Burgerprotest in een emotiedemocratie

Facebook versus vakbond

Ontevreden beroepsgroepen die via sociale media zelf protesten op touw zetten. Burgers die online petities starten en referenda afdwingen. Heeft het poldermodel met zijn vakbonden en ngo’s zijn langste tijd gehad?

Medium anp 53582441
5 oktober 2017. In het Zuiderpark in Den Haag protesteren basisschoolleraren tegen de lage salarissen en de hoge werkdruk in het basisonderwijs © Laurens van Putten / Novum / ANP

Kort na de massale stakingsactie in 2012 besloot basisschoolleraar Jan van de Ven zijn lidmaatschap van de vakbond op te zeggen. Zo’n vijftigduizend onderwijzers waren bijeen gekomen in de Amsterdam Arena om te protesteren tegen de bezuinigingen in het passend onderwijs. Maar aan Van de Ven was zo’n circus niet besteed. De vrolijke vakbondsprullaria, het gezellig samen liedjes zingen, het schoot hem compleet in het verkeerde keelgat. Helemaal omdat het aan inhoudelijke kritiek ontbrak. ‘Het was vooral stemmingmakerij’, zegt Van de Ven. Toch stond hij begin deze maand samen met zestigduizend collega’s opnieuw te demonstreren. Anders dan vijf jaar geleden legde hij zijn hele ziel en zaligheid erin. Het grote verschil? Ditmaal was niet de vakbond maar hijzelf de grote aanjager van de landelijke stakingen in het basisonderwijs.

Een laptop met internetverbinding, veel meer had Van de Ven niet nodig om de salariskloof tussen het primair en secundair onderwijs boven aan de politieke agenda te krijgen. Begin februari tikte hij aan zijn keukentafel een vlammend opiniestuk dat hij opstuurde naar De Limburger. Zijn relaas werd veel gedeeld op sociale media en opgepikt door twee andere docenten die zijn frustraties deelden. Samen startten zij de Facebook-groep PO in Actie en binnen drie weken hadden ze meer aanhangers dan de onderwijsbond van het cnv. ‘Nu steunen ze onze actie, maar in het begin maakte het de vakbonden ontzettend nerveus’, zegt Van de Ven. ‘“Jullie zijn toch niet van plan zelf een vakbond te worden?” vroegen ze ons angstvallig.’

Inmiddels hebben meer dan 45.000 leraren zich aangesloten bij PO in Actie en heeft het nieuwe kabinet 720 miljoen euro extra vrijgemaakt voor hogere lonen en een lagere werkdruk in het basisonderwijs. Een opvallend succesvol resultaat voor een initiatief dat begon bij drie meesters uit Venray, Arnhem en Amsterdam, zou je zeggen, maar Van de Ven is nog lang niet tevreden. Volgens de actiegroep is minstens 1,4 miljard nodig. En dus staan voor november de volgende stakingen al gepland. ‘Er is een enorme actiebereidheid onder onze volgers’, zegt Van de Ven. ‘Met PO in Actie hebben we iets voor elkaar gekregen waartoe de vakbonden niet in staat zijn. We hebben hun onvermogen blootgelegd.’

Ook Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde, zag het succes van PO in Actie als een bevestiging van zijn theorie dat burgers steeds vaker zelf het heft in handen nemen: ‘Mensen zijn helemaal klaar met grote, bureaucratische organisaties’, zei hij tegen het Algemeen Dagblad. Wie door die bril naar het nieuws kijkt ziet meer aanwijzingen voor deze trend. Zo organiseerden huisartsen zich in de actiegroep Het Roer Moet Om, uit protest tegen de verlammende bureaucratie en de macht van de zorgverzekeraars. Een vijftal studenten slaagde erin om een referendum af te dwingen over de ‘sleepwet’, de vernieuwde Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten die de privacy van onschuldige Nederlanders zou schenden. En de makers van de bekroonde documentaireserie Schuldig lanceerden in samenwerking met De Correspondent een manifest met vijf aanbevelingen aan beleidsmakers om de schuldenproblematiek op te lossen. Hebben vakbonden en ngo’s inderdaad hun langste tijd gehad, nu burgerbewegingen met hun ongenoegen direct naar de landelijke politiek kunnen stappen? En wat betekent dit voor de democratie?

