Voorbereidingen voor Eritrea

«Faalt de missie, dan valt het kabinet»

De voorbereidingen voor de vredesmissie naar Eritrea zijn in volle gang. Ton Heerts, voorzitter van de militaire vakbond, wijst op de politieke gevolgen als er iets fout gaat.

Nooit eerder stonden de militaire vakbonden zo kritisch tegenover de Nederlandse politiek. Ton Heerts, sinds kort voorzitter van de Alge mene Federatie voor Militair Personeel (AFMP), als grootste militaire vakbond met 25.000 leden aangesloten bij de FNV, windt er geen doekjes om. «De gang van zaken rond crisisbeheersingsoperaties is verre van helder voor het militaire personeel. En er speelt ook nog eens een fundamenteel cao-conflict. Als wij pamfletten gaan uitdelen op de kazernes en optrekken naar Den Haag, wordt het een grote puinhoop.»

Onlangs stapte Heerts van de Marechaussee Vereniging over naar de AFMP om daar het «commando» op zich te nemen. Hij verving de in Haagse kringen befaamde Bauke Snoep. Voor zijn vertrek maakte Snoep ondubbelzinnig duidelijk dat er maar één geschikte opvolger voor hem was: de goedgebekte marechausseevoorman Heerts die, 32 jaar jong, alom wordt gezien als nieuw talent aan het firmament van de militaire belangenbehartiging. Heerts: «Er is niet zoveel verschil tussen de lijn Snoep en de lijn Heerts. Misschien dat ik me nog robuuster uitdruk dan hij. Mijn stijl is voorkomend, netjes, maar als het moet bikkelhard. Er valt met het militaire personeel niet te sollen.»

Militairen bevinden zich in een merkwaardige positie als het gaat om het uitoefenen van politieke kritiek. De politiek is nadrukkelijk de baas over de krijgsmacht. Gaat een militair niet akkoord met een politiek besluit dat zijn functioneren betreft, dan pleegt hij een strafbaar feit. Heerts: «We zijn ondergeschikt aan het democratische proces. We doen wat ons gezegd wordt. Daarom vind ik het heel belangrijk dat in de top van onze vakbond geen militairen zitten, maar burgers. Ik spreek voor de leden, die voornamelijk militair zijn. Maar mij pakken ze niet op de krijgs wet ten. Ik ben nu burger, ik kan harde uitspraken doen en harde actie voeren als dat nodig is.»

De voorbereidingen voor de vredesmissie Unmee van Nederlandse mariniers op de grens van Ethiopië en Eritrea zijn in volle gang. Het kabinet heeft reeds besloten dat de Nederlandse militaire aanwezigheid in het gebied gewenst en verantwoord is. Officieel moet het parlement nog toestemming geven voor de uitzending. Het ziet ernaar uit dat die er komt. Om zich zo goed mogelijk een beeld te verschaffen van de situatie ter plekke en de mogelijke risico’s voor de militairen, heeft de Tweede-Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken en Defensie afgelopen week een dag van hoorzittingen gehouden. Daar spraken onder meer de vier vakbonden voor militair personeel. Stuk voor stuk waren ze zeer kritisch over de uitzending. Bij het militaire personeel zit de frustratie over de totstandkoming en afhandeling van de rampzalige Unprofor-missie naar Srebrenica heel diep, zo bleek. AFMP-voorzitter Ton Heerts ging het verst. Hij wees op de politieke consequenties wanneer er ook maar iets fout zou gaan tijdens de missie.

Heerts, net terug van de hoorzitting, had zijn punt nog veel duidelijker willen maken. Maar ja, hij had maar een paar minuten. Heerts: «Ik vraag me af of mijn boodschap wel is overgekomen. Het viel me op dat er weinig reactie kwam toen ik de knuppel in het hoenderhok gooide. Volgens mij ben ik helder genoeg geweest, maar misschien was het wat te vroeg op de ochtend.»

