen maar niet willen begrijpen, is dat het stigma 'hoer’ voor alles een manier is om de seksualiteit en de financiele onafhankelijkheid van alle vrouwen aan banden te leggen. Nette vrouwen willen koste wat het kost in de gratie komen van mannen en de door mannen gedomineerde samenleving. Daar betalen ze een hoge prijs voor - naast inperking van hun vrijheid ook lage lonen. Moeders worden weliswaar op een voetstuk gezet, maar dat respect, dat ook vrouwen in verzorgende beroepen krijgen, wordt niet omgezet in openbare macht en pecunia. Vrouwen maken zichzelf en elkaar wijs dat ze dat niet nodig hebben, maar in werkelijkheid bezweren ze hun angst voor sociale uitstoting. De uitstoting van hoeren is hun afschrikwekkende voorbeeld, en zo is de cirkel weer rond.
Feministen hebben het geen haar beter gedaan dan andere nette vrouwen. Hun werkmethode - de stem van vrouwen zelf laten klinken en serieus nemen - verlieten ze zodra het hoeren betrof. Lang hebben ze hoeren als slachtoffers gedefinieerd, blind en doof voor wat die daar zelf van vonden. Hoeren willen namelijk niet zozeer met het werk stoppen, ze willen empowerment, zoals dat tegenwoordig heet. Achter medelijden en de wens om te redden zitten vaak agressie en afgunst verborgen, in dit geval tegen de stoutmoedigheid van de prostituee die, alle wettelijke en maatschappelijke tegenwerking ten spijt, toch seksuele diensten aan mannen blijft verlenen. Toen bleek dat hoeren niet gered wilden worden, gingen de feministen hen pardoes betitelen als collaborateurs met de mannelijke vijand.
De historische vergissing van het feminisme is dat het meende dat seksueel geweld tegen vrouwen het belangrijkste machtsmiddel van het patriarchaat is. Feministen dachten vrouwen meer bescherming te bieden door de mannelijke seksualiteit te kortwieken. Die werd gedefinieerd als intrinsiek gewelddadig en vrouwvijandig, waarmee elke kans op heteroseksueel plezier was verkeken. Maar daarmee tegelijk ook de kans op decriminalisering van de betaalde seks.
Er is een sociologische verklaring voor die vergissing. Feministen komen veelal uit beschermde, naar binnen gekeerde middle- class gezinnen en hebben de scheiding tussen good girls en bad girls verinnerlijkt. Ze richten al hun pijlen op de man, ergens in de boze buitenwereld, en verzuimen om zichzelf en hun blokkades op het gebied van seks, macht en geld te analyseren en zich er vervolgens van te bevrijden. In hun onrealistische schema is deelname aan de bestaande wereld, waarin die drie begrippen de dienst uitmaken, uit den boze. Net als andere radicalen gaan ze uit van een wereld die nog moet komen. Juist hoeren staan van oudsher middenin die bestaande wereld, anders gezegd 'het leven’.
HOEREN ZIJN geldwolven, zo wil de publieke opinie, en zelf houden ze ook stoer vol dat ze fantastisch verdienen. Het is een overlevingstactiek om de zwaarte van het beroep, uitgeoefend in een samenleving die het naar de rand verbant, draaglijk te maken. Nu verdient een hoer al snel meer dan degene die in een traditioneel vrouwenberoep werkzaam is, maar hoe hoog zijn de verdiensten nu werkelijk? Het merkwaardige is dat dit onderwerp in de bibliotheek, waar planken vol historische en psychiatrische lectuur over het seksvak te vinden is, niet als zodanig is gerubriceerd. Terwijl geld toch voor de meeste hoeren, anders dan voor andere burgers, die in enquetes vaak 'ontplooiing’ en 'werken met mensen’ belangrijker noemen dan het salaris, het hoofdmotief is om dit vak te kiezen.
Het enige onderzoek hierover is een doctoraalscriptie van een student sociologie, E. Meulenbelt, uit 1993. Het materiaal haalde hij uit het zoveelste zieligheidsonderzoek, waarin de onderzoekster met elke respondente urenlang had gesproken over haar problemen en aldus een vertrouwensrelatie opbouwde. Zijdelings had ze gevraagd tegen welk tarief de vrouwen werkten en hoeveel uren ze maakten. De student vervaardigde hieruit enkele tabellen. Voor twee derde van de vrouwen is de prostitutie de belangrijkste bron van inkomen. 38 procent zit in een uitkering, omdat die recht geeft op voorzieningen, zoals ziekenfonds, die een legale bron van inkomsten vereisen. De ene helft werkt fulltime, de andere helft parttime. Per 'soort’ prostitutie - raam, club, straat, escort, privehuis en thuis - loopt de werkweek nogal uiteen. Twee derde betaalt geen belasting of BTW.
Na een uiteenzetting over de niet geringe sociale en seksuele vaardigheden waarover een hoer moet beschikken om dit zware werk aan te kunnen en een paragraaf over de beroepskosten of afdrachten, vooral hoog voor raamhoeren en ook voor club- en escorthoeren, komen dan de tabellen over de maandelijkse inkomsten. Houd u vast: de meesten komen uit op een schamel uurloon van f38,50.