Die laatste vraag leeft ook in Den Haag, zo bleek uit de probleemverkenning van de staatscommissie parlementair stelsel die vorige week werd gepresenteerd. ‘De opkomst van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën verandert de omgeving van het parlementaire stelsel wezenlijk’, constateert de commissie. Dankzij de digitalisering is participatie laagdrempeliger en kan de politiek gemakkelijker worden bereikt. Je hoeft niet langer van deur tot deur te trekken, op straat te flyeren of samen te komen in muffige vergaderzaaltjes. Via sociale media kunnen burgers zich razendsnel organiseren om een stevig protest op touw te zetten, zoals de basisschoolleraren en huisartsen bewijzen. En op websites als petities.nl of avaaz.org (een wereldwijd campagnenetwerk dat ‘de stem van de gewone burger wil laten doorklinken in besluitvorming’) kan iedere internetgebruiker zelf een verzoekschrift starten. Een steunbetuiging is geregeld met een enkele muisklik.

Dat heeft positieve effecten – het biedt kansen om de vermaledijde kloof tussen burger en politiek te verkleinen – maar brengt ook uitdagingen met zich mee. Want hoe voorkom je dat de actiegroepen die het luidst schreeuwen het publieke debat naar hun hand weten te zetten, zonder dat ze zinvolle oplossingen aandragen? Niet iedere volksraadpleging heeft een zuiver doelwit, zoals de sleepwet. De initiatiefnemers van het Oekraïne-referendum gaven openlijk toe dat het hun eigenlijk niet te doen was om het associatieverdrag. En niet iedere campagne heeft een weldoordacht eisenpakket, zoals PO in Actie. Na de moord op Anne Faber startte een anonieme moeder van drie dochters een petitie die het ‘falende rechtssysteem’ verantwoordelijk houdt. Ze eisen een onderzoek en een wetswijziging ‘zodat dit NOOIT meer kan gebeuren. Wij zijn boos en zitten vol afschuw!’ Al meer dan vierhonderdduizend Nederlanders hebben hun digitale handtekening gezet – platte volkswoede blijkt een uiterst effectief mobilisatiemiddel.

‘Je hoort nu vaak dat je aan een Facebook-account genoeg hebt om een referendum af te dwingen, maar dat is onzin’

Het is een illustratie van wat de Tilburgse bestuurskundige Frank Hendriks de ‘stemmingendemocratie’ noemt, een politieke cultuur waarin publieke emotie de boventoon voert en vrijwel iedereen over vrijwel alles een standpunt inneemt en kenbaar maakt, of dat nu gaat via peilingen, petities of referenda. Het brengt een vorm van polarisatie met zich mee die indruist tegen de overlegcultuur van de Haagse kaasstolp. In het recent verschenen boek Democratische zegen of vloek? reflecteert Hendriks samen met twee collega’s op de potentie en gevaren van deze ontwikkeling. Het kabinet-Rutte III mag dan voornemens zijn het raadgevend referendum de nek om te draaien, de geest van de stemmingendemocratie laat zich niet zo makkelijk terug in de fles stoppen, concluderen de auteurs. Behalve een officiële volksstemming zijn er namelijk ook ‘quasi-referenda’: informele stemmingen op websites of sociale media, die evengoed claimen de vox populi te vertegenwoordigen en ‘dringende adviezen’ afgeven. (Niet voor niets was de Anne Faber-petitie gestart door iemand met de gebruikersnaam HetVolkSpreekt.)

Ook dit soort quasi-referenda staan op gespannen voet met de ‘consensusdemocratie’, die Nederland van oudsher kenmerkt. Het botst met de logica van het poldermodel, waarin vakbonden en ngo’s een plekje aan tafel hebben om mee te denken over beleid en cao’s. En waarin tegenstellingen niet worden uitvergroot, maar overbrugd. Want een (quasi-)referendum kent geen gulden middenweg, het is voor of tegen, ja of nee. Bewegingen als PO in Actie laten zich niet afschepen met een halfbakken compromis, maar gaan door totdat hun eisen zijn ingewilligd. In plaats van geïnstitutionaliseerde belangengroepen zijn het ad hoc allianties, samengebonden door een helder en concreet doel, die weer uiteenvallen zodra dat doel is bereikt. Opportunisme en solidariteit gaan hand in hand. Met als gevaar dat de democratie verwordt tot een keuzemenu, waarbij burgers zich vooral laten leiden door eigenbelang. En omdat bij ieder vraagstuk opnieuw stelling genomen kan worden, dreigt het overkoepelende politieke verhaal verloren te gaan.

