F-schaal

Kiezers willen een leider, maar dan wel een leider die doet wat zij willen. Zie daar als politicus maar eens mee om te gaan

VINDT U DAT we minder wetten en instellingen nodig hebben en meer moedige, onvermoeibare en toegewijde leiders waar wij vertrouwen in kunnen hebben? Wees eerlijk!
Het is jammer dat het nog geen half november is. Dan had ik hopelijk met onderzoek onderbouwd kunnen beweren dat de roep om een sterke leider groot is. De sociale staat van Nederland 2011, een tweejaarlijkse publicatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau waarvoor bovenstaande vraag wederom is gesteld, moet echter nog verschijnen. Nu kan ik slechts op gevoel beweren dat de woorden ‘leiderschap’ en 'sterke leider’ wel erg vaak te horen zijn de laatste tijd, bijvoorbeeld wanneer het over de eurocrisis gaat.
Maar dat de behoefte aan leiderschap opnieuw groot en mogelijk zelfs groter zou kunnen zijn dan twee jaar terug lijkt niet uitgesloten als je in een vorige sociale staat van Nederland leest dat de roep om een leider en onzekerheid bij burgers met elkaar te maken kunnen hebben. En van onzekerheid hebben momenteel niet alleen de financiële markten last.
In 2006 antwoordde 54 procent van de Nederlanders op de vraag uit de eerste alinea ja. Dat was weliswaar vijf procentpunt lager dan twee jaar daarvoor, maar altijd nog 25 procentpunt hoger dan tien jaar eerder. In 1996 zei slechts 29 procent van de Nederlanders 'een moedige, onvermoeibare en toegewijde leider’ te willen hebben. Tijden veranderen.
Die woorden, moedig, onvermoeibaar en toegewijd, zijn afgeleid van een vragenlijst die de Duitse socioloog en filosoof Theodor Adorno kort na de Tweede Wereldoorlog in het Amerikaanse Berkeley ontwikkelde om te kunnen beoordelen of iemand al dan niet gevoelig was voor gezag. In het vakjargon heet deze vragenlijst de F-schaal van Adorno, waarmee de wetenschapper destijds impliciete antidemocratische neigingen en fascistisch potentieel bij mensen wilde blootleggen. Bij een ja op die ene vraag uit de eerste alinea klinkt dat wel ineens heel heftig en ongemakkelijk.
Om in de huidige tijd een onvermoeibaar leider te zijn, is - mits de betrokkene dat fysiek aan kan - niet zo moeilijk: de crises op allerlei terrein buitelen daarvoor genoeg over elkaar heen, je zult wel door moeten. Toewijding kun je een man als minister-president Mark Rutte of een vrouw als bondskanselier Angela Merkel niet ontzeggen, ook al deel je hun politieke opvattingen niet. Het probleem bij de huidige politici zit ’m volgens velen in dat derde woordje: moedig. Daaronder verstaan ze dan meestal, om het in Rutte’s al welhaast afgezaagde terminologie te zeggen: een koers uitzetten en de ogen gericht houden op de stip aan de horizon, ook als daarvoor moeilijke beslissingen nodig zijn.
Was president Nicolas Sarkozy moedig toen hij in maart als eerste en buiten EU-verband de Nationale Overgangsraad van het Libische verzet erkende en zich hard maakte voor een no-flyzone boven Libië, of was dat een Sarko-show om in eigen land wat te doen aan zijn tanende populariteit? Zijn eigenzinnige optreden werd de Franse president dit voorjaar in elk geval niet door iedereen in Europa in dank afgenomen. 'Moedig’ was dan ook niet de kwalificatie die Sarkozy’s optreden kreeg.
Zou Merkel moedig zijn als ze in het kader van de eurocrisis haar verzet tegen eurobonds opgeeft, waardoor de kans dat die er komen ineens veel groter wordt? Het is maar wie je het vraagt. Degenen die vinden dat eurobonds een vrijbrief zijn voor de armere eurolanden om nóg goedkoper geld te gaan lenen, zullen haar voor gek verklaren en daar zijn ook economen onder die recent pleitten voor meer leiderschap. De Duitsers die er ook zo over denken, zullen het Merkel in elk geval niet in dank afnemen, met alle electorale gevolgen voor haar CDU van dien.
Is het daarom meteen niet moedig van Merkel dat ze tegen eurobonds is, omdat er ook een aspect van eigenbelang in zit? Burgers willen toch ook dat politici naar hen luisteren? Die tegenstrijdigheid, enerzijds de roep om leiderschap, anderzijds de wens van burgers om gehoord te worden, blijkt ook uit de laatste sociale staten van Nederland.
Zie daar als politicus maar eens mee om te gaan: wij, kiezers, willen een leider, maar dan wel een leider die doet wat wij willen en al die wij'tjes denken over dat wat er moet gebeuren volstrekt verschillend. Ik hoor de kritiek al aanzwellen als Rutte morgen zou pleiten voor één echte Europese regering met overdracht van menige, nu nog nationale bevoegdheid aan Brussel.
Drie jaar geleden verscheen het boek De roep om leiderschap in de internationale politiek van de Leidse hoogleraar internationale betrekkingen Alfred van Staden. Voor degenen die denken dat het vroeger allemaal beter was en we toen wel gezegend waren met sterke leiders, zal dat boek een teleurstelling zijn: dat viel volgens Van Staden wel mee. Hij wijst er bovendien op dat het in de loop der jaren veel ingewikkelder is geworden voor politici om in de internationale politiek een leider te zijn. Daarvoor zijn landen, hun economieën, banken en munten veel te afhankelijk geworden van elkaar.
Er wordt ook wel gezegd dat leiderschap in de westerse wereld moeilijk is, omdat die leiders eigenlijk moeten zeggen dat het allemaal slechter wordt in de toekomst en niet beter. Niet bepaald een aantrekkelijke boodschap voor een politicus om uit te dragen.
Premier Rutte verkondigt al enige tijd dat onze koopkracht volgend jaar achteruit gaat en klopt zich regelmatig op de borst over het bezuinigingspakket van achttien miljard euro in deze regeerperiode. Valt dat onder het kopje 'moedig’? In liberale kring en in ondernemend Nederland zullen ze dat beamen, maar kunstenaars, jong-gehandicapten, werknemers van sociale werkplaatsen, werklozen en midden-inkomens niet. Dat zijn de makkelijke slachtoffers van die 'moedige’ bezuinigingsdrift.