Hij wilde voor eens en voor altijd stellen dat aan het uitzenden van 1100 Nederlandse militairen in den vreemde zware politieke consequenties verbonden behoren te zijn. Persoonlijke politieke consequenties. Mocht er iets fout gaan, zo hield hij de slaperige commissieleden voor, «dan moet dat op nationaal en internationaal niveau leiden tot politieke vacatures». Heerts: «Voor mij is het heel simpel. Als onze troepen om wat voor reden dan ook na zes maanden nog in Eritrea zitten, dan zit hier het kabinet niet meer. Het kabinet vindt dat we maar voor zes maanden moeten gaan, en heeft daar dus zijn politieke lot aan verbonden. Die zes maanden zijn heilig. Hoeveel vluchtelingen ook een beroep doen op onze militairen, hoe erg het ook is, na zes maanden keren we terug. Hetzelfde geldt wanneer het geweld escaleert. Dit is een missie naar hoofdstuk zes van het VN-handvest. Dat betekent dat we vrede moeten bewaren, niet dat we die moeten afdwingen. Dat staat niet in het mandaat, en dat gaan we dus ook niet doen. Als het zover komt dat de partijen weer aan het vechten slaan, dan is het voor ons inpakken en wegwezen. Mocht het daar buiten onze schuld een puinhoop zijn als we vertrekken, dan is dat de zorg van de VN en van de internationale gemeenschap. Als de missie faalt zonder dat de militaire commandanten blunders hebben gemaakt, mag dat nooit afstralen op onze leden. Dan is de nationale politiek verantwoordelijk. Niet wij.»

Volgens Heerts schort er nogal wat aan de manier waarop het kabinet de missie aan het parlement heeft gepresenteerd. «Militairen hebben een opdracht die gevaar in zich draagt. Dat weet je en dat accepteer je, anders ben je geen militair. Ik vind het niet handig van de regering dat ze in de brief aan de Kamer de indruk wekt dat er helemaal geen gevaar is, en dat het daar allemaal wel goed komt. Dan hadden we niet hoeven gaan. Ze realiseren zich niet hoe militaire escalatie werkt. Een handvuurwapen op zo'n missie kan snel leiden tot een vliegtuigbom. Daar heb ik tijdens de hoorzitting voor gewaarschuwd. Je moet erkennen dat Nederlandse militairen in zo'n missie het leven kunnen laten. Dat is natuurlijk verschrikkelijk, maar het hoort wel bij het vak. Wees daar dan als opdrachtgever duidelijk over. Anders moet je je straks weer achter elkaar gaan verschuilen.»

Ook het gemak waarmee wordt gesteld dat Nederland zich terugtrekt wanneer er wordt gevochten, bevreemdt hem. «Een gevecht kan — hoe kort het ook duurt — verschrikkelijk heftig zijn. En tijdens een gevecht is het moeilijk evacueren. Als Nederlandse troepen onder vuur komen, kan dat slachtoffers opleveren. Realiseert men zich dat? Voor ons is dat het risico van het vak, maar hoe gaat de Nederlandse politiek, die verantwoordelijk is voor het uitzenden van onze leden op een missie waarvan ze zegt dat die nauwelijks risico’s in zich draagt, daarmee om? Natuurlijk, zodra de situatie het toelaat gaan we er bij escalatie uit. Maar dan: waar is de exit-strategie? Wat als Nederlandse militairen hun wapens leegschieten voor hun eigen veiligheid en slachtoffers maken? Wat als we daar een enorme ellende achterlaten? Internationaal zal het hoe dan ook de indruk maken dat Nederland met de staart tussen de benen weggaat. Wie gelooft nu niet dat Nederland internationaal wordt gespaard als wij daar vluchtelingen laten creperen? En het is natuurlijk maar al te makkelijk om dan de schuld af te schuiven op de militairen. Net als ten tijde van Srebrenica. Om dat te voorkomen leek het me dus wel handig om op voorhand de vacaturekwestie te stellen voor de politiek verantwoordelijken. Ophoepelen. Heel simpel. Waarom? Omdat Srebrenica heeft geleerd dat frustratie en schuldgevoel heel lang bij militairen blijft hangen als onze opdrachtgevers, de politici, geen conclusies trekken en de eer aan zichzelf houden.»