Die verschuiving betekent niet direct dat het maatschappelijk middenveld helemaal buitenspel komt te staan. ‘Je hoort nu vaak dat je aan een Facebook-account genoeg hebt om een referendum af te dwingen, maar dat is onzin’, zegt Nina Boelsums, een van de initiatiefnemers van het sleepwetreferendum. ‘Toen we alleen via sociale media wierven schoot het niet op.’ Pas nadat ze ngo’s aan hun missie wisten te binden, die hun achterban per e-mail mobiliseerden, kwam er schot in de zaak. En alsnog zag het er lange tijd naar uit dat ze de drempel niet zouden halen, totdat Arjen Lubach te hulp schoot door de kijkers van zijn populaire tv-show aan te sporen om de petitie te ondertekenen. ‘Daarna ontplofte het echt’, zegt Boelsums. ‘Plots wilden bedrijven met hun naam op onze website en hadden de media oog voor ons.’ Tot die tijd zaten ze gevangen in een soort catch-22, legt ze uit: ‘Journalisten besteedden geen aandacht aan ons, omdat we nog geen nieuws waren.’

In dat opzicht vervullen maatschappelijke organisaties en ‘oude’ media nog altijd een belangrijke functie: ze geven het doel een bepaalde legitimiteit. Een stempel van goedkeuring door Amnesty International zorgt ervoor dat anderen je boodschap eerder serieus nemen, merkten de studenten van het sleepwetreferendum. En ook de rol van de vakbonden is voorlopig nog niet uitgespeeld. Op eigen houtje kan PO in Actie geen legitieme staking uitschrijven. Als de vakbonden de acties niet steunen, riskeren leraren die het werk toch neerleggen ontslag of een loonstop, waarschuwt het cnv zijn leden in een brochure met de saillante titel Staken, hoe werkt dat ook al weer?

Tegelijkertijd is het veelzeggend dat de vakcentrale overdonderd was door het explosieve succes van een Facebook-groep. Dit was niet zomaar gemakzuchtig ‘clicktivisme’, maar een serieus protest geboren uit een breed gedeelde onvrede. Hoe kon het dat de vakbonden dit sentiment niet hadden gesignaleerd bij hun achterban? Waarom hadden zij dit onderwerp niet eerder aangekaart? Nu haakten ze pas later aan en moesten ze genoegen nemen met een plaats in de bijrijdersstoel.

Datzelfde geldt voor de maatschappelijke organisaties in het verzet tegen de sleepwet. Veel van hen volgden de strategie die ze al zo lang hanteren: achter de schermen lobbyen om zo het wetsvoorstel bij te schaven. Toen de wet eenmaal was aangenomen beschouwden ze dit als een fait accompli, het kwam niet bij hen op dat ze nog aan de noodrem konden trekken met een raadgevend referendum. En waar een privacyorganisatie als Bits of Freedom misschien huiverig is om zwaar geschut als een plebisciet in te zetten, hebben de studenten daar veel minder moeite mee. Zij hebben toch niets te verliezen.

Zie hier de kracht van de stemmingendemocratie. In het slechtste geval is ze een uitlaatklep voor blinde emotie, maar in het beste geval biedt ze burgers of beroepsgroepen de mogelijkheid om buiten de bestaande, misschien wat vastgeroeste kaders om terechte grieven aan te kaarten. Toen de dokters van Het Roer Moet Om in opstand kwamen tegen de administratieve regeldruk en scheve machtsverhoudingen passeerden ze bewust de Landelijke Huisartsen Vereniging. De club die traditioneel hun vertegenwoordiger was aan de onderhandelingstafel zou te veel aan de leiband van het ministerie en de zorgverzekeraars lopen. In ouderwets polderen hadden de huisartsen geen vertrouwen. Precies datzelfde geluid klinkt nu bij de leraren van PO in Actie. De vakbond heeft zich vervreemd van de eigen achterban, zit te veel op de stoel van de politiek en de werkgever en dient te veel verschillende belangen. ‘Hun manier van actie voeren is niet meer van deze tijd’, zegt Jan van de Ven. ‘Onze werkwijze spreekt veel meer tot de verbeelding.’