Drie procent verdient minder dan duizend gulden per maand, 23 procent haalt tot tweeduizend binnen, veertien procent zet tot drieduizend om, 22 procent komt tot vierduizend gulden, elf procent haalt een bedrag van vijfduizend, negen procent scoort tot zesduizend, en de topcategorie, zeventien procent, bestaat uit vrouwen die tussen de zes en de achttien mille per maand omzetten. Ik zou zo gauw geen ander beroep weten waar de verdeling zo ongebruikelijk ligt. Zeventig procent van de hoeren verdient minder dan modaal. De toplaag trekt het gemiddelde sterk omhoog, tot 92 gulden per uur. Niet echt een bedrag om jaloers op te zijn, als je weet onder welke omstandigheden en op welke rare nachtelijke uren er wordt gewerkt.
Vervolgens rekent de socioloog per 'aanbodvorm’ voor hoeveel effectieve, met een klant bestede uren er worden gemaakt en hoeveel voorbereidingstijd, reistijd en ledige uren er zijn. Vooral die laatste uren, die de 'vervelingscoefficient’ worden genoemd, liegen er niet om. Bij raamprostitutie is de ledigheid het ergst, bij escort het geringst. Achter het raam moet je 240 uur per maand zitten om dank zij 163 klanten tot een uurloon van negentien gulden te komen. Van die 240 uren moet je er 194 tegen de verveling strijden en toch leuk, wervend en sexy blijven overkomen, want de effectieve klantentijd bedraagt slechts 46 uur en dan moet het gebeuren.
En dan te bedenken dat de exploitanten van hoerenkasten een gegarandeerde omzet hebben door de buitensporig hoge raamhuur die ze vooraf ontvangen. Die moet de vrouw eerst verdienen voordat ze iets overhoudt. Werkt ze in een seksclub, dan draagt ze vijftig procent van haar verdiensten af aan de eigenaar. Ook de escortexploitant incasseert de helft van de verdiensten - in ruil voor het plegen van een telefoontje. Het bracht de schrijfster Sietske Altink ertoe in haar nieuwste boek over het prostitutiebedrijf de dubbele betekenis van het woord 'exploiteren’ - uitbaten en uitbuiten - weer eens in herinnering te brengen.
DE HOOGSTE TIJD derhalve om het negatieve beeld van de spilzuchtige geldwolf bij te stellen. Niet in de richting van hulpbehoevend, want daaraan hebben hoeren een grote hekel. Echter, de markt voor seksuele diensten wordt onder druk van factoren als de vrouwenhandel, het opjaagbeleid tegen verslaafden en de vergunningenpolitiek die op de huidige exploitanten is gericht, steeds voller en harder. Dat is geen goede basis voor beroepsvorming, organisatie en onderhandelen over tarieven en arbeidsvoorwaarden. Hoeren zijn van oudsher toch al extreem individualistisch, omdat ze uiteindelijk alleen op zichzelf kunnen vertrouwen. Het ziet er niet naar uit dat daarin snel verandering komt.
Van legalisering van de bedrijfstak, zoals onderzoekster Ine Vanwesenbeeck in een recent nummer van het Maandblad Geestelijke Volksgezondheid bepleit, verwacht ik geen heil. De onderlinge concurrentie neemt sterk toe. Het grote aanbod zal de prijs laag houden, evenals het niveau van professionaliteit. Legalisering houdt ook in dat er BTW en belasting moet worden betaald en dat kan nauwelijks van de bedragen die de meerderheid verdient. Onder de huidige omstandigheden zullen hoeren eerder nog mobieler worden en onderduiken in de straat- en thuisprostitutie, omdat die niet te controleren valt door de belasting.
Verder vindt Vanwesenbeeck dat de overheid de zorg voor 'de kwetsbaarste groep’ op zich moet nemen, door hulpverlening bij trauma’s en 'het verstevigen van de economische positie’. Hoe zou de overheid dat laatste kunnen doen? Er zit waarschijnlijk niets anders op dan de sector met behulp van het midden- en kleinbedrijf flink te saneren en op die manier economisch gezond te maken, door uitbuiters eruit te gooien en een klein aantal gemotiveerde hoeren een gesubsidieerde, betaalde ondernemersopleiding aan te bieden. Daarna moet er een goede beroepsopleiding seksuele dienstverlening worden opgericht, met een beperkt aantal afgestudeerden per jaar en diploma-eisen voor sollicitanten. Alleen erkende hoeren mogen lid worden van de beroepsvereniging. Zo ongeveer is het ook gegaan met artsen, voorheen kwakzalvers.
Als die minimale voorwaarden zijn geregeld, begint het echte werk: ontmanteling van het stigma 'hoer’ door voorlichting op scholen, publiekscampagnes en steun van sleutelfiguren en politici. Vooral een coming-out van bad girls uit kringen van bekende Nederlanders zal inslaan als een bom.