Economie

F*ck Davos

Zelfgenoegzaam zwelgen in eigen zaligheid. Dat is het beeld dat opdoemt uit de commentaren van de babbelende kaste op het electorale succes van Donald Trump.

Laat er geen misverstand over bestaan: ook ik vind de man grof en abject. Ook mijn ziel krimpt ineen bij het beluisteren van zo veel racisme en seksisme.

Maar de lachspiegel die hij ons voorhoudt toont het exacte tegendeel van de eigen voortreffelijkheid die de elite erin wil lezen. Trump demonstreert namelijk haarfijn het volstrekte electorale failliet van de neoliberale consensus. Kiezers hebben schoon genoeg van die technocratische ‘derde weg’ die ook bij ons nog altijd boven de politiek hangt. U weet wel: primaat van de markt; einde van de natiestaat; leve de Europese Unie; meer vrijhandel en globalisering; minder regels en bescherming; ‘einde van de geschiedenis’. Noem het de Davos-consensus, naar dat elitefeestje dat iedere winter in het gelijknamige bergdorpje wordt gehouden.

In 2005, vlak na de herverkiezing van George W. Bush, publiceerde de Amerikaanse journalist Thomas Frank zijn voortreffelijke What’s the Matter with Kansas?. Daarin beantwoordt hij de vraag waarom kwetsbare Amerikanen presidenten kiezen die hun klassenbelangen aan hun laars lappen. Het programma van Bush jr. beloofde immers belastingverlaging voor de rijken en meer ellende voor de armen. Het antwoord van Frank luidde kort en goed: ‘vals bewustzijn’. Verdoofd door de vermogensroes van stijgende huizenprijzen hebben conservatieve Amerikanen vijftien jaar lang immateriële kwesties – abortus, wapenbezit, migratie, homohuwelijk – laten prevaleren boven materiële.

Kiezers hebben schoon genoeg van de derde weg

Er was een financiële crisis voor nodig om deze post-historische illusie aan flarden te rijten. Waar Trump en Sanders elkaar raken is in hun keiharde kritiek op de Davos-consensus. En op het politieke establishment dat blij blozend het bergdorpje pleegt te frequenteren. Zowel de vastgoedtycoon als de zelfverklaarde socialist grossiert in uitspraken als ‘stop TTIP’, ‘verbied belastingontwijking’, ‘breek de banken op’, ‘draai de vrijhandelsverdragen terug’ en ‘snij de band tussen politiek en grootbedrijf door’. Ook Sarah Palin tamboereert op dit thema: f*ck Davos. Het zijn de politieke spiegelingen van een economische winter die zich dankzij de crisis niet langer laat verbergen.

Een paar datapunten: modale inkomens stijgen al decennia niet meer; de private schuldenlast is nog nooit zo hoog geweest; de oorlogskassen van het grootbedrijf barsten uit hun voegen; de lastendruk voor gezinnen is tot recordhoogte gestegen; het grootbedrijf heeft nog nooit zo weinig belasting betaald; de inkomensongelijkheden zijn terug op het niveau van eind negentiende eeuw. En millennials hebben hun besteedbaar inkomen fors zien dalen en zijn in veel landen nu armer dan gepensioneerden, terwijl ze meer moeten betalen voor onderwijs, nauwelijks vooruitzichten hebben op de arbeidsmarkt, geen toegang hebben tot de woningmarkt en mogen opdraaien voor de kosten van vergrijzing en milieuvervuiling.

In de politicologie zijn financiële crises verantwoordelijk voor parlementaire fragmentatie en electorale verrechtsing. Vier, vijf jaar na zo’n crisis zijn er meer partijen in het parlement, zijn deze partijen vaker van rechtse signatuur, is de coalitiemeerderheid smaller en de electorale basis van de oppositie breder. Daarna ebt het effect weg. We zijn nu tien jaar verder en wat de politicologische literatuur voor 2012 voorspelde begint zich nu pas af te tekenen. Trump en Sanders in de VS, Syriza in Griekenland, Podemos in Spanje, fragmentatie in Portugal en Ierland, en volgend jaar wellicht in Nederland en Frankrijk. Het suggereert dat het kiezersgedrag door diepere tectonische bewegingen wordt gedreven dan de redistributieve gevolgen van een financiële crisis die in 2008 begon. De economische paden van Amerika en Europa kunnen immers niet meer uiteenlopen dan ze sinds 2010 hebben gedaan, zoals Piketty vorige week op zijn blog liet zien: elf procentpunt groeiverschil ten voordele van de VS. Toch zijn de thema’s dezelfde en ruikt het electorale ongenoegen even schroeierig: het kapitalisme is een doorgestoken kaartspel en het politieke establishment wrijft geil tegen het grootbedrijf aan.

Dit is niet van vandaag of gisteren. Sinds de winstgevendheidscrisis van de jaren zeventig is de machtsbasis van gewone werknemers onttakeld. Het was de geheime agenda achter de voldongen-feitenpolitiek van Europese integratie, financieel-economische globalisering en de euro. In alle ontwikkelde economieën is het deel van het nationaal inkomen dat naar werknemers gaat fors gedaald en de inkomensongelijkheid navenant gestegen. Dat is wat er zowel daar als hier politiek op het spel staat: de onzalige erfenis van de ‘derde weg’. En vergis u niet: in dat gevecht is Trump linkser dan de PvdA.