De enige grote fractie in het parlement die zwaarwegende bezwaren heeft tegen de Neder- landse deelname aan Unmee is die van het CDA. Heerts: «Ik heb ook tijdens de hoorzitting erop gewezen dat het CDA zich achter de militairen moet opstellen. Het CDA heeft gedegen kritiek. Een aantal van hun bezwaren komt overeen met die van ons en van de andere bonden. Maar er moet wel duidelijkheid komen over de uiteindelijke opstelling. Als straks een meerderheid in de Kamer stemt voor de Nederlandse deelname aan de missie, moet het CDA zich daarin schikken. Dan moet ondubbelzinnig duidelijk zijn dat ze zich als partij net zo verantwoordelijk voelt als de rest van de politiek. Wat dus niet kan, is dat het CDA straks zegt als het fout gaat: ‹Aan ons ligt het niet. We hebben nog gewaarschuwd.› Zo werkt het niet. Als het CDA zich schikt in een positieve beslissing van het parlement is die partij net zo verantwoordelijk als iedereen. Wie zich binnen de fractie met een dergelijk democratisch besluit niet kan verenigen en die verantwoordelijkheid niet wil nemen, moet opstappen.»

Er is de AFMP veel aan gelegen een zo groot mogelijk politiek draagvlak voor Unmee te creëren, zodat eventueel later afgerekend kan worden als men zich niet houdt aan de politieke afspraken. «Daarom vonden we dat niemand anders dan de minister-president de missie kon aankondigen. Gelukkig heeft hij ook inderdaad het kabinetsbesluit zelf naar buiten gebracht. Ik had daar van tevoren bij de minister van Defensie De Grave nog met klem aandacht voor gevraagd. Dat brengt dus ook verantwoordelijkheid voor Kok mee. Als hij het aan De Grave had overgelaten, had ik hem publiekelijk afgemaakt. De minister-president die Srebrenica jarenlang heeft ontkend, moest nu op de voorgrond treden.»

Volgens Heerts zal een mislukking van de missie desastreuze gevolgen hebben voor de krijgsmacht. «Ik voorzie dat het toch al lastige wervingsprobleem bij de krijgsmacht dan zo groot wordt dat het niet meer is op te lossen. Imago heeft alles te maken met werving, een negatief imago slaat onmiddellijk daarop terug. Srebrenica is daar absoluut fataal in geweest. Bovendien belast het de verhoudingen binnen de krijgsmacht. Militairen kijken ook tv en zien vijf jaar lang stechelende politici, stotterende militairen en aan selectief geheugenverlies lijdende topambtenaren. En niemand die de mannen en vrouwen op de grond vrijpleit. Dat komt niet bepaald de motivatie ten goede. Als de missie mislukt, voorzie ik dat het een decennium lang afgelopen is met operaties waaraan Nederland bijdraagt. Dan heb je Srebrenica én Eritrea te verwerken. In ons systeem blijkt dat erg lang te duren.»

Neem het gedoe rond de berechting van militairen die in Srebrenica strafbare feiten gepleegd zouden hebben. Volgens Heerts is het van belang dat militairen die daarvan beschuldigd worden, ook wanneer dat eventueel gebeurt tijdens Unmee, zo snel mogelijk voor de rechter komen. «Stel, de situatie escaleert en een marinier opent het vuur om zelf te kunnen ontkomen, maar hij schiet daarbij enkele vluchtelingen dood, dan heeft die man waarschijnlijk geen strafbaar feit gepleegd, al zullen de media er schande van roepen. Om commotie te voorkomen en de man te sparen moet je die zaak heel secuur aanpakken en zo snel mogelijk conform het militaire strafrecht behandelen. De rechter zal dan hoogstwaarschijnlijk tot de conclusie komen: inderdaad, je moest weg, je mandaat voldeed niet meer. Dit kon niet anders. Klaar, vrijgesproken. Die militair die in Srebrenica met zijn pantservoertuig over mensen reed, heeft niets verkeerds gedaan want hij moest zich hoe dan ook terugtrekken, conform de opdracht en zijn bevelen. In plaats van dat dat meteen door een rechter is vastgesteld, heeft die jongen van alles over zich heen gekregen en jaren rondgelopen met het idee dat hij iets verschrikkelijks had gedaan.»

Het is voor de AFMP-voorzitter moeilijk zich neer te leggen bij de gang van zaken in de Nederlandse politiek, bij het onbeschrijflijke «gemak waarmee argumenten de ene dag tellen, de andere dag niet meer». Heerts doelt op de uitkomsten van het parlementaire onderzoek naar de besluitvorming omtrent het uitzenden van vredesmissies door de commissie-Bakker. Nu al worden belangrijke aanbevelingen van Bakker genegeerd. «Er moest voortaan worden opgetreden in combinatie met een groot Navo-land. Canada gaat weliswaar mee, maar dat is slechts geografisch een groot land. Militair gezien zijn wij de leading nation. Onder een grote Navo-partner versta je Amerika, Frankrijk of Engeland.» Ook de politieke argumenten die eerder voor de missie werden aangevoerd, maar met de werkelijke inzet van militairen niets te maken mogen hebben, bevreemden hem. Zo meenden verscheidene kamerleden dat Nederland met de missie een «signaal» moest geven aan Afrika dat Nederland had gesteund in het verkrijgen van een tijdelijke zetel in de Veiligheidsraad. Nu worden die argumenten niet meer gehoord, maar ze liggen nog steeds ten grondslag aan de Nederlandse gretigheid om troepen naar Afrika te sturen. «Als het inderdaad zo is dat onze leden worden gebruikt voor machtspolitieke spelletjes, dan is dat verwerpelijk. Wat betreft de inzet van militairen in den vreemde moet Nederland zich slechts gebonden voelen aan de Grondwet, aan de taakstelling van de krijgsmacht en de Defensienota. Niet aan extraparlementaire machtspolitiek.»

Militairen worden niet geacht te demonstreren. Er is echter een uitzondering: in artikel 33 van het wetboek voor militair tuchtrecht staat dat militairen in uniform mogen protesteren wanneer er sprake is van een arbeidsconflict tussen krijgsmacht en regering. En laat dat nu net het geval zijn. Minister De Grave en staatssecretaris Van Hoof volharden in hun besluit de pensioengerechtigde leeftijd van militairen te verhogen van 55 naar 60 jaar, en het functioneel leeftijdsontslag van 55 naar 58. Bovendien zou de uitkering tussen functioneel leeftijdsontslag en de pensioenleeftijd ook nog eens flink naar beneden gaan. Heerts: «Als militair slijt je harder dan de meeste andere werknemers, en daarom hoor je eerder weg te mogen. Daarin wijken wij geen millimeter. De acties zullen zeer hard worden. We zijn in september al met duizend man naar het Malieveld geweest, nu komen we als het moet terug met vele duizenden meer.» De eerdere protestactie van de militairen was nog een manifestatie en geen officiële demonstratie. Er waren toen maar tien militairen in uniform. Bij de komende acties — er zijn al afspraken gemaakt tussen drie militaire vakbonden — is het de bedoeling dat duizenden militairen komen demonstreren in uniform. «Het is zeer ernstig als het leger demonstreert. Een dieptepunt in de verhoudingen. Maar als zelfs de marine officieren, die altijd zeer loyaal zijn geweest, nu zeggen dat het over moet zijn, dan kun je ervan op aan dat het hard tegen hard wordt. Het kabinet kan kiezen: een veilige haven of een stevige aanvaring.»

Machiavellistisch geredeneerd komt het de bonden wel goed uit dat de commotie over Unmee en het arbeidsconflict tegelijkertijd spelen. Heerts: «Als duizenden Nederlandse militairen op het Malieveld staan en CNN zendt dat uit vlak voordat Unmee vertrekt, dan heeft de regering een ernstig probleem. Demonstrerende militairen komen internationaal niet goed over.»

Ongetwijfeld zal Ton Heerts in dat geval door de Nederlandse politiek worden beschuldigd van chantage. Maar daar heeft hij lak aan. «Hoe eerder het conflict achter ons ligt, hoe liever. Maar we doen geen concessies, en we grijpen alle legale middelen aan om te winnen. Onze achterban heeft wat dat betreft de AFMP een stevig mandaat gegeven. Ik buig niet, maar leg de beuk erin. Daar moet de politiek maar aan wennen.»