In zijn autobiografische roman The Topeka School (2019) beschrijft Ben Lerner zijn talenten in de debatclub van zijn high school. Hij werd nationaal kampioen ‘geïmproviseerd spreken’ met een methode die hij ‘The Spread’ noemde. Bij The Spread bouwt de debater de snelheid en het volume van zijn spreken op, terwijl hij ondertussen een trommelvuur van argumenten en feiten loslaat op, rond en ver naast het gespreksonderwerp. Hij smeert zich uit over het onderwerp, en dat zijn argumenten vergezocht of ridicuul zijn doet er niet toe, het gaat om de veelheid. Elk argument dat zijn tegenstander onweersproken laat, telt als een punt in het voordeel van de spreader.

Lerner plaatst dit in de jaren negentig, in Topeka, Kansas. Iedere recensent snapte dat er een metafoor in school voor hoe het hevig gepolariseerde publieke debat in Amerika vandaag de dag klinkt. Elke feitelijk onjuiste of glasharde leugen die door de ene partij wordt ontmaskerd, wordt door de andere partij gecounterd door een ander ‘feit’ – net zo lang tot iedereen het gevoel krijgt dat die ene kernachtige waarheid überhaupt niet bestaat.

Je kunt, met terugwerkende kracht, een eerdere origine vinden voor The Spread, namelijk in het proces van de eeuw, oftewel De Zaak tegen O.J. Simpson, het ongeëvenaarde mediaspektakel van 1995.

De feiten waren als volgt: op 12 juni 1994 werden Nicole Brown en haar goede vriend Ronald Goldman met messteken om het leven gebracht voor de deur van haar huis, in Brentwood, Californië. Voormalig American football-ster Simpson was Browns jaloerse boze ex; diverse keren had de politie te hulp moeten schieten voor huiselijk geweld en bedreigingen. Voor het moment van de moord had Simpson geen sluitend alibi, hij bezat kleren die op de moordplek waren aangetroffen, er was dna van hem aangetroffen, hij had zelf verwondingen die hij niet kon uitleggen, en in zijn gedrag in de dagen na de moord leek hij nagenoeg de schuld op zich te nemen. Voor de openbaar aanklager was het een uitgemaakte zaak.

Enter ‘The Dream Team’. De duurste, meest ambitieuze, mediagenieke strafrechtadvocaten die de VS ooit samengebald had gezien. De ene kant van de verdediging werd belichaamd door de zwarte advocaat Johnnie Cochran, die in zijn pleidooien Simpson veranderde van een agressieve ex tot een slachtoffer van een racistisch politiekorps. De andere kant werd uitgevoerd door F. Lee Bailey. Aanvankelijk was Bailey de ster van het team. De flamboyante advocaat was al decennia een beroemdheid: in de jaren zestig had hij de zaak van Sam Sheppard bepleit voor het Hooggerechtshof. Sheppard was de neurochirurg die zijn vrouw zou hebben vermoord – de zaak waarop de tv-serie The Fugitive zou worden gebaseerd. Hij kreeg hem vrij en surfte vrolijk verder op de golf van media-aandacht die daaruit voortkwam. Hij deed tv-shows, publiceerde memoires, stond op de cover van Newsweek. Hij won lang niet alle zaken die hij voerde, maar door zijn bekendheid lag zijn naam voor in de mond bij vele aangeklaagden – zoals de ‘Boston Strangler’ (de naam zegt het al) en Patty Hearst, de erfgename die zich bij een links-revolutionaire beweging aansloot en banken beroofde.

Baileys theorieën om feiten te weerleggen konden niet groot en bizar genoeg zijn

‘Ik houd ervan om F. Lee Bailey te zijn’, schreef hij in een van zijn memoires. Ook schreef hij: ‘Geld kan een zekere mate van geluk kopen’, om vervolgens dat geluk op te sommen in de vorm van zijn auto’s, zijn privévliegtuig en zijn privéhelikopter. Zijn derde en vierde vrouw waren allebei stewardess. Zijn derde vrouw zei over hem: ‘Het enige wat Lee niet kan weerstaan is verleiding.’ Zijn dochter zei: ‘Lee heeft het vaak mis, maar twijfelt nooit.’

Bailey kwam uit een middenklassengezin uit Massachusetts en scoorde op school, naar eigen zeggen, astronomisch hoog op een IQ-test. Hoger dan Einstein. In de rechtbank bleek hij hele wetteksten uit zijn hoofd te kennen, bleek hij formidabel in ondervragingen en wist bovenal een goed rapport op te bouwen met de jury’s – vooral de vrouwelijke juryleden.

Toen Bailey werd ingeschakeld om zich over de zaak van Simpson te buigen, zag hij dat er te veel feitelijk bewijs tegen Simpson was. Wat hij zocht was een manier waarop hij niet de afzonderlijke bewijsstukken onschadelijk kon maken, maar het hele concept van bewijsstukken. En dus viel Bailey alles aan: elk bewijsstuk, elke motie, elke wetenschappelijke methode. Achter iedere getuige zat een complot. De theorieën om feiten te weerleggen konden niet groot en bizar genoeg zijn – ziedaar het ontstaan van The Spread. Bailey en zijn team creëerden meer chaos dan de aanklager recht kon breien, ze creëerden een wereld waarin niets waar was maar alles mogelijk en er zoveel twijfel ontstond dat geen uitspraak nog honderd procent overtuigend was. En dus kreeg O.J. het voordeel van de twijfel, een vrijspraak die Amerika tot in de kern verdeelde. De foto van een juichende Simpson naast een koele Bailey ging de geschiedenis in.

In de jaren na de zaak-Simpson raakte Bailey zijn bevoegdheid kwijt – hij had verdacht geld aangenomen van een cliënt. Een ander lid van The Dream Team zei later dat andere advocaten hooguit kortstondig zouden worden geschorst. Bailey werd zo hard gestraft omdat de juridische gemeenschap ervan walgde dat hij Simpson had vrij gekregen. In 2013, tachtig jaar oud, ging hij officieel failliet.

Maakte hem niet uit, zei Bailey in een interview in de glossy Town & Country een paar jaar geleden. Hij woonde bij zijn nieuwe vriendin – ‘a pretty good-looking 62’, zoals hij haar beschreef. Hij had nergens spijt van, zei hij, en Simpson, die was zeker weten onschuldig.