Facebook blijft een gevaar voor de democratie

‘Break up big tech’, die woorden staan op een billboard dat de democratische presidentskandidaat Elizabeth Warren vlak voor de zomer pontificaal in Silicon Valley liet plaatsen, in de thuishaven van de tech elite. Voor Mark Zuckerberg moet dat als een oorlogsverklaring hebben geklonken, zo bleek vorige week. Op uitgelekte opnames is te horen hoe de Facebook-oprichter tegen bezorgde medewerkers zegt de Amerikaanse regering aan te klagen in het geval van serieuze pogingen om het bedrijf op te breken.

Je zou het haast vergeten, maar niet zo lang geleden was Zuckerberg nog bezig met een charmeoffensief – dat alles weg had van een gooi naar het Amerikaanse presidentschap. Een nogal dystopisch scenario: de man die het politieke debat online ontwrichtte door de data van miljoenen gespreksdeelnemers te verkopen, leek onderweg naar het hoogste politieke ambt in de westerse wereld. Die missie bleek kansloos en werd stilletjes afgebogen naar een poging tot verantwoord ondernemerschap. Waarbij Zuckerberg beloofde Facebook-data beschikbaar te stellen aan academici en onderzoeksjournalisten zodat zij desinformatie in kaart konden brengen. Om zo een herhaling van de presidentsverkiezingen van 2016 te voorkomen.

Niemand wenst zich een digitale debathal waarbij Mark Zuckerberg gespreksleider is

De eindstand van dit charmeoffensief? De beloofde data zijn er niet gekomen en Zuckerberg overweegt het Witte Huis waar hij kort van heeft gedroomd aan te klagen. Zijn platform gaat intussen onverminderd door met disrupten. Onderzoekers van het Oxford Internet Institute onthulden twee weken geleden dat het aantal landen waar desinformatiecampagnes woekeren is toegenomen tot in ieder geval zeventig. Facebook is en blijft daarvoor de belangrijkste infrastructuur. In dat licht lijkt het extra wrang dat de voormalige Britse vicepremier Nick Clegg, inmiddels onderdirecteur global affairs bij Facebook, recent aankondigde dat het platform niet langer politici zal bestraffen voor gedrag dat in strijd is met de huisregels. Liegende politici krijgen vrij baan want, zo hield Clegg zijn publiek voor tijdens een persconferentie: ‘Zou het acceptabel zijn voor de samenleving wanneer een privaat bedrijf zichzelf benoemt tot scheidsrechter voor alles wat politici zeggen?’

Waarmee we getuigen zijn geworden van steeds wanhopigere pogingen van Facebook om als platform en niet als mediabedrijf te worden gezien. Dat is een essentieel verschil. Een mediabedrijf is verantwoordelijk voor zijn content terwijl een ‘platform’ slechts een infrastructuur is, een stuk digitale snelweg waar iedereen overheen mag rijden ongeacht politieke kleur of de onzin die hij of zij onderweg uitslaat. Zuckerberg en andere ceo’s van Amerikaanse techbedrijven dromen van zo’n soort positie. Wel de omvang, niet de inhoudelijke verantwoordelijkheid.

En eerlijk is eerlijk, niemand wenst zich een digitale debathal waarbij Zuckerberg gespreksleider is. Het probleem is echter dat we allang in die situatie leven. Niet modereren is óók een keuze. En in het geval van Facebook is dat een keuze om de verantwoordelijkheid niet te nemen en achterover te leunen wanneer het publieke debat online voor je neus allang is ontspoord. Het duivelse dilemma waar Facebook voor staat is nog het simpelst samen te vatten als: ingrijpen in het debat is onwenselijk maar niet ingrijpen is dat ook.

Wie zich blijft buigen over wat Facebook moet doen verliest de meer fundamentele vraag uit het oog: waarom heeft een bedrijf zo veel macht? Wie debat essentieel vindt voor democratie, laat dat debat niet over aan één marktpartij. Die zoekt naar oplossingen, breekt partijen op of gaat serieus op zoek naar mogelijkheden om persoonlijke data weg te halen uit Silicon Valley en onder democratische controle te brengen. In het egocentrische en techno-optimistische wereldbeeld van Zuckerberg – waar ook andere lieden van de tech-elite aan lijden – is dat misschien een existentiële aanval. Maar het zou een opluchting voor hem moeten zijn. Gespreksleider zijn van de grootste debathal ter wereld is nu eenmaal een baan die niemand zou moeten